Werkloosheidsdienst – Medewerker 1e lijn niveau 1 (M/V/x)

Wij zoeken voor onze dienst betaling werkloosheiduitkering een medewerker 1e lijn niveau 1 (M/V/x)

Taak

De werkloosheidsdossiers (loket en betaling) van de leden zo goed mogelijk behandelen, zodat hun rechten gegarandeerd blijven.
(front office en back office)

Profiel

Aanbod

Een voltijdse arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van 35u/week
Loon volgens intern barema met voordelen Salaris volgens interne schaal met voordelen (maaltijdcheques, verzekering, openbaar vervoer 100% vergoed en vakantiedagen)
Opleidingsmogelijkheden (evolutie naar niveau 2 verplicht)

Werkplaats

Brussel

Geïnteresseerd?

Als je je herkent in onze waarden en in dit profiel, aarzel dan niet om ons je CV met motivatie te sturen naar het volgende e-mailadres:
T10RHBxl@abvv.be

De Audi -site in Vorst: 54 hectaren voor een nieuwe industriële toekomst!

Op 28 februari 2025 rolde de laatste wagen van de band in Audi Brussels. Dit betekent het definitieve einde van de autofabriek in Vorst die meer dan 75 jaar het Brusselse economische weefsel heeft getekend. Wie sluiting zegt, zegt ook jobverlies: meer dan 3.500 werknemers en hun gezinnen zijn getroffen, met alle sociale gevolgen van dien.

De Audi-site is maar liefst 54 hectaren groot, en is ideaal gesitueerd. Niet verwonderlijk dat er veel belangstelling voor is. Tegelijk roept deze wending prangende vragen op over de toekomst.

ABVV-Brussel pleit voor een nieuwe bestemming die de industriële reconversie aanstuurt en duurzame banen creëert, en zodoende een essentiële bijdrage levert aan de economische ontwikkeling van het Gewest.

Een strategische uitdaging voor de toekomst van Brussel

De site van Audi Brussels is een van de laatste grote industriële grondreserves in het Brussels gewest.

Terreinen die bestemd zijn voor industrie worden steeds schaarser. Daarom is het uiterst belangrijk dat de toekomst van deze site op de lange termijn blijft voorbehouden aan productieve activiteiten.

Er gaan echter stemmen op om Brusselse industriële bedrijven naar andere gewesten te delokaliseren. In dit scenario zou de vrijgekomen ruimte naar nieuwe woningen moeten gaan.

Onder het mom van stadsontwikkeling leidt deze aanpak echter tot een verdere uitholling van de industriële capaciteit van Brussel en wordt het gewest van de broodnodige banen beroofd.

Strijden tegen speculatie

Uit voorgaande ervaringen met industriële omschakeling, zowel in België als daarbuiten, trekken we de les dat proactief overheidsbeheer grondspeculatie kan voorkomen en er bovendien garant voor staat dat de nieuwe bestemming beantwoordt aan de economische en sociale behoeften van de bevolking.

In Antwerpen en Charleroi heeft het verdwijnen van iconische fabrieken geleid tot herontwikkelingsprojecten die zeer laat kwamen of losgekoppeld zijn van de lokale realiteit. In Brussel is het daarom absoluut noodzakelijk dat de gewestelijke overheid het voortouw neemt. Het Gewest mag Audi niet op zijn eentje de spelregels laten bepalen want hun streefdoel bij de doorverkoop van de terreinen is uiteraard winstmaximalisatie.

Onze eisen voor de Audi-site

ABVV-Brussel pleit voor een ambitieuze en sociaal verantwoorde industriële reconversie die steunt op enkele basisprincipes:

De toekomst van de Audi Brussels-site mag niet uitsluitend worden gedicteerd door vastgoedbelangen of kortetermijndenken.

Voor ons ligt een unieke kans om een sterk industrieel beleid voor Brussel opnieuw uit te tekenen.

ABVV-Brussel blijft ervoor ijveren dat deze omschakeling geen gemiste kans wordt, maar een hefboom voor een economische en sociale ontwikkeling waar Brussel en zijn werknemers wel bij varen.

Een massale mobilisatie voor Wereldvrouwendag!

Sinds 2000 strijdt de Wereldvrouwenmars tegen onrecht, armoede en geweld tegen vrouwen. Duizenden feministische organisaties wereldwijd sluiten zich aan! Ook in België komen we elk jaar op straat voor onze rechten en onze vrijheid.

Op 8 maart in Brussel klonken onze stemmen luider dan ooit!

Bedankt dat jullie met zovelen aanwezig waren!

250308_Manif_feministe_FULL-3

Beknopte analyse van regeerakkoord-BDW-Bouchez door het ABVV

Het regeerakkoord-De Wever is een koude douche voor wie werkt, voor wie van een uitkering leeft en bovenal voor vrouwen. De sterkste schouders blijven daarentegen netjes uit de wind. Hieronder een analyse in vogelvlucht.

Aanpak langdurig zieken

Het regeerakkoord-De Wever plant een harde aanpak van langdurig zieken. Mensen zonder arbeidscontract maar met “arbeidspotentieel” worden verplicht zich in te schrijven als werkzoekende, en de sancties worden opnieuw strenger. Dit beleid lijkt vooral gericht op besparingen en het snel terugsturen van zieken naar de arbeidsmarkt, zonder rekening te houden met hun gezondheidstoestand en noden.

De achterliggende visie van de rechterzijde is gekend: langdurig zieken worden gezien als een kost en niet als mensen die tijd en zorg nodig hebben om te herstellen. Nochtans zijn velen ziek geworden door slechte werkomstandigheden, hoge werkdruk of burn-out. Hen dwingen om te werken zonder duurzame re-integratie zal hun situatie alleen maar verergeren.

Buitenlands beleid

Hierover blijft het regeerakkoord vrij vaag. In het oog springt de besparing van 25 procent op het budget van ontwikkelingssamenwerking.

Het regeerakkoord van de regering-De Wever heeft een sterk eenzijdige economische visie op Europa, waarbij de nadruk bijna volledig ligt op competitiviteit, productiviteit en deregulering ten gunste van bedrijven. Sociale aspecten worden nauwelijks geconcretiseerd. Dit is een gemiste kans om van de EU niet alleen een sterke, maar ook een sociaal rechtvaardige Unie te maken.

Koopkracht

De koopkracht van wie werkt zou moeten stijgen door de verhoging van de belastingvrije som en door hogere minimumlonen. Dat zijn positieve elementen, maar omdat de verhoging van de belastingvrije som voor iedereen geldt, is dit een zeer dure maatregel die ook hoge lonen ten goede komt.

De regering-De Wever houdt vast aan de loonnormwet van 1996, waardoor vakbonden voor werknemers geen betere lonen kunnen onderhandelen. Dit betekent dat lonen kunstmatig laag worden gehouden, zelfs in sectoren waar er economische ruimte is voor opslag. 

De automatische indexering van lonen en uitkering zou op termijn in vraag gesteld worden. Als de sociale gesprekspartners er niet in slagen om tegen eind 2026 een advies uit te werken over een hervorming van de index, kan de regering eenzijdig ingrijpen en het systeem afbouwen.

Sterkste schouders, zwaarste lasten

Van het principe “de breedste schouders dragen de zwaarste lasten” is in het regeerakkoord van de regering-De Wever geen sprake. Vooral werknemers en uitkeringsgerechtigden staan in het oog van de storm, terwijl bedrijven en grote vermogens grotendeels gespaard blijven.

Op werknemers en uitkeringsgerechtigden wordt voor maar liefst 8,7 miljard euro bespaard. Beroepsactieven krijgen er iets bij via een fiscale hervorming van 3,5 miljard euro, maar dit geldt niet voor gepensioneerden, werkzoekenden en langdurig zieken. De meest kwetsbaren krijgen de volle lading.

Tegelijkertijd krijgen bedrijven 1,72 miljard euro bijkomende steun, zonder dat daar garanties voor jobcreatie tegenover staan. Grote vermogens betalen slechts 1,42 miljard euro en fraudeurs krijgen amnestie om hun zwart geld wit te wassen; terwijl 2,3 miljard euro wordt bespaard op werkzoekenden.

Tot zo ver de eerlijke verdeling van de lasten.

Arbeidsmarkt

Het arbeidsmarktbeleid van de regering-De Wever legt de nadruk op meer flexibiliteit en harder werken voor werknemers, zonder dat daar voldoende sociale bescherming of overleg tegenover staat. Dit regeerakkoord lijkt rechtstreeks uit de programma’s van MR en N-VA te komen, met eenzijdige maatregelen die vooral werkgevers bevoordelen en werknemers kwetsbaarder maken.

De maatregelen duwen werknemers richting langere en onzekerdere werkuren, waardoor de druk op de ziekteverzekering verder zal toenemen. Sociale akkoorden worden zonder overleg gewijzigd en uitgehold, waardoor vakbonden minder mogelijkheden hebben om afspraken te maken of compensaties te eisen. Meer nadruk op individuele onderhandelingen tussen werknemer en werkgever verzwakt de positie van werknemers. Dit druist in tegen recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, dat erkent dat werknemers de zwakkere partij zijn in arbeidsverhoudingen.

Beperking werkloosheidsuitkering in de tijd

De regering-De Wever kondigt aan de werkloosheidsuitkeringen te beperken tot twee jaar. Dit betekent dat meer dan 120.000 mensen het lopen hun uitkering te verliezen. Deze mensen gaan niet automatisch werk vinden. Deze rechtse symboolmaatregel leidt enkel tot meer onzekerheid en een hoger armoederisico. Bovendien wordt de uitkering sneller afgebouwd (degressiviteit).

De regering presenteert dit als een noodzakelijke besparing, maar er worden geen structurele oplossingen geboden om mensen duurzaam aan werk te helpen. In plaats van te investeren in jobcreatie, opleiding en begeleiding, worden werkzoekenden vooral financieel bestraft.

Klimaat, energie en mobiliteit

Het is positief dat klimaatdoelstellingen behouden blijven. De regering stelt de Europese klimaatdoelen voor 2030 en 2050 niet in vraag en erkent de noodzaak van een duurzame transitie.

De negatieve elementen zijn:

Het energiebeleid van de regering-BDW-Bouchez legt te veel nadruk op kernenergie en marktwerking, terwijl structurele oplossingen voor energiearmoede en publieke controle over energie ontbreken. Consumenten krijgen enkele beschermende maatregelen, maar bedrijven worden bevoordeeld zonder sociale voorwaarden.

Het mobiliteitsbeleid zoals het wordt aangekondigd in het regeerakkoord combineert enkele positieve stappen voor het openbaar vervoer, maar legt de nadruk op privatisering, hogere kosten voor reizigers en onzekerheid voor spoorpersoneel. Werknemers en lage inkomens dreigen de dupe te worden, terwijl dure infrastructuurprojecten en fossiele salariswagens bevoordeeld worden.

Pensioenen

De pensioenplannen van de regering-De Wever treffen werknemers en ambtenaren hard en zorgen voor meer onzekerheid, vooral voor vrouwen en mensen met een atypische loopbaan. Het komt neer op langer werken voor minder pensioen, met besparingen die vooral de zwaksten treffen.

Vrouwen en ambtenaren worden het hardst getroffen, terwijl zelfstandigen en hogere inkomens grotendeels worden gespaard. Het is een pure besparingsoperatie, terwijl de pensioenen in ons land al bij de laagste zijn in heel Europa.

Vrouwen in de vuurlijn

Als gevolg van de toegenomen flexibilisering en de gelijktijdige vermindering van beschermings- en controlemechanismen voor deeltijds werk, lopen vrouwen op de arbeidsmarkt een nóg groter risico op uitsluiting, ongelijke behandeling en discriminatie.

Bijvoorbeeld:

De hervorming van de wet die abortus decriminaliseert, belandt bovendien terug in de frigo.

Armoedebestrijding

In plaats van armoede structureel aan te pakken, kiest de regering-De Wever voor een harde en controlerende aanpak die de zwaksten in de samenleving nog verder in de problemen duwt. De focus ligt niet op ondersteuning, maar op dwang en sancties.

Lees de volledige analyse van het ABVV

Surf naar de website van het ABVV: regeerakkoord doorgelicht

De 8 meicoalitie stelt een motie voor aan de Brusselse gemeenten om extreemrechts en haatspraak tegen te gaan

De 8 meicoalitie stelt de stemming voor van een motie die de Brusselse gemeenten ertoe aanzet de herdenkingsplicht na te komen en de heropleving van extreemrechts te bestrijden.

De coalitie, die bestaat uit vakbonden en middenveldorganisaties, geeft hiermee een nieuwe impuls aan de herdenking van 8 mei, de 80e verjaardag van de overwinning op het fascisme, een krachtig symbool van verzet en solidariteit.

Dit zijn de grote lijnen van de voorgestelde motie:

Met deze motie geeft de 8 meicoalitie alle gemeenten een effectief instrument in handen om extremisme tegen te gaan en de herinnering aan de strijd die onze ouderen hebben geleverd levend te houden.

De voorgestelde motie (in het frans)

Brief aan de gemeenten (in het frans)

Open brief aan de brusselse informateurs: Brussel moet blijven bruisen!

“Bruxelles bruxellait” zong Jacques Brel meer dan een halve eeuw geleden. Vandaag de dag is de hoofdstad nog steeds mooi, vrolijk en bruisend. Maar hoe lang nog? Het gewest zit in ademnood, verlamd door een eindeloze politieke impasse, toenemend drugsgeweld en een zorgwekkende verarming. Als sociale partners – werkgevers en werknemers samen – hebben we vorige week de noodklok geluid. De politieke impasse bedreigt niet alleen de stabiliteit en de sociaaleconomische ontwikkeling van de hoofdstad, maar legt ook een hypotheek op de toekomst. Brussel kan niet langer blijven stilstaan.

Daarom willen wij – CEO en Algemeen Secretaris van BECI en Voorzitter en Algemeen Secretaris van ABVV-Brussel – de informateurs interpelleren over de belangrijkste uitdagingen waar Brussel voor staat en de oplossingen die wij gezamenlijk voorstellen opdat Brussel zou blijven bruisen.

Een vreedzame omgeving voor bewoners, werknemers en bedrijven

Gezellige handelsbuurten die ooit zo bruisend waren, lijden onder drugstrafiek en bendes.

Deze veiligheidssituatie heeft ernstige gevolgen: voor bedrijven en overheidsdiensten, die de stijgende veiligheidskosten moeten dragen; voor werknemers, toeristen en pendelaars, die zich niet meer veilig voelen als ze onderweg zijn; en vooral voor de bewoners van deze wijken, die er dagelijks onder lijden; en tot slot voor alle Brusselaars, wier levenskwaliteit bedreigd is.

Wij, de sociale partners, zeggen het al lang: als Brussel geen veilige omgeving kan bieden, vluchten werknemers en bewoners weg. Een gewest waar mensen bang zijn om de metro te nemen of laat thuis te komen, is nefast voor zijn sociaaleconomische dynamiek en welvaart.

De federale regering heeft een taskforce aangekondigd. Maar zonder echte coördinatie met de Brusselse uitvoerende macht riskeert dit initiatief puur politiek te blijven: een pleister op een houten been.

Maar een optimaal veiligheidsbeleid volstaat niet om tot een vreedzame omgeving te komen. Alle spelers in het gewest – politici, werkgeversvertegenwoordigers en werknemersvertegenwoordigers – moeten ook tot een beter gezamenlijk overleg komen. Daarom pleiten we voor een nieuw sociaaleconomisch akkoord tussen de drie partijen, waarin de gedeelde prioriteiten van de sociale partners vertegenwoordigd in Brupartners worden opgenomen.

We willen ook samenwerken met alle publieke en private actoren om de industrie in Brussel nieuw leven in te blazen, via een beleid dat meer ruimte geeft aan industriële activiteiten en met een aangepast mobiliteits- en logistiek beleid. Een industrie die verbonden is met de stad en haar inwoners, die sociale vooruitgang combineert met respect voor het milieu.

We moeten ook de Shifting Economy-strategie verderzetten, om massaler te investeren in de klimaattransitie en bedrijven te stimuleren die een positieve sociale en milieu-impact hebben, terwijl we het beleid ter ondersteuning van onderzoek en innovatie verder ontwikkelen ten gunste van de bedrijven, de werknemers en de Brusselaars.

In het licht van de door de federale regering aangekondigde maatregelen inzake werkloosheid en langdurige ziekte, moeten we ook het werkgelegenheids- en opleidingsbeleid herzien om de toegang tot werk voor alle Brusselaars te verbeteren en om wie jammer genoeg zijn baan verliest sneller en doeltreffender te ondersteunen. Er moet ook bijzonder aandacht gaan naar de fundamentele problematieken van discriminatie en diversiteit op de arbeidsmarkt, de strijd tegen zwartwerk en sociale dumping, willen we de Brusselaars alle kansen bieden om een kwaliteitsjob te vinden.

Op het vlak van huisvesting moet Brussel, naast het evalueren en bestendigen van de Renolution-strategie, een renovatie- en bouwbeleid voeren zodat alle inwoners kunnen genieten van degelijke, kwaliteitsvolle huisvesting tegen een betaalbare prijs. Daartoe moeten onder meer de vergunningsprocedures worden versneld en vereenvoudigd.

De begroting

Brussel verkeert ook financieel in zwaar weer. De gewestschuld blijft groeien, Belfius verlaagt drastisch zijn kredietlijn en de ratingbureaus houden de situatie nauwlettend in de gaten. Zonder stabiele regering en zonder strategische visie zullen de leenkosten waarschijnlijk de pan uit rijzen. Met welke gevolgen? Minder investeringen en blinde besparingen op sociaal en economisch vlak.

Deze malaise heeft niet alleen gevolgen voor de overheidsfinanciën en de overheidsdiensten, maar ook voor de bedrijven die het gewest draaiende houden. Werkgevers zien het kapitaal opdrogen dat ze nodig hebben om te groeien, terwijl werknemers lijden onder een klimaat van onzekerheid dat hun banen en inkomen ondermijnt.

De noodzakelijke sociale beleidsmaatregelen en diensten voor de inwoners van Brussel kunnen niet meer gegarandeerd worden. We moeten dus dringend voorzien in de nodige financiële middelen voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het gewest, door zowel aan de uitgaven- als aan de ontvangstenzijde te werken, met behoud van de economische dynamiek en het sociaal beleid.

Werken aan de attractiviteit

Brussel moet zijn titel van Europese hoofdstad waarmaken: multicultureel, dynamisch, levendig, innovatief en veilig. Het Gewest heeft een regering nodig die haar lot weer in eigen handen neemt, en waar bewoners, ondernemers, toeristen en werknemers zich in alle vertrouwen verplaatsen.

Als er niet snel actie wordt ondernomen, oogt de toekomst van Brussel somber. Dit is niet alleen een bedreiging voor de bedrijven, die moeite zullen hebben om de werknemers en de investeringen aan te trekken die ze nodig hebben om te groeien, maar ook voor de werknemers en inwoners van Brussel, die behoefte hebben aan solide vooruitzichten in een omgeving waar het goed wonen en werken is.

Brussel moet blijven bruisen – gisteren, vandaag en nog lang na morgen!

De sociale partners in Brussel raken ongeduldig: inactiviteit is geen optie meer!

Brussel, 21 februari 2025 – Acht maanden na de verkiezingen is Brussel nog steeds zonder regering. De missie van de informateur zou vrijdag om 17u kunnen eindigen. En dan? Het is met één stem dat de Brusselse vertegenwoordigers van werknemers en bedrijven de politieke partijen hebben aangespoord eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen en een impasse met ernstige gevolgen te vermijden.

Brussel bevindt zich in een kritieke periode. Terwijl de regio wordt geconfronteerd met tal van uitdagingen, met name na de beslissingen van de nieuwe federale regering, is het dringend nodig om actie te ondernemen en de politieke strijd achter ons te laten. Wij verwachten van onze politieke vertegenwoordigers een verantwoorde en constructieve benadering in het belang van en met respect voor degenen die wonen, ondernemen en werken in Brussel.

Onze verbondenheid met Brussel, gecombineerd met de urgentie van een regering, dwingt ons om samen op te treden, collectief te reageren en de politieke partijen tot rede te brengen, alle vitale krachten te mobiliseren om de toekomst van Brussel te tekenen.

Het gebrek aan een regionale regering is een legitieme bron van bezorgdheid voor de burgers, werknemers en bedrijven in Brussel. Elke dag zonder regering verergert een al zorgwekkende situatie. De komende regering zal voor belangrijke uitdagingen staan:

Inactiviteit is een fout. Brussel is regeringsmoe! Wij roepen de Brusselse politieke verantwoordelijken van alle democratische stromingen op om wakker te worden en hun verantwoordelijkheid te nemen. Wij roepen hen op om zich niet langer als politici te gedragen, maar als staatslieden die het niveau en de verwachtingen van de Brusselaars aankunnen.

Onze regio verdient beter dan een status quo die gedoemd is te mislukken. Brussel moet een aantrekkingspool worden voor economische ontwikkeling, volledige werkgelegenheid en sociale rechtvaardigheid, waar de levenskwaliteit vooropstaat. De komende regering zal een collectief succes zijn of zal niet bestaan. Om dit te bereiken, zijn gedeelde waarden, ambitie, sterke allianties en de wil om de breuklijnen te overstijgen nodig.

Brussel verdient een stralende toekomst. Laten we er samen aan werken. De sociale partners zijn klaar.

Schrapping van de welvaartsenveloppe: de meest kwetsbare Belgen worden het meest getroffen!

Het zijn opnieuw de gepensioneerden, de zieken en de werklozen die de hoogste prijs betalen voor de besparingsmaatregelen van de Arizona-coalitie: de regering-De Wever heeft beslist om de welvaartsenveloppe af te schaffen.

Dankzij dit budget, dat om de twee jaar wordt geëvalueerd door de sociale partners, konden de laagste en oudste pensioenen, de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en de minimumuitkeringen bij ziekte, arbeidsongevallen en werkloosheid worden aangepast.

In de komende periode moest er 1 miljard euro naar deze maatregelen gaan, waarvan het grootste deel bestemd was voor de laagste pensioenen.

Voor honderdduizenden mensen met een inkomen dichtbij of onder de armoedegrens betekent deze enveloppe een essentiële steun. Maar om een begrotingstekort te compenseren, heeft de Arizona-coalitie ervoor gekozen om deze enveloppe volledig te schrappen, wat een besparing van 2,8 miljard euro op een periode van twee jaar oplevert.

Dit is de zoveelste asociale maatregel die bevestigt dat we moeten blijven mobiliseren om de regering te dwingen van koers te veranderen ✊

Hoe staat het met de Brusselse werkgelegenheid?

Een interview met Florence Lepoivre, Algemeen Secretaris van ABVV-Brussel

Terwijl het debat over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen en de aanvallen op sociale rechten in alle hevigheid woeden, werpt Florence Lepoivre, algemeen secretaris van ABVV-Brussel, een blik op twee recente studies: het arbeidsmarktrapport van view.brussels[1] en het sociaal-economisch overzicht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van het BISA[2].

De meest recente gegevens over de Brusselse arbeidsmarkt en de sociaaleconomische situatie lijken positief. Ben jij dezelfde mening toegedaan?

View.brussels stelt vast dat het aandeel werklozen de afgelopen vijf jaar met 11,4% is gedaald, terwijl het aandeel werkenden met 13,7% is gestegen. Dat is zeker goed nieuws, vooral gezien het aantal Brusselaars sinds 2000 met bijna 30% is toegenomen en het Brussels Gewest in 2023 meer dan 1,2 miljoen inwoners telt.

Ook het BISA bevestigt dat het aantal werkenden nog nooit zo hoog is geweest, met een werkgelegenheidsgraad van 60,6% in 2024, wat als ongezien in de afgelopen 40 jaar wordt beschouwd.

Paradoxaal genoeg toont het IBSA ook aan dat het aantal werkzoekenden is toegenomen, voornamelijk als gevolg van de wijzigingen in de inschrijvingsprocedures voor leefloners als werkzoekenden.

Deze cijfers wijzen op een dubbele uitdaging: de positieve dynamiek behouden en tegelijkertijd de noden van de meest kwetsbare personen op de arbeidsmarkt aanpakken.

Is het gelet op de hogere werkgelegenheid dan niet contraproductief om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd?

Zeker weten. De aanvallen op de rechten van werklozen, zoals verscherpte sancties, degressiviteit van de uitkeringsbedragen en de beperkingen op de toegang tot uitkeringen, zijn de afgelopen jaren alleen maar toegenomen.

Met de MR en de N-VA is de toekomstige federale regering duidelijk van plan het Belgische systeem van werkloosheidsuitkeringen, en meer in het algemeen de sociale zekerheid, verder af te bouwen.

Toch tonen alle studies (UCL, RVA, IRES, OESO,…) aan dat deze maatregelen niet bijdragen aan een terugkeer naar werk, maar juist de kwetsbaarheid en armoede vergroten, in de eerste plaats bij jongeren, vrouwen en oudere werknemers

Een concreet voorbeeld: na de invoering van de beperkingen in de tijd van de inschakelingsuitkeringen in 2015 vond 77% van wie uitgesloten werd geen werk, en twee derde van hen waren vrouwen. Deze cijfers tonen duidelijk aan dat dergelijke beleidsmaatregelen niet lonen.

Bij het ABVV hebben we herhaaldelijk benadrukt dat de beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd uitermate onrechtvaardig en ineffectief is. Het treft vooral langdurig werklozen die vaak het verst van de arbeidsmarkt af staan.

In Brussel is meer dan de helft van deze mensen ouder dan 50 jaar, wat hun kansen om weer aan het werk te gaan nog verkleint.

In 2023 waren 140.000 mensen al langer dan twee jaar werkloos, en meer dan de helft zat al meer dan vijf jaar zonder werk. Denken dat hun uitkeringen stopzetten hen zal helpen een baan te vinden, is absurd.

Uit een studie van Dulbea blijkt dat slechts 26,3% van de getroffen werklozen in Brussel opnieuw aan werk zou geraken. Deze maatregel vergroot alleen maar de armoede, belast de OCMW’s nog verder en verslechtert de arbeidsomstandigheden voor alle werknemers.

Als deze aanvallen op sociale rechten hun doel niet raken, wat is dan het echte doel?

Als het doel is om geld te besparen, kan ik op een blaadje meegeven dat deze maatregel dat zeker niet zal doen! Werkloosheidsuitkeringen vormen slechts ongeveer 3% van het totale budget van de sociale zekerheid. Het is dus hoog tijd om de fabel te ontkrachten dat werklozen te veel kosten aan de overheidsfinanciën!

Het echte doel van de toekomstige regering is duidelijk: werknemers verzwakken en hen dwingen om precaire jobs te aanvaarden. Het is een strategie om de lonen en arbeidsvoorwaarden onder druk te zetten, en dit is vooral in het voordeel van de werkgevers die op zoek zijn naar goedkope arbeidskrachten.

De cijfers spreken voor zich: tussen 2009 en 2019 was 65% van de gecreëerde jobs in Brussel precair, zoals onvrijwillig deeltijds werk, tijdelijke contracten en schijnzelfstandigheid. Deze precaire jobs treffen vooral reeds gediscrimineerde of kwetsbare groepen: vrouwen, jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Welke hefbomen moeten worden ingezet om de werkgelegenheid in Brussel te verbeteren?

Het is hoog tijd om te stoppen met het stigmatiseren van werklozen en om de echte oorzaken van de problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken. Verarming van een deel van de bevolking leidt niet tot een rechtvaardigere samenleving.

Bij het ABVV pleiten we voor een tewerkstellingsbeleid dat sociale rechten versterkt, investeert in mensen, en werkgevers responsabiliseert. Een sterke economie is gebaseerd op werknemersrespect en constructieve sociale dialoog.

In Brussel is de uitdaging des te groter, aangezien bijna de helft van de langdurig werklozen ouder is dan 50 jaar. Deze mensen, die al kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, zullen bijzonder zwaar getroffen worden door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, terwijl zij juist minder kans hebben om opnieuw werk te vinden.

Een andere belangrijke hefboom is het vereenvoudigen en toegankelijk maken van de erkenning van buitenlandse diploma’s. In maart 2023 bevond 43,5% van de werkzoekenden die bij Actiris waren ingeschreven zich in de categorie “buitenlander zonder gelijkwaardigheidserkenning”, wat neerkomt op ongeveer 38.300 personen. Zij hebben vaak een opleiding genoten, maar ze stuiten op administratieve en financiële hindernissen waardoor hun vaardigheden niet worden erkend. Zo loopt de arbeidsmarkt getalenteerde werknemers mis.

Massale investeringen in opleiding en persoonlijke begeleiding moeten prioritair blijven om zo duurzame beroepsinschakeling te stimuleren. In Brussel wordt 64,9% van de banen ingevuld door mensen met een diploma hoger onderwijs, wat wijst op een hooggekwalificeerde economie die sterk is gericht op diensten. Kortgeschoolde functies vertegenwoordigen nog slechts één op de tien banen in Brussel. Toch hadden in 2023 ongeveer 16.500 werkzoekenden enkel een diploma van het lager secundair onderwijs.

Tot slot moeten we de Brusselse werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen. Dit omvat onder meer dat ze hun vacatures verplicht bij Actiris moeten melden, zodat knelpuntfuncties beter in kaart kunnen worden gebracht en er meer transparantie komt over de kansen en de kwaliteit van de aangeboden banen. Dit houdt ook in dat zij hun opleidingsplichten nakomen, zodat de vaardigheden van de werknemers worden verbeterd en hun werkzekerheid toeneemt. Daarnaast moeten we de creatie van kwalitatieve banen stimuleren, vooral voor gediscrimineerde of kwetsbare doelgroepen. Ook moeten we definiëren wat we verstaan onder ‘kwalitatieve tewerkstelling’, en de steun aan bedrijven hiervan afhankelijk maken. Ten slotte moeten we intensiever strijden tegen discriminatie op de arbeidsmarkt.

Al deze maatregelen kunnen de Brusselse arbeidsmarkt daadwerkelijk transformeren, zodat die inclusiever, rechtvaardiger en duurzamer wordt.

Laat de kwaliteit van de tewerkstelling in Brussel te wensen over?

De cijfers spreken voor zich… Tussen 2009 en 2019 was 65% van de gecreëerde banen precair: opgedrongen deeltijdwerk, tijdelijke contracten, uitzendwerk, schijnzelfstandigheid of zwartwerk. Groepen die al te maken krijgen met discriminatie, vinden we verhoudingsgewijs veel meer terug in dit soort precaire banen: 90% van de laagopgeleide jonge vrouwen heeft een precaire baan in Brussel, en 53% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar is aan het werk met een tijdelijk contract.

Volgens cijfers van view.brussels had 14,6% van de Brusselse werknemers in 2023 een tijdelijke baan, een hoger percentage dan in Wallonië en Vlaanderen. Voor vrouwen loopt dit cijfer zelfs op tot 15,6%. In Wallonië betreft slechts een derde van de vacatures een vaste arbeidsovereenkomst, in Vlaanderen is dat nog geen 39%. In Brussel gaat 50% van de vacatures over een vaste overeenkomst, maar meer dan een derde betreft uitzendwerk, wat de werkonzekerheid verder verhoogt.

Met welke belemmeringen worden Brusselse werkzoekenden geconfronteerd?

Naast problemen met discriminatie of te hoge eisen bij de aanwerving van sommige werkgevers, blijven diploma’s een groot probleem. Laaggeschoolde werkzoekenden hebben vandaag de dag moeite om hun plaats te vinden op de Brusselse arbeidsmarkt.

Hoewel het aandeel laagopgeleide werkzoekenden de afgelopen tien jaar continu is gedaald (van 65,9% in 2013 naar 61,7% in 2023), blijft deze groep sterk oververtegenwoordigd. Hun uitstroompercentage naar werk blijft bijzonder laag, wat hun uitsluiting versterkt.

Daarom moet er massaal worden geïnvesteerd in persoonlijke begeleiding zodat deze werknemers de vaardigheden verwerven die de Brusselse arbeidsmarkt vraagt. Er zijn gerichte initiatieven nodig om mensen te helpen zich aan te passen aan de eisen van de voortdurend veranderende arbeidsmarkt.

Daarnaast moeten deze inspanningen deel uitmaken van een globale strategie die zowel de erkenning van bestaande competenties als de toegang tot aangepaste opleidingsprogramma’s omvat. Alleen zo kunnen we structurele barrières op de arbeidsmarkt wegnemen, en ook de meest kwetsbare doelgroepen kansen geven.


[1] het Brussels Observatorium voor werkgelegenheid en opleidingen

[2] Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse perspective.brussels

Wat veranderd in 2025?

Een indexering, overgedragen vakantiedagen opnemen, hogere elektriciteitstarieven, uitbreiding pleegouder en adoptieverlof, supplementen bij de dokter of tandarts … Wat is er nieuw in 2025 op het vlak van koopkracht, mobiliteit, gezondheid, sociaal beleid en sociale rechten? 

Tijdelijke werkloosheid gaat digitaal

Vanaf 2025 kan je het aanvraagformulier tijdelijke werkloosheid digitaal ondertekenen. De controlekaart om uitkeringen te ontvangen gaat volledig digitaal. 

Meer info op de website van het ABVV

Hogere pensioenleeftijd, strengere voorwaarden minimumpensioen

Op 1 januari 2025 gaat de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar, de nieuwe pensioenbonus treedt in voege, de toegangsvoorwaarden voor het minimumpensioen verstrengen en er komt een inkomensgrens voor gepensioneerden met flexi-job. 

Lees op de website van het ABVV de belangrijkste pensioenveranderingen 

Indexering van loon of uitkering

In januari worden dankzij de automatische indexering de lonen van een pak werknemers aangepast aan de inflatie, de stijgende prijzen. Voor de horecasector, voedingsindustrie, transport, internationale handel en logistiek zou het brutoloon met 3,57% verhogen. In paritair comité 200, met een half miljoen bedienden in callcenters, uitzendkantoren, ICT, consultancy, reisagentschappen, studiebureaus, reclamebureaus, grafische nijverheid, bouwbedrijven, groothandel … wordt eenzelfde indexering verwacht al moet het indexcijfer van december nog afgeklopt worden. 

Het Federaal Planbureau verwacht dat door de stijgende prijzen de volgende spilindex in januari 2025 bereikt zal worden. Dankzij ons uniek systeem van automatische indexering zouden de uitkeringen vervolgens in februari met 2% verhogen zodat ook wie aangewezen is op een uitkering z’n koopkracht behoudt. De lonen in de overheidssector en de social profit zouden dan volgen in maart. 

Einde bevriezing maximumtarieven en ereloonsupplementen

In 2025 stopt de bevriezing van de maximumtarieven van ereloonsupplementen in ziekenhuizen. Dit betekent dat ziekenhuizen en artsen weer ereloonsupplementen kunnen aanrekenen aan patiënten die aan hun ziekenhuisbed zitten gekluisterd.

Het ABVV betreurt dit. De bevriezing beschermde patiënten tegen hoge facturen én artsen tegen hogere afdrachten aan het ziekenhuis. Natuurlijk zijn er nog steeds wettelijk afgesproken tarieven, maar in bepaalde omstandigheden mogen ziekenhuizen kamersupplementen aanrekenen en artsen ereloonsupplementen. Dit jaagt patiënten nodeloos op kosten. De overheid zou de ziekenhuizen beter en direct moeten financieren zodat ze niet afhangen van de afdrachten van artsen, die artsen eerst aanrekenen aan de patiënt. 

Verbod op supplementen bij arts en tandarts

Het is verboden voor verpleegkundigen, vroedvrouwen, kinesitherapeuten en paramedici zoals logopedisten om sociaal en financieel kwetsbare patiënten supplementen aan te rekenen. Vanaf 2025 wordt dit verbod uitgebreid naar artsen en tandartsen. Een goede zaak: het biedt zekerheid en betaalbare zorg aan mensen die het niet breed hebben en beroep doen op een tandarts of een arts zonder opgenomen te zijn in een ziekenhuis.

Bij de artsen:

Bij de tandartsen:

Overgedragen vakantiedagen opnemen

In 2025 kan je de jaarlijkse vakantiedagen inplannen die je in 2024 niet kon opnemen, omwille van een arbeidsongeval, ziekte, moederschapsrust of vaderschapsverlof, geboorteverlof, adoptieverlof of pleegouder- of pleegzorgverlof, én overgedragen hebt.

Vroeger was het zo dat wanneer je als werknemer ziek werd tijdens je vakantie, je die vakantiedagen niet kon behouden en kwijtspeelde. Dat is op 1 januari 2024 veranderd. Wanneer je ziek wordt tijdens je wettelijke vakantie kan je, onder bepaalde voorwaarden, je vakantiedagen behouden om deze later op te nemen. Je kan wettelijke vakantiedagen ook overdragen wanneer je ze niet kon opnemen door langdurige arbeidsongeschiktheid zoals moederschapsrust of geboorteverlof ea. Zo behoudt iedereen het recht op vier weken vakantie per jaar. 

Meer info in dit artikel op de website van het ABVV 

Maandelijkse uitbetaling geboorteverlof

Vanaf 1 januari 2025 zal jouw ziekenfonds maandelijks je geboorteverlofuitkering betalen in plaats van aan het einde van de verlofperiode. Je werkgever zal vanaf 2025 dus maandelijkse de informatie ter zake moeten doorgeven.

De geboorte van een kind geeft recht op 20 dagen geboorteverlof voor de vader of meemoeder. De eerste 3 dagen ontvang je jouw gewoon loon. De resterende 17 dagen ontvang je een uitkering van jouw ziekenfonds. Je kiest zelf wanneer je die 17 dagen opneemt, maar dat moet wel binnen de 4 maanden volgend op de geboorte. Tot nu toe betaalde je ziekenfonds maar uitkeringen wanneer alle dagen opgenomen waren of wanneer de periode van 4 maanden voorbij was. Want dan pas werd de aangifte verstuurd door je werkgever. Vanaf nu gebeurt dit allemaal maandelijks.

Uitbreiding pleegouder en adoptieverlof

Vraag je adoptie- of pleegouderverlof ten vroegste aan op 1 januari 2025 én start dat verlof ook ten vroegste op 1 januari 2025, dan heb je recht op een extra week in vergelijking met dit jaar. Deze extra week wordt toegevoegd aan het ‘bijkomend krediet’, te verdelen onder de adoptie- of pleegouders. 

Adoptieverlof en pleegouderverlof bestaan uit twee delen: 

Dit bijkomend krediet verhoogde op 1 januari 2023 naar 3 weken, en nu op 1 januari 2025 verhoogt het dus naar vier weken. Op 1 januari 2027 verhoogt het naar vijf weken.

Gemeenten zien federale steun voor aanvullende financiële hulp wegvallen

Lokale OCMW’s hebben als taak te waarborgen dat de burgers in hun gemeente een leven kunnen leiden dat voldoet aan de menselijke waardigheid. De maatschappelijk werkers kunnen berekenen of mensen ook aanvullende financiële steun nodig hebben, los van een leefloon of andere ondersteuning. Wie dergelijke aanvullende financiële steun toegewezen krijgt, verbindt er zich toe een sociaal of professioneel activeringstraject te volgen.

Meer dan 7 op 10 OCMW’s maakten hiervoor gebruik van federale subsidies. Grote steden zoals Antwerpen en Luik ontvingen hiervoor meer dan 2 miljoen euro steun, Charleroi en Brussel anderhalf miljoen, Gent meer dan 1 miljoen. Deze steun loopt eind 2024 af. De vraag is maar of OCMW’s en dus de steden en gemeenten, gezien hun doorgaans precaire financiële situatie, met eigen middelen deze aanvullende financiële hulp kunnen blijven voorzien. De kans bestaat dus dat deze hulp daalt of niet meer wordt toegekend. Daarom moet een nieuw federaal akkoord deze steun structureel maken. Zo is er geen terugval in sociale bescherming van mensen én kan de steun ook geharmoniseerd en geobjectiveerd worden. 


Treintickets duurder vanaf februari

De prijs voor treintickets zal op 1 februari 2025 geïndexeerd worden en dus opnieuw stijgen. De tarieven van de tickets (Standard, Recht op verhoogde tegemoetkoming, Senior en Youth, Weekend Ticket, Local Multi, Youth Multi, Standard Multi) in tweede klas zullen 2,91% meer kosten. De tarieven van de abonnementen (Standard, Flex, Halftijds en Student) gaan met 3,03% omhoog. Voor wie met de trein naar het werk gaat en een derdebetalersregeling heeft, verandert er niks. Wie geen derdebetalersregeling heeft om met de trein te pendelen naar en van het werk, zal iets meer betalen.

Later op het jaar zal de NMBS een volledig nieuw tariefbeleid invoeren en het senioren- en jongerenticket zal in de loop van 2025 afgeschaft worden. In de plaats daarvan zal de NMBS met kortingen werken, maar het is nog onduidelijk wat de concrete impact zal zijn op jongeren en senioren. We voerden al meermaals actie om onze ongerustheid te uiten en volgen van nabij op wat dit zal betekenen voor de prijs van een treinticket voor jongeren en senioren.

Hogere tarieven elektriciteit

Op 1 januari 2025 verhogen de tarieven van netbeheerder Elia voor de transmissie van elektriciteit, de hoogspanningsmasten. Dit heeft betrekking op slechts zo’n 3% van onze energiefactuur, maar de prijs stijgt van 12,14 euro per MWh in 2024 naar 21,55 euro per MWh in 2025. Volgens berekeningen zou dit betekenen dat een gemiddeld gezin 40 euro meer moet betalen per jaar.

Binnen de adviesraad van de CREG, de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, was er van vakbonden en werkgevers een advies om deze kostenverhoging niet door te voeren. De regering volgde dat advies echter niet, en laat Elia de tarieven verhogen. Een reden te meer om die netbeheerder volledig te nationaliseren.

Sluitingsvergoeding uitgebreid 

Het ‘Fonds tot vergoeding van de in geval van Sluiting van Ondernemingen ontslagen werknemers’ (FSO) vergoedt werknemers die getroffen zijn door de sluiting van hun onderneming. Tot nu toe waren ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit hiervan uitgesloten. Dat verandert. 

In geval van sluiting vanaf 1 januari 2025 is er ook een sluitingsvergoeding verschuldigd aan werknemers van ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit

Meer info over de sluitingsvergoeding vind je hier op de RVA-website 

Jaarlijkse berekening drempel klokkenluiders

Bedrijven met meer dan 50 werknemers zijn verplicht om een procedure, een meldkanaal en een opvolging op te stellen zodat werknemers bepaalde inbreuken op het recht van de Europese Unie in een werkgerelateerde context kunnen melden. Klokkenluiders, werknemers die deze inbreuken melden, worden beschermd tegen represailles. 

Vanaf 2025 wordt de drempel van 50 werknemers jaarlijks berekend. 

Meer info? Zie de ABVV-brochure ‘Klokkenluiders’ 

Duurdere Vlaamse dienstencheques 

Voor elke dienstencheque die wordt aangekocht in Vlaanderen vanaf 1 januari 2025 zal je 1 euro bijbetalen en geniet je niet langer van een fiscaal voordeel. Concreet: vanaf januari kost een dienstencheque 10 euro in plaats van 9 euro en het belastingvoordeel, goed voor 1,8 euro, valt weg. 

De prijsstijging van 1 euro moet integraal worden ingezet om de loons- en arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen te verbeteren. De Vlaamse regering maakte eerder deze belofte. Wij als vakbond blijven hen daar aan herinneren tot het zo ver is. De loon- en arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen worden nu onderhandeld in het daartoe bevoegde paritaire comité en vastgelegd in een cao. Dit sectoraal akkoord is noodzakelijk opdat de loons- en arbeidsvoorwaarden kunnen worden versterkt. 

Strijd tegen sociale dumping

Vanaf 2025 kunnen onderaannemers in de bouw, de vleesverwerkende industrie en de verhuissector hun opdrachten niet meer volledig toevertrouwen aan een andere onderaannemer. Specifiek voor de verhuissector zal de onderaannemingsketen beperkt worden tot maximaal 3 niveaus.

In Vlaanderen geldt vanaf 1 januari 2025 ook ketenaansprakelijkheid met meer verplichtingen voor aannemers tegen illegale tewerkstelling van derdelanders. 

Het ABVV, dat al jarenlang sociale dumping bestrijdt, juicht toe dat de ketens van onderaanneming worden aangepakt. Wij blijven echter een effectieve hoofdelijke aansprakelijkheid eisen voor de gehele onderaannemingsketen.