Beknopte analyse van regeerakkoord-BDW-Bouchez door het ABVV
Het regeerakkoord-De Wever is een koude douche voor wie werkt, voor wie van een uitkering leeft en bovenal voor vrouwen. De sterkste schouders blijven daarentegen netjes uit de wind. Hieronder een analyse in vogelvlucht.
Aanpak langdurig zieken
Het regeerakkoord-De Wever plant een harde aanpak van langdurig zieken. Mensen zonder arbeidscontract maar met “arbeidspotentieel” worden verplicht zich in te schrijven als werkzoekende, en de sancties worden opnieuw strenger. Dit beleid lijkt vooral gericht op besparingen en het snel terugsturen van zieken naar de arbeidsmarkt, zonder rekening te houden met hun gezondheidstoestand en noden.
De achterliggende visie van de rechterzijde is gekend: langdurig zieken worden gezien als een kost en niet als mensen die tijd en zorg nodig hebben om te herstellen. Nochtans zijn velen ziek geworden door slechte werkomstandigheden, hoge werkdruk of burn-out. Hen dwingen om te werken zonder duurzame re-integratie zal hun situatie alleen maar verergeren.
Buitenlands beleid
Hierover blijft het regeerakkoord vrij vaag. In het oog springt de besparing van 25 procent op het budget van ontwikkelingssamenwerking.
Het regeerakkoord van de regering-De Wever heeft een sterk eenzijdige economische visie op Europa, waarbij de nadruk bijna volledig ligt op competitiviteit, productiviteit en deregulering ten gunste van bedrijven. Sociale aspecten worden nauwelijks geconcretiseerd. Dit is een gemiste kans om van de EU niet alleen een sterke, maar ook een sociaal rechtvaardige Unie te maken.
Koopkracht
De koopkracht van wie werkt zou moeten stijgen door de verhoging van de belastingvrije som en door hogere minimumlonen. Dat zijn positieve elementen, maar omdat de verhoging van de belastingvrije som voor iedereen geldt, is dit een zeer dure maatregel die ook hoge lonen ten goede komt.
De regering-De Wever houdt vast aan de loonnormwet van 1996, waardoor vakbonden voor werknemers geen betere lonen kunnen onderhandelen. Dit betekent dat lonen kunstmatig laag worden gehouden, zelfs in sectoren waar er economische ruimte is voor opslag.
De automatische indexering van lonen en uitkering zou op termijn in vraag gesteld worden. Als de sociale gesprekspartners er niet in slagen om tegen eind 2026 een advies uit te werken over een hervorming van de index, kan de regering eenzijdig ingrijpen en het systeem afbouwen.
Sterkste schouders, zwaarste lasten
Van het principe “de breedste schouders dragen de zwaarste lasten” is in het regeerakkoord van de regering-De Wever geen sprake. Vooral werknemers en uitkeringsgerechtigden staan in het oog van de storm, terwijl bedrijven en grote vermogens grotendeels gespaard blijven.
Op werknemers en uitkeringsgerechtigden wordt voor maar liefst 8,7 miljard euro bespaard. Beroepsactieven krijgen er iets bij via een fiscale hervorming van 3,5 miljard euro, maar dit geldt niet voor gepensioneerden, werkzoekenden en langdurig zieken. De meest kwetsbaren krijgen de volle lading.
Tegelijkertijd krijgen bedrijven 1,72 miljard euro bijkomende steun, zonder dat daar garanties voor jobcreatie tegenover staan. Grote vermogens betalen slechts 1,42 miljard euro en fraudeurs krijgen amnestie om hun zwart geld wit te wassen; terwijl 2,3 miljard euro wordt bespaard op werkzoekenden.
Tot zo ver de eerlijke verdeling van de lasten.
Arbeidsmarkt
Het arbeidsmarktbeleid van de regering-De Wever legt de nadruk op meer flexibiliteit en harder werken voor werknemers, zonder dat daar voldoende sociale bescherming of overleg tegenover staat. Dit regeerakkoord lijkt rechtstreeks uit de programma’s van MR en N-VA te komen, met eenzijdige maatregelen die vooral werkgevers bevoordelen en werknemers kwetsbaarder maken.
De maatregelen duwen werknemers richting langere en onzekerdere werkuren, waardoor de druk op de ziekteverzekering verder zal toenemen. Sociale akkoorden worden zonder overleg gewijzigd en uitgehold, waardoor vakbonden minder mogelijkheden hebben om afspraken te maken of compensaties te eisen. Meer nadruk op individuele onderhandelingen tussen werknemer en werkgever verzwakt de positie van werknemers. Dit druist in tegen recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, dat erkent dat werknemers de zwakkere partij zijn in arbeidsverhoudingen.
Beperking werkloosheidsuitkering in de tijd
De regering-De Wever kondigt aan de werkloosheidsuitkeringen te beperken tot twee jaar. Dit betekent dat meer dan 120.000 mensen het lopen hun uitkering te verliezen. Deze mensen gaan niet automatisch werk vinden. Deze rechtse symboolmaatregel leidt enkel tot meer onzekerheid en een hoger armoederisico. Bovendien wordt de uitkering sneller afgebouwd (degressiviteit).
De regering presenteert dit als een noodzakelijke besparing, maar er worden geen structurele oplossingen geboden om mensen duurzaam aan werk te helpen. In plaats van te investeren in jobcreatie, opleiding en begeleiding, worden werkzoekenden vooral financieel bestraft.
Klimaat, energie en mobiliteit
Het is positief dat klimaatdoelstellingen behouden blijven. De regering stelt de Europese klimaatdoelen voor 2030 en 2050 niet in vraag en erkent de noodzaak van een duurzame transitie.
De negatieve elementen zijn:
Geen duidelijke doelstelling in CO₂-reductie;
Weinig concrete maatregelen en geen plan voor een rechtvaardige transitie of werknemersinspraak;
Eenzijdige focus op technologie als oplossing, zonder sociaal overleg of aandacht voor werknemers;
Geen bescherming van werknemers tegen klimaateffecten;
Enzovoort.
Het energiebeleid van de regering-BDW-Bouchez legt te veel nadruk op kernenergie en marktwerking, terwijl structurele oplossingen voor energiearmoede en publieke controle over energie ontbreken. Consumenten krijgen enkele beschermende maatregelen, maar bedrijven worden bevoordeeld zonder sociale voorwaarden.
Het mobiliteitsbeleid zoals het wordt aangekondigd in het regeerakkoord combineert enkele positieve stappen voor het openbaar vervoer, maar legt de nadruk op privatisering, hogere kosten voor reizigers en onzekerheid voor spoorpersoneel. Werknemers en lage inkomens dreigen de dupe te worden, terwijl dure infrastructuurprojecten en fossiele salariswagens bevoordeeld worden.
Pensioenen
De pensioenplannen van de regering-De Wever treffen werknemers en ambtenaren hard en zorgen voor meer onzekerheid, vooral voor vrouwen en mensen met een atypische loopbaan. Het komt neer op langer werken voor minder pensioen, met besparingen die vooral de zwaksten treffen.
Vrouwen en ambtenaren worden het hardst getroffen, terwijl zelfstandigen en hogere inkomens grotendeels worden gespaard. Het is een pure besparingsoperatie, terwijl de pensioenen in ons land al bij de laagste zijn in heel Europa.
Vrouwen in de vuurlijn
Als gevolg van de toegenomen flexibilisering en de gelijktijdige vermindering van beschermings- en controlemechanismen voor deeltijds werk, lopen vrouwen op de arbeidsmarkt een nóg groter risico op uitsluiting, ongelijke behandeling en discriminatie.
Bijvoorbeeld:
Verbod op nachtwerk wordt afgeschaft. De distributiesector is een overwegend vrouwelijke sector;
Afschaffing verplichte sluitingsdag, waardoor de werkdruk verder toeneemt, terwijl vrouwen nu al oververtegenwoordigd zijn bij langdurig zieken;
Veralgemenen van flexi-jobs naar alle sectoren riskeert een grote impact te hebben in sectoren als de zorg, het onderwijs, de kinderopvang;
De loopbaanvoorwaarde voor het recht op landingsbanen wordt opgetrokken van 25 naar 35 jaar, waar veel vrouwen nooit aan geraken;
De toegang tot het minimumpensioen zal worden berekend op basis van de effectieve prestaties. We weten dat vrouwen hier de dupe van zijn;
Afschaffing van het overlevingspensioen en het echtscheidingspensioen;
Enzovoort.
De hervorming van de wet die abortus decriminaliseert, belandt bovendien terug in de frigo.
Armoedebestrijding
In plaats van armoede structureel aan te pakken, kiest de regering-De Wever voor een harde en controlerende aanpak die de zwaksten in de samenleving nog verder in de problemen duwt. De focus ligt niet op ondersteuning, maar op dwang en sancties.
De 8 meicoalitie stelt een motie voor aan de Brusselse gemeenten om extreemrechts en haatspraak tegen te gaan
De 8 meicoalitie stelt de stemming voor van een motie die de Brusselse gemeenten ertoe aanzet de herdenkingsplicht na te komen en de heropleving van extreemrechts te bestrijden.
De coalitie, die bestaat uit vakbonden en middenveldorganisaties, geeft hiermee een nieuwe impuls aan de herdenking van 8 mei, de 80e verjaardag van de overwinning op het fascisme, een krachtig symbool van verzet en solidariteit.
Dit zijn de grote lijnen van de voorgestelde motie:
Strijd tegen haatspraak : alle wettelijke middelen aanwenden om de organisatie van evenementen en de verspreiding van verklaringen die aanzetten tot haat jegens anderen, te voorkomen.
Mediatiek cordon sanitaire: dit principe toepassen op extreemrechtse partijen en extreemrechts discours, in dit geval op lokale communicatiekanalen.
Steun aan burgerinitiatieven: de acties van de 8 meicoalitie en het maatschappelijk middenveld onderschrijven die de herdenkingsplicht bevorderen en de herinnering aan het verzet tegen het fascisme bewaren.
8 mei als feestdag: eisen dat 8 mei weer een nationale feestdag wordt om de symboliek van deze historische datum te versterken.
De jeugd betrekken : jongeren wijzen op de gevaren van extreemrechts en hen de migratiegeschiedenis bijbrengen door middel van educatieve initiatieven op scholen.
Met deze motie geeft de 8 meicoalitie alle gemeenten een effectief instrument in handen om extremisme tegen te gaan en de herinnering aan de strijd die onze ouderen hebben geleverd levend te houden.
De voorgestelde motie (in het frans)
Brief aan de gemeenten (in het frans)
Open brief aan de brusselse informateurs: Brussel moet blijven bruisen!
“Bruxelles bruxellait” zong Jacques Brel meer dan een halve eeuw geleden. Vandaag de dag is de hoofdstad nog steeds mooi, vrolijk en bruisend. Maar hoe lang nog? Het gewest zit in ademnood, verlamd door een eindeloze politieke impasse, toenemend drugsgeweld en een zorgwekkende verarming. Als sociale partners – werkgevers en werknemers samen – hebben we vorige week de noodklok geluid. De politieke impasse bedreigt niet alleen de stabiliteit en de sociaaleconomische ontwikkeling van de hoofdstad, maar legt ook een hypotheek op de toekomst. Brussel kan niet langer blijven stilstaan.
Daarom willen wij – CEO en Algemeen Secretaris van BECI en Voorzitter en Algemeen Secretaris van ABVV-Brussel – de informateurs interpelleren over de belangrijkste uitdagingen waar Brussel voor staat en de oplossingen die wij gezamenlijk voorstellen opdat Brussel zou blijven bruisen.
Een vreedzame omgeving voor bewoners, werknemers en bedrijven
Gezellige handelsbuurten die ooit zo bruisend waren, lijden onder drugstrafiek en bendes.
Deze veiligheidssituatie heeft ernstige gevolgen: voor bedrijven en overheidsdiensten, die de stijgende veiligheidskosten moeten dragen; voor werknemers, toeristen en pendelaars, die zich niet meer veilig voelen als ze onderweg zijn; en vooral voor de bewoners van deze wijken, die er dagelijks onder lijden; en tot slot voor alle Brusselaars, wier levenskwaliteit bedreigd is.
Wij, de sociale partners, zeggen het al lang: als Brussel geen veilige omgeving kan bieden, vluchten werknemers en bewoners weg. Een gewest waar mensen bang zijn om de metro te nemen of laat thuis te komen, is nefast voor zijn sociaaleconomische dynamiek en welvaart.
De federale regering heeft een taskforce aangekondigd. Maar zonder echte coördinatie met de Brusselse uitvoerende macht riskeert dit initiatief puur politiek te blijven: een pleister op een houten been.
Maar een optimaal veiligheidsbeleid volstaat niet om tot een vreedzame omgeving te komen. Alle spelers in het gewest – politici, werkgeversvertegenwoordigers en werknemersvertegenwoordigers – moeten ook tot een beter gezamenlijk overleg komen. Daarom pleiten we voor een nieuw sociaaleconomisch akkoord tussen de drie partijen, waarin de gedeelde prioriteiten van de sociale partners vertegenwoordigd in Brupartners worden opgenomen.
We willen ook samenwerken met alle publieke en private actoren om de industrie in Brussel nieuw leven in te blazen, via een beleid dat meer ruimte geeft aan industriële activiteiten en met een aangepast mobiliteits- en logistiek beleid. Een industrie die verbonden is met de stad en haar inwoners, die sociale vooruitgang combineert met respect voor het milieu.
We moeten ook de Shifting Economy-strategie verderzetten, om massaler te investeren in de klimaattransitie en bedrijven te stimuleren die een positieve sociale en milieu-impact hebben, terwijl we het beleid ter ondersteuning van onderzoek en innovatie verder ontwikkelen ten gunste van de bedrijven, de werknemers en de Brusselaars.
In het licht van de door de federale regering aangekondigde maatregelen inzake werkloosheid en langdurige ziekte, moeten we ook het werkgelegenheids- en opleidingsbeleid herzien om de toegang tot werk voor alle Brusselaars te verbeteren en om wie jammer genoeg zijn baan verliest sneller en doeltreffender te ondersteunen. Er moet ook bijzonder aandacht gaan naar de fundamentele problematieken van discriminatie en diversiteit op de arbeidsmarkt, de strijd tegen zwartwerk en sociale dumping, willen we de Brusselaars alle kansen bieden om een kwaliteitsjob te vinden.
Op het vlak van huisvesting moet Brussel, naast het evalueren en bestendigen van de Renolution-strategie, een renovatie- en bouwbeleid voeren zodat alle inwoners kunnen genieten van degelijke, kwaliteitsvolle huisvesting tegen een betaalbare prijs. Daartoe moeten onder meer de vergunningsprocedures worden versneld en vereenvoudigd.
De begroting
Brussel verkeert ook financieel in zwaar weer. De gewestschuld blijft groeien, Belfius verlaagt drastisch zijn kredietlijn en de ratingbureaus houden de situatie nauwlettend in de gaten. Zonder stabiele regering en zonder strategische visie zullen de leenkosten waarschijnlijk de pan uit rijzen. Met welke gevolgen? Minder investeringen en blinde besparingen op sociaal en economisch vlak.
Deze malaise heeft niet alleen gevolgen voor de overheidsfinanciën en de overheidsdiensten, maar ook voor de bedrijven die het gewest draaiende houden. Werkgevers zien het kapitaal opdrogen dat ze nodig hebben om te groeien, terwijl werknemers lijden onder een klimaat van onzekerheid dat hun banen en inkomen ondermijnt.
De noodzakelijke sociale beleidsmaatregelen en diensten voor de inwoners van Brussel kunnen niet meer gegarandeerd worden. We moeten dus dringend voorzien in de nodige financiële middelen voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het gewest, door zowel aan de uitgaven- als aan de ontvangstenzijde te werken, met behoud van de economische dynamiek en het sociaal beleid.
Werken aan de attractiviteit
Brussel moet zijn titel van Europese hoofdstad waarmaken: multicultureel, dynamisch, levendig, innovatief en veilig. Het Gewest heeft een regering nodig die haar lot weer in eigen handen neemt, en waar bewoners, ondernemers, toeristen en werknemers zich in alle vertrouwen verplaatsen.
Als er niet snel actie wordt ondernomen, oogt de toekomst van Brussel somber. Dit is niet alleen een bedreiging voor de bedrijven, die moeite zullen hebben om de werknemers en de investeringen aan te trekken die ze nodig hebben om te groeien, maar ook voor de werknemers en inwoners van Brussel, die behoefte hebben aan solide vooruitzichten in een omgeving waar het goed wonen en werken is.
Brussel moet blijven bruisen – gisteren, vandaag en nog lang na morgen!
Schrapping van de welvaartsenveloppe: de meest kwetsbare Belgen worden het meest getroffen!
Het zijn opnieuw de gepensioneerden, de zieken en de werklozen die de hoogste prijs betalen voor de besparingsmaatregelen van de Arizona-coalitie: de regering-De Wever heeft beslist om de welvaartsenveloppe af te schaffen.
Dankzij dit budget, dat om de twee jaar wordt geëvalueerd door de sociale partners, konden de laagste en oudste pensioenen, de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en de minimumuitkeringen bij ziekte, arbeidsongevallen en werkloosheid worden aangepast.
In de komende periode moest er 1 miljard euro naar deze maatregelen gaan, waarvan het grootste deel bestemd was voor de laagste pensioenen.
Voor honderdduizenden mensen met een inkomen dichtbij of onder de armoedegrens betekent deze enveloppe een essentiële steun. Maar om een begrotingstekort te compenseren, heeft de Arizona-coalitie ervoor gekozen om deze enveloppe volledig te schrappen, wat een besparing van 2,8 miljard euro op een periode van twee jaar oplevert.
Dit is de zoveelste asociale maatregel die bevestigt dat we moeten blijven mobiliseren om de regering te dwingen van koers te veranderen ✊
Wat veranderd in 2025?
Een indexering, overgedragen vakantiedagen opnemen, hogere elektriciteitstarieven, uitbreiding pleegouder en adoptieverlof, supplementen bij de dokter of tandarts … Wat is er nieuw in 2025 op het vlak van koopkracht, mobiliteit, gezondheid, sociaal beleid en sociale rechten?
Tijdelijke werkloosheid gaat digitaal
Vanaf 2025 kan je het aanvraagformulier tijdelijke werkloosheid digitaal ondertekenen. De controlekaart om uitkeringen te ontvangen gaat volledig digitaal.
Op 1 januari 2025 gaat de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar, de nieuwe pensioenbonus treedt in voege, de toegangsvoorwaarden voor het minimumpensioen verstrengen en er komt een inkomensgrens voor gepensioneerden met flexi-job.
In januari worden dankzij de automatische indexering de lonen van een pak werknemers aangepast aan de inflatie, de stijgende prijzen. Voor de horecasector, voedingsindustrie, transport, internationale handel en logistiek zou het brutoloon met 3,57% verhogen. In paritair comité 200, met een half miljoen bedienden in callcenters, uitzendkantoren, ICT, consultancy, reisagentschappen, studiebureaus, reclamebureaus, grafische nijverheid, bouwbedrijven, groothandel … wordt eenzelfde indexering verwacht al moet het indexcijfer van december nog afgeklopt worden.
Het Federaal Planbureau verwacht dat door de stijgende prijzen de volgende spilindex in januari 2025 bereikt zal worden. Dankzij ons uniek systeem van automatische indexering zouden de uitkeringen vervolgens in februari met 2% verhogen zodat ook wie aangewezen is op een uitkering z’n koopkracht behoudt. De lonen in de overheidssector en de social profit zouden dan volgen in maart.
Einde bevriezing maximumtarieven en ereloonsupplementen
In 2025 stopt de bevriezing van de maximumtarieven van ereloonsupplementen in ziekenhuizen. Dit betekent dat ziekenhuizen en artsen weer ereloonsupplementen kunnen aanrekenen aan patiënten die aan hun ziekenhuisbed zitten gekluisterd.
Het ABVV betreurt dit. De bevriezing beschermde patiënten tegen hoge facturen én artsen tegen hogere afdrachten aan het ziekenhuis. Natuurlijk zijn er nog steeds wettelijk afgesproken tarieven, maar in bepaalde omstandigheden mogen ziekenhuizen kamersupplementen aanrekenen en artsen ereloonsupplementen. Dit jaagt patiënten nodeloos op kosten. De overheid zou de ziekenhuizen beter en direct moeten financieren zodat ze niet afhangen van de afdrachten van artsen, die artsen eerst aanrekenen aan de patiënt.
Verbod op supplementen bij arts en tandarts
Het is verboden voor verpleegkundigen, vroedvrouwen, kinesitherapeuten en paramedici zoals logopedisten om sociaal en financieel kwetsbare patiënten supplementen aan te rekenen. Vanaf 2025 wordt dit verbod uitgebreid naar artsen en tandartsen. Een goede zaak: het biedt zekerheid en betaalbare zorg aan mensen die het niet breed hebben en beroep doen op een tandarts of een arts zonder opgenomen te zijn in een ziekenhuis.
Bij de artsen:
Vanaf 1 januari 2025 voor patiënten die het recht op de verhoogde tegemoetkoming automatisch krijgen, zonder inkomensonderzoek. Het gaat dan bijvoorbeeld over wie recht heeft op een leefloon, een Inkomensgarantie voor Ouderen of kinderen met een handicap.
Vanaf 1 januari 2026 voor alle patiënten die het recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming, ook patiënten waarvan het gezinsinkomen niet boven een bepaalde grens mag komen.
Bij de tandartsen:
Vanaf 1 januari 2025 een verbod voor alle patiënten die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming bij bepaalde prestaties, waaronder alle preventieve prestaties, zoals het jaarlijks mondonderzoek, tandsteenverwijdering of het verzegelen van groefjes, en prestaties waarvan de tarieven geherwaardeerd zijn, zoals tanden verwijderen, uitneembare protheses of digitale radiografieën.
Vanaf 1 juli 2026 een verbod voor alle verstrekkingen.
Overgedragen vakantiedagen opnemen
In 2025 kan je de jaarlijkse vakantiedagen inplannen die je in 2024 niet kon opnemen, omwille van een arbeidsongeval, ziekte, moederschapsrust of vaderschapsverlof, geboorteverlof, adoptieverlof of pleegouder- of pleegzorgverlof, én overgedragen hebt.
Vroeger was het zo dat wanneer je als werknemer ziek werd tijdens je vakantie, je die vakantiedagen niet kon behouden en kwijtspeelde. Dat is op 1 januari 2024 veranderd. Wanneer je ziek wordt tijdens je wettelijke vakantie kan je, onder bepaalde voorwaarden, je vakantiedagen behouden om deze later op te nemen. Je kan wettelijke vakantiedagen ook overdragen wanneer je ze niet kon opnemen door langdurige arbeidsongeschiktheid zoals moederschapsrust of geboorteverlof ea. Zo behoudt iedereen het recht op vier weken vakantie per jaar.
Vanaf 1 januari 2025 zal jouw ziekenfonds maandelijks je geboorteverlofuitkering betalen in plaats van aan het einde van de verlofperiode. Je werkgever zal vanaf 2025 dus maandelijkse de informatie ter zake moeten doorgeven.
De geboorte van een kind geeft recht op 20 dagen geboorteverlof voor de vader of meemoeder. De eerste 3 dagen ontvang je jouw gewoon loon. De resterende 17 dagen ontvang je een uitkering van jouw ziekenfonds. Je kiest zelf wanneer je die 17 dagen opneemt, maar dat moet wel binnen de 4 maanden volgend op de geboorte. Tot nu toe betaalde je ziekenfonds maar uitkeringen wanneer alle dagen opgenomen waren of wanneer de periode van 4 maanden voorbij was. Want dan pas werd de aangifte verstuurd door je werkgever. Vanaf nu gebeurt dit allemaal maandelijks.
Uitbreiding pleegouder en adoptieverlof
Vraag je adoptie- of pleegouderverlof ten vroegste aan op 1 januari 2025 én start dat verlof ook ten vroegste op 1 januari 2025, dan heb je recht op een extra week in vergelijking met dit jaar. Deze extra week wordt toegevoegd aan het ‘bijkomend krediet’, te verdelen onder de adoptie- of pleegouders.
Adoptieverlof en pleegouderverlof bestaan uit twee delen:
Een recht van 6 weken per adoptie/pleegouder;
Een bijkomend recht of krediet te verdelen onder beide adoptie/pleegouders.
Dit bijkomend krediet verhoogde op 1 januari 2023 naar 3 weken, en nu op 1 januari 2025 verhoogt het dus naar vier weken. Op 1 januari 2027 verhoogt het naar vijf weken.
Gemeenten zien federale steun voor aanvullende financiële hulp wegvallen
Lokale OCMW’s hebben als taak te waarborgen dat de burgers in hun gemeente een leven kunnen leiden dat voldoet aan de menselijke waardigheid. De maatschappelijk werkers kunnen berekenen of mensen ook aanvullende financiële steun nodig hebben, los van een leefloon of andere ondersteuning. Wie dergelijke aanvullende financiële steun toegewezen krijgt, verbindt er zich toe een sociaal of professioneel activeringstraject te volgen.
Meer dan 7 op 10 OCMW’s maakten hiervoor gebruik van federale subsidies. Grote steden zoals Antwerpen en Luik ontvingen hiervoor meer dan 2 miljoen euro steun, Charleroi en Brussel anderhalf miljoen, Gent meer dan 1 miljoen. Deze steun loopt eind 2024 af. De vraag is maar of OCMW’s en dus de steden en gemeenten, gezien hun doorgaans precaire financiële situatie, met eigen middelen deze aanvullende financiële hulp kunnen blijven voorzien. De kans bestaat dus dat deze hulp daalt of niet meer wordt toegekend. Daarom moet een nieuw federaal akkoord deze steun structureel maken. Zo is er geen terugval in sociale bescherming van mensen én kan de steun ook geharmoniseerd en geobjectiveerd worden.
Treintickets duurder vanaf februari
De prijs voor treintickets zal op 1 februari 2025 geïndexeerd worden en dus opnieuw stijgen. De tarieven van de tickets (Standard, Recht op verhoogde tegemoetkoming, Senior en Youth, Weekend Ticket, Local Multi, Youth Multi, Standard Multi) in tweede klas zullen 2,91% meer kosten. De tarieven van de abonnementen (Standard, Flex, Halftijds en Student) gaan met 3,03% omhoog. Voor wie met de trein naar het werk gaat en een derdebetalersregeling heeft, verandert er niks. Wie geen derdebetalersregeling heeft om met de trein te pendelen naar en van het werk, zal iets meer betalen.
Later op het jaar zal de NMBS een volledig nieuw tariefbeleid invoeren en het senioren- en jongerenticket zal in de loop van 2025 afgeschaft worden. In de plaats daarvan zal de NMBS met kortingen werken, maar het is nog onduidelijk wat de concrete impact zal zijn op jongeren en senioren. We voerden al meermaals actie om onze ongerustheid te uiten en volgen van nabij op wat dit zal betekenen voor de prijs van een treinticket voor jongeren en senioren.
Hogere tarieven elektriciteit
Op 1 januari 2025 verhogen de tarieven van netbeheerder Elia voor de transmissie van elektriciteit, de hoogspanningsmasten. Dit heeft betrekking op slechts zo’n 3% van onze energiefactuur, maar de prijs stijgt van 12,14 euro per MWh in 2024 naar 21,55 euro per MWh in 2025. Volgens berekeningen zou dit betekenen dat een gemiddeld gezin 40 euro meer moet betalen per jaar.
Binnen de adviesraad van de CREG, de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, was er van vakbonden en werkgevers een advies om deze kostenverhoging niet door te voeren. De regering volgde dat advies echter niet, en laat Elia de tarieven verhogen. Een reden te meer om die netbeheerder volledig te nationaliseren.
Sluitingsvergoeding uitgebreid
Het ‘Fonds tot vergoeding van de in geval van Sluiting van Ondernemingen ontslagen werknemers’ (FSO) vergoedt werknemers die getroffen zijn door de sluiting van hun onderneming. Tot nu toe waren ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit hiervan uitgesloten. Dat verandert.
In geval van sluiting vanaf 1 januari 2025 is er ook een sluitingsvergoeding verschuldigd aan werknemers van ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit.
Bedrijven met meer dan 50 werknemers zijn verplicht om een procedure, een meldkanaal en een opvolging op te stellen zodat werknemers bepaalde inbreuken op het recht van de Europese Unie in een werkgerelateerde context kunnen melden. Klokkenluiders, werknemers die deze inbreuken melden, worden beschermd tegen represailles.
Vanaf 2025 wordt de drempel van 50 werknemers jaarlijks berekend.
Voor elke dienstencheque die wordt aangekocht in Vlaanderen vanaf 1 januari 2025 zal je 1 euro bijbetalen en geniet je niet langer van een fiscaal voordeel. Concreet: vanaf januari kost een dienstencheque 10 euro in plaats van 9 euro en het belastingvoordeel, goed voor 1,8 euro, valt weg.
De prijsstijging van 1 euro moet integraal worden ingezet om de loons- en arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen te verbeteren. De Vlaamse regering maakte eerder deze belofte. Wij als vakbond blijven hen daar aan herinneren tot het zo ver is. De loon- en arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen worden nu onderhandeld in het daartoe bevoegde paritaire comité en vastgelegd in een cao. Dit sectoraal akkoord is noodzakelijk opdat de loons- en arbeidsvoorwaarden kunnen worden versterkt.
Strijd tegen sociale dumping
Vanaf 2025 kunnen onderaannemers in de bouw, de vleesverwerkende industrie en de verhuissector hun opdrachten niet meer volledig toevertrouwen aan een andere onderaannemer. Specifiek voor de verhuissector zal de onderaannemingsketen beperkt worden tot maximaal 3 niveaus.
In Vlaanderen geldt vanaf 1 januari 2025 ook ketenaansprakelijkheid met meer verplichtingen voor aannemers tegen illegale tewerkstelling van derdelanders.
Het ABVV, dat al jarenlang sociale dumping bestrijdt, juicht toe dat de ketens van onderaanneming worden aangepakt. Wij blijven echter een effectieve hoofdelijke aansprakelijkheid eisen voor de gehele onderaannemingsketen.
Digitale controlekaart tijdelijke werkloosheid verplicht vanaf 2025
Wie op tijdelijke werkloosheid wordt gezet, kan vanaf 2025 de controlekaart om uitkeringen te krijgen enkel nog digitaal invullen. De papieren controlekaart wordt afgeschaft. De nieuwe elektronische controlekaart tijdelijke werkloosheid, eC3.2 genaamd, bestaat in een pc-versie of in een app-versie beschikbaar voor de smartphone.
Zet je werkgever jou op tijdelijke werkloosheid, dan moet hij dit aangeven. Jij moet je uitbetalingsinstelling, het ABVV, informeren zodat er een dossier kan opgesteld worden. Dat hoeft niet bij het begin van elke tijdelijke werkloosheid maar wel wanneer:
je bij een nieuwe werkgever aan de slag ging
je arbeidsuren per week wijzigden, bijv. bij tijdskrediet
het meer dan 3 jaar geleden is dat je uitkeringen tijdelijke werkloosheid ontving.
Nieuw in 2025 is dat je dit helemaal online kan doen. Je brengt het ABVV op de hoogte via het contactformulier binnen Mijn ABVV, je online ABVV-dossier. Daarop sturen ABVV-medewerkers jou een vooraf ingevuld document door dat je nakijkt en digitaal ondertekent. Het ABVV volgt vanaf dan je dossier op en brengt het verder in orde.
Geen administratie, geen onnodige verplaatsing of afdrukken meer nodig.