Werkloosheid is geen ‘Win For Life’, maar is elke dag strijden om je waardigheid te behouden.
Een opiniestuk van Florence Lepoivre, Algemeen secretaris ABVV-Brussel
Vanmorgen stond ik aan van onze werkloosheidsdiensten om onze leden te ontmoeten. En opnieuw besefte ik hoezeer de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, dé maatregel van de regering-De Wever, een brute, onrechtvaardige, ongelijke, asociale en gewoon ondraaglijke hervorming is.
Een hervorming die veel Brusselaars in een hachelijke situatie stort.
Een hervorming die de federale sociale zekerheid ontmantelt.
Een hervorming die de solidariteit ondermijnt die we sinds het einde van de 19e eeuw voor alle werknemers hebben opgebouwd, dankzij een felle strijd.
Vanmorgen kwam ik tientallen werkzoekenden tegen.
Iedereen maakt zich zorgen. Velen weten niet meer waar ze terecht kunnen.
Sommigen zijn boos. De meesten zijn verbijsterd, begrijpen het niet en praten met tranen in hun ogen over hun situatie.
Ik ontmoette een vader van drie kinderen die vecht om een baan te vinden, maar daar niet in slaagt. Of in ieder geval geen baan die stabiel genoeg is om zijn gezin een fatsoenlijk inkomen te bieden en hen het welzijn te geven dat ze verdienen.
Ik ontmoette een jongeman van Italiaanse afkomst, die sinds zijn aankomst in België het ene na het andere uitzendcontract aaneen heeft geregen. Hij heeft zijn geboortegrond Sicilië verlaten omdat hij geen hoop had er een job te vinden. En ondanks al zijn inspanningen, ondanks zijn harde werk, ondanks alle jobs die hij heeft gehad, wordt hij uitgesloten van de werkloosheid.
Ik heb ook gesproken met een vrouw van Congolese afkomst, die wordt gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en niet meer weet wat ze moet doen om een baan te vinden.
Er was ook een vrouw die me opgelucht vertelde: “Ik ben sinds 1 februari met pensioen. Gelukkig maar.”
Ik heb gesproken met een PWA-werknemer, die ondanks alles zal blijven werken voor een Europese school, ook al verliest hij zijn werkloosheidsuitkering en loopt hij het risico niet zijn volledige leefloon te ontvangen. Omdat hij moet werken. Voor zichzelf. Om zijn waardigheid te behouden. Maar hij weet niet hoe hij het zonder inkomen moet redden in juli en augustus, wanneer de school gesloten is. En hij begrijpt niet waarom deze school hem geen echt contract kan aanbieden.
Ik ontmoette een jonge vrouw die in de human resources werkte en werknemers moest ontslaan om ze te vervangen door studenten of flexijobbers, die goedkoper waren voor de werkgever. Dit stond haar zo tegen dat ze ontslag nam. Ze wil geloven dat ze een baan zal vinden die zinvol is en die aansluit bij haar waarden.
Ik ontmoette een man van iets boven de 60. Meer dan 27 jaar gewerkt. Avonden, nachten, soms weekends, in een zwaar beroep. Hij heeft rugpijn, maar niet genoeg om als arbeidsongeschikt te worden erkend. Hij heeft niet genoeg gewerkt om zijn werkloosheidsuitkering te behouden. Ondanks zijn leeftijd. Ondanks zijn 27 jaar aan bijdragen die hij betaalde met zijn gewerkte uren, overuren en weekenduren.
Er was een jonge vrouw met twee kleine kinderen van 8 maanden en 2,5 jaar oud. Ze moest haar man en haar huis ontvluchten en alles achterlaten, met haar twee kinderen onder haar arm, nadat haar oudste kind seksueel misbruikt was… op 2,5-jarige leeftijd! Ze moet haar zaken regelen met advocaten, rechters en sociale diensten. Ze moest stoppen met werken. Binnenkort verliest ze haar uitkering, haar enige bron van inkomsten. Ze schaamt zich om naar het OCMW te stappen om te vragen waar ze nochtans recht op heeft, wat jij en ik, wat de samenleving haar verschuldigd is.
Dit zijn slechts enkele gezichten die ik vanmorgen ben tegengekomen.
Gezichten die mij voor altijd zullen bijblijven.
Ook al heb je hen niet ontmoet, ik hoop dat je met deze woorden een gezicht en een verhaal kan plakken op de 42.000 werkzoekenden in Brussel – en de 180.000 werklozen in België – die geen recht meer hebben op een uitkering.
Achter deze cijfers gaan levens schuil. Gezinnen. Levensverhalen. Dagelijkse strijd.
En tegenover hen staat een federale regering die stigmatiseert, karikaturen schetst en mensen op brute wijze uitsluit. Zonder na te denken. Zonder nuance. Zonder ook maar een kans te geven aan zij die elke dag vechten om een stabiele, duurzame en waardige job te vinden.
Armoede – Een lege rekening is geen beleid
Een opiniestuk van BertEngelaar, voorzitter van het ABVV.
Aan de loketten van de dienstverlenings-kantoren, aan de telefoon, in infosessies … hoorden onze medewerkers de voorbije weken talloze getuigenissen. Geen grote theorieën, wel korte zinnen die blijven hangen.
Mensen die niet afhaken, maar vastlopen. Leden die solliciteren, opleidingen zoeken, afspraken maken, kinderen opvoeden, mantelzorg opnemen, hier en daar een schamel minicontractje binnenhalen en toch wakker worden met één vraag die alles overneemt: staat het geld er al op?
Die vraag kwam het voorbije weekend voor velen aan als een klap in het gezicht. Bankapp open. Refresh. Niets. Geen vertraging die je rustig kunt uitzitten, maar een onmiddellijke kettingreactie: huur, energie, voeding, schoolkosten, kinderopvang. Wie niet kan betalen, verliest keuzevrijheid. Wie keuzevrijheid verliest, verliest ook waardigheid. Dat is geen pech. Dat is beleid dat de grens tussen administratie en overleven dun maakt.
Motivatietechniek
Aan de loketten horen we hoe die dunne grens mensen naar binnen duwt. Eerst komt de schaamte: “Het zal wel mijn fout zijn.” Dan de angst voor de post: brieven die blijven liggen omdat woorden als “geschorst”, “uitgesloten” of “terugvordering” te zwaar wegen.
Daarna volgt de tocht langs loketten en telefoonnummers: opnieuw uitleggen, bewijzen, wachten. Een dossier wordt zwaarder dan een mens. De stress kruipt in de slaapkamer, in de maag, in het hoofd. Wie in overlevingsmodus zit, denkt niet in jaren maar in dagen: hoe komt er morgen eten op tafel?
Toch wordt in het publieke debat vaak beweerd dat lagere uitkeringen mensen vanzelf naar werk duwen. Armoede als bedreigende motivatietechniek: het klinkt stoer, het werkt niet. Onzekerheid is geen begeleiding. Wie constant brandjes blust, kan moeilijk investeren in een toekomst. Dat is niet alleen moreel problematisch, het is ook economisch kortzichtig.
Nieuw onderzoek van KU Leuven, UC Louvain en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, op basis van langetermijndata bij tienduizenden mensen, wijst net in de andere richting: hogere uitkeringen boven de armoedegrens helpen mensen sneller terug naar werk, omdat ze opnieuw kunnen investeren in zichzelf. Bijscholen, vervoer betalen, een auto delen, een abonnement nemen, een laptop herstellen, kinderopvang regelen, eindelijk medische of psychologische zorg opnemen die al maanden wordt uitgesteld. Stabiliteit is geen hangmat. Stabiliteit is een springplank.
De verhalen aan de loketten maken die conclusie tastbaar. Leden vertellen hoe een te laag inkomen kleine problemen groot maakt. Wie geen geld heeft voor een treinabonnement, raakt niet op gesprek. Wie de tandarts uitstelt, sleept pijn mee naar elke sollicitatie. Wie geen rustige plek heeft om te slapen, faalt op de dag dat er wél een kans komt. Sommigen doen vrijwilligerswerk, zorgen voor buren, bouwen een netwerk uit, maar worden in het beleid gereduceerd tot “inactief”.
Dat label helpt niemand vooruit.
Daarbovenop dreigt een nieuwe schok: tienduizenden mensen riskeren de komende jaren hun uitkering te verliezen omdat ze langer dan twee jaar werkloos zijn.
Op papier heet dat “activering”. In de praktijk duwt het mensen richting bijstand en dieper richting armoede, precies wanneer ze ondersteuning nodig hebben om opnieuw aan te knopen met werk.
Wie de bodem wegneemt, krijgt geen sprong, maar een val.
De regering wil langdurige werkloosheid aanpakken. Prima. Alleen werkt snijden in uitkeringen niet als route naar werk. Het creëert vooral armoede, stress en gezondheidsproblemen en verschuift mensen van de ene regeling naar de andere. Bovendien wordt een groep die al kwetsbaar is nog kwetsbaarder gemaakt, precies op het moment dat er initiatief nodig is: solliciteren, zich verplaatsen, leren, netwerken. Dat lukt niet met een lege rekening.
Minimumuitkeringen
Wat wél werkt, ligt al jaren op tafel: trek minimumuitkeringen op tot minstens de Europese armoededrempel (rond 1.500 euro voor een alleenstaande, zoals de onderzoekers bepleiten). Combineer dat met echte begeleiding: een snelle intake, intensieve opvolging, haalbare trajecten, opleidingen die leiden naar jobs, betaalbaar vervoer en mentale zorg zonder drempels. Geef mensen tijd en ruimte om opnieuw greep te krijgen op hun leven, zodat werk weer haalbaar wordt.
Ik herhaal mijn oproep om alle ministers die zich bezighouden met tewerkstellingsbeleid rond de tafel te zetten, samen met de sociale partners. Samen kunnen we van de “passende dienstbetrekking” geen slogan maken, maar een echte realiteit. Tijd voor beleid dat mensen boven water houdt in plaats van naar beneden duwt, kopje-onder.
Het einde van het spoor als openbare dienst wordt voorbereid op basis van ideologische dogma’s
Een opiniestuk van Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, en Tony Fonteyne, voorzitter van ACOD-VLIG Spoor.
Wat in het Verenigd Koninkrijk uitliep op de Grote Treinroof dreigt nu ook in België. Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, en Tony Fonteyne, voorzitter van ACOD-VLIG Spoor, waarschuwen dat de geplande hervormingen van het spoor de openbare dienst uithollen, het personeel onder druk zetten en de klimaatambities ondergraven.
De film The Navigators van Ken Loach uit 2002 volgt vijf spoorarbeiders na de liberalisering en privatisering van de spoorwegen in het Verenigd Koninkrijk. De vijf moeten opnieuw solliciteren voor hun eigen job, maar dan bij een onderaannemer en tegen slechtere voorwaarden. Fictie in België? Niet als het van de Arizona-regering afhangt. Spoorpersoneel, reizigers en klimaatactivisten voeren de komende dagen dan ook strijd voor betere arbeidsvoorwaarden en meer spoorpersoneel, voor een hoger en kwalitatief treinaanbod, zodat de ‘modal shift’ op de rails geraakt.
Malaise
De regering wil niet alleen vanaf juni de statutaire aanwerving bij de spoorwegen afschaffen. Ze wil ook het principe van ‘economische overmacht’ invoeren. Dat betekent dat de NMBS, als ze na de liberalisering activiteiten zou verliezen, spoorwerknemers zou kunnen ontslaan.
Het is duidelijk: voor onze spoorwegwerknemers rijdt de trein alleen achteruit. Een externe welzijnsenquête heeft het over “te hoge werkdruk, te veel risico op burn-out, uitputting en uitval, te veel hinder van het werk op het privéleven, te veel externe en interne agressie, te weinig sociale steun”.
De cijfers zijn sprekend. Het aantal werknemers bij de Belgische spoorwegen (NMBS, Infrabel, HR Rail) daalde van 35.898 in 2013 naar 27.569 in 2024. Bovendien wil de regering nog 675 miljoen euro besparen bij de spoorwegen. Wie heeft daar baat bij? De reizigers? Neen, toch!
Einde openbare dienst
Deze strijd gaat over de toekomst van ons spoor. Het wetsvoorstel en de afbouw van het statuut bij de spoorwegen zijn doordrongen van “de noodzaak tot liberalisering” na 2032. Het einde van het spoor als openbare dienst wordt voorbereid op basis van ideologische dogma’s.
Nochtans hebben we al gezien waar dat toe leidt in het Verenigd Koninkrijk. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de liberalisering, doorgevoerd sinds het midden van de jaren 90, er volledig mislukt is. Een rapport uit 2013 noemt het The Great Train Robbery of ‘De Grote Treinroof’: “Twintig jaar later hebben de geprivatiseerde spoorwegen elk jaar miljarden subsidies nodig van de belastingbetaler, en hebben ze gefaald in het verzekeren van voldoende private investeringen in de rails of treinen.”
Een wetenschappelijk artikel uit 2017 besluit dat de gedachte dat privatisering tot meer efficiëntie zou leiden “een illusie” is gebleken, dat het geleid heeft tot aanzienlijke extra kosten, en dat het een “zeer foute beleidskeuze” was. En de reiziger? De prijzen voor een treinrit behoren in het VK volgens vergelijkende onderzoeken tot de hoogste van Europa, veelhoger dan bijvoorbeeld in België of Duitsland.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ongeveer drie vierde van de Britten voorstander is van een hernationalisering van de spoorwegen. Al onder de vorige conservatieve regeringen werd beslist om bepaalde spoorlijnen opnieuw in publieke handen te nemen. De huidige Labour-regering zou tegen 2027 min of meer het volledige spoor opnieuw genationaliseerd hebben.
Gebrek aan visie
Dit is nog zorgwekkender in de context van de klimaattransitie. De vorige regering ontwikkelde een ‘Spoorvisie 2040’ om het aandeel van de trein in de mobiliteit van 8 naar 15 procent te brengen tegen 2040. Een ambitieuze doelstelling, waarvoor een serieuze uitbreiding van het aanbod nodig is. Eind 2024 besliste de NMBS evenwel al om het aanbod trager te laten groeien dan eerder gepland. Eén van de redenen? Te weinig nieuwe treinbestuurders en treinbegeleiders.
De stakingen van het spoorpersoneel zijn ook een strijd voor ons allen: reizigers, belastingbetalers, burgers.
Ook een studie van de Dienst Klimaatverandering is duidelijk. Het aantal jobs in de sector van het openbaar vervoer, waaronder de treinbestuurders, zal de komende decennia sterk moeten groeien. Aangezien de NMBS vooral inzet op groei in de weekends en ’s avonds, betekent dat ook meer onregelmatig werk. Als je dan de arbeidsvoorwaarden terugdringt, waar ga je dan nog de nodige werknemers vinden? De conclusie van de studie is helder: “Structurele inspanningen moeten geleverd worden om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren” bij het openbaar vervoer.
Dwarsliggers
Dat spoort dus niet met de nadruk van de Belgische spoorwegen op minder personeel en productiviteitsverhoging, met de afbouw door de regering van het statuut. Het ene wagonnetje haakt vast aan het andere: mindere arbeidsvoorwaarden betekenen een nog moeilijkere zoektocht naar spoorpersoneel, waardoor een hoger en kwalitatief treinaanbod uitgesloten is, wat betekent dat de modal shift en verduurzaming van de transportsector niet op de rails raken. Wie betaalt de prijs? Wij allemaal, met meer vervuiling en meer files.
In die zin zijn de stakingen van het spoorpersoneel ook een strijd voor ons allen: reizigers, belastingbetalers, burgers.
600 dagen politieke impasse, dat is genoeg!
Terwijl zij zich opmaakt om de kaap van 600 dagen zonder regering te overschrijden, bevindt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich in een ernstige en onaanvaardbare politieke impasse. ABVV-Brussel vertolkt de woede van de 180.000 werkneemsters en werknemers die zij vertegenwoordigt, tegenover een Gewest dat gegijzeld wordt door aanhoudende politieke blokkeringen.
Deze crisis is niet abstract: ze veroorzaakt sociale afbraak. De openbare diensten, de OCMW’s, de openbare ziekenhuizen, de sectoren van de kinderopvang, de zorg voor personen met een handicap, de geestelijke gezondheidszorg, de socio-professionele inschakeling, de huisvesting, … evenals het verenigingsleven en de non-profitsector, worden rechtstreeks verzwakt. Ook de noodzakelijke investeringen in deze essentiële sectoren worden opgeofferd.
Voor de Brusselaars zijn de gevolgen onmiddellijk voelbaar: verslechterde dienstverlening, langere wachttijden, wegvallende ondersteuning, toenemende precariteit en versterkte sociale onzekerheid. Elke dag politieke stilstand vergroot de ongelijkheden, brengt jobs in gevaar en verslechtert de arbeidsomstandigheden. Het zijn de werkneemsters, werknemers en de meest kwetsbare groepen die de prijs betalen voor deze politieke verlamming.
Het Gewest heeft dringend nood aan een begroting, maar ook aan duidelijke en geloofwaardige begrotingsperspectieven op middellange termijn. Besturen met voorlopige twaalfden, het eindeloos verlengen van lopende zaken of het uitstellen van moeilijke keuzes betekent Brussel opsluiten in een financiële en institutionele impasse die zijn vermogen om zijn essentiële opdrachten te vervullen ernstig ondermijnt.
ABVV-Brussel zegt het duidelijk: Brussel heeft geen nood aan een regering van techniekers. Brussel heeft nood aan vrouwelijke en mannelijke politici die een ambitieuze politieke visie voor het Gewest dragen en hun verantwoordelijkheden ten volle opnemen. Het is tijd om afstand te nemen van houdingen, veto’s en partijpolitieke berekeningen.
Wij weigeren dat Brussel wordt behandeld als een aanpassingsvariabele, opgeofferd in naam van communautaire of federale prioriteiten die geen rekening houden met zijn sociale, economische en demografische realiteit. Brussel is een essentiële economische en sociale motor van het land. Het “van week tot week” beheren, zonder visie of politiek kompas, is een zware fout.
Tot slot herinneren wij aan een fundamenteel democratisch principe: het Gewest heeft nood aan een regionale regering en aan een regionale beleidsverklaring die het stemgedrag van de Brusselaars respecteren. Het voortduren van deze situatie van politieke machteloosheid voedt democratische moedeloosheid, wantrouwen tegenover de instellingen en sociale wrok.
ABVV-Brussel roept alle politieke verantwoordelijken, over alle partijen heen, op tot een onmiddellijke wake-upcall. Politieke moed vandaag bestaat er niet in een zondebok te zoeken, maar in het erkennen van een collectief falen en in het uitwerken van een politieke, democratische en sociale oplossing die beantwoordt aan de ernst van de uitdagingen.
Actie op maandag 26 januari, in solidariteit met de spoormannen en -vrouwen
Het sociaal verzet tegen de asociale Arizona-regering gaat in 2026 voort.
Eerste afspraak: actie op maandag 26 januari, in solidariteit met de spoormannen en -vrouwen die in die week actievoeren. Wie vandaag het spoor aanvalt, valt morgen alle openbare diensten aan. Hun strijd is ook onze strijd.
tegen de pensioenafbraak en de Jambonmalus, die jou langer laat werken voor minder pensioen
tegen het opjagen van werkzoekenden en zieken
tegen de indexsprong light, een regelrechte aanval op jouw koopkracht
Ben jij de Arizona-afbraak ook meer dan beu? Alleen door samen druk te zetten, kunnen we de koers keren.
voor werkbaar werk, koopkracht en degelijke openbare diensten
rechtvaardige pensioenen voor iedereen
een eerlijke belastingbijdrage van de sterkste schouders
2026 wordt een jaar van sociaal verzet, met tal van acties en een massabetoging die gepland staat op 12 maart.
Artificiële Intelligentie en AVG: 10 vragen voor OR en CPBW
Artificiële intelligentie (AI) heeft steeds meer invloed op de arbeidsmarkt. Voor het ABVV is het belangrijk dat werknemersvertegenwoordigers zich verdiepen in dit thema en weten wat er binnen hun bedrijf gebeurt (of juist niet) op vlak van AI. Met deze 10 vragen ben jij gewapend met de nodige kennis.
Flexi-jobs zijn geen hefboom, maar een systeem dat vaste jobs doelbewust ondergraaft
Frank Moreels is voorzitter van de Belgische TransportBond BTB-ABVV. Hij schrijft een open brief aan Bart Buysse, de gedelegeerd bestuurder van ondernemersorganisatie Unizo. Deze open brief werd gepubliceerd in De Morgen.
Mijnheer Buysse,
U schrijft, als gedelegeerd bestuurder van ondernemersorganisatie Unizo, dat flexi-jobs geen molensteen zijn, maar een hefboom voor onze arbeidsmarkt. Vanuit de ivoren toren van macrostatistieken klinkt dat misschien geruststellend. Vanuit sectoren waar arbeid vandaag al onder zware druk staat, klinkt het vooral wereldvreemd. In de bus- en autocarsector zien wij zeer concreet wat flexi-jobs doen zodra ze niet langer een uitzondering zijn, maar een structureel instrument worden.
Falende loonpolitiek
Steeds meer werknemers geven aan dat zij met een voltijdse job moeilijk rondkomen. Uw antwoord daarop is: laat hen bijverdienen via flexi-jobs. Dat is geen modern arbeidsmarktbeleid, dat is een erkenning dat het loonbeleid faalt. Een voltijdse job moet volstaan om van te leven. Punt. Wie werknemers richting flexi-jobs duwt, zegt in feite: werk maar meer, aan gunsttarieven, omdat we weigeren lonen structureel op te trekken.
U beweert dat flexi-jobs geen vaste banen verdringen. In de bus- en autocarsector is dat niet alleen theoretisch onjuist, het is economisch naïef. Vandaag bestaat de sector al uit een hoog aandeel deeltijdse contracten, moeilijk combineerbare uurroosters en een structureel personeelstekort dat rechtstreeks verband houdt met loon- en contractonzekerheid.
In die context voert de regering een systeem in waarbij arbeid structureel goedkoper wordt. Een voltijdse chauffeur kost, afhankelijk van de subsector, 195 tot 255 euro per dag. Een flexi-jobber kost minder, bouwt geen rechten op en kan zonder verdere verplichtingen worden ingezet of geschrapt. Wie gelooft dat werkgevers in die context niet gaan opsplitsen, vervangen en herorganiseren, gelooft ook dat water niet stroomt waar het naar beneden kan.
Versnipperde loopbanen
U lacht het idee weg dat werknemers hun arbeidsregime zouden aanpassen. In de bus- en autocarsector is dat geen karikatuur, maar een harde realiteit als logische uitkomst van de regelgeving. Er is momenteel nog een cumulverbod binnen één bedrijf, maar geen cumulverbod binnen de sector. Het resultaat ligt voor de hand: 4/5-contracten worden de norm, aangevuld met flexi-jobs bij andere ondernemingen en binnenkort binnen dezelfde ondernemingsgroep. Voltijdse contracten verdwijnen, loopbanen worden versnipperd en sociale rechten verdampen. Dat is geen vrije keuze van werknemers. Dat is gedwongen flexibiliteit, ingegeven door lagere lonen en hogere werkdruk.
Kwaliteit en veiligheid
In de autocarsector wordt het perfect mogelijk om ervaren chauffeurs te vervangen door gelegenheidschauffeurs van buiten de sector.
Een leerkracht L.O. met het juiste rijbewijs kan morgen als flexi-jobber een bus besturen richting zwembad, skireis of buitenlandse schoolreis. Dat is geen randfenomeen. Dat is een structurele uitholling van vakmanschap, van betrokkenheid bij het bedrijf en van verantwoordelijkheid. Personenvervoer is geen bijberoep. Het gaat over veiligheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen.
U schermt met cijfers over het totale arbeidsvolume. Dat is handig, maar misleidend. In sectoren zoals deze van de bus en autocar telt geen nationaal gemiddelde, maar wel de sectorale impact. De wet voorziet geen enkele procentuele beperking van flexi-jobs, geen relatie met de bestaande tewerkstelling, geen rem op vervanging. Een busbedrijf kan dus perfect beslissen om structureel of zelfs uitsluitend met flexi-jobbers te werken.
Dat is geen aanvulling op de arbeidsmarkt. Dat is een alternatief arbeidsmodel, gebaseerd op lagere kosten en minder rechten. Flexi-jobs werden ingevoerd als tijdelijke noodoplossing in de horeca. Het resultaat kennen we: vaste jobs verdwenen, flexibiliteit werd structureel en sociale bescherming uitgehold. Wie vandaag beweert dat dit in andere sectoren niet zal gebeuren, weigert te leren uit het verleden.
U noemt flexi-jobs een hefboom. Voor werkgevers klopt dat. Voor werknemers en voor onze sociale zekerheid zijn ze vooral een hefboom naar beneden. Een sterke arbeidsmarkt bouw je niet op uitzonderingen, maar op vaste jobs, leefbare lonen en sociaal overleg. Flexi-jobs doen precies het tegenovergestelde.
Hoogachtend, Frank Moreels
Uitbreiding nachtwerk op kap van werknemers
De Arizona-regering werkt de zogenaamde “losse eindjes” van het zomerakkoord weg. “Het is weeral de werknemer die de prijs betaalt, met meer werkdruk, meer atypische uren en minder bescherming”, aldus Bert Engelaar, algemeen secretaris van het ABVV.
Het zomerakkoord sprak enkel nog over een uitbreiding van nachtwerk in “de distributiesector en aanverwante sectoren, inclusief e-commerce.” Plots is die groep fors uitgebreid: metaalhandel, houthandel, handel in brandstoffen en elektriciens worden meegetrokken in nieuwe regels waardoor nachtarbeid later start en anders wordt vergoed. Dat betekent in de praktijk dat men de “normale” werkdag oprekt: van 6 uur ’s morgens tot 23u. Een werkDAG die tot 23 u ’s NACHTS duurt.
Regeringspartij MR stelde recent dat “100% van de nachtwerkers 100% van zijn premie behoudt.” Dat geldt dus enkel voor wie vandaag al een nachtpremie krijgt, en werkgevers “met economische moeilijkheden” gaan voor die nachtwerkers de nachtpremie kunnen verlagen. We kunnen nu al voorspellen dat het aantal bedrijven “met economische moeilijkheden” explosief zal toenemen.
Nieuwe werknemers verliezen bovendien rechten. “Dit splitst werknemers op dezelfde werkvloer op. Ze doen hetzelfde werk, maar hebben een ander loonpakket”, aldus Bert Engelaar.
De Raad van State was hierover al glashelder: door deze maatregel kan “de verloning van werknemers met een gelijk(w)aardig profiel, die eenzelfde functie vervullen, sterk uiteenlopen.” Kortom: deze maatregel bouwt premies af voor nieuwe instappers, organiseert ongelijkheid op de werkvloer en is juridisch hoogst twijfelachtig.
Nacht- en ploegenarbeid zijn ongezond: slaapstoornissen, spijsverteringsproblemen, cardiovasculaire problemen, verhoogd risico op diabetes en verschillende kankers … De mens is niet gemaakt om structureel ’s nachts te werken. Toch moedigt de regering dit aan, terwijl het aantal langdurig zieken en burn-outs nu al piekt.
De Arizona-logica loopt inhoudelijk mank. Sommige vormen van nacht- en ploegenarbeid zijn vandaag al goedkoper dan dagarbeid, omwille van subsidies. Willen we echt dat de overheid miljarden blijft uitgeven aan een systeem van loonsubsidies dat arbeidstijden stimuleert die de gezondheid en levenskwaliteit schaden?
De Arizona-regering kiest telkens de kant van de werkgever: minder remmen en meer cadeaus. Voor werknemers: meer druk en flexibiliteit en risico, minder bescherming, minder premies. “Maak werk opnieuw werkbaar,” zegt Bert Engelaar, “stop met het promoten van ongezonde werktijden en hervorm de dure subsidies voor bedrijven in plaats van ze uit te breiden.”
Vakbonden tonen standvastige vastberadenheid
Na drie opeenvolgende stakingsdagen tegen het beleid van de Arizona-regering zijn de vakbonden geslaagd in hun opzet en kijken ze tevreden terug op de mobilisatie. Hun sociaal protest wordt aangewakkerd door de groeiende steun van de bevolking: juristen, onderwijspersoneel, academici, artiesten, zorgverleners, jongeren, gepensioneerden, deeltijdse werknemers, nachtarbeiders …
Het aanhoudende protest van de afgelopen maanden, heeft immers ook al zichtbaar vruchten afgeworpen: dankzij doorgedreven druk slaagden de vakbonden erin om de landingsbanen te behouden, om tijdelijke werkloosheid te doen meetellen voor het pensioen, net als de 104 dagen van het eerste loopbaanjaar, gelijkstelling ziekte en zorg …
Deze woensdag verschenen in alle regio’s van het land vanaf de vroege ochtenduren steeds meer stakingsposten in alle sectoren. En dat na een staking van het openbaar vervoer en de openbare diensten en de scholen op maandag en dinsdag. Groene, rode en blauwe vlaggen en spandoeken waren te zien aan kruispunten en ingangen van industriële en commerciële zones, evenals ziekenhuizen en zorg- en andere non-profitinstellingen. De vakbonden vormden een hecht gemeenschappelijk front, en blijven verenigd, gesterkt door drie dagen van sterke mobilisatie én door een federaal begrotingsakkoord dat op de werknemers weegt.
De aanval op de automatische loonindexering kwam vandaag in alle gesprekken terug: “Behoor je tot de sterkste schouders als je een loon hebt van €2.600/maand?”
Deze nationale interprofessionele stakingsdag bekroont een jaar van voortdurend sociaal protest. Er gaat geen maand voorbij zonder actie, betoging of staking. Centraal in de bezorgdheden van de werknemers: de afschaffing van brugpensioen, de verplichting om tot 67 jaar te werken, het niet in rekening brengen van zware loopbanen, de aanvallen op de arbeidstijd in de vorm van buitensporige flexibilisering en overuren, het gebrek aan aandacht voor werkbaar werk, de stigmatisering van zieken en werkzoekenden, de veralgemening van flexi-jobs, de klimaatpauze, de bruuske wetswijzigingen, zonder overgang, zonder overleg, zonder onderhandeling. Al deze maatregelen breken het vertrouwen van werknemers in de regering.
Wat de economie vandaag heeft verloren, is precies wat de werknemers elke dag produceren en creëren. Het is buitengewoon betreurenswaardig dat de regering daar geen rekening mee houdt. Haar stilzwijgen is ronduit schrijnend.
Staken : voor of tegen de toekomst van onze kinderen?
24, 25 en 26 november. Drie dagen van historische mobilisatie om een halt toe te roepen aan het sociale offensief van de Arizona-regering. In het hart van deze stakingsacties: de verdediging van ons pensioensysteem, dat vandaag bedreigd wordt. Want achter de geruststellende verklaringen gaan maatregelen schuil die hard zullen toeslaan bij leerkrachten, ambtenaren en, ruimer nog, bij een hele generatie die het risico loopt met een sterk uitgeholde pensioen achter te blijven.
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV
Een interne nota van het kabinet-Jambon met cijferwerk over de toekomstige pensioenen van het onderwijspersoneel maakt duidelijk dat vooral de jongere ambtenaren, dus onze (klein)kinderen, zwaar zullen inleveren.
Vandaag wordt het pensioen van een ambtenaar berekend op het loon van de laatste tien jaar. Vanaf 2027 komt daar elk jaar een jaar bij. Vanaf 2042 zal het ambtenarenpensioen dus worden berekend op het (lagere) loon van de laatste 45 jaar, net zoals in de privé.
Een leerkracht met een masterdiploma die op de leeftijd van 63 met pensioen gaat, en vandaag 55 jaar is, zal 146 euro per maand inleveren. Een leerkracht die vandaag 35 jaar is, zal al 756 euro per maand inleveren.
De nota van het kabinet-Jambon maakt om evidente redenen niet de rekening van het verlies van iemand die vandaag nog geen 30 jaar is. Tegen dat die ‘jongeren’ met pensioen gaan, zal het verlies nog hoger liggen.
Daar waar de Arizona-politici dus vertellen dat het nodig is om te hervormen voor de toekomstige generaties zijn het net die toekomstige generaties die het meest zullen inleveren, en steeds minder geloven dat ze nog zullen kunnen rekenen op een adequate sociale zekerheid.
Ook andere sociale beschermingsmaatregelen die geleidelijk worden afgebouwd zullen vooral pijn doen aan de jongere generaties, bijvoorbeeld de afbouw van het overlevings- en echtscheidingspensioen, nochtans een belangrijke sociale bescherming voor de mensen (vooral vrouwen) die deeltijds gaan werken om te zorgen voor kinderen en gezin.
Verdeel en heers
“Toch zullen de nettopensioenen van de leerkrachten ook na de hervorming nog veel hoger zijn dan gemiddeld in de privésector”, aldus het kabinet.
Ze vergelijken hiervoor het pensioen van een ambtenaar die halfweg zijn carrière zit met het gemiddelde van alle werknemers van de privé, dat gemiddeld maar 1.523 euro per maand bedraagt. Dat is natuurlijk appels met peren vergelijken.
Natuurlijk zullen de pensioenen voor ambtenaren met een hoger diploma en dus een hoger loon die halverwege hun carrière zitten en voor wie de hervorming dus nog niet op kruissnelheid zit nog hoger liggen dan het gemiddelde van heel de privé.
“De ambtenaren zullen nog wel 75 procent van hun gemiddeld loon behouden, terwijl dat voor die van de privé maar 60 procent is.” Wat ze er dan niet bij vertellen, is dat het pensioen van de ambtenaren niet wordt berekend wordt op het vakantiegeld en de dertiende maand, terwijl dat in de privé wel het geval is.
De waarheid is dat de ambtenarenpensioenen de facto worden verlaagd tot het niveau van de werknemers van de privé, en daar moet je niet jaloers op zijn. Dat zijn diegenen die nu al aan de staart van het Europese peloton hangen. Erger nog, ook zij zullen door de plannen van de regering-De Wever meer dan 9 procent inleveren en aldus het Europese peloton moeten lossen.
Mochten ze hopen dat hun verlies zal worden gecompenseerd door de uitbouw van een tweede pijler: kijk naar de privé, waar dat bedrijfspensioen voor de overgrote meerderheid nog geen 50 euro per maand oplevert.
De enige troostprijs voor sommige ambtenaren, het onderwijs, de politie en de brandweer is dat ze, ocharme, nog een jaar vroeger met pensioen mogen gaan dan de anderen. Dat hebben ze te danken aan het feit dat ze op 15 januari massaal aanwezig waren op de vakbondsbetoging, waarmee meteen bewezen is dat actie loont.
Voor de zware beroepen in de privésector, de ploeg- en de nachtarbeiders en de bouwvakkers, zat zelfs dat er niet in. Ook niet voor het rijdende spoorwegpersoneel, dat de ene week om 3 uur ’s morgens moet opstaan om de vroegste treinen te laten rijden en de week daarna pas om 2 uur ’s nachts thuis komt van de laatste trein.
Dus wie mort omdat er wordt gestaakt dient zich toch even te informeren.