Artificiële Intelligentie en AVG: 10 vragen voor OR en CPBW
Artificiële intelligentie (AI) heeft steeds meer invloed op de arbeidsmarkt. Voor het ABVV is het belangrijk dat werknemersvertegenwoordigers zich verdiepen in dit thema en weten wat er binnen hun bedrijf gebeurt (of juist niet) op vlak van AI. Met deze 10 vragen ben jij gewapend met de nodige kennis.
In een tijd waar politieke partijen een perceptieoorlog spelen en de realiteit naar hun eigen ideologische hand proberen te zetten, is het essentieel om terug te keren naar de feiten. De sociaaleconomische barometer van het ABVV is een aanzet daartoe. De sociaaleconomische barometer van het ABVV legt de vinger op pijnlijke wonden en wijst de regering op verantwoordelijkheden die ze uit ideologische blindheid niet durft te nemen.
Flexi-jobs zijn geen hefboom, maar een systeem dat vaste jobs doelbewust ondergraaft
Frank Moreels is voorzitter van de Belgische TransportBond BTB-ABVV. Hij schrijft een open brief aan Bart Buysse, de gedelegeerd bestuurder van ondernemersorganisatie Unizo. Deze open brief werd gepubliceerd in De Morgen.
Mijnheer Buysse,
U schrijft, als gedelegeerd bestuurder van ondernemersorganisatie Unizo, dat flexi-jobs geen molensteen zijn, maar een hefboom voor onze arbeidsmarkt. Vanuit de ivoren toren van macrostatistieken klinkt dat misschien geruststellend. Vanuit sectoren waar arbeid vandaag al onder zware druk staat, klinkt het vooral wereldvreemd. In de bus- en autocarsector zien wij zeer concreet wat flexi-jobs doen zodra ze niet langer een uitzondering zijn, maar een structureel instrument worden.
Falende loonpolitiek
Steeds meer werknemers geven aan dat zij met een voltijdse job moeilijk rondkomen. Uw antwoord daarop is: laat hen bijverdienen via flexi-jobs. Dat is geen modern arbeidsmarktbeleid, dat is een erkenning dat het loonbeleid faalt. Een voltijdse job moet volstaan om van te leven. Punt. Wie werknemers richting flexi-jobs duwt, zegt in feite: werk maar meer, aan gunsttarieven, omdat we weigeren lonen structureel op te trekken.
U beweert dat flexi-jobs geen vaste banen verdringen. In de bus- en autocarsector is dat niet alleen theoretisch onjuist, het is economisch naïef. Vandaag bestaat de sector al uit een hoog aandeel deeltijdse contracten, moeilijk combineerbare uurroosters en een structureel personeelstekort dat rechtstreeks verband houdt met loon- en contractonzekerheid.
In die context voert de regering een systeem in waarbij arbeid structureel goedkoper wordt. Een voltijdse chauffeur kost, afhankelijk van de subsector, 195 tot 255 euro per dag. Een flexi-jobber kost minder, bouwt geen rechten op en kan zonder verdere verplichtingen worden ingezet of geschrapt. Wie gelooft dat werkgevers in die context niet gaan opsplitsen, vervangen en herorganiseren, gelooft ook dat water niet stroomt waar het naar beneden kan.
Versnipperde loopbanen
U lacht het idee weg dat werknemers hun arbeidsregime zouden aanpassen. In de bus- en autocarsector is dat geen karikatuur, maar een harde realiteit als logische uitkomst van de regelgeving. Er is momenteel nog een cumulverbod binnen één bedrijf, maar geen cumulverbod binnen de sector. Het resultaat ligt voor de hand: 4/5-contracten worden de norm, aangevuld met flexi-jobs bij andere ondernemingen en binnenkort binnen dezelfde ondernemingsgroep. Voltijdse contracten verdwijnen, loopbanen worden versnipperd en sociale rechten verdampen. Dat is geen vrije keuze van werknemers. Dat is gedwongen flexibiliteit, ingegeven door lagere lonen en hogere werkdruk.
Kwaliteit en veiligheid
In de autocarsector wordt het perfect mogelijk om ervaren chauffeurs te vervangen door gelegenheidschauffeurs van buiten de sector.
Een leerkracht L.O. met het juiste rijbewijs kan morgen als flexi-jobber een bus besturen richting zwembad, skireis of buitenlandse schoolreis. Dat is geen randfenomeen. Dat is een structurele uitholling van vakmanschap, van betrokkenheid bij het bedrijf en van verantwoordelijkheid. Personenvervoer is geen bijberoep. Het gaat over veiligheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen.
U schermt met cijfers over het totale arbeidsvolume. Dat is handig, maar misleidend. In sectoren zoals deze van de bus en autocar telt geen nationaal gemiddelde, maar wel de sectorale impact. De wet voorziet geen enkele procentuele beperking van flexi-jobs, geen relatie met de bestaande tewerkstelling, geen rem op vervanging. Een busbedrijf kan dus perfect beslissen om structureel of zelfs uitsluitend met flexi-jobbers te werken.
Dat is geen aanvulling op de arbeidsmarkt. Dat is een alternatief arbeidsmodel, gebaseerd op lagere kosten en minder rechten. Flexi-jobs werden ingevoerd als tijdelijke noodoplossing in de horeca. Het resultaat kennen we: vaste jobs verdwenen, flexibiliteit werd structureel en sociale bescherming uitgehold. Wie vandaag beweert dat dit in andere sectoren niet zal gebeuren, weigert te leren uit het verleden.
U noemt flexi-jobs een hefboom. Voor werkgevers klopt dat. Voor werknemers en voor onze sociale zekerheid zijn ze vooral een hefboom naar beneden. Een sterke arbeidsmarkt bouw je niet op uitzonderingen, maar op vaste jobs, leefbare lonen en sociaal overleg. Flexi-jobs doen precies het tegenovergestelde.
Hoogachtend, Frank Moreels
Uitbreiding nachtwerk op kap van werknemers
De Arizona-regering werkt de zogenaamde “losse eindjes” van het zomerakkoord weg. “Het is weeral de werknemer die de prijs betaalt, met meer werkdruk, meer atypische uren en minder bescherming”, aldus Bert Engelaar, algemeen secretaris van het ABVV.
Het zomerakkoord sprak enkel nog over een uitbreiding van nachtwerk in “de distributiesector en aanverwante sectoren, inclusief e-commerce.” Plots is die groep fors uitgebreid: metaalhandel, houthandel, handel in brandstoffen en elektriciens worden meegetrokken in nieuwe regels waardoor nachtarbeid later start en anders wordt vergoed. Dat betekent in de praktijk dat men de “normale” werkdag oprekt: van 6 uur ’s morgens tot 23u. Een werkDAG die tot 23 u ’s NACHTS duurt.
Regeringspartij MR stelde recent dat “100% van de nachtwerkers 100% van zijn premie behoudt.” Dat geldt dus enkel voor wie vandaag al een nachtpremie krijgt, en werkgevers “met economische moeilijkheden” gaan voor die nachtwerkers de nachtpremie kunnen verlagen. We kunnen nu al voorspellen dat het aantal bedrijven “met economische moeilijkheden” explosief zal toenemen.
Nieuwe werknemers verliezen bovendien rechten. “Dit splitst werknemers op dezelfde werkvloer op. Ze doen hetzelfde werk, maar hebben een ander loonpakket”, aldus Bert Engelaar.
De Raad van State was hierover al glashelder: door deze maatregel kan “de verloning van werknemers met een gelijk(w)aardig profiel, die eenzelfde functie vervullen, sterk uiteenlopen.” Kortom: deze maatregel bouwt premies af voor nieuwe instappers, organiseert ongelijkheid op de werkvloer en is juridisch hoogst twijfelachtig.
Nacht- en ploegenarbeid zijn ongezond: slaapstoornissen, spijsverteringsproblemen, cardiovasculaire problemen, verhoogd risico op diabetes en verschillende kankers … De mens is niet gemaakt om structureel ’s nachts te werken. Toch moedigt de regering dit aan, terwijl het aantal langdurig zieken en burn-outs nu al piekt.
De Arizona-logica loopt inhoudelijk mank. Sommige vormen van nacht- en ploegenarbeid zijn vandaag al goedkoper dan dagarbeid, omwille van subsidies. Willen we echt dat de overheid miljarden blijft uitgeven aan een systeem van loonsubsidies dat arbeidstijden stimuleert die de gezondheid en levenskwaliteit schaden?
De Arizona-regering kiest telkens de kant van de werkgever: minder remmen en meer cadeaus. Voor werknemers: meer druk en flexibiliteit en risico, minder bescherming, minder premies. “Maak werk opnieuw werkbaar,” zegt Bert Engelaar, “stop met het promoten van ongezonde werktijden en hervorm de dure subsidies voor bedrijven in plaats van ze uit te breiden.”
Vakbonden tonen standvastige vastberadenheid
Na drie opeenvolgende stakingsdagen tegen het beleid van de Arizona-regering zijn de vakbonden geslaagd in hun opzet en kijken ze tevreden terug op de mobilisatie. Hun sociaal protest wordt aangewakkerd door de groeiende steun van de bevolking: juristen, onderwijspersoneel, academici, artiesten, zorgverleners, jongeren, gepensioneerden, deeltijdse werknemers, nachtarbeiders …
Het aanhoudende protest van de afgelopen maanden, heeft immers ook al zichtbaar vruchten afgeworpen: dankzij doorgedreven druk slaagden de vakbonden erin om de landingsbanen te behouden, om tijdelijke werkloosheid te doen meetellen voor het pensioen, net als de 104 dagen van het eerste loopbaanjaar, gelijkstelling ziekte en zorg …
Deze woensdag verschenen in alle regio’s van het land vanaf de vroege ochtenduren steeds meer stakingsposten in alle sectoren. En dat na een staking van het openbaar vervoer en de openbare diensten en de scholen op maandag en dinsdag. Groene, rode en blauwe vlaggen en spandoeken waren te zien aan kruispunten en ingangen van industriële en commerciële zones, evenals ziekenhuizen en zorg- en andere non-profitinstellingen. De vakbonden vormden een hecht gemeenschappelijk front, en blijven verenigd, gesterkt door drie dagen van sterke mobilisatie én door een federaal begrotingsakkoord dat op de werknemers weegt.
De aanval op de automatische loonindexering kwam vandaag in alle gesprekken terug: “Behoor je tot de sterkste schouders als je een loon hebt van €2.600/maand?”
Deze nationale interprofessionele stakingsdag bekroont een jaar van voortdurend sociaal protest. Er gaat geen maand voorbij zonder actie, betoging of staking. Centraal in de bezorgdheden van de werknemers: de afschaffing van brugpensioen, de verplichting om tot 67 jaar te werken, het niet in rekening brengen van zware loopbanen, de aanvallen op de arbeidstijd in de vorm van buitensporige flexibilisering en overuren, het gebrek aan aandacht voor werkbaar werk, de stigmatisering van zieken en werkzoekenden, de veralgemening van flexi-jobs, de klimaatpauze, de bruuske wetswijzigingen, zonder overgang, zonder overleg, zonder onderhandeling. Al deze maatregelen breken het vertrouwen van werknemers in de regering.
Wat de economie vandaag heeft verloren, is precies wat de werknemers elke dag produceren en creëren. Het is buitengewoon betreurenswaardig dat de regering daar geen rekening mee houdt. Haar stilzwijgen is ronduit schrijnend.
Staken : voor of tegen de toekomst van onze kinderen?
24, 25 en 26 november. Drie dagen van historische mobilisatie om een halt toe te roepen aan het sociale offensief van de Arizona-regering. In het hart van deze stakingsacties: de verdediging van ons pensioensysteem, dat vandaag bedreigd wordt. Want achter de geruststellende verklaringen gaan maatregelen schuil die hard zullen toeslaan bij leerkrachten, ambtenaren en, ruimer nog, bij een hele generatie die het risico loopt met een sterk uitgeholde pensioen achter te blijven.
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV
Een interne nota van het kabinet-Jambon met cijferwerk over de toekomstige pensioenen van het onderwijspersoneel maakt duidelijk dat vooral de jongere ambtenaren, dus onze (klein)kinderen, zwaar zullen inleveren.
Vandaag wordt het pensioen van een ambtenaar berekend op het loon van de laatste tien jaar. Vanaf 2027 komt daar elk jaar een jaar bij. Vanaf 2042 zal het ambtenarenpensioen dus worden berekend op het (lagere) loon van de laatste 45 jaar, net zoals in de privé.
Een leerkracht met een masterdiploma die op de leeftijd van 63 met pensioen gaat, en vandaag 55 jaar is, zal 146 euro per maand inleveren. Een leerkracht die vandaag 35 jaar is, zal al 756 euro per maand inleveren.
De nota van het kabinet-Jambon maakt om evidente redenen niet de rekening van het verlies van iemand die vandaag nog geen 30 jaar is. Tegen dat die ‘jongeren’ met pensioen gaan, zal het verlies nog hoger liggen.
Daar waar de Arizona-politici dus vertellen dat het nodig is om te hervormen voor de toekomstige generaties zijn het net die toekomstige generaties die het meest zullen inleveren, en steeds minder geloven dat ze nog zullen kunnen rekenen op een adequate sociale zekerheid.
Ook andere sociale beschermingsmaatregelen die geleidelijk worden afgebouwd zullen vooral pijn doen aan de jongere generaties, bijvoorbeeld de afbouw van het overlevings- en echtscheidingspensioen, nochtans een belangrijke sociale bescherming voor de mensen (vooral vrouwen) die deeltijds gaan werken om te zorgen voor kinderen en gezin.
Verdeel en heers
“Toch zullen de nettopensioenen van de leerkrachten ook na de hervorming nog veel hoger zijn dan gemiddeld in de privésector”, aldus het kabinet.
Ze vergelijken hiervoor het pensioen van een ambtenaar die halfweg zijn carrière zit met het gemiddelde van alle werknemers van de privé, dat gemiddeld maar 1.523 euro per maand bedraagt. Dat is natuurlijk appels met peren vergelijken.
Natuurlijk zullen de pensioenen voor ambtenaren met een hoger diploma en dus een hoger loon die halverwege hun carrière zitten en voor wie de hervorming dus nog niet op kruissnelheid zit nog hoger liggen dan het gemiddelde van heel de privé.
“De ambtenaren zullen nog wel 75 procent van hun gemiddeld loon behouden, terwijl dat voor die van de privé maar 60 procent is.” Wat ze er dan niet bij vertellen, is dat het pensioen van de ambtenaren niet wordt berekend wordt op het vakantiegeld en de dertiende maand, terwijl dat in de privé wel het geval is.
De waarheid is dat de ambtenarenpensioenen de facto worden verlaagd tot het niveau van de werknemers van de privé, en daar moet je niet jaloers op zijn. Dat zijn diegenen die nu al aan de staart van het Europese peloton hangen. Erger nog, ook zij zullen door de plannen van de regering-De Wever meer dan 9 procent inleveren en aldus het Europese peloton moeten lossen.
Mochten ze hopen dat hun verlies zal worden gecompenseerd door de uitbouw van een tweede pijler: kijk naar de privé, waar dat bedrijfspensioen voor de overgrote meerderheid nog geen 50 euro per maand oplevert.
De enige troostprijs voor sommige ambtenaren, het onderwijs, de politie en de brandweer is dat ze, ocharme, nog een jaar vroeger met pensioen mogen gaan dan de anderen. Dat hebben ze te danken aan het feit dat ze op 15 januari massaal aanwezig waren op de vakbondsbetoging, waarmee meteen bewezen is dat actie loont.
Voor de zware beroepen in de privésector, de ploeg- en de nachtarbeiders en de bouwvakkers, zat zelfs dat er niet in. Ook niet voor het rijdende spoorwegpersoneel, dat de ene week om 3 uur ’s morgens moet opstaan om de vroegste treinen te laten rijden en de week daarna pas om 2 uur ’s nachts thuis komt van de laatste trein.
Dus wie mort omdat er wordt gestaakt dient zich toch even te informeren.
De Arizona-regering treft vooral laaggeschoolden en deeltijdswerkenden
Terwijl de Arizona-regering de aanvallen op ons sociaal model blijft opvoeren, herinnert de analyse van Jef Maes ons aan een essentiële waarheid: wanneer we investeren in de sociale zekerheid, daalt de armoede. Onder de Vivaldi-regering konden dankzij syndicale strijd en de verhoging van de minimumbedragen duizenden gezinnen eindelijk uit de onzekerheid geraken. Maar deze historische vooruitgang wordt vandaag bedreigd door een coalitie die de factuur presenteert aan dezelfde groepen die al het meest onder druk staan: laaggeschoolde werknemers, vrouwen, deeltijdsen en langdurig werklozen. Op basis van een studie van de FOD Sociale Zekerheid hekelt Jef Maes de gevolgen van het Arizona-beleid voor de armoede en, meer specifiek, de zwaardere impact op laaggeschoolden. Een nuttige lectuur om te begrijpen wat er op het spel staat in deze sociale krachtmeting.
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV
Mag het ook eens goed nieuws zijn? Volgens een recente studie van de FOD Sociale Zekerheid heeft België het bijzonder goed gedaan in de jaren 2019-2024, de jaren van de Vivaldi-regering dus. De armoede nam het meest af van alle Europese landen (-22,3 procent).
Zonder sociale zekerheid zou een op de vier Belgen arm zijn. Dat betekent: minder dan 1.522 euro per maand als alleenstaande, of 2.283 euro voor een koppel zonder kinderen. Dankzij ons sociaal model zakt dat armoedecijfer tot 11,3 procent – het laagste sinds het begin van de metingen, en na Tsjechië het laagste van Europa. Onze sociale zekerheid is daarmee de meest doeltreffende in Europa in het terugdringen van armoede.
“In verhouding tot ons bbp zijn onze sociale uitgaven de voorbije jaren niet sterk gestegen, alleen maar heel eventjes tijdens de coronacrisis”, aldus Natascha Van Mechelen, één van de onderzoekers, in Knack. “Onze sociale uitgaven bleven over die hele periode vrijwel gelijk, maar ze zijn gerichter ingezet op kwetsbare groepen en dat zorgde voor de daling van de armoede.”
Als we de recentste cijfers van Eurostat bekijken, zien we inderdaad dat België in 2022 (laatste cijfers) met 27,6 procent van zijn bbp niet meer uitgeeft aan sociale bescherming dan in de andere Europese eurolanden (27,8 procent). Dat percentage is in België tussen 2012 en 2022 zelfs licht gedaald.
Welvaartsaanpassingen
Hoe komt het dat we dan toch zo’n daling van de armoede meemaken? Dat is ten eerste te wijten aan het feit dat de vakbonden vanaf 2007 – na ettelijke manifestaties – een systeem van welvaartsaanpassingen voor de sociale uitkeringen afdwongen.
Met dat systeem konden ze de minima elke twee jaar met 2 procent verhogen bovenop de index. Ze konden hiermee ook het percentage voor alleenstaanden die langer dan één jaar ziek of werkloos zijn verhogen van 40 naar 55 procent, waardoor zij minder in armoede belanden dan in de buurlanden. Bovendien slaagden ze erin om ook de minimumlonen te verhogen, waardoor de armoede bij werkenden (4,3 procent) slechts half zo hoog ligt als in de rest van Europa (8,2 procent).
In 2019 kwam bovendien de paars-groene Vivaldiregering aan de macht, die de minima verhoogde. Voor de gepensioneerden verhoogde minister van Pensioenen Lalieux (PS) die zelfs met 14 procent bovenop de index. Zoals ik vroeger al schreef: de Vivaldi-regering was voor de sociale zekerheid de beste regering in vijftig jaar.
Betekent dit dat we in het sociaal paradijs leven? Zeker niet! Een werkpunt is zeker het aantal (quasi) jobloze gezinnen. Daar doen we het slecht.
Eén op de vier alleenstaande ouders bevindt zich nog altijd in armoede. De zorg voor de kinderen heeft dikwijls als gevolg dat ze zich maar een deeltijdse job kunnen permitteren. Het zijn net de deeltijdswerkenden, vooral vrouwen, die het meest getroffen worden door de pensioenmalus die de huidige Arizona-regering wil invoeren.
De helft van de werklozen is vandaag al arm. Met de uitsluiting van 180.000 langdurig werklozen, waaronder meer dan 50.000 ouderen, zal dat resultaat in 2026 nog dramatisch verslechteren.
Laaggeschoolden en vrouwen
De besparingen in de werkloosheid en de pensioenen raken vooral de laaggeschoolden, en net zij hebben al bovenmatig te kampen met armoede (24 procent).
Bovendien heeft de sociale zekerheid niet alleen als taak om de armoede te verminderen, maar ook om je levensstandaard te beschermen als je niet meer kan werken. Dat aspect onderzoekt het rapport van de FOD sociale zekerheid spijtig genoeg niet.
Maar uit talrijke Europese studies weten we dat we met onze pensioenen op dat vlak slecht scoren, en dat we met de plannen van deze regering de rol in het Europees peloton definitief zullen moeten lossen.
De pensioenen van de werknemers zullen in verhouding met hun vroeger inkomen 9,2 procent zakken. Die van de ambtenaren met meer dan 12 procent.
Dat is dan nog in de veronderstelling dat de uitkeringen vanaf 2025 tot 2070 opnieuw en ononderbroken aangepast zouden worden aan de welvaart.
Anders dreigt een ramp.
Zonder bankrekeningnummer geen vakantiegeld: controleer uw situatie bij het Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV)
Jaarlijks lopen zo’n tienduizend arbeiders hun vakantiegeld mis omdat de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) niet over hun rekeningnummer beschikt. En de tijd dringt, want na drie jaar verjaart de uitbetaling en kan je deze niet meer ontvangen.
Normaal gezien betaalt de RJV het jaarlijkse vakantiegeld in de periode mei-juni uit aan iets meer dan een miljoen arbeiders, leerling-arbeiders en niet-zelfstandige kunstenaars. Ondanks dat het percentage gerechtigden die jaarlijks hun uitbetaling mislopen rond de 1% schommelt, gaat het over tienduizenden niet-overgemaakte betalingen voor een gemiddeld bedrag van 415 euro.
Hoe komt dat? Werkgevers zijn niet verplicht om het rekeningnummer van hun werknemers door te geven aan de RJV. Als werknemer kan je het wel zelf aangeven per post, mail, telefoon, via het loket of online. Met 45% van de niet uitgevoerde uitbetalingen is de interimsector het sterkst vertegenwoordigd, vervolgens de horecasector met 26% en de logistiek en de dienstencheques maken zo’n 5 à 6% deel uit van het totaal.
Typerend aan die sectoren gaat het vaak om werknemers met korte contracten, waarvan bij 1/3e van de betrokkenen zelfs geen postadres gekend is. Bovendien komt een deel van die groep uit het buitenland, en keerden sommigen dus ook terug zonder hun vakantiegeld te ontvangen. Het is dus zeker een uitdaging om deze groepen te bereiken.
Ondanks de niet-evidente situatie om deze mensen op te sporen, onderneemt de RJV een aantal stappen om het geld aan de rechtmatige eigenaars te bezorgen.
Aanschrijven via laatst gekend adres of laatst gekende werkgever
Communicatiecampagne via verschillende kanalen
Ben je mogelijk betrokken? Wat kan je doen?
Heb je in de laatste jaren gewerkt in als arbeider, leerling-arbeider of niet-zelfstandig kunstenaar? Als uitzendkracht of met een kort contract van bepaalde duur?
Neem dan zekercontact op met de RJV om te verifiëren of dat ze al over je rekeningnummer beschikt.
Of bel de RJV op 02 627 97 60 (van maandag tot vrijdag tussen 8u en 16u)
U kunt ook terecht bij het informatieloket van de RJV, op het volgende adres: Kruidtuinberg 48, 1000 Brussel (Maandag en dinsdag: van 8u tot 12u en van 13u tot 16u – Woensdag, donderdag en vrijdag: van 8u tot 12u)
De “novemberoproep” van het gemeenschappelijk vakbondsfront: stakingsdriedaagse op 24, 25 en 26 november
Op 14 oktober jongstleden kwamen meer dan 120.000 mensen vreedzaam op straat in Brussel om hun bezorgdheid over de Arizonamaatregelen te uiten. In gemeenschappelijk front stuurden de vakbonden diezelfde dag een brief naar premier Bart De Wever en de vice-eerste ministers. Ondanks de grote betoging kregen we echter geen enkele reactie, enkel oorverdovende stilte vanuit de regering.
Meer nog, de premier legde in de begrotingsgesprekken een onverteerbaar menu op tafel die gezinnen en werknemers opnieuw hard zouden raken: een indexsprong, nog meer besparen op pensioenen, een btw-verhoging… En dat bovenop de eerdere afbraakmaatregelen in de sociale zekerheid en arbeidsmarkt. De chaos rond de pensioenmaatregelen is ondertussen enorm. Meer dan de helft van de vrouwen in ons land zal getroffen worden door de pensioenmalus. Op het gebied van flexibiliteit en arbeidstijd zijn al heel veel harde en onrechtvaardige ingrepen door de regering voorgesteld.
Een nieuwe stap na de grote betoging van 14 oktober is blijkbaar nodig. De vakbonden plannen daarom met het ‘November Appel’ een stakingsdriedaagse op 24, 25 en 26 november in de openbare en privésector.
Op zondag 23 november roepen ACV, ABVV en ACLVB op om massaal deel te nemen aan de nationale Mirabal-betoging tegen gendergerelateerd geweld. Vervolgens wordt het werk stilgelegd om gehoord te worden:
• Op 24 november staken de spoorwegen; • Op 25 november staken alle openbare diensten in het land; • Op 26 november is er een interprofessionele nationale staking.
De driedaagse is een krachtig appel aan premier De Wever en de voltallige regering om de sociale afbraak te stoppen. Het kan nog, de afbraakmaatregelen zijn nog niet gestemd, er is dus nog tijd om het beleid bij te sturen.
De vakbonden vragen dat premier De Wever en de voltallige regering eindelijk werk maken van geloofwaardige alternatieven: een ernstige en rechtvaardige vermogensfiscaliteit, een taks op digitale activiteiten voor techgiganten én een serieuze en transparante doorlichting van de miljardensubsidies aan bedrijven.
Ook de simpele regel dat op ieder loon bijdragen aan de sociale zekerheid verschuldigd zijn, managementvennootschap of niet, hoort daarbij.
Kortom, een gezamenlijk appel voor meer rechtvaardigheid en een sterk sociaal contract, een oproep om te verenigen in plaats van te verdelen!
Federaal budget – Geen losse eindjes, maar broodnodige sociale keuzes
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV
Aan de vooravond van de grote vakbondsmanifestatie maakte Nahima Lanjri (cd&v) in de Kamer al duidelijk aan minister van Pensioenen Jambon (N-VA) dat zieken niet ook nog eens gediscrimineerd mogen worden door hun pensioen te korten. “Voor cd&v moet die periode volledig moet meetellen. Men kan daar immers niets aan doen, men kiest er niet voor om bijvoorbeeld ALS, MS of kanker te krijgen.” Laten we hopen dat ze werkelijk sprak voor cd&v, en dat haar vicepremier Van Peteghem dit standpunt deze keer wél hard zal maken.
Vorige donderdag in Dilbeek heeft nu ook Conner Rousseau het licht gezien. “Mijn moeder heeft kanker gehad”, zei de Vooruit-Voorzitter tijdens een ‘luistertoer’. “Eén jaar heeft ze niet gewerkt, vier jaar minder. Dat zich dat vertaalt naar haar pensioen ga ik niet aanvaarden.”
Een mens zou zich afvragen wie dat regeerakkoord dan onderhandeld heeft!
Maar goed, in het socialistisch paradijs is er veel vreugde voor wie zich na de grote manifestatie bekeerd heeft. Laten we hopen dat zijn vicepremier Vandenbroucke dit nu ook hard maakt.
Want dat ziekte niet mee zou tellen als gewerkte periode om de pensioenmalus te ontlopen of om na 42 jaar werken op pensioen te kunnen, werd al goedgekeurd in de ministerraad. Maar er komt een ‘tweede lezing’ van het wetsontwerp. Een tweede kans voor de zes grijze mannen die het kernkabinet rijk is.
Ondertussen hebben we minister Jambon wel al kunnen overtuigen dat moederschapsverlof niet laten meetellen vernietigd zou worden door het Europees Hof van Justitie, wegens overduidelijke genderdiscriminatie.
Arbeidsrecht
Iedereen spreekt over de pensioenen. Dat de Arizona-regering minstens even belangrijke maatregelen neemt die de bescherming van de werkende mens verminderen, is veel minder bekend.
Vicepremier Clarinval (MR) overdrijft niet als hij pocht met zijn “liberale revolutie van de arbeidsmarkt”.
Zo zal een werknemer van eind de vijftig die 29 jaar in dezelfde fabriek werkte en ontslagen wordt, het in de toekomst moeten stellen met maximum één jaar opzeggingsvergoeding, en daarna riskeren om na twee jaar werkloosheid ‘van den dop’ te vliegen. Om zich daarna te moeten richten tot het OCMW.
Als hij echter een partner heeft met een inkomen, of als hij te veel gespaard heeft, zal hij zelfs daar geen recht meer hebben op een leefloon. In elk geval zal hij geen sociale rechten en ook geen pensioenrechten meer opbouwen als hij op zijn leeftijd geen ander werk vindt.
Gelukkig is er nog internationale wetgeving die een aantal uitwassen beperkt.
Daar waar België vroeger altijd in Europa en in de wereld voorop liep in sociale wetgeving, wordt het vandaag door die internationale wetgeving dikwijls zelfs ingehaald.
Zo heeft de Raad van State er de regering nu op moeten wijzen dat het afpakken van de premies voor nachtarbeid voor de uren vóór middernacht en na 5 uur ’s morgens voor toekomstige arbeiders in de distributiesector en aanverwante sectoren strijdig is met het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie. Dat voorziet dat premies voor nachtwerk minstens voor zeven opeenvolgende uren gegeven moeten worden.
De Raad van State vindt overigens dat het feit dat nieuwe arbeiders veel minder beloond zouden worden, ertoe leidt dat “de verloning van werknemers met een gelijkaardig profiel, die eenzelfde functie vervullen, sterk uiteenloopt”, en dat de regering dat verschil onvoldoende motiveert.
Idem dito voor de jaarlijkse 360 overuren boven op de 38-urenweek die de regering zou willen invoeren. Voor 240 uren daarvan zouden overigens geen sociale bijdragen betaald moeten worden, waardoor die uren ook niet meer mee zouden tellen voor het pensioen. De Raad van State denkt dat dit botst met de Europese regelgeving. Ook het feit dat de vakbonden niet meer hun akkoord zouden moeten geven voor die overuren, botst volgens de Raad van State met het feit dat daardoor “het beschermingsniveau van het door de Grondwet gewaarborgde recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen” vermindert.
Dit zijn geen ‘losse eindjes’ die nog moeten opgelost worden vooraleer men aan de begrotingsbesprekingen begint. Dit zijn stuk voor stuk sociale keuzes.
Ze werden in het nadeel van de gewone mensen beslecht in het regeerakkoord en in de eerste wetsontwerpen, maar kunnen nog ten goede gekeerd worden.
Voor christendemocraten en socialisten is dit een essentiële opdracht, die ze tot nu onvoldoende volbracht hebben.