De sociale dienst van ABVV Algemene Centrale werft aan!
ABVV Algemene Centrale werft aan een medewerker* sociale dienst (m/v/x) voor de regio – Brussel
Functie :
Je verzorgt de eerstelijns dienstverlening voor onze leden. Dit houdt onder meer in :
Het verlenen van adviezen (over tijdskrediet, thematische verloven, eindeloopbaanproblematiek, loonbrieven, enz.) ;
Het interpreteren van beslissingen van sociale zekerheidsinstanties en deze uitleggen aan de leden ;
Het berekenen van lonen, SWT, beroepsverleden, eindejaarspremies, opzegtermijnen, ontslagcompensatievergoedingen, enz. ;
Het invullen van belastingbrieven.
Je bent verantwoordelijk voor het opmaken, behandelen en opvolgen van klachtendossiers ter verdediging van de individuele belangen van onze leden ;
Bij faillissementen bereken je de schuldvorderingen en dien je deze in bij de Ondernemingsrechtbank;
Je dient pensioenaanvragen en aanvragen 2e pijler in bij de bevoegde instanties.
Vereisten :
Je hebt een sociaal-juridische opleiding genoten als maatschappelijk adviseur of je hebt gelijkwaardige ervaring ;
Je beschikt over sterke communicatieve en organisatorische vaardigheden ;
Je werkt graag in team ;
Je kan zelfstandig werken en durft beslissingen te nemen ;
MS Office kent geen geheimen voor jou (Word, Excel, Outlook) en je werkt vlot met allerlei internet- toepassingen ;
Je hebt een actieve kennis van beide landstalen (Nederlands/Frans) ;
Kennis en inzicht in de syndicale structuur zijn een meerwaarde ;
Je hebt een uitgebreide kennis van de algemene sociale wetgeving en je kan je snel inwerken in de specifieke sectorale regelgeving rond arbeidsvoorwaarden en bestaanszekerheid ;
Je hebt affiniteit met onze doelgroep (arbeiders en bedienden uit verschillende sectoren o.a. schoonmaaksector, bouwsector, bewakingssector, sector van de dienstencheques, scheikunde, ) en wenst te werken in een syndicale beweging.
Wij bieden :
Een boeiende en uitdagende job ;
Opleidingsmogelijkheden om uw integratie in onze organisatie zo goed mogelijk te ondersteunen ;
Een vriendelijke werkomgeving ;
Balans tussen werk en privé ;
Aantrekkelijke loonvoorwaarden volgens barema ;
Een voltijds contract voor onbepaalde tijd (gemiddeld 34 uur 15 minuten/week) en verschillende extralegale voordelen (maaltijdcheques met een nominale waarde van 8 euro, groepsverzekering, hospitalisatieverzekering, enz.) ;
Een werkplek in Brussel, op 800 meter van het centraal station van Brussel.
Geïnteresseerd in deze functie ?
Richt je gemotiveerde sollicitatiebrief zo snel mogelijk en uiterlijk vóór 06 maart 2026 met c.v. naar :
De Algemene Centrale, t.a.v. Bodson Nathan, HR Manager, Watteeustraat 2-6 te 1000 Brussel of per mail aan Nathan.Bodson@accg.be
*Het gebruik van het mannelijk als grammaticale norm in deze vacaturetekst is een conventie om de leesbaarheid van de inhoud te garanderen. Dit betekent geen discriminatie op grond van geslacht bij de verwerking van sollicitaties.
Een regering tegen “om het even welke prijs”? Nee!
Brussel heeft nood aan een regering die haar inwoners beschermt en zorg draagt voor hun essentiële noden en hun collectieve diensten.
Brussel heeft nood aan een regering die haar inwoners beschermt en zorg draagt voor hun essentiële noden en hun collectieve diensten.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront ACV en ABVV-Brussel en het MOC Brussel waarschuwen voor de ernstige gevolgen van de politieke blokkering in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het ontbreken van een regering zorgt voor instabiliteit waarvan de gevolgen zich op het terrein nu al te zwaar laten voelen: budgettaire onzekerheid, uitgestelde beslissingen, verzwakte diensten, werknemers die onder druk worden gezet en ontslagen worden. In de non-profitsector worden tal van vzw’s geconfronteerd met financieringsvertragingen, dreigende besparingen en een stille besparingspolitiek die essentiële opdrachten en jobs in gevaar brengt.
Terwijl de druk toeneemt om de vorming van een Brusselse regering te forceren “tegen om het even welke prijs”, waarschuwen wij voor de invoering van een agenda van sociale afbraak die werknemers en mensen die al het meest kwetsbaar zijn, opoffert. Kwetsbaarheid blijft een politieke keuze.
De burger- en vakbondsacties van de voorbije weken, in het bijzonder die van 23 januari gedragen door de sociaal-gezondheidssector, hebben dit opnieuw duidelijk gemaakt: de politieke crisis is niet abstract. Ze treft het terrein rechtstreeks, bemoeilijkt – of verhindert soms zelfs – de begeleiding van mensen, in het bijzonder de meest kwetsbaren, en ondermijnt de effectieve toegang tot rechten.
Uit de impasse raken kan echter niet betekenen dat er een regering wordt gevormd “om eender wat te doen tegen om het even welke prijs”.
De meerderheid van de burgers heeft, in zowel het Franstalige als het Nederlandstalige kiescollege, bij de verkiezingen van 2024 voor progressieve opties gestemd. Op die progressieve meerderheid in het Parlement kan geen veto worden gelegd.
De N-VA en de MR hebben geen mandaat om Brussel beleid van sociale achteruitgang, besparingen en terugtrekking van de overheid op te leggen.
Brussel heeft geen nood aan een “oplossing” die de crisis doet betalen door de bevolking: geen besparingen van 100 miljoen euro in gemeenten die al verstikken, geen vermindering met 40% van de middelen voor vzw’s, geen ontslag van 3000 gewestelijke ambtenaren terwijl de noden explosief toenemen.
Terwijl al 25.000 Brusselaars uit de werkloosheid zijn uitgesloten en nog eens 15.000 dat binnenkort zullen zijn, heeft het Gewest nood aan een regering die haar inwoners beschermt, in de eerste plaats de meest kwetsbaren, evenals de essentiële openbare diensten, en tegelijk werkt aan de ecologische transitie. In een context van sociale en ecologische crisis die Brussel nu al zwaar treft, verergerd door beleid op andere bestuursniveaus, heeft het Gewest nood aan een regering die de sociale dialoog, de rechten van werknemers en van uitkeringsgerechtigden respecteert.
Een regering met een economisch en sociaal kompas: institutionele stabiliteit heeft alleen zin als ze het leven van de Brusselaars concreet verbetert. Van alle Brusselaars.
Dat veronderstelt een duidelijke koers: financiering veiligstellen, openbare en verenigingsdiensten versterken, armoede bestrijden, toegang tot rechten garanderen en van sociaal-gezondheid een prioriteit maken als collectieve dam tegen crisissen. Echte overleg met de vakbonden en het volledige middenveld is onmisbaar om samen de sociale en ecologische urgenties aan te pakken en het overheidsoptreden te verzekeren.
Het gemeenschappelijk front ACV en ABVV Brussel en het MOC Brussel roepen de politieke verantwoordelijken op om snel uit de impasse te raken, op een basis die overeenstemt met de sociale noden van de bevolking en met de meerderheid die uit de verkiezingen is voortgekomen, en niet via koehandel die enkel de weg opent naar besparingen.
Wij zullen gemobiliseerd blijven, aan de zijde van werknemers, verenigingen en burgers, om de rechten van iedereen te verdedigen en onze visie van een solidair, democratisch en beschermend Brussels Gewest te verdedigen.
Een regering, snel, ja — maar niet ten koste van een beleid dat de armoede nog verergert en degenen verzwakt die het Gewest recht houden.
Een ander beleid is mogelijk en noodzakelijk: solidariteit is geen kost, maar een collectieve investering in waardigheid en sociale cohesie. Laten we deze afspraak niet missen: de Brusselaars verdienen het.
De controle op Brusselse werklozen verstrengen zal hen geen job opleveren!
Persbericht van het ABVV Brussel, het ACV Brussel en de vzw Collectief Solidariteit tegen Uitsluiting.
Op vrijdag 6 februari zal het Brussels Parlement in plenaire zitting een resolutievoorstel behandelen dat aan de regering vraagt om de “procedure voor de controle op de beschikbaarheid van werkzoekenden” te hervormen. Dit dreigt de sociale uitsluiting nog verder te vergroten en het Brusselse model van sociaal overleg te verzwakken.
Terwijl meer dan de helft van de uitkeringsgerechtigde werklozen hun uitkering dreigt te verliezen door de in de tijd beperkte uitkeringen die door de Arizona-regering werden beslist, stellen sommigen vandaag voor om de gewestelijke controle op de actieve beschikbaarheid van Brusselse werklozen te hervormen.
Dit voorstel wil meer verplichtingen opleggen aan werkzoekenden, meer controles invoeren, minder beroepsmogelijkheden voorzien en meer sancties opleggen. Het vertrekt impliciet van het idee dat controles, sancties en het verlies van uitkeringen jobs creëren.
Voor het ABVV Brussel, het ACV Brussel en de vzw Collectief Solidariteit tegen Uitsluiting is deze eenzijdige visie fout en volledig losgekoppeld van de structurele realiteit van de Brusselse arbeidsmarkt.
“Voor wie enkel een hamer heeft, lijkt elk probleem op een spijker. Voor wie alleen in termen van sancties denkt, wordt alles een kwestie van verplichtingen en controles. De oplossing die de indieners van de resolutie voorstellen, is gebaseerd op een ideologische visie op de arbeidsmarkt, die geen rekening houdt met de Brusselse realiteit”, reageert Arnaud Lismond-Mertes, algemeen secretaris van het Collectief Solidariteit tegen Uitsluiting.
“In Brussel vereist de arbeidsmarkt vaak hoge diploma’s, terwijl veel werkzoekenden over weinig erkende kwalificaties beschikken. De werkloosheid ligt drie keer hoger bij laaggeschoolden. Bovendien gaat dit gepaard met een grote precariteit: 30% van de contracten duurt minder dan drie maanden, wat geen duurzame uitstroom uit de werkloosheid mogelijk maakt”, preciseert Benoit Dassy, regionaal secretaris van het ACV.
Hoewel hun rol in het paritair medebeheer van Actiris erkend wordt, werden de sociale gesprekspartners – vakbonden en werkgeversorganisaties – omzeild door de indieners van het voorstel. Het voorstel werd besproken in de Commissie Werk zonder hoorzitting van de sociale partners, terwijl de minister van Werk en de gedelegeerd bestuurder van Actiris wel werden gehoord.
“De vakbonden en werkgeversorganisaties, die door de minister van Werk werden geraadpleegd, hebben nochtans maandag een gezamenlijk advies aangenomen over de hervorming van de controle op de beschikbaarheid, dat sterk afwijkt van het resolutievoorstel”, benadrukt Florence Lepoivre, algemeen secretaris van het ABVV Brussel.
Het voorstel, oorspronkelijk ingediend door DéFI en Anders, kreeg in de commissie een gelegenheidsmeerderheid, na amendementen van MR en CD&V en dankzij de steun van MR, N-VA, Groen, Les Engagés en Team Fouhad Ahidar.
“Zowel door haar inhoud als door haar goedkeuringsproces vormt dit voorstel een bedreiging voor Brusselse werkzoekenden en voor het Brusselse model van sociaal overleg en medebeheer van de arbeidsmarkt. De uitvoering ervan zou enkel de risico’s op uitsluiting versterken, doordat werklozen verder van werk verwijderd raken in plaats van dichter bij werk te komen. Bovendien zou het voorstel de verwarring tussen de controle- en begeleidingsopdrachten van Actiris versterken en de instelling in moeilijkheden brengen door doelstellingen op te leggen die met de huidige middelen onmogelijk te halen zijn”, betreurt Yves Martens, coördinator en medehoofdredacteur van Ensemble!.
Geconfronteerd met de sociale crisis die de Brusselaars hard treft – als gevolg van het beleid van de Arizona-regering – moet het Gewest zich verenigen rond zijn maatschappelijke krachten om een model te verdedigen dat gebaseerd is op sociale cohesie, milieuevenwicht en een positieve benadering van diversiteit.
De goedkeuring – door een gelegenheidsmeerderheid – van deze stigmatiserende resolutie zou alleen maar meer werkzoekenden richting OCMW of familiale solidariteit duwen en de regionale instabiliteit verergeren. Het Brussels Gewest heeft nood aan inclusieve beleidsmaatregelen die duurzaam kunnen verbinden en de sociale vrede kunnen vrijwaren.
Wij roepen de Brusselse parlementsleden dan ook op om dit resolutievoorstel in plenaire zitting te verwerpen.
100.000 vacatures in Brussel… waar zijn ze?
Op 4 februari voerden ABVV-Brussel, ACV Brussel, ACLVB Brussel, het Comité van Werkzoekenden van het ACV en verschillende partners uit het middenveld actie voor het gebouw van BECI, de Brusselse werkgeversfederatie.
Deze actie vond plaats in een bijzonder verontrustende sociale context. Sinds deze maand februari ontvangen de eerste personen die door de federale hervorming uit de werkloosheid zijn uitgesloten geen uitkeringen meer. In Brussel zitten vandaag duizenden mensen zonder voldoende inkomen en zonder reëel perspectief op werk, vaak met het OCMW als enige uitweg.
Tegelijkertijd communiceert BECI over het bestaan van bijna 100.000 vacatures die beschikbaar zouden zijn voor Brusselaars, onder meer op basis van een tool met artificiële intelligentie die alle online vacatures zou verzamelen.
Volgens ABVV Brussel en zijn partners geeft dit discours een vertekend beeld van de realiteit van de arbeidsmarkt. Veel vacatures zijn niet aangepast, niet kwaliteitsvol en niet echt toegankelijk voor mensen die vandaag uit de werkloosheid zijn uitgesloten. Bovendien geven veel werkgevers hun vacatures nog altijd niet door aan Actiris, wat de transparantie en de gelijke toegang tot werk beperkt.
Een symbolische actie om een sociale realiteit zichtbaar te maken
Tijdens deze actie werden symbolisch cv’s in de brievenbus van BECI gedeponeerd. Een manier om een eenvoudige realiteit te benadrukken: veel mensen zoeken actief werk, maar botsen op structurele obstakels – leeftijd, discriminatie, beperkte toegang tot opleiding, gezinsverplichtingen of onaangepaste arbeidsomstandigheden.
Syndicale en maatschappelijke tussenkomsten en getuigenissen van betrokken personen maakten ook duidelijk wat de concrete gevolgen zijn van de uitsluitingen uit de werkloosheid.
Mensen uit de werkloosheid uitsluiten creëert geen jobs
Voor ABVV-Brussel is deze hervorming geen oplossing voor de werkloosheid. Ze versterkt de bestaansonzekerheid en verschuift de druk naar de OCMW’s en de sociale diensten.
Werkzoekenden zijn vandaag al onderworpen aan tal van controles en verplichtingen. Het is tijd dat ook werkgevers hun verantwoordelijkheid opnemen:
hun vacatures doorgeven aan Actiris,
hun opleidingsverplichtingen respecteren,
actief discriminatie bestrijden,
kwaliteitsvolle en waardige jobs aanbieden.
Een duidelijke boodschap
Werkzoekenden willen werken. Maar ze hebben nood aan toegankelijke, stabiele en correct betaalde jobs.
ABVV-Brussel zal zich blijven mobiliseren voor een solidaire sociale zekerheid en voor beleid dat effectief kwaliteitsvolle werkgelegenheid creëert.
Werkloosheid is geen ‘Win For Life’, maar is elke dag strijden om je waardigheid te behouden.
Een opiniestuk van Florence Lepoivre, Algemeen secretaris ABVV-Brussel
Vanmorgen stond ik aan van onze werkloosheidsdiensten om onze leden te ontmoeten. En opnieuw besefte ik hoezeer de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, dé maatregel van de regering-De Wever, een brute, onrechtvaardige, ongelijke, asociale en gewoon ondraaglijke hervorming is.
Een hervorming die veel Brusselaars in een hachelijke situatie stort.
Een hervorming die de federale sociale zekerheid ontmantelt.
Een hervorming die de solidariteit ondermijnt die we sinds het einde van de 19e eeuw voor alle werknemers hebben opgebouwd, dankzij een felle strijd.
Vanmorgen kwam ik tientallen werkzoekenden tegen.
Iedereen maakt zich zorgen. Velen weten niet meer waar ze terecht kunnen.
Sommigen zijn boos. De meesten zijn verbijsterd, begrijpen het niet en praten met tranen in hun ogen over hun situatie.
Ik ontmoette een vader van drie kinderen die vecht om een baan te vinden, maar daar niet in slaagt. Of in ieder geval geen baan die stabiel genoeg is om zijn gezin een fatsoenlijk inkomen te bieden en hen het welzijn te geven dat ze verdienen.
Ik ontmoette een jongeman van Italiaanse afkomst, die sinds zijn aankomst in België het ene na het andere uitzendcontract aaneen heeft geregen. Hij heeft zijn geboortegrond Sicilië verlaten omdat hij geen hoop had er een job te vinden. En ondanks al zijn inspanningen, ondanks zijn harde werk, ondanks alle jobs die hij heeft gehad, wordt hij uitgesloten van de werkloosheid.
Ik heb ook gesproken met een vrouw van Congolese afkomst, die wordt gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en niet meer weet wat ze moet doen om een baan te vinden.
Er was ook een vrouw die me opgelucht vertelde: “Ik ben sinds 1 februari met pensioen. Gelukkig maar.”
Ik heb gesproken met een PWA-werknemer, die ondanks alles zal blijven werken voor een Europese school, ook al verliest hij zijn werkloosheidsuitkering en loopt hij het risico niet zijn volledige leefloon te ontvangen. Omdat hij moet werken. Voor zichzelf. Om zijn waardigheid te behouden. Maar hij weet niet hoe hij het zonder inkomen moet redden in juli en augustus, wanneer de school gesloten is. En hij begrijpt niet waarom deze school hem geen echt contract kan aanbieden.
Ik ontmoette een jonge vrouw die in de human resources werkte en werknemers moest ontslaan om ze te vervangen door studenten of flexijobbers, die goedkoper waren voor de werkgever. Dit stond haar zo tegen dat ze ontslag nam. Ze wil geloven dat ze een baan zal vinden die zinvol is en die aansluit bij haar waarden.
Ik ontmoette een man van iets boven de 60. Meer dan 27 jaar gewerkt. Avonden, nachten, soms weekends, in een zwaar beroep. Hij heeft rugpijn, maar niet genoeg om als arbeidsongeschikt te worden erkend. Hij heeft niet genoeg gewerkt om zijn werkloosheidsuitkering te behouden. Ondanks zijn leeftijd. Ondanks zijn 27 jaar aan bijdragen die hij betaalde met zijn gewerkte uren, overuren en weekenduren.
Er was een jonge vrouw met twee kleine kinderen van 8 maanden en 2,5 jaar oud. Ze moest haar man en haar huis ontvluchten en alles achterlaten, met haar twee kinderen onder haar arm, nadat haar oudste kind seksueel misbruikt was… op 2,5-jarige leeftijd! Ze moet haar zaken regelen met advocaten, rechters en sociale diensten. Ze moest stoppen met werken. Binnenkort verliest ze haar uitkering, haar enige bron van inkomsten. Ze schaamt zich om naar het OCMW te stappen om te vragen waar ze nochtans recht op heeft, wat jij en ik, wat de samenleving haar verschuldigd is.
Dit zijn slechts enkele gezichten die ik vanmorgen ben tegengekomen.
Gezichten die mij voor altijd zullen bijblijven.
Ook al heb je hen niet ontmoet, ik hoop dat je met deze woorden een gezicht en een verhaal kan plakken op de 42.000 werkzoekenden in Brussel – en de 180.000 werklozen in België – die geen recht meer hebben op een uitkering.
Achter deze cijfers gaan levens schuil. Gezinnen. Levensverhalen. Dagelijkse strijd.
En tegenover hen staat een federale regering die stigmatiseert, karikaturen schetst en mensen op brute wijze uitsluit. Zonder na te denken. Zonder nuance. Zonder ook maar een kans te geven aan zij die elke dag vechten om een stabiele, duurzame en waardige job te vinden.
Armoede – Een lege rekening is geen beleid
Een opiniestuk van BertEngelaar, voorzitter van het ABVV.
Aan de loketten van de dienstverlenings-kantoren, aan de telefoon, in infosessies … hoorden onze medewerkers de voorbije weken talloze getuigenissen. Geen grote theorieën, wel korte zinnen die blijven hangen.
Mensen die niet afhaken, maar vastlopen. Leden die solliciteren, opleidingen zoeken, afspraken maken, kinderen opvoeden, mantelzorg opnemen, hier en daar een schamel minicontractje binnenhalen en toch wakker worden met één vraag die alles overneemt: staat het geld er al op?
Die vraag kwam het voorbije weekend voor velen aan als een klap in het gezicht. Bankapp open. Refresh. Niets. Geen vertraging die je rustig kunt uitzitten, maar een onmiddellijke kettingreactie: huur, energie, voeding, schoolkosten, kinderopvang. Wie niet kan betalen, verliest keuzevrijheid. Wie keuzevrijheid verliest, verliest ook waardigheid. Dat is geen pech. Dat is beleid dat de grens tussen administratie en overleven dun maakt.
Motivatietechniek
Aan de loketten horen we hoe die dunne grens mensen naar binnen duwt. Eerst komt de schaamte: “Het zal wel mijn fout zijn.” Dan de angst voor de post: brieven die blijven liggen omdat woorden als “geschorst”, “uitgesloten” of “terugvordering” te zwaar wegen.
Daarna volgt de tocht langs loketten en telefoonnummers: opnieuw uitleggen, bewijzen, wachten. Een dossier wordt zwaarder dan een mens. De stress kruipt in de slaapkamer, in de maag, in het hoofd. Wie in overlevingsmodus zit, denkt niet in jaren maar in dagen: hoe komt er morgen eten op tafel?
Toch wordt in het publieke debat vaak beweerd dat lagere uitkeringen mensen vanzelf naar werk duwen. Armoede als bedreigende motivatietechniek: het klinkt stoer, het werkt niet. Onzekerheid is geen begeleiding. Wie constant brandjes blust, kan moeilijk investeren in een toekomst. Dat is niet alleen moreel problematisch, het is ook economisch kortzichtig.
Nieuw onderzoek van KU Leuven, UC Louvain en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, op basis van langetermijndata bij tienduizenden mensen, wijst net in de andere richting: hogere uitkeringen boven de armoedegrens helpen mensen sneller terug naar werk, omdat ze opnieuw kunnen investeren in zichzelf. Bijscholen, vervoer betalen, een auto delen, een abonnement nemen, een laptop herstellen, kinderopvang regelen, eindelijk medische of psychologische zorg opnemen die al maanden wordt uitgesteld. Stabiliteit is geen hangmat. Stabiliteit is een springplank.
De verhalen aan de loketten maken die conclusie tastbaar. Leden vertellen hoe een te laag inkomen kleine problemen groot maakt. Wie geen geld heeft voor een treinabonnement, raakt niet op gesprek. Wie de tandarts uitstelt, sleept pijn mee naar elke sollicitatie. Wie geen rustige plek heeft om te slapen, faalt op de dag dat er wél een kans komt. Sommigen doen vrijwilligerswerk, zorgen voor buren, bouwen een netwerk uit, maar worden in het beleid gereduceerd tot “inactief”.
Dat label helpt niemand vooruit.
Daarbovenop dreigt een nieuwe schok: tienduizenden mensen riskeren de komende jaren hun uitkering te verliezen omdat ze langer dan twee jaar werkloos zijn.
Op papier heet dat “activering”. In de praktijk duwt het mensen richting bijstand en dieper richting armoede, precies wanneer ze ondersteuning nodig hebben om opnieuw aan te knopen met werk.
Wie de bodem wegneemt, krijgt geen sprong, maar een val.
De regering wil langdurige werkloosheid aanpakken. Prima. Alleen werkt snijden in uitkeringen niet als route naar werk. Het creëert vooral armoede, stress en gezondheidsproblemen en verschuift mensen van de ene regeling naar de andere. Bovendien wordt een groep die al kwetsbaar is nog kwetsbaarder gemaakt, precies op het moment dat er initiatief nodig is: solliciteren, zich verplaatsen, leren, netwerken. Dat lukt niet met een lege rekening.
Minimumuitkeringen
Wat wél werkt, ligt al jaren op tafel: trek minimumuitkeringen op tot minstens de Europese armoededrempel (rond 1.500 euro voor een alleenstaande, zoals de onderzoekers bepleiten). Combineer dat met echte begeleiding: een snelle intake, intensieve opvolging, haalbare trajecten, opleidingen die leiden naar jobs, betaalbaar vervoer en mentale zorg zonder drempels. Geef mensen tijd en ruimte om opnieuw greep te krijgen op hun leven, zodat werk weer haalbaar wordt.
Ik herhaal mijn oproep om alle ministers die zich bezighouden met tewerkstellingsbeleid rond de tafel te zetten, samen met de sociale partners. Samen kunnen we van de “passende dienstbetrekking” geen slogan maken, maar een echte realiteit. Tijd voor beleid dat mensen boven water houdt in plaats van naar beneden duwt, kopje-onder.
Het einde van het spoor als openbare dienst wordt voorbereid op basis van ideologische dogma’s
Een opiniestuk van Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, en Tony Fonteyne, voorzitter van ACOD-VLIG Spoor.
Wat in het Verenigd Koninkrijk uitliep op de Grote Treinroof dreigt nu ook in België. Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, en Tony Fonteyne, voorzitter van ACOD-VLIG Spoor, waarschuwen dat de geplande hervormingen van het spoor de openbare dienst uithollen, het personeel onder druk zetten en de klimaatambities ondergraven.
De film The Navigators van Ken Loach uit 2002 volgt vijf spoorarbeiders na de liberalisering en privatisering van de spoorwegen in het Verenigd Koninkrijk. De vijf moeten opnieuw solliciteren voor hun eigen job, maar dan bij een onderaannemer en tegen slechtere voorwaarden. Fictie in België? Niet als het van de Arizona-regering afhangt. Spoorpersoneel, reizigers en klimaatactivisten voeren de komende dagen dan ook strijd voor betere arbeidsvoorwaarden en meer spoorpersoneel, voor een hoger en kwalitatief treinaanbod, zodat de ‘modal shift’ op de rails geraakt.
Malaise
De regering wil niet alleen vanaf juni de statutaire aanwerving bij de spoorwegen afschaffen. Ze wil ook het principe van ‘economische overmacht’ invoeren. Dat betekent dat de NMBS, als ze na de liberalisering activiteiten zou verliezen, spoorwerknemers zou kunnen ontslaan.
Het is duidelijk: voor onze spoorwegwerknemers rijdt de trein alleen achteruit. Een externe welzijnsenquête heeft het over “te hoge werkdruk, te veel risico op burn-out, uitputting en uitval, te veel hinder van het werk op het privéleven, te veel externe en interne agressie, te weinig sociale steun”.
De cijfers zijn sprekend. Het aantal werknemers bij de Belgische spoorwegen (NMBS, Infrabel, HR Rail) daalde van 35.898 in 2013 naar 27.569 in 2024. Bovendien wil de regering nog 675 miljoen euro besparen bij de spoorwegen. Wie heeft daar baat bij? De reizigers? Neen, toch!
Einde openbare dienst
Deze strijd gaat over de toekomst van ons spoor. Het wetsvoorstel en de afbouw van het statuut bij de spoorwegen zijn doordrongen van “de noodzaak tot liberalisering” na 2032. Het einde van het spoor als openbare dienst wordt voorbereid op basis van ideologische dogma’s.
Nochtans hebben we al gezien waar dat toe leidt in het Verenigd Koninkrijk. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de liberalisering, doorgevoerd sinds het midden van de jaren 90, er volledig mislukt is. Een rapport uit 2013 noemt het The Great Train Robbery of ‘De Grote Treinroof’: “Twintig jaar later hebben de geprivatiseerde spoorwegen elk jaar miljarden subsidies nodig van de belastingbetaler, en hebben ze gefaald in het verzekeren van voldoende private investeringen in de rails of treinen.”
Een wetenschappelijk artikel uit 2017 besluit dat de gedachte dat privatisering tot meer efficiëntie zou leiden “een illusie” is gebleken, dat het geleid heeft tot aanzienlijke extra kosten, en dat het een “zeer foute beleidskeuze” was. En de reiziger? De prijzen voor een treinrit behoren in het VK volgens vergelijkende onderzoeken tot de hoogste van Europa, veelhoger dan bijvoorbeeld in België of Duitsland.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ongeveer drie vierde van de Britten voorstander is van een hernationalisering van de spoorwegen. Al onder de vorige conservatieve regeringen werd beslist om bepaalde spoorlijnen opnieuw in publieke handen te nemen. De huidige Labour-regering zou tegen 2027 min of meer het volledige spoor opnieuw genationaliseerd hebben.
Gebrek aan visie
Dit is nog zorgwekkender in de context van de klimaattransitie. De vorige regering ontwikkelde een ‘Spoorvisie 2040’ om het aandeel van de trein in de mobiliteit van 8 naar 15 procent te brengen tegen 2040. Een ambitieuze doelstelling, waarvoor een serieuze uitbreiding van het aanbod nodig is. Eind 2024 besliste de NMBS evenwel al om het aanbod trager te laten groeien dan eerder gepland. Eén van de redenen? Te weinig nieuwe treinbestuurders en treinbegeleiders.
De stakingen van het spoorpersoneel zijn ook een strijd voor ons allen: reizigers, belastingbetalers, burgers.
Ook een studie van de Dienst Klimaatverandering is duidelijk. Het aantal jobs in de sector van het openbaar vervoer, waaronder de treinbestuurders, zal de komende decennia sterk moeten groeien. Aangezien de NMBS vooral inzet op groei in de weekends en ’s avonds, betekent dat ook meer onregelmatig werk. Als je dan de arbeidsvoorwaarden terugdringt, waar ga je dan nog de nodige werknemers vinden? De conclusie van de studie is helder: “Structurele inspanningen moeten geleverd worden om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren” bij het openbaar vervoer.
Dwarsliggers
Dat spoort dus niet met de nadruk van de Belgische spoorwegen op minder personeel en productiviteitsverhoging, met de afbouw door de regering van het statuut. Het ene wagonnetje haakt vast aan het andere: mindere arbeidsvoorwaarden betekenen een nog moeilijkere zoektocht naar spoorpersoneel, waardoor een hoger en kwalitatief treinaanbod uitgesloten is, wat betekent dat de modal shift en verduurzaming van de transportsector niet op de rails raken. Wie betaalt de prijs? Wij allemaal, met meer vervuiling en meer files.
In die zin zijn de stakingen van het spoorpersoneel ook een strijd voor ons allen: reizigers, belastingbetalers, burgers.
600 dagen politieke impasse, dat is genoeg!
Terwijl zij zich opmaakt om de kaap van 600 dagen zonder regering te overschrijden, bevindt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich in een ernstige en onaanvaardbare politieke impasse. ABVV-Brussel vertolkt de woede van de 180.000 werkneemsters en werknemers die zij vertegenwoordigt, tegenover een Gewest dat gegijzeld wordt door aanhoudende politieke blokkeringen.
Deze crisis is niet abstract: ze veroorzaakt sociale afbraak. De openbare diensten, de OCMW’s, de openbare ziekenhuizen, de sectoren van de kinderopvang, de zorg voor personen met een handicap, de geestelijke gezondheidszorg, de socio-professionele inschakeling, de huisvesting, … evenals het verenigingsleven en de non-profitsector, worden rechtstreeks verzwakt. Ook de noodzakelijke investeringen in deze essentiële sectoren worden opgeofferd.
Voor de Brusselaars zijn de gevolgen onmiddellijk voelbaar: verslechterde dienstverlening, langere wachttijden, wegvallende ondersteuning, toenemende precariteit en versterkte sociale onzekerheid. Elke dag politieke stilstand vergroot de ongelijkheden, brengt jobs in gevaar en verslechtert de arbeidsomstandigheden. Het zijn de werkneemsters, werknemers en de meest kwetsbare groepen die de prijs betalen voor deze politieke verlamming.
Het Gewest heeft dringend nood aan een begroting, maar ook aan duidelijke en geloofwaardige begrotingsperspectieven op middellange termijn. Besturen met voorlopige twaalfden, het eindeloos verlengen van lopende zaken of het uitstellen van moeilijke keuzes betekent Brussel opsluiten in een financiële en institutionele impasse die zijn vermogen om zijn essentiële opdrachten te vervullen ernstig ondermijnt.
ABVV-Brussel zegt het duidelijk: Brussel heeft geen nood aan een regering van techniekers. Brussel heeft nood aan vrouwelijke en mannelijke politici die een ambitieuze politieke visie voor het Gewest dragen en hun verantwoordelijkheden ten volle opnemen. Het is tijd om afstand te nemen van houdingen, veto’s en partijpolitieke berekeningen.
Wij weigeren dat Brussel wordt behandeld als een aanpassingsvariabele, opgeofferd in naam van communautaire of federale prioriteiten die geen rekening houden met zijn sociale, economische en demografische realiteit. Brussel is een essentiële economische en sociale motor van het land. Het “van week tot week” beheren, zonder visie of politiek kompas, is een zware fout.
Tot slot herinneren wij aan een fundamenteel democratisch principe: het Gewest heeft nood aan een regionale regering en aan een regionale beleidsverklaring die het stemgedrag van de Brusselaars respecteren. Het voortduren van deze situatie van politieke machteloosheid voedt democratische moedeloosheid, wantrouwen tegenover de instellingen en sociale wrok.
ABVV-Brussel roept alle politieke verantwoordelijken, over alle partijen heen, op tot een onmiddellijke wake-upcall. Politieke moed vandaag bestaat er niet in een zondebok te zoeken, maar in het erkennen van een collectief falen en in het uitwerken van een politieke, democratische en sociale oplossing die beantwoordt aan de ernst van de uitdagingen.
Actie op maandag 26 januari, in solidariteit met de spoormannen en -vrouwen
Het sociaal verzet tegen de asociale Arizona-regering gaat in 2026 voort.
Eerste afspraak: actie op maandag 26 januari, in solidariteit met de spoormannen en -vrouwen die in die week actievoeren. Wie vandaag het spoor aanvalt, valt morgen alle openbare diensten aan. Hun strijd is ook onze strijd.
tegen de pensioenafbraak en de Jambonmalus, die jou langer laat werken voor minder pensioen
tegen het opjagen van werkzoekenden en zieken
tegen de indexsprong light, een regelrechte aanval op jouw koopkracht
Ben jij de Arizona-afbraak ook meer dan beu? Alleen door samen druk te zetten, kunnen we de koers keren.
voor werkbaar werk, koopkracht en degelijke openbare diensten
rechtvaardige pensioenen voor iedereen
een eerlijke belastingbijdrage van de sterkste schouders
2026 wordt een jaar van sociaal verzet, met tal van acties en een massabetoging die gepland staat op 12 maart.
Artificiële Intelligentie en AVG: 10 vragen voor OR en CPBW
Artificiële intelligentie (AI) heeft steeds meer invloed op de arbeidsmarkt. Voor het ABVV is het belangrijk dat werknemersvertegenwoordigers zich verdiepen in dit thema en weten wat er binnen hun bedrijf gebeurt (of juist niet) op vlak van AI. Met deze 10 vragen ben jij gewapend met de nodige kennis.