Uitsluitingen van de werkloosheid: van de 140 zwaarst getroffen gemeenten… liggen er 139 in Wallonië en Brussel!
Sinds enkele maanden verzet het ABVV zich tegen de hervorming die voorziet in een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Deze maatregel, die door minister van Werk David Clarinval wordt voorgesteld als een budgettaire besparingsmaatregel om mensen aan te zetten om terug aan het werk te gaan, heeft in werkelijkheid enorme gevolgen en zal het tegenovergestelde bereiken van het vooropgestelde doel, zeker voor de meest kwetsbare gemeenten. ABVV-Brussel en ABVV-Wallonië hebben een huiveringwekkende analyse gemaakt van de cijfers. Florence Lepoivre en Jean-François Tamellini geven ons hun interpretatie van de cijfers… en roepen op tot mobilisatie.
Jullie beschikken over een aantal spraakmakende cijfers over de uitsluitingen per gemeente. Wat blijkt daaruit?
Jean-François Tamellini : Ze tonen een echt sociaal en institutioneel schandaal aan. Van de 100 gemeenten die het zwaarst getroffen worden door de hervorming, liggen er 100 in Wallonië of Brussel. Luik, Charleroi, Seraing, Verviers, La Louvière, Farciennes, Herstal… al deze steden staan in de top 50. En dat is geen toeval: het zijn industriële bastions die jarenlang zijn verpletterd door de verwoestingen van de kapitalistische logica. Nu krijgen ze te horen dat hun inwoners de gemeenschap te veel kosten. Dat is zowel oneerlijk als onfatsoenlijk.
Laten we duidelijk zijn: het gaat er uiteraard niet om de impact van deze maatregelen in Vlaanderen te onderschatten of een regionale hiërarchie te creëren. Achter de cijfers waarmee de federale meerderheid zichzelf feliciteert, gaan evenveel mensen als moeilijke situaties schuil. Elke uitsluiting is een sociaal drama voor de getroffene, de familie, de kinderen en de naasten. Of je nu in het noorden, het centrum of het zuiden van het land woont, een uitsluiting is overal even zwaar om te dragen.
Het ABVV blijft enorm veel belang hechten aan interpersoonlijke en interregionale solidariteit en aan het federale karakter van de sociale zekerheid, zoals woensdag 25 juni opnieuw zal aantonen met de nationale betoging in gemeenschappelijk front. Verdeeldheid, verborgen institutionele hervormingen en toenemende ongelijkheid is niet waar wij voor staan. Het is de strategie van de N-VA en haar bondgenoten MR en Les Engagés van de Arizona-regering. “De meest communautaire hervorming die je kan doorvoeren is het beperken van de werkloosheid in de tijd.” Deze zin komt niet van het ABVV, maar van Bart De Wever!
Terwijl Vlaanderen de nationale luchthaven koopt, moeten Wallonië en Brussel het OCMW redden. Allemaal goed en wel om een Belgisch vlaggetje op je kostuum te dragen, maar wie voor dit akkoord stemt ruilt het beter in voor een speldje met de Vlaamse leeuw.
Florence Lepoivre : Wat we ontdekken is de brute waarheid: de uitsluitingen hebben een enorme impact op gemeenten die al erg kwetsbaar zijn. Sint-Joost, Molenbeek, Sint-Gillis, Brussel-Stad, Schaarbeek… al deze gemeenten hebben meer dan 3,5 tot 4% uitsluitingen. Het zijn gemeenten die al kampen met armoede, langdurige werkloosheid, een jonge en diverse bevolking en structurele discriminatie. In 2023 zat 28% van de Brusselse bevolking onder de armoederisicodrempel, tegenover 8% in Vlaanderen en 15% in Wallonië. Sociale ongelijkheid is bijzonder uitgesproken in de hoofdstad en wordt nog versterkt door de hoge woonkosten, die onder meer de dakloosheid explosief hebben doen toenemen.
Als we in de andere richting kijken, zien we dat de eerste Vlaamse gemeente in de rangschikking – Antwerpen – slechts op de 140e plaats staat, met 1,8% van haar bevolking die getroffen wordt. Met andere woorden: deze hervorming concentreert uitsluiting in gebieden die al het meest kwetsbaar zijn.
Deze gegevens werden ook vergeleken met de personenbelasting. Wat blijkt hieruit?
Florence Lepoivre : Deze vergelijking levert een fundamenteel inzicht op. Hoe armer een gemeente, hoe groter de impact van de hervorming. In Brussel hebben sommige gemeenten een gemiddeld inkomen per inwoner dat 30 tot 40% onder het nationale gemiddelde ligt. En dat zijn dezelfde gemeenten waarvan de OCMW’s in de toekomst duizenden mensen die van de werkloosheid zijn uitgesloten moeten opvangen, naast alle mensen die ze nu al ondersteunen. Dit is een dubbele straf: er wordt geknipt in de uitkeringen van mensen die zich al in een precaire situatie bevinden en we schuiven de last door naar de gemeenten… die noch de middelen, noch de competenties en de fiscale armslag hebben voor deze taak.
Jean-François Tamellini : Dit is geen responsabilisering; dit is simpelweg een transfer van het financiële beheer van armoede tussen politieke entiteiten. Het is een manier voor de federale regering om zich te ontdoen van haar sociale verantwoordelijkheden, om de solidariteit tussen de werknemers in dit land af te breken. Sociale zekerheid is een systeem dat gebaseerd is op nationale solidariteit. Met deze hervorming gaan we van een systeem van rechten naar een systeem van sociale bijstand en overleven op lokaal niveau. Degenen die nog geholpen kunnen worden, zullen moeten aankloppen bij een OCMW… als ze daar nog budget voor hebben. De belangrijkste slachtoffers van deze hervorming zijn de bewoners van volkswijken en voormalige industriegebieden, diegenen die door de arbeidsmarkt aan de kant zijn gezet. Dit is opzettelijk sociaal geweld. Meer in het algemeen wordt de hele bevolking van deze gemeenten getroffen: door de explosie van de OCMW-budgetten hebben de gemeenten geen andere keuze dan de belastingen te verhogen, hun dienstverlening aan de bevolking te beperken of hun lasten te verhogen.
Kunnen we spreken van een hervorming die de territoriale ongelijkheden vergroot?
Jean-François Tamellini : Zeker en vast. Van de 250 meest getroffen gemeenten liggen er 19 op 19 in Brussel, 225 op 261 in Wallonië… en slechts 6 in Vlaanderen! Dit is een structureel onevenwichtige hervorming die de gewesten die nu al het meest kwetsbaar zijn, nog verder zal verarmen. Het is een hervorming van de Vlaamse rechterzijde die wordt opgelegd aan de Waalse en Brusselse realiteit, zonder rekening te houden met de lokale realiteit. Een verkapte institutionele hervorming zonder voorgaande, in allerijl doorgevoerd, zonder diepgaand overleg of tweederde meerderheid.
Florence Lepoivre : Dit is een schending van het federale pact. De Arizona-regering is bezig de solidariteit tussen de gewesten, tussen de Belgen, af te breken. De N-VA maakt er geen geheim van: ze wil de sociale zekerheid afbreken. Nog schokkender is dat de MR en Les Engagés deze strategie steunen en faciliteren. En wie gaat de rekening betalen? De Brusselaars en de Walen, door een explosie van armoede, lasten op het OCMW en sociale woede.
Zien jullie deze hervorming als het ondermijnen van de essentie van sociale zekerheid?
Florence Lepoivre : Ja, volledig. We vervangen sociale zekerheid door liefdadigheid. We verplaatsen de verantwoordelijkheid naar het lokale niveau, zonder middelen, zonder coördinatie, zonder visie. Het is het tegenovergestelde van de verzorgingsstaat waar we elke dag voor vechten. En het voedt een klimaat van wrok, stigmatisering en sociale haat dat extreemrechts voedt. Het ergste is dat de MR openlijk inspeelt op deze spanningen. Door de “Vlaamse werknemers die betalen” af te zetten tegen de “Waalse of Brusselse werklozen die profiteren” en door karikaturen van mensen met een uitkering te maken, voedt de MR een discours van verdeeldheid en afwijzing. Een cynische en gevaarlijke strategie: in plaats van sociale cohesie op te bouwen, wakkert het haat aan… omwille van een paar extra stemmen voor extreemrechts.
Jean-François Tamellini : Wat de MR vandaag doet, is pure vertrumping: zondebokken aanwijzen, inspelen op angsten, complexe realiteiten oversimplificeren om verdeeldheid te zaaien en zelfs liegen zonder scrupules. Dit is een ernstige ontsporing voor een zogenaamde “democratische” partij. Door de sociale zekerheid aan te vallen en werklozen te stigmatiseren, ondermijnen ze de fundamenten van ons sociaal model. En ze nemen de historische verantwoordelijkheid op zich om de sociale cohesie in dit land te verzwakken. In dit opzicht is de stilte van Les Engagés oorverdovend…
Wat is jullie boodschap aan de leden van het Waalse en Brusselse parlement?
Florence Lepoivre : Ze kunnen niet zwijgen of de andere kant opkijken. Deze hervorming is een frontale aanval op hun kiezers, op hun gemeenten, op al diegenen die ze geacht worden te verdedigen. Het vertrapt de fundamenten van solidariteit, vergroot de ongelijkheid en verdeelt het land. Dit is geen technische hervorming. Het is een maatschappijkeuze. En zij hebben de macht – en de plicht – om nee te zeggen. Want het zijn hun steden, hun OCMW’s en hun medeburgers die de prijs zullen betalen.
Jean-François Tamellini : We zeggen hen duidelijk: deze stemming is jullie verantwoordelijkheid. Het gaat over de toekomst van honderdduizenden gezinnen. Het beïnvloedt het evenwicht van de gemeentefinanciering. Het beïnvloedt de sociale cohesie van een heel land. Stemmen voor deze hervorming is het bekrachtigen van een logica van structurele verarming, het bekrachtigen van het einde van een federaal systeem van sociale zekerheid dat gebaseerd is op solidariteit en het in de steek laten van de meest kwetsbaren in naam van een ideologie. We verwachten van hen geen toespraken vol medelijden, maar duidelijke daden van verzet: we kunnen niet met de ene hand cheques tekenen op de set van Viva for life en met de andere hand stemmen voor de uitsluiting van 180.000 mensen. Er is nog tijd om deze onrechtvaardige, asociale en totaal contraproductieve hervorming tegen te houden.
Wat jullie een contraproductieve hervorming noemen, is volgens minister Clarinval een duwtje in de rug van werkzoekenden om werk te zoeken. Waarom geloven jullie hem niet?
Jean-François Tamellini : Als het echt de bedoeling was om mensen terug aan het werk te krijgen, zouden we investeren in opleiding, in begeleiding, in gepersonaliseerde trajecten naar werk. In plaats daarvan wordt er gezwaaid met sancties, uitsluiting en dreigementen, alsof de Walen zich wentelen in de werkloosheid, alsof het een bewuste keuze is of een carrièreplanning… Maar in de Waalse industriezones, net als in Brussel, zijn de mensen die uitgesloten worden van de werkloosheid geen profiteurs. Het zijn mensen die soms ver van de arbeidsmarkt verwijderd zijn, die tijd, steun en erkenning nodig hebben. Hun rechten afnemen is niet hetzelfde als ze activeren. Het duwt ze alleen maar verder de dieperik in. En er is ook een hele groep werknemers met onzekere contracten, die tijdelijke banen, korte contracten en periodes van werkloosheid aan elkaar rijgen. Ook die mensen worden uitgesloten!
Florence Lepoivre : Deze hervorming staat haaks op wat we in de praktijk zien. In Brussel is een van de grootste obstakels voor werkgelegenheid – naast discriminatie bij aanwerving – de wanverhouding tussen de kwalificaties die werkgevers eisen en het profiel van werkzoekenden. Het gaat niet om een gebrek aan wil. Wel om een gebrek aan erkenning, opleiding en bruggen. Ondanks de obstakels beginnen duizenden Brusselaars aan een opleiding. Dit zijn mensen in een zeer precaire situatie: 43% heeft een statuut van verhoogde tegemoetkoming, 63% heeft lage diploma’s, 36% heeft een niet-erkend diploma. Bijna de helft kan een onverwachte uitgave niet betalen. Desondanks houden ze vol. Maar wat doet de hervorming? Het doorbreekt dit momentum. Door te dreigen met uitsluiting tijdens de opleiding, ontmoedigt ze mensen om zich in te schrijven voor een opleiding. Dit is wat het belangenconflict van de GGC, waar wij volledig achter staan, aan de kaak stelde. En het is wat de Brusselse organisaties nu al ervaren, met mensen die hun plannen laten varen uit angst om alles te verliezen.
Wat zegt deze hervorming over het sociale project van de huidige meerderheid?
Florence Lepoivre : Deze hervorming maakt deel uit van een bredere strategie. Naast uitsluitingen voorziet het Arizona-programma in de jaarlijkse verrekening van de arbeidstijd, de uitbreiding van flexi-jobs, het einde van de minimum 1/3e arbeidsduur, de uitbreiding van nacht- en studentenwerk, de invoering van tijdelijk werk van onbepaalde duur en een nieuwe definitie van wat “passend” werk is waardoor het mogelijk wordt om een job op te leggen die tot 20% minder betaalt dan de werkloosheidsuitkering. Het is een ideologische shift. We gaan van een verzorgingsstaat naar een strafstaat. Van recht op waardig werk naar de plicht om elke baan aan te nemen, tegen elke prijs. Arizona vernietigt methodisch de collectieve vangnetten.
Jean-François Tamellini : Dit is geen activeringsbeleid. Het is een plan voor wijdverspreide jobonzekerheid, een verzwakking van de collectieve bescherming en een permanente druk op mensen die werken of werkloos zijn. En achter dit alles zit een heel duidelijk plan: de lonen en arbeidsomstandigheden naar beneden halen. Wanneer we werklozen met sancties bedreigen, verzwakken we het vermogen van werknemers om over hun arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. Als we de precaire statuten uitbreiden, verzwakken we de hele arbeidsmarkt. We hebben het al eerder gezegd en we zeggen het nog een keer: het echte doel van deze hervorming is niet om mensen weer aan het werk te krijgen – en al helemaal niet in fatsoenlijke banen. Het echte doel is om druk uit te oefenen op de hele arbeidswereld, in naam van concurrentievermogen en winst, om de rijkdom te verdelen naar de portemonnee van bedrijven en aandeelhouders.
Het precairder maken van de werkloosheidsverzekering en het flexibiliseren van de arbeidsmarkt zijn twee zijden van dezelfde medaille, eisen van werkgevers die vooral inspelen op de situatie in Vlaanderen. Vlaanderen zit bijna op volledige tewerkstelling: ondanks de activeringsmaatregelen heeft het een drempel bereikt van werkloze mannen en vrouwen die Vlaamse bedrijven niet willen aanwerven, omdat ze hen niet productief genoeg, te oud, niet gekwalificeerd genoeg of zelfs te Waals vinden, zoals een studie van de Universiteit Gent onlangs aantoonde. En Vlaanderen is (op zijn zachtst gezegd) niet klaar om een beroep te doen op buitenlandse arbeidskrachten. Het doel is om de productiviteit van Vlaamse bedrijven te verhogen. Alleen zal de toepassing van dezelfde recepten in Wallonië en Brussel de werkonzekerheid verhogen, maar niet de duurzame tewerkstellingsgraad. In Wallonië zullen de werknemers in PWA-statuut, van wie de meerderheid in scholen werkt, worden uitgesloten en vervangen door gepensioneerden met flexi-jobs. Tegelijkertijd wil de Waalse minister van Werk de begeleiding van FOREM repressiever maken. Aan de andere kant wachten we er nog steeds op dat hij zijn rol als minister van Economie opneemt: waar zijn de duurzame banen? Het enige wat we zien zijn bedrijfssluitingen, en over de energiebevoorrading hebben we nog steeds geen zekerheid.
Zijn aanvallen op de non-profitsector en de openbare diensten zijn er ook op gericht om marktaandeel over te hevelen naar de private sector, in sectoren die immuun zouden moeten zijn voor winstmotieven. Met deze logica van sacraliseren van productiviteitswinsten, is het niet verwonderlijk dat sommigen het belang van cultuur in twijfel durven trekken…
Waarom zeggen jullie dat het doel van de hervorming is om druk uit te oefenen op de hele arbeidswereld? Heeft deze hervorming effect op meer dan alleen de werkzoekenden?
Florence Lepoivre : Omdat dit soort hervormingen nooit stopt bij enkel de werklozen. Door de rechten van de werklozen te verzwakken, verzwak je de rechten van alle werknemers. Het is een impliciete druk: accepteer alle voorwaarden, want als je dat niet doet, is de val meedogenloos. De nieuwe “passende” baan, zoals gedefinieerd door Arizona, kan zelfs een inkomen hebben dat 20% lager ligt dan de werkloosheidsuitkering. Wat betekent waardigheid nog onder deze omstandigheden?
Wat de regering organiseert is een race naar de bodem in termen van rechten, bescherming en loon. De precaire situatie van sommigen wordt een hefboom om druk uit te oefenen op alle anderen. En dit geldt in gelijke mate voor werknemers in de publieke en private sector, voor jongeren en ouderen, voor arbeiders en bedienden. Het is een neerwaartse spiraal voor iedereen.
Jean-François Tamellini : Het is een zeer gevaarlijke verschuiving. Deze hervorming maakt van werkloosheid een instrument voor algemene chantage. En het maakt deel uit van een puur utilitaire visie op werk, waar alles flexibel, aanpasbaar en wegwerpbaar moet zijn. Een werknemer die bang is om in armoede te vervallen, zal sneller slechtere voorwaarden accepteren. Dit is een kortetermijnbenadering van concurrentievermogen, gedicteerd door werkgeverslobby’s. En dat is niet alleen een economische fout: het is een regressief project voor de samenleving, dat emancipatie, sociale rechtvaardigheid en gelijke kansen de rug toekeert. En op de lange termijn dreigt het de sociale spanningen te doen exploderen.
De overheid legt veel nadruk op de verantwoordelijkheid van de werkzoekenden. Maar hoe zit het met die van de werkgevers?
Florence Lepoivre : Dit is een van de grote blinde vlekken in het werkgelegenheidsbeleid van deze regering. Werkzoekenden worden steeds strengere verplichtingen opgelegd – op straffe van sancties, uitsluiting en uitschrijving – maar aan werkgevers worden geen serieuze eisen gesteld. En toch zijn zij het die massaal profiteren van overheidsgeld. In België ontvangen bedrijven elk jaar meer dan 52 miljard euro aan overheidssteun, in verschillende vormen: verminderingen van werkgeversbijdragen, aanwervingssubsidies, opleidingssteun, belastingvrijstellingen, enz. Dat is kolossaal, zeker als je het vergelijkt met de kosten van de RVA, die ongeveer 4 miljard euro bedragen, of minder dan 3% van het socialezekerheidsbudget. Met andere woorden, er wordt zeven keer meer overheidsgeld uitgegeven aan bedrijfssteun dan aan bescherming van werknemers zonder baan. En toch zijn het altijd de werklozen die met de vinger worden gewezen, die worden beschuldigd van “passiviteit”, die onder druk worden gezet om eender welke baan aan te nemen, onder welke voorwaarden dan ook.
Maar wie durft te vragen naar de tegenprestaties van de werkgevers? Waar zijn de verplichtingen op het vlak van duurzame werkgelegenheid, interne opleidingen, respect voor gelijke kansen bij aanwerving? In Brussel worden duizenden gekwalificeerde, gemotiveerde afgestudeerden uitgesloten van de arbeidsmarkt op grond van hun afkomst, geslacht, leeftijd of postcode. Discriminatie blijft wijdverspreid, gedocumenteerd maar onbestraft. En dat is niet alleen onze vaststelling: ook Unia wees hierop in een analyse die op 17 juni werd gepubliceerd. Unia wijst erop dat zonder een beleid om discriminatie bij aanwerving tegen te gaan, deze hervorming een dubbele straf oplevert: het uitsluiten van werkloosheid van mensen die al gediscrimineerd worden door de arbeidsmarkt. Hun conclusie is glashelder: “We kunnen niet werkzoekenden willen activeren en tegelijkertijd de ogen sluiten voor de structurele discriminatie die verhindert dat ze worden aangenomen”. Unia roept op om de controles te verscherpen, om werkgevers verplichtingen op te leggen en om gelijkheidsbeleid bindend te maken. Dit zijn de eisen die wij ook stellen. De verantwoordelijkheid moet collectief zijn. We kunnen geen solidaire samenleving opbouwen door de meest kwetsbaren voortdurend de schuld te geven en de machtigen systematisch vrij te pleiten van hun sociale verantwoordelijkheden.
Jean-François Tamellini : De hele logica van Arizona is pervers. De regering heeft ervoor gekozen om werklozen te stigmatiseren in plaats van vraagtekens te zetten bij de economische en patronale keuzes die werk zo massaal precair maken. En toch zijn het de grote bedrijven die de grootste bedragen aan overheidssteun ontvangen, vaak zonder enige voorwaarden of controle. Veel van hen blijven ondanks subsidies mensen ontslaan, werk uitbesteden, automatiseren en onzekere arbeidscontracten gebruiken. Het is tijd om een einde te maken aan deze aanpak van de blanco cheque… Maar waar zijn de verplichtingen voor bedrijven die overheidsgeld ontvangen en toch doorgaan met uitbesteden, automatiseren en het creëren van onzekere banen? Wat we vragen is een register van overheidssteun aan bedrijven, volledige transparantie en strikte voorwaarden: geen steun zonder opleiding, zonder lokale aanwerving, zonder gelijke behandeling. Bovenal moeten we de logica van het wantrouwen omkeren. Want daar zit de echte onevenwichtigheid: degenen met de meeste middelen ontlopen alle verantwoordelijkheid, terwijl degenen met de minste middelen voortdurend worden gecontroleerd, gestraft en gestigmatiseerd. Dit model is niet alleen oneerlijk, het is ook inefficiënt en zeer giftig voor de sociale cohesie.
En de logica van de Waalse regering is dezelfde: in plaats van een positief opleidingsbeleid te ontwikkelen om de vaardigheden van werkzoekenden beter af te stemmen op de arbeidsmarkt, gaat ze het repressieve aspect van de FOREM versterken. En tegelijkertijd krijgen we te horen dat meer dan 250 Waalse bedrijven (en zelfs nog meer) overheidssteun voor opleiding hebben verduisterd. Minister Jeholet wil werklozen uitsluiten in plaats van hen op te leiden, terwijl bedrijven overheidsgeld verduisteren dat bedoeld is voor… opleiding: zoek de fout!
Hoe kunnen we weerwerk bieden tegen deze hervorming?
Jean-François Tamellini : Enkel ‘nee’ zeggen volstaat niet. We moeten een ander ‘ja’ opbouwen. Ja voor een sterk socialezekerheidsstelsel dat gebaseerd is op solidariteit. Ja voor openbare diensten die iedereen kunnen ondersteunen. Ja voor een eerlijk belastingsysteem dat de lasten van de crisis niet afschuift op de meest kwetsbaren. De strijd tegen deze hervorming is de strijd voor een andere koers. Het is nu aan parlementsleden, politici en burgers om partij te kiezen. Want achter deze hervorming zit een centrale vraag: willen we een land waar uitsluiting georganiseerd is, waar er twee keer zoveel mensen op het OCMW zitten als werklozen met een uitkering, of willen we een samenleving die niemand aan de kant laat?
Het beste antwoord op deze hervorming is mobilisatie. De sociale geschiedenis leert dat we dingen kunnen veranderen als mensen zich organiseren, zich verenigen en collectief weigeren om het onaanvaardbare te accepteren. We mogen ons niet laten vangen door onmacht of berusting. We kunnen niet toestaan dat een hervorming die de meest kwetsbaren aanvalt, die het land verdeelt, die ellende organiseert, in stilte doorgaat. Het is nu tijd om terug te vechten. Het weerwerk moet massaal, vastberaden en verenigd zijn. Deze hervorming kunnen we enkel samen ten val brengen.
Florence Lepoivre : Weerwerk is meer dan ooit nodig. We roepen parlementsleden op om hun verantwoordelijkheid te nemen, maar ook burgers, verenigingen, vakbonden, OCMW’s, gemeenten… Deze strijd gaat veel verder dan het vakbondskader: het is een sociale kwestie. Het gaat over het verdedigen van een solidariteitsmodel tegen een brutale en individualistische visie. Als deze hervormingen doorgaan, is dat een catastrofaal keerpunt voor ons socialezekerheidsstelsel. Maar we weigeren fatalistisch te zijn. Deze hervorming is niet onvermijdelijk; het is een politieke keuze. En tegenover een politieke keuze kunnen we een ander project stellen. Een welvaartsstaat van de 21e eeuw die iedereen het recht op een fatsoenlijk inkomen, op opleiding en op een kwaliteitsbaan garandeert. Een model dat gebaseerd is op echte solidariteit en sociale rechtvaardigheid, niet op stigmatisering en achterdocht. Dit project kan enkel bestaan als we het met velen verdedigen, op het terrein, in onze lokale gemeenschappen, in mobilisaties. Daarom roept ABVV-Brussel alle progressieve krachten op om één front te vormen, op straat en in de parlementen. De dwangmars die de regering-De Wever ons oplegt, kan nog tegengehouden worden. Maar daar is moed voor nodig. En vastberadenheid.
“Werklozen zijn luieriken”, “De uitkeringen zijn te hoog”, “Ze maken misbruik van het systeem”… Op sociale media regent het beledigingen aan het adres van werklozen. Syndicats Magazine neemt de vooroordelen rond de zogenaamde “langdurige” werkloosheid onder de loep.
Op dinsdag 3 juni organiseerde ABVV-Brussel, samen met ACV en het Brusselse middenveld een mars tegen de werkloosheidsuitsluitingen die de Arizona-regering voorbereidt. Deze uitsluitingen kunnen zo’n 180.000 mensen treffen. Daarvan woont 80% in Wallonië en Brussel.
De nieuwe werker sprak met Florence Lepoivre, algemeen secretaris van ABVV-Brussel. Ze ontleedt de meest voorkomende vooroordelen en legt uit waarom deze hervorming duizenden gezinnen in nog grotere armoede dreigt te storten.
Een interview van Ioanna Gimnopoulou
“Werklozen zijn lui. We moeten ze weer aan het werk krijgen“.
Florence Lepoivre: Veel mensen denken dat mensen die werkloos zijn nooit gewerkt hebben. Maar dat is niet waar. Om uit de statistieken van langdurige werkloosheid te geraken, moet je drie maanden aan een stuk gewerkt hebben. Met de toename van de werkonzekerheid en van korte contracten en uitzendwerk wordt het steeds moeilijker om daaraan te geraken. Neem bijvoorbeeld Nadia: ze heeft twee maanden met een contract van bepaalde duur in de verkoop gewerkt, was tien dagen werkloos en nam vervolgens een tijdelijke job van tien weken. In totaal heeft ze 4,5 van de 5 maanden gewerkt, maar ze wordt nog steeds beschouwd als “langdurig werkloos”. Als uitbetalingsinstantie stellen we vast dat een derde van de langdurig werklozen gewerkt heeft. Maar ze hebben geen stabiele baan gevonden die hen uit de statistieken haalt.
We mogen ook niet vergeten dat actief naar werk zoeken een verplichting is. Bij een negatieve evaluatie worden sancties opgelegd. Die kunnen gaan tot de tijdelijke of zelfs definitieve schrapping van de uitkering. Wie een uitkering heeft, is dus actief op zoek naar een baan, maar… vindt er geen!
“De werkloosheidsuitkeringen zijn te hoog. Dit moedigt mensen niet aan om werk te zoeken”.
Florence Lepoivre: Om te beginnen bedraagt de uitkering bij aanvang van de werkloosheid 65% van het brutoloon. Maar let op: dat brutoloon is geplafonneerd tot 3.432 euro. Iemand met een hoog loon verliest dus veel wanneer die werkloos wordt.
Maar wat zorgwekkend is, is dat door de degressiviteit in de meeste gevallen de uitkering al snel onder de armoedegrens zakt. Een alleenstaande krijgt zo 1.437 euro, terwijl de armoedegrens is vastgelegd op 1.520 euro… Dat is 6% minder. Dat ons systeem te gul zou zijn, is dus uit de lucht gegrepen.
Er wordt ook vaak gezegd dat de werkloosheid “te hoog” is in verhouding tot het minimumloon. Een alleenstaande werkloze ontvangt echter 1.437 euro, terwijl een alleenstaande die voltijds werkt aan het wettelijk minimumloon 1.970 euro verdient. Het verschil tussen de twee bedraagt dus 518 euro. Rechts voerde campagne met de belofte van 500 euro verschil tussen een uitkering en een job. Maar dat verschil is er al! Een ander voorbeeld: een samenwonende persoon krijgt 745 euro werkloosheidsuitkering. Indien diezelfde samenwoner voltijds zou werken, bedraagt het loon minste 1.970 euro. Een verschil van… 1.225 euro!
Toegegeven, er zijn gevallen waar dit verschil minder uitgesproken is. Maar de echte vraag is: moeten we de werkloosheidsuitkeringen beperken, of moeten we erkennen dat het minimumloon te laag is? Moeten we wie werkt niet beter belonen in plaats van wie geen baan vindt te straffen?
Moeten we wie werkt niet beter belonen in plaats van wie geen baan vindt te straffen?
Florence Lepoivre, algemeen secretaris van ABVV-Brussel
“Ze zijn al 20 jaar werkloos. Ze maken misbruik van het systeem.”
Florence Lepoivre: Van de 290.000 werkzoekenden met een uitkering in België zijn er slechts 12.000 al meer dan 20 jaar ingeschreven. Met andere woorden, een kleine minderheid. En als ze een werkloosheidsuitkering ontvangen, is dat omdat ze actief op zoek zijn naar werk en regelmatig worden gecontroleerd om dit na te gaan. Anders zouden ze automatisch worden uitgesloten van het systeem. Ligt het probleem dus bij deze mensen… of bij de arbeidsmarkt, die hen niet in staat stelt om een stabiele baan te vinden?
We kunnen ook niet heen om discriminatie op de arbeidsmarkt. Mensen van buitenlandse afkomst, jongeren, ouderen, de LGBTQIA+-gemeenschap, enz. krijgen er mee te maken. In Brussel is meer dan de helft van de langdurig werklozen ouder dan 50 jaar. Van hen slaagt slechts 37,5% erin een baan te vinden. Leeftijdsdiscriminatie is flagrant op de arbeidsmarkt.
“De werkloosheid beperken in de tijd zal mensen dwingen om te gaan werken”.
Florence Lepoivre: De werkloosheid in de tijd beperken zal geen banen creëren. Sommige mensen die geen vervangingsinkomen hebben (werkloosheidsuitkering) zullen uiteindelijk weer werk vinden. Maar onder welke voorwaarden? Mensen zien zich gedwongen om eender welke job te aanvaarden, tegen eender welk loon, met slechtere werkomstandigheden.
En deze maatregelen zullen een impact hebben op de hele arbeidswereld. We zijn getuige van een volledige deregulering van de arbeidsmarkt: arbeidsduur op jaarbasis, einde van de 1/3-tijdslimiet, minder goed betaald nachtwerk, uitbreiding van flexi-jobs en studentenwerk, uitzendwerk voor onbepaalde tijd, enz. Arbeidscontracten van vijf uur of zelfs één uur per week zullen mogelijk worden. Is dit echt de maatschappij waarin we willen leven? Willen we mensen dit soort precaire contracten opleggen?
“Er zijn genoeg banen waar tekorten zijn en er zijn nu ook flexi-jobs. Ze kunnen die banen gaan doen”.
Florence Lepoivre: Dit is een argument dat regelmatig wordt aangehaald door rechts waarbij ze zich baseren op het cijfer van 180.000 openstaande vacatures in België. Maar de meeste van deze jobs zijn zware beroepen die een basisopleiding vereisen. Neem bijvoorbeeld slagerij: niet iedereen kan dat. Van een Cora-kassière vragen om in een slachthuis te gaan werken is niet realistisch. 180.000 vacatures, ja, maar er zijn ook in totaal 550.000 werkzoekenden. Er zullen dus nog altijd mensen zonder baan zijn.
Tot de belangrijkste belemmeringen voor aanwerving behoren de onevenredig hoge eisen in de vacatures, discriminatie bij de aanwerving, slechte arbeidsomstandigheden en een steeds zwaardere werklast. In elke gezonde economische logica zouden werkgevers de arbeidsomstandigheden en de lonen aantrekkelijker maken om meer sollicitanten te lokken. Maar vandaag de dag is er niets dat hen daartoe verplicht. De Arizona-regering heeft zelfs de tegenovergestelde keuze gemaakt en de tewerkstelling nog onzekerder gemaakt.
Tot slot gaat de Arizona-regering ook werkzoekenden die een opleiding volgen uitsluiten van de werkloosheid. In Brussel volgen veel mensen een opleiding om hun kansen op een baan te vergroten. Zou het niet beter zijn hen aan te moedigen hun opleiding voort te zetten door hen hun uitkering te laten behouden terwijl ze een opleiding volgen om een baan te vinden?
“Uitgesloten worden van de werkloosheid is niet erg. Ze kunnen altijd bij het OCMW terecht.”
Florence Lepoivre:Ten eerste zal slechts een deel van de uitgesloten werklozen recht hebben op OCMW-steun. In tegenstelling tot werkloosheid, dat een verzekeringsstelsel is, is het OCMW een bijstandsstelsel, d.w.z. het laatste vangnet. Hoe werkt dit? De OCMW’s voeren een onderzoek naar de financiële situatie van de persoon en zijn of haar gezin.
Nemen we het voorbeeld van een samenwonende: woon je samen met iemand met een inkomen, heb je waarschijnlijk geen recht op een leefloon. Vandaag ontvangt een samenwonende werkloze 745 euro. Stel je een koppel voor met een inkomen van 2.700 euro. Als de werkloze zijn uitkering verliest, verliest het koppel 1/3 van zijn inkomen. In de praktijk betekent dit dat ze een goedkopere woning moeten zoeken en moeten bezuinigen op gezondheid, voeding, kleding en vrijetijdsbesteding. Bovendien zullen veel mensen geen beroep doen op het OCMW omdat ze niet weten dat ze er recht op hebben.
“Ons socialezekerheidsstelsel moet hervormd worden want het is te duur”.
Florence Lepoivre:De sociale zekerheid werd na de Tweede Wereldoorlog ingevoerd op basis van het solidariteitsprincipe: werknemers stemmen ermee in om niet 100% van hun loon te verdienen, zodat een deel ervan in een gemeenschappelijke pot terechtkomt om iedereen te helpen het hoofd te bieden aan tegenvallers, zoals het verlies van een baan of ziekte. Met andere woorden, sociale zekerheid is geen kostenpost, maar maakt deel uit van het loon van de werknemers.
Maar in de afgelopen 40 jaar is dit deel van de lonen geleidelijk uitgehold in naam van het concurrentievermogen van bedrijven. Werkgevers dragen bijvoorbeeld minder bij voor studentenwerk en flexi-jobs. Er zijn ook een heleboel transfers van de sociale zekerheid naar de bedrijven. Volgens een studie van Econosphères werd alleen al in 2022 voor 51,9 miljard aan overheidssteun toegekend aan bedrijven. En er komen nog steeds nieuwe steunmaatregelen bij. Maar ze worden toegekend op de kap van de financiering van onze sociale zekerheid, van werknemers, van lonen, van werk, en zonder dat ze afhankelijk zijn van de creatie van banen.
Er wordt beweerd dat de werkloosheid te veel kost. In werkelijkheid vertegenwoordigt het amper 3% van het budget van de sociale zekerheid. Zelfs als we alle werklozen zouden uitsluiten, komt dit neer op een besparing van slechts 3%. Moeten we echt zoeken naar besparingen in deze 3 miljard, of eerder in de 51,9 miljard steun aan bedrijven die wordt toegekend zonder dat daar banen tegenover staan?
“Actiris en FOREM missen daadkracht. Ze zetten niet genoeg mensen aan het werk.”
Florence Lepoivre:Het ABVV zetelt in de beheercomités van FOREM, Actiris en de VDAB, die zich dagelijks inzetten voor de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Hun doel is duidelijk: werkzoekenden weer aan een job helpen. Maar als de regering snoeit in haar budgetten en ontslagen bij de overheid aanmoedigt, wat is dan het resultaat? Ze hebben niet langer de middelen die ze nodig hebben om hun taken goed uit te voeren. We moeten de openbare diensten de middelen teruggeven die ze nodig hebben.
“De vakbonden verdedigen de werklozen omdat het hen geld in het laatje brengt”.
Florence Lepoivre:Deze beschuldiging is ongegrond. In werkelijkheid kost het de vakbonden geld! Onze werkloosheidsdiensten betalen uitkeringen aan onze leden. Voor deze dienstverlening aan het publiek ontvangen we een vergoeding van de RVA. Volgens een RVA-rapport uit 2022 volstaat deze vergoeding echter niet: de vakbonden verliezen 3 euro per dossier. We verliezen dus geld door dit werk te doen.
Bovendien zijn mensen geneigd te geloven dat vakbonden belang hebben bij een bepaald werkloosheidsniveau om leden te behouden. De bijdragen die werklozen aan de vakbonden betalen zijn echter lager dan de bijdragen van werkenden.
“Vakbonden moeten zich niet met werkloosheid bezighouden. Slechts één enkele overheidsdienst zou efficiënter zijn”.
Florence Lepoivre: Er is een historische reden waarom de vakbonden zich bezighouden met werkloosheid. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren het de werkers zelf – zonder hulp van de staat – die de sociale zekerheid creëerden. Het was dan ook logisch dat dit fonds beheerd zou worden door de werknemers en dus door hun vertegenwoordigers, de vakbonden.
Bovendien bepaalde het naoorlogse sociale pact tussen werknemers en werkgevers dat de vakbonden verantwoordelijk zijn voor het beheer van de werkloosheid, terwijl de werkgevers instaan voor de kinderbijslagfondsen. We trekken de privéfondsen die de kinderbijslag beheren niet in twijfel. Waarom stellen we dan wel het beheer van de werkloosheidsdossiers door de vakbonden ter discussie? Het enige doel is de verzwakking van de arbeidswereld.
Waarom wordt het beheer van de werkloosheidsdossiers door de vakbonden ter discussie gesteld? Het enige doel is de verzwakking van de arbeidswereld.
Florence Lepoivre, algemeen secretaris van ABVV-Brussel
Er rijzen ook vragen over de kosten van de overheidsfinanciering per werkloosheidsdossier. Voor het ACV is dat 28,1 euro, voor het ABVV 26 euro en voor de Hulpkas 44,1 euro. Een beroep doen op de Hulpkas in plaats van op het ABVV kost de samenleving dus bijna dubbel zoveel. De kwaliteit van de dienstverlening van het ABVV is beter: dossiers worden sneller verwerkt en er worden minder fouten gemaakt. Onze leden kunnen ook genieten van juridisch en ander advies, iets wat niet bestaat bij de Hulpkas.
Zie ook hier de campagne van CEPAG over dit onderwerp
Een interview met Florence Lepoivre, Algemeen Secretaris van ABVV-Brussel
Terwijl het debat over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen en de aanvallen op sociale rechten in alle hevigheid woeden, werpt Florence Lepoivre, algemeen secretaris van ABVV-Brussel, een blik op twee recente studies: het arbeidsmarktrapport van view.brussels[1] en het sociaal-economisch overzicht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van het BISA[2].
De meest recente gegevens over de Brusselse arbeidsmarkt en de sociaaleconomische situatie lijken positief. Ben jij dezelfde mening toegedaan?
View.brussels stelt vast dat het aandeel werklozen de afgelopen vijf jaar met 11,4% is gedaald, terwijl het aandeel werkenden met 13,7% is gestegen. Dat is zeker goed nieuws, vooral gezien het aantal Brusselaars sinds 2000 met bijna 30% is toegenomen en het Brussels Gewest in 2023 meer dan 1,2 miljoen inwoners telt.
Ook het BISA bevestigt dat het aantal werkenden nog nooit zo hoog is geweest, met een werkgelegenheidsgraad van 60,6% in 2024, wat als ongezien in de afgelopen 40 jaar wordt beschouwd.
Paradoxaal genoeg toont het IBSA ook aan dat het aantal werkzoekenden is toegenomen, voornamelijk als gevolg van de wijzigingen in de inschrijvingsprocedures voor leefloners als werkzoekenden.
Deze cijfers wijzen op een dubbele uitdaging: de positieve dynamiek behouden en tegelijkertijd de noden van de meest kwetsbare personen op de arbeidsmarkt aanpakken.
Is het gelet op de hogere werkgelegenheid dan niet contraproductief om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd?
Zeker weten. De aanvallen op de rechten van werklozen, zoals verscherpte sancties, degressiviteit van de uitkeringsbedragen en de beperkingen op de toegang tot uitkeringen, zijn de afgelopen jaren alleen maar toegenomen.
Met de MR en de N-VA is de toekomstige federale regering duidelijk van plan het Belgische systeem van werkloosheidsuitkeringen, en meer in het algemeen de sociale zekerheid, verder af te bouwen.
Toch tonen alle studies (UCL, RVA, IRES, OESO,…) aan dat deze maatregelen niet bijdragen aan een terugkeer naar werk, maar juist de kwetsbaarheid en armoede vergroten, in de eerste plaats bij jongeren, vrouwen en oudere werknemers
Een concreet voorbeeld: na de invoering van de beperkingen in de tijd van de inschakelingsuitkeringen in 2015 vond 77% van wie uitgesloten werd geen werk, en twee derde van hen waren vrouwen. Deze cijfers tonen duidelijk aan dat dergelijke beleidsmaatregelen niet lonen.
Bij het ABVV hebben we herhaaldelijk benadrukt dat de beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd uitermate onrechtvaardig en ineffectief is. Het treft vooral langdurig werklozen die vaak het verst van de arbeidsmarkt af staan.
In Brussel is meer dan de helft van deze mensen ouder dan 50 jaar, wat hun kansen om weer aan het werk te gaan nog verkleint.
In 2023 waren 140.000 mensen al langer dan twee jaar werkloos, en meer dan de helft zat al meer dan vijf jaar zonder werk. Denken dat hun uitkeringen stopzetten hen zal helpen een baan te vinden, is absurd.
Uit een studie van Dulbea blijkt dat slechts 26,3% van de getroffen werklozen in Brussel opnieuw aan werk zou geraken. Deze maatregel vergroot alleen maar de armoede, belast de OCMW’s nog verder en verslechtert de arbeidsomstandigheden voor alle werknemers.
Als deze aanvallen op sociale rechten hun doel niet raken, wat is dan het echte doel?
Als het doel is om geld te besparen, kan ik op een blaadje meegeven dat deze maatregel dat zeker niet zal doen! Werkloosheidsuitkeringen vormen slechts ongeveer 3% van het totale budget van de sociale zekerheid. Het is dus hoog tijd om de fabel te ontkrachten dat werklozen te veel kosten aan de overheidsfinanciën!
Het echte doel van de toekomstige regering is duidelijk: werknemers verzwakken en hen dwingen om precaire jobs te aanvaarden. Het is een strategie om de lonen en arbeidsvoorwaarden onder druk te zetten, en dit is vooral in het voordeel van de werkgevers die op zoek zijn naar goedkope arbeidskrachten.
De cijfers spreken voor zich: tussen 2009 en 2019 was 65% van de gecreëerde jobs in Brussel precair, zoals onvrijwillig deeltijds werk, tijdelijke contracten en schijnzelfstandigheid. Deze precaire jobs treffen vooral reeds gediscrimineerde of kwetsbare groepen: vrouwen, jongeren en mensen met een migratieachtergrond.
Welke hefbomen moeten worden ingezet om de werkgelegenheid in Brussel te verbeteren?
Het is hoog tijd om te stoppen met het stigmatiseren van werklozen en om de echte oorzaken van de problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken. Verarming van een deel van de bevolking leidt niet tot een rechtvaardigere samenleving.
Bij het ABVV pleiten we voor een tewerkstellingsbeleid dat sociale rechten versterkt, investeert in mensen, en werkgevers responsabiliseert. Een sterke economie is gebaseerd op werknemersrespect en constructieve sociale dialoog.
In Brussel is de uitdaging des te groter, aangezien bijna de helft van de langdurig werklozen ouder is dan 50 jaar. Deze mensen, die al kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, zullen bijzonder zwaar getroffen worden door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, terwijl zij juist minder kans hebben om opnieuw werk te vinden.
Een andere belangrijke hefboom is het vereenvoudigen en toegankelijk maken van de erkenning van buitenlandse diploma’s. In maart 2023 bevond 43,5% van de werkzoekenden die bij Actiris waren ingeschreven zich in de categorie “buitenlander zonder gelijkwaardigheidserkenning”, wat neerkomt op ongeveer 38.300 personen. Zij hebben vaak een opleiding genoten, maar ze stuiten op administratieve en financiële hindernissen waardoor hun vaardigheden niet worden erkend. Zo loopt de arbeidsmarkt getalenteerde werknemers mis.
Massale investeringen in opleiding en persoonlijke begeleiding moeten prioritair blijven om zo duurzame beroepsinschakeling te stimuleren. In Brussel wordt 64,9% van de banen ingevuld door mensen met een diploma hoger onderwijs, wat wijst op een hooggekwalificeerde economie die sterk is gericht op diensten. Kortgeschoolde functies vertegenwoordigen nog slechts één op de tien banen in Brussel. Toch hadden in 2023 ongeveer 16.500 werkzoekenden enkel een diploma van het lager secundair onderwijs.
Tot slot moeten we de Brusselse werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen. Dit omvat onder meer dat ze hun vacatures verplicht bij Actiris moeten melden, zodat knelpuntfuncties beter in kaart kunnen worden gebracht en er meer transparantie komt over de kansen en de kwaliteit van de aangeboden banen. Dit houdt ook in dat zij hun opleidingsplichten nakomen, zodat de vaardigheden van de werknemers worden verbeterd en hun werkzekerheid toeneemt. Daarnaast moeten we de creatie van kwalitatieve banen stimuleren, vooral voor gediscrimineerde of kwetsbare doelgroepen. Ook moeten we definiëren wat we verstaan onder ‘kwalitatieve tewerkstelling’, en de steun aan bedrijven hiervan afhankelijk maken. Ten slotte moeten we intensiever strijden tegen discriminatie op de arbeidsmarkt.
Al deze maatregelen kunnen de Brusselse arbeidsmarkt daadwerkelijk transformeren, zodat die inclusiever, rechtvaardiger en duurzamer wordt.
Laat de kwaliteit van de tewerkstelling in Brussel te wensen over?
De cijfers spreken voor zich… Tussen 2009 en 2019 was 65% van de gecreëerde banen precair: opgedrongen deeltijdwerk, tijdelijke contracten, uitzendwerk, schijnzelfstandigheid of zwartwerk. Groepen die al te maken krijgen met discriminatie, vinden we verhoudingsgewijs veel meer terug in dit soort precaire banen: 90% van de laagopgeleide jonge vrouwen heeft een precaire baan in Brussel, en 53% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar is aan het werk met een tijdelijk contract.
Volgens cijfers van view.brussels had 14,6% van de Brusselse werknemers in 2023 een tijdelijke baan, een hoger percentage dan in Wallonië en Vlaanderen. Voor vrouwen loopt dit cijfer zelfs op tot 15,6%. In Wallonië betreft slechts een derde van de vacatures een vaste arbeidsovereenkomst, in Vlaanderen is dat nog geen 39%. In Brussel gaat 50% van de vacatures over een vaste overeenkomst, maar meer dan een derde betreft uitzendwerk, wat de werkonzekerheid verder verhoogt.
Met welke belemmeringen worden Brusselse werkzoekenden geconfronteerd?
Naast problemen met discriminatie of te hoge eisen bij de aanwerving van sommige werkgevers, blijven diploma’s een groot probleem. Laaggeschoolde werkzoekenden hebben vandaag de dag moeite om hun plaats te vinden op de Brusselse arbeidsmarkt.
Hoewel het aandeel laagopgeleide werkzoekenden de afgelopen tien jaar continu is gedaald (van 65,9% in 2013 naar 61,7% in 2023), blijft deze groep sterk oververtegenwoordigd. Hun uitstroompercentage naar werk blijft bijzonder laag, wat hun uitsluiting versterkt.
Daarom moet er massaal worden geïnvesteerd in persoonlijke begeleiding zodat deze werknemers de vaardigheden verwerven die de Brusselse arbeidsmarkt vraagt. Er zijn gerichte initiatieven nodig om mensen te helpen zich aan te passen aan de eisen van de voortdurend veranderende arbeidsmarkt.
Daarnaast moeten deze inspanningen deel uitmaken van een globale strategie die zowel de erkenning van bestaande competenties als de toegang tot aangepaste opleidingsprogramma’s omvat. Alleen zo kunnen we structurele barrières op de arbeidsmarkt wegnemen, en ook de meest kwetsbare doelgroepen kansen geven.
[1] het Brussels Observatorium voor werkgelegenheid en opleidingen
[2] Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse perspective.brussels
Supernota De Wever – Bouchez ‘Een regeringsplan dat de sociale rechten afbreekt en de gemeentefinanciën ondermijnt’
De OCMW’s zijn overbelast na de verschillende crisissen die de samenleving hebben doorkruist. Door de coronacrisis, de energiecrisis en het toenemende aantal kwetsbare groepen kloppen almaar meer mensen aan bij de Brusselse OCMW’s. De overbelasting stelt hun organisatorische en financiële capaciteiten op de proef. In deze prangende context stellen De Wever-Bouchez in hun zogenaamde supernota een maatregel voor die wel eens de druppel kan zijn die de emmer doet overlopen: de werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd.
Om de gevolgen van deze maatregel op de Brusselse gemeenten beter te begrijpen, interviewden we Florence Lepoivre, algemeen secretaris van ABVV-Brussel. Ze toont zich uitermate bezorgd over de dramatische gevolgen van deze hervorming voor de overheidsfinanciën, de OCMW’s en de werknemers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Wat is de impact van deze hervorming op Brussel?
In Brussel zou deze hervorming bijna 30.000 mensen treffen, ofwel de helft van de Brusselse werklozen. Vooral jongeren tussen 18 en 25 jaar worden getroffen. Deze leeftijdsgroep is goed voor een derde van het aantal leefloners, en wordt nu al het zwaarst getroffen door armoede. Deze hervorming dreigt de jongeren nog verder te verarmen en hun toekomst in gevaar te brengen.
Sommige gemeenten, zoals Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem en Sint-Pieters-Woluwe, zouden het aantal aanvragen voor een leefloon met 40% tot meer dan 100% kunnen zien toenemen. Volgens een studie van Brulocalis zou de financiële impact kolossaal zijn: als 100% van de 27.709 langdurig werkzoekenden het leefloon aanvraagt, bedragen de totale jaarlijkse kosten voor de gemeenten 121,2 miljoen euro. Zelfs in een realistischer scenario, waarbij 60% van de langdurig werklozen een leefloon aanvraagt, zouden de kosten voor de gemeenten nog steeds 72,7 miljoen euro per jaar bedragen.
We kunnen dus zonder meer stellen dat Arizona een rookgordijn optrekt. Deze maatregel is geen besparingsmaatregel, maar enkel het doorsluizen van de kosten van de federale overheid naar de gemeenten, de OCMW’s en uiteindelijk het Brussels Gewest. Het is ook een verkapte regionalisering van een groot deel van de sociale zekerheid, waardoor de toch al kwetsbare gemeentelijke financiën nog meer onder druk komen te staan.
Hebben de OCMW’s, die al onder druk staan, de capaciteit om deze extra werklast op zich te nemen, zowel financieel als qua personeel?
Naast de kosten van de uitkeringen moeten de OCMW’s ook de kosten van het personeel, de begeleiding en de infrastructuur dekken om de toename van het aantal aanvragen op te vangen. De federatie van de OCMW’s schat dat ongeveer 60% van de langdurig werklozen een leefloon zal aanvragen, wat resulteert in een jaarlijkse kost van 93 miljoen euro. Dit bedrag omvat de kosten voor het aanwerven van sociaal werkers en administratief personeel, wat nodig is om al die nieuwe dossiers te behandelen.
Het publiek dat een beroep doet op de OCMW’s is ook veranderd: er zijn niet enkel meer aanvragers, maar ze komen ook met complexere en meer diverse problemen. Dit verhoogt niet alleen de werklast, maar zet ook het psychologisch welzijn van de maatschappelijk werkers onder druk, die steeds vaker geconfronteerd zijn met situaties die moeilijk te begeleiden zijn. Dit zijn zwaardere dossiers, wat de druk op de nu al overwerkte teams nog verhoogt.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken, stelt de supernota De Wever-Bouchez voor om de OCMW-subsidies te koppelen aan de behaalde resultaten op het vlak van professionele re-integratie. Deze aanpak is niet alleen contraproductief, maar legt ook extra druk bij de sociale werkers die al overbelast zijn. 60% van de langdurig werklozen is al meer dan vijf jaar werkloos. Subsidies afhankelijk maken van resultaten is zowel onrealistisch als oneerlijk.
De voorgestelde hervorming kan leiden tot een sterke toename van het aantal OCMW-cliënten in de Brusselse gemeenten, met in bepaalde gemeenten ronduit alarmerende cijfers.
Het niet opnemen van rechten is een realiteit in Brussel. Bestaat het risico dat door deze maatregel de precariteit verder toeneemt?
Zeker en vast. Dit is al een zorgwekkende realiteit in Brussel: veel mensen zien af van het aanvragen van de hulp waar ze recht op hebben, vaak vanwege de administratieve complexiteit of stigmatisering. Deze nieuwe maatregel doet dit fenomeen waarschijnlijk nog toenemen, waardoor de precariteit nog groter wordt in een gewest waar het armoedecijfer al enorm hoog is. Daardoor blijven nog meer gezinnen verstoken van de essentiële hulp waar ze recht op hebben, waardoor de ongelijkheid in Brussel nog verder toeneemt.
Je hebt het al eerder vermeld: dit betekent ook een achteruitgang van de arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers.
Werklozen worden aangemoedigd om elke baan te accepteren, onder welke voorwaarden dan ook. Dit heeft natuurlijk directe gevolgen voor hen, maar ook voor alle werknemers. Door de lonen en arbeidsvoorwaarden onderuit te halen, wordt het hele systeem ondermijnd! En op de lange termijn zullen alle werknemers eronder lijden. Dit soort maatregelen bedreigt de arbeidsmarkt in zijn geheel.
Welke lessen kunnen we trekken aan de vooravond van de gemeenteverkiezingen?
Met de gemeentelijke verkiezingen in het zicht, moeten we duidelijke conclusies trekken. CD&V en N-VA beloven ons gouden bergen, maar wat doen ze als ze eenmaal aan de macht zijn? Ze breken ons socialezekerheidsstelsel af, maken gezinnen armer en helpen de gemeentefinanciën de vernieling in! En uiteindelijk is de lokale overheid niet langer in staat om essentiële diensten aan de bevolking te bieden. We moeten ons hiervan bewust zijn in het stemhokje, en geen geloof hechten aan de loze beloften van deze partijen!