In een open brief leggen ABVV en ACV Brussel drie alternatieven op tafel voor het begrotingsconclaaf
In de aanloop naar het begrotingsconclaaf van dit weekend richten ABVV Brussel en ACV Brussel een open brief aan de leden van de Brusselse regering. Tegenover een besparingstraject waarbij het grootste deel van de inspanning op de uitgaven rust, leggen de twee vakbondsorganisaties drie concrete alternatieven op tafel: een rechtvaardigere en progressievere vastgoedfiscaliteit, een hervorming van de erf- en schenkbelasting en een herziening van de fiscale gunstregelingen. Ze vragen de regering om deze alternatieven te onderzoeken, te becijferen en hun budgettaire potentieel in kaart te brengen.
OPEN BRIEF AAN DE LEDEN VAN DE BRUSSELSE REGERING
Brusselse begroting: wij leggen alternatieven op tafel en vragen u om ze te onderzoeken
Aan de vooravond van een belangrijk begrotingsconclaaf voor Brussel nemen de alarmerende verklaringen toe. De begrotingssituatie zou zo ernstig zijn dat, gezien de stijgende rente en de omvang van de schuld, snel en zeer drastisch moet worden ingegrepen. Volgens sommigen zou er eenvoudigweg geen alternatief zijn: nog verder besparen op de uitgaven zou onvermijdelijk zijn.
Laten we duidelijk zijn: de begrotingssituatie van Brussel is ernstig. Het tekort is aanzienlijk, de schuld neemt toe en daarmee wegen ook de intresten die het Gewest aan banken en financiële markten moet betalen steeds zwaarder op de beschikbare middelen voor andere beleidsmaatregelen in Brussel. Een saneringstraject is noodzakelijk. Maar die realiteit erkennen, betekent niet dat om het even welk antwoord aanvaardbaar is.
Uw regering heeft een keuze gemaakt in haar gewestelijke beleidsverklaring, en sindsdien tijdens de begrotingsbesprekingen tot een dogma is verheven: dat is tegen 2029 opnieuw een begrotingsevenwicht bereiken en 80% van de inspanning doen met besparingen.
Dat betekent elk jaar meer dan 300 miljoen euro aan bijkomende inspanningen. Dat is niet louter een boekhoudkundige beslissing. Het is een politieke keuze, zowel wat het tempo als wat de verdeling van de inspanning betreft. Een keuze die vandaag meer dan ooit ter discussie moet worden gesteld, gezien de evolutie van de internationale economische conjunctuur en de uitdaging om Brusselaars opnieuw aan het werk te krijgen in een context die wordt gekenmerkt door uitsluitingen van de werkloosheid.
Brussel is Griekenland niet
Om dit besparingsbeleid te rechtvaardigen, wordt door sommigen het schrikbeeld van een onbeheersbare financiële crisis opgeroepen. Er wordt zelfs regelmatig verwezen naar Griekenland. Die vergelijking strookt niet met de huidige situatie.
Brussel kan zich nog steeds financieren. Eind augustus beschikte het Gewest over 1,25 miljard euro aan kredietlijnen bij vier verschillende kredietverstrekkers. De studie van het Athena Instituut[1] toont aan dat Brussel vandaag niet te maken heeft met een onbeheersbare schulddynamiek en evenmin met een financieringscrisis.
Wij zeggen niet dat er niets moet gebeuren. Maar we moeten handelen zonder dat we urgentie met overhaast werk verwarren. We kunnen nog altijd kiezen voor het tempo, de verdeling van de inspanning en de middelen waarmee we de Brusselse financiën opnieuw op orde brengen.
Door steeds verder te besparen, dreigen we kapot te maken wat Brussel doet functioneren
Want besparingen hebben ook een kostprijs. Vandaag zijn de gevolgen al zeer concreet. Tussen januari en juli 2026 verloren de gewestelijke administraties 517 voltijdse equivalenten. En dit is nog maar het begin: het traject van uw regering voorziet tegen het einde van de legislatuur in een vermindering met 1.800 VTE.
Tegelijkertijd moet hub.brussels ongeveer 16 miljoen euro besparen en heeft het 14 van zijn 33 kantoren in het buitenland gesloten. visit.brussels moet ongeveer 5,7 miljoen euro besparen en verloor al 37 van zijn 159 VTE.
Ook de socialprofitsector blijft niet gespaard. Daar werd in 2025 al bijna 33 miljoen euro bespaard. En van het werkgelegenheidsbeleid wordt verwacht dat het 55 miljoen euro bijdraagt in 2027, 65 miljoen in 2028 en 75 miljoen in 2029.
Hier bereikt uw louter boekhoudkundige redenering haar grenzen.
Minder overheidsinvesteringen betekent mogelijks minder economische activiteit en minder jobs. Minder jobs en inkomens betekent minder consumptie in de handel, de horeca, de cultuursector en de lokale economie. Besparen op opleiding, begeleiding naar werk, vervoer of huisvesting betekent ook dat de voorwaarden die nodig zijn voor de economische ontwikkeling van Brussel worden aangetast.
Wij herinneren u hier aan wat alle sociale gesprekspartners binnen Brupartners stellen: “De onderinvestering in en de verzwakking van de openbare diensten en de socialprofitsector vormen een belangrijk economisch risico, aangezien ze de ongelijkheid inzake toegang tot werk vergroten, de tekorten op de arbeidsmarkt versterken en wegen op de algemene productiviteit. Brupartners is dan ook van mening dat een geloofwaardig economisch herontwikkelingsplan niet om kwaliteitsvolle en correct gefinancierde openbare diensten en opdrachten van algemeen belang heen kan. Deze moeten worden beschouwd als volwaardige hefbomen voor concurrentiekracht, economische veerkracht en sociale cohesie.”
Men kan niet beweren de aantrekkelijkheid en de economische activiteit van Brussel te willen versterken en tegelijkertijd de instrumenten verzwakken die net daar toe moeten bijdragen.
Tegelijkertijd verlaagt uw regering haar inkomsten
De tegenstrijdigheid is des te moeilijker te begrijpen omdat uw regering, naast de aangekondigde besparingen, nieuwe fiscale uitgaven en inkomstenverminderingen plant.
Een verlaging van de gewestelijke personenbelasting, een verdubbeling van de Be Home-premie en nieuwe fiscale stimuli voor ondernemingen: deze maatregelen worden voorgesteld als instrumenten om de aantrekkelijkheid te versterken.
Maar hun doeltreffendheid is verre van aangetoond. De Inspectie van Financiën is met name van oordeel dat een verlaging van de personenbelasting met 1% te beperkt is om een significant effect te hebben op de koopkracht en het behoud van de middenklasse in Brussel[2]. Vooral uw keuzes hebben een budgettaire kostprijs: de verlaging van de personenbelasting en de bijkomende fiscale uitgave voor Be Home vertegenwoordigen samen meer dan 90 miljoen euro voor de gewestelijke begroting. Dat zijn evenveel miljoenen die vervolgens elders moeten worden gezocht om de doelstelling van een terugkeer naar begrotingsevenwicht te halen.
De inspanning die van de Brusselaars wordt gevraagd, wordt dus kunstmatig verzwaard door ongelukkige politieke keuzes die erin bestaan de inkomsten van het Gewest te verminderen, net op het moment dat uw regering het tekort aanhaalt om nieuwe besparingen te rechtvaardigen.
Men kan niet eisen dat elke euro die aan openbare diensten, de socialprofitsector of werkgelegenheid wordt besteed, wordt verantwoord, en tegelijk bepaalde fiscale uitgaven als onaantastbaar beschouwen enkel omdat ze in het regeerakkoord staan. Voor elke publieke euro moet dezelfde eis inzake doeltreffendheid gelden.
Bovendien geeft een verhaal over de Brusselse financiën dat uitsluitend focust op de stijging van de uitgaven een onvolledig beeld van de situatie.
De Athena-studie schat dat Brussel in 2024 over 751 miljoen euro extra zou hebben beschikt indien de inkomsten gewoon hetzelfde aandeel in de economie hadden behouden als in 2016.
De studie wijst ook op een structurele onderfinanciering van Brussel van naar schatting ongeveer 1,8 miljard euro, onder meer als gevolg van de bijzondere functies die het Gewest vervult als Belgische, Europese en internationale hoofdstad.
Als het probleem zowel bij de uitgaven, de inkomsten als de structurele financiering van Brussel ligt, waarom dan vier vijfde van de saneringsinspanning uitsluitend op de uitgaven laten rusten?
Wij leggen alternatieven op tafel
Kritiek leveren op het traject dat uw regering heeft gekozen, volstaat niet. Wij, ACV Brussel en ABVV Brussel, schuiven ook concrete alternatieven naar voren en vragen u om die in het kader van dit begrotingsconclaaf ernstig te onderzoeken.
1. Een rechtvaardigere en progressievere vastgoedfiscaliteit
Ons eerste voorstel bestaat erin de vastgoedfiscaliteit te hervormen en rechtvaardiger en progressiever te maken. Het gaat er niet om de kleine eigenaar te treffen die één appartement verhuurt als aanvulling op zijn inkomen of pensioen. In Brussel wordt de helft van de huurwoningen verhuurd door verhuurders die slechts één of twee woningen bezitten.
Maar het verhuurde vastgoed is ook sterk geconcentreerd: 30% van de huurwoningen in Brussel is in handen van eigenaars die meer dan vijf woningen verhuren. Sommigen bezitten er tien, twintig, dertig of meer[3].
Die concentratie zien we ook terug bij de inkomens: 48% van de huurwoningen behoort toe aan verhuurders uit de 30% hoogste inkomens. Een derde behoort toe aan de 20% hoogste inkomens[4].
Het is dus mogelijk om eigenaars-bewoners en kleine verhuurders te beschermen en tegelijkertijd grote vastgoedvermogens meer te laten bijdragen. Dat kan onder meer via een fiscaliteit die beter rekening houdt met de waarde van de goederen en het aantal eigendommen dat iemand bezit, in plaats van te blijven steunen op een grotendeels achterhaald kadastraal inkomen.
Deze hervorming moet uiteraard gepaard gaan met huurprijsregulering, om te vermijden dat een hogere belasting eenvoudigweg wordt doorgerekend aan de huurders.
2. Grote vermogensoverdrachten meer laten bijdragen
Ons tweede voorstel bestaat erin de fiscaliteit op erfenissen en schenkingen te herzien, zodat grote vermogensoverdrachten meer bijdragen. Vandaag beschikken mensen met de grootste vermogens ook over meer mogelijkheden om de overdracht ervan onder fiscaal voordelige voorwaarden te organiseren.
3.Fiscale niches waarvan de doeltreffendheid niet is aangetoond, herbekijken
Tot slot vragen wij de regering om alle gewestelijke fiscale niches tegen het licht te houden en die waarvan de doeltreffendheid niet is aangetoond, af te schaffen of te heroriënteren. Als elke euro die aan openbare diensten, de socialprofitsector of het werkgelegenheidsbeleid wordt besteed, moet worden verantwoord, is er geen enkele reden waarom fiscale uitgaven aan diezelfde eis zouden ontsnappen.
Deze drie voorstellen vertrekken vanuit dezelfde logica: grote vermogens meer laten bijdragen in plaats van het grootste deel van de begrotingsinspanning te laten dragen door de werkneemsters en werknemers, de openbare diensten en de socialprofitsector.
Wij vragen u deze alternatieven te onderzoeken en te becijferen
Wij beweren niet dat deze drie maatregelen op zichzelf de begrotingssituatie van Brussel zullen oplossen. Er bestaat geen wondermiddel.
Maar het traject dat uw regering heeft gekozen, werkt contraproductief: door de werkgelegenheid, de investeringen en de koopkracht te verzwakken, tast het ook de inkomsten aan die Brussel nodig heeft om zijn financiën opnieuw op orde te brengen.
De financiële situatie van Brussel vereist keuzes. Maar ze verplicht ons niet tot de keuzes die uw regering vandaag maakt.
Wij leggen vandaag drie concrete alternatieven op tafel. Wij vragen u om ze te onderzoeken, te becijferen en hun budgettaire potentieel te evalueren, met dezelfde grondigheid als waarmee de besparingen worden beoordeeld die van de openbare diensten, de socialprofitsector en het werkgelegenheidsbeleid worden gevraagd.
Wij vragen u dan ook om deze alternatieven volwaardig op te nemen in het begrotingsdebat.
Wij staan tot uw beschikking om deze voorstellen verder toe te lichten en er met u over van gedachten te wisselen in het kader van de lopende begrotingswerkzaamheden.
[2] Conclusie van het advies van de Inspectie van Financiën van 26 mei 2026 over het voorontwerp van ordonnantie houdende vermindering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting: « Etant donné
– sa part de 12,4 % dans l’effort budgétaire global de 2026-2029,
– son faible effet retour attendu et
– le risque à terme pour la Région de devoir compenser les communes,
l’Inspection des Finances s’interroge sur l’opportunité de la mesure proposée.
Si le coût de la mesure (c. 60.000.000 EUR/an) est compensé par une réduction des dépenses, il y a lieu de s’assurer que ce n’est pas au détriment de mesures dont l’impact économique serait plus positif pour le budget et l’économie régionale (telles des dépenses d’investissement, de soutien à la recherche ou à l’initiative économique). Si le coût de la mesure devait être compensé par une hausse de recettes due à une meilleure perception, le gouvernement pourrait aussi tout simplement renoncer à cette mesure d’un rendement si faible et réduire d’autant l’effort budgétaire global. Aussi, l’Inspection des Finances remet un avis NEGATIF sur la proposition. »
De Arizona-regering probeert wanhopig een begroting rond te krijgen. Om de miljardenput te vullen gaat ze, zoals gewoonlijk, weer in dezelfde zakken zoeken! Die van ons. Die van jullie.
Na maanden van onophoudelijke aanvallen wil ze ons nu opnieuw de rekening presenteren.
GA HET GELD ELDERS ZOEKEN!
Dat de regering haar miljarden gaat zoeken waar die te vinden zijn: bij grote vermogens, kapitaalinkomsten, grote bedrijven en hun lucratieve cadeaus, en bij de sterkste schouders die makkelijk wat meer kunnen bijdragen.
Onze rode lijnen zijn duidelijk: blijf van de koopkracht, de index en de btw af!
Extra flexibiliteit via de annualisering van de werktijd lusten wij al helemaal niet!
Wij willen respect voor de loopbanen van jong en oud en fatsoenlijke werkomstandigheden.
De regering dreigt deze rode lijnen één voor één te overschrijden.
9 OKTOBER IS EEN EERSTE WAARSCHUWING!
Dit najaar wordt er één van mobilisatie. Op 9 oktober gaan we in Brussel de straat op om een duidelijk signaal te sturen naar de Arizona-regering:
Pensioenen: hoever durft de Arizona-regering nog te gaan?
De Belgische pensioenen behoren nu al tot de laagste van Europa in verhouding tot het arbeidsinkomen. En toch blijft de Arizona-regering ze in het vizier nemen. Lagere pensioenen, pensioenmalus, de laagste pensioenen en vrouwen die zwaarder worden getroffen, zware beroepen die in de kou blijven staan…
In een opiniestuk analyseert Jef Maes de impact van de hervormingen en de besparingen waartoe al werd beslist. En nu er opnieuw sprake is van bijkomende besparingen, is zijn conclusie duidelijk: bij de pensioenen valt er niets meer te rapen.
Besparingen – Bij de pensioenen valt er niets meer te rapen
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV.
Uit het ‘Pension Adequacy Report’ van de Europese commissie blijkt dat een gepensioneerde in België gemiddeld 48 procent van zijn vroeger inkomen behield. In Europa was dat gemiddeld 58 procent, dus 10 procentpunten meer. Daarbij komen nog de recente besparingen door de regering De Wever. De premier denkt nu, bij de begrotingsopmaak, dat er nog meer te rapen valt.
Bij de pensioenen werd volgens de Studiecommissie van de Vergrijzing twee derde van de voorziene kostenstijging tegen 2070 – 1,4 procent van het bbp of zo’n 10 miljard euro – weggesaneerd. Ook de andere sociale uitgaven gaan achteruit. Behalve dan die van de gezondheidszorg, waar de uitgavenstijging nog 2,1 procent van het bbp (circa 15 miljard euro) zal bedragen.
Hoewel we langer werken, zullen de pensioenen door de hervorming van Jambon (N-VA) uiteindelijk met 13 procent achteruitgaan ten opzichte van de gemiddelde arbeidsinkomens. “Vanuit het oogpunt van de sociale houdbaarheid wijst dit op een geleidelijk risico dat de levensstandaard van de gepensioneerden achterblijft op die van de beroepsbevolking”, aldus de Vergrijzingscommissie.
Volgens het Planbureau gaan de ambtenaren er tegenover hun vroegere inkomen op lange termijn met 15,2 procent op achteruit, de werknemers met 7,3 procent en de zelfstandigen met 3,2 procent. Indien de welvaartsaanpassingen na deze regering niet worden heringevoerd, zouden de werknemerspensioenen zelfs met een kwart dalen.
Vrouwen getroffen
Opmerkelijk bij deze hervorming is dat het vooral de laagste pensioenen zijn die inleveren. Tegen 2070 dalen de laagste pensioenen met 12,1 procent en dat is meer dan dubbel zoveel als de hoogste pensioenen, die met 5,7 procent dalen. In het verleden werden de laagste pensioenen meestal ontzien.
Het gemiddeld pensioen van de vrouwen daalt met 6,6 procent, tegenover 5,8 procent bij de mannen. Vooral de pensioenmalus treft meer vrouwen: 37 procent, tegenover 14 procent bij de mannen. Dat komt omdat vrouwen meer zorgtaken opnemen, en dus moeilijker aan 45 jaar halftijds werk geraken om de malus te vermijden.
Een aantal maatregelen die bijna uitsluitend vrouwen raken, zitten nog in de pijplijn en zijn daarom nog niet meegeteld. Dan hebben we het over het afbouwen van het echtscheidings- en het overlevingspensioen, en het gezinspensioen aan 75 procent.
Het waren de beroepsgroepen die zich het sterkst profileerden op de eerste manifestatie in januari 2025, de leerkrachten, de brandweerlui en de politie, die nog één jaartje vroeger op pensioen zullen mogen gaan. Dat was een puur electorale beslissing. Minister Francken (N-VA) speelde met zijn verhoogde defensiebudget sinterklaas: hij gaf de militairen loonsopslag én liet hen nog twee jaar vroeger op pensioen gaan.
Voor arbeiders met een zwaar beroep, mensen die in ploegen werken, nachtarbeiders, bouwvakkers, rijdend treinpersoneel met moeilijke uurroosters en mensen met een lange voltijdse loopbaan van 40 jaar blijft niets meer over.
Zij kregen vroeger altijd nog uitzonderingen toegekend, en mochten tot voor kort nog vanaf 60 op brugpensioen. Nu konden zij zich onvoldoende profileren en is voor hen geen enkele uitzondering meer voorzien. Zelfs niet voor arbeiders die continu in ploegendienst werken.
Hierover is deze keer geen sociaal overleg geweest. Een flater van de regering, en een van de redenen waarom het vakbondsprotest zal aanhouden.
11 oktober: Klimaatmars, kom op straat!
Op zondag 11 oktober trekken we de straten van Brussel op voor het klimaat, onze gezondheid, onze koopkracht en onze vrijheid.
Onze afhankelijkheid van olie, gas en andere fossiele brandstoffen kost ons handenvol geld. Ze wakkert de klimaatverandering aan, doet onze facturen bij elke crisis de hoogte in schieten en maakt ons afhankelijk van landen en regimes waar we geen vat op hebben.
Uit fossiele brandstoffen stappen betekent dat we opnieuw greep krijgen op onze energie, ons geld en onze toekomst.
Maar die transitie mag niet gebeuren op de kap van de werkneemsters en werknemers. Voor het ABVV gaan klimaatrechtvaardigheid en sociale rechtvaardigheid hand in hand: het is niet aan ieder van ons om het alleen uit te zoeken. De overheid moet de regels veranderen, investeren in alternatieven en ondersteuning bieden aan wie die het hardst nodig heeft.
We willen beter geïsoleerde woningen, toegankelijk openbaar vervoer, betaalbare energie en kwaliteitsvolle jobs in een economie die klaar is voor de toekomst.
✊ Afspraak op zondag 11 oktober in Brussel
📍 Brussel-Noord 🕑 Om 14 uur
Klimaatmars, kom op straat. Iedereen gaat!
Gedeeltelijke vernietiging van bepaalde bepalingen van de werkloosheidshervorming
De werkloosheidshervorming van de Arizona-regering heeft duizenden werkloze werknemers hard getroffen.
De vakbonden hebben tegen deze asociale hervorming beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof. En dat beroep heeft een eerste overwinning opgeleverd.
In zijn arrest van 10 september 2026 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de mensen die door de eerste uitsluitingsgolven werden getroffen, onvoldoende tijd hadden gekregen voordat ze hun werkloosheidsuitkering verloren.
Is dit arrest van toepassing op jouw situatie?
Indien je je werkloosheidsuitkering verloor op 1 januari 2026, 1 maart 2026 of 1 april 2026, dan kan deze beslissing op jou van toepassing zijn.
Wat gebeurt er nu?
Momenteel wachten we op de concrete uitvoeringsmodaliteiten om te kunnen bepalen wie precies betrokken is en om hun situatie te regulariseren. Het ABVV stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat deze regularisaties zo snel mogelijk gebeuren en zal je informeren zodra de precieze modaliteiten bekend zijn.
Wat moet je doen?
Je hoeft voorlopig niets te doen. We informeren je zodra de precieze modaliteiten bekend zijn en we kunnen bepalen of jij betrokken bent.
Jouw vakbond staat aan je zijde om je rechten te verdedigen
Onze strijd stopt hier niet: het ABVV blijft zich verzetten tegen deze onrechtvaardige hervorming en blijft opkomen voor een werkloosheidsverzekering die de werknemers daadwerkelijk beschermt.
24 september: kom mee op straat tegen ‘EU Inc.’!
De Europese Commissie wil ‘EU Inc.’ invoeren, een nieuw statuut waarmee een onderneming zich snel kan registreren in een Europees land naar keuze en vervolgens overal in de Europese Unie actief kan zijn.
Waarom is dat gevaarlijk? Omdat een onderneming ervoor zou kunnen kiezen zich te vestigen in een land waar het arbeidsrecht en de sociale bescherming voor haar gunstiger zijn, terwijl ze werknemers in een ander land tewerkstelt. Dat zet de deur open voor sociale dumping: nationale wetgevingen en uiteindelijk ook werknemers tegen elkaar uitspelen.
Voor het ABVV moet het principe eenvoudig zijn: wie in België werkt, moet beschermd worden door het Belgische arbeidsrecht en de Belgische collectieve arbeidsovereenkomsten.
Een onderneming gemakkelijker oprichten in Europa? Waarom niet. Ondernemingen laten kiezen welke sociale regels hen het beste uitkomen? Geen sprake van.
✊ Afspraak op 24 september in Brussel
📍 Schumanplein
🕙 Vanaf 10 uur
Van de regering-Michel tot Arizona: de ‘starve the beast’-strategie gaat door
De inkomsten van de overheid en de sociale zekerheid verminderen, de tekorten laten oplopen en die tekorten vervolgens aangrijpen om nieuwe besparingen te rechtvaardigen: in een opiniestuk dat verscheen in De Morgen analyseert Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV, een politieke strategie die volgens hem al sinds de regering-Michel wordt toegepast en vandaag onder de Arizona-regering wordt voortgezet.
Begrotingstekort – Een uitstekend staaltje van de ‘starve the beast’-strategie
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV, gepubliceerd in De Morgen.
Een tv-fragment blijft in mijn geheugen gegrift. In een onbewaakt moment gaf Bart De Wever daarin toe dat het huidige begrotingstekort bewust georganiseerd is.
Dat gebeurde onder de door N-VA en liberalen gedomineerde regering-Michel, die een fiscaal en parafiscaal cadeau van liefst 12 miljard euro gaf aan de bedrijven, zonder compenserende inkomsten te voorzien.
Daarvoor werden de belastingen op de winsten van bedrijven verminderd van 33 naar 25 procent. Ook de patronale bijdragen werden verminderd van 32 naar 25 procent. Dat werd een ’taxshift’ genoemd.
“Het klopt dat de taxshift niet voldoende gefinancierd is. Men heeft doelbewust gekozen om niet alles mee te rekenen. Dat dringt op termijn een infernale besparingslogica op en dus komt men terecht bij de overheidsuitgaven waar ze nog zitten: de sociale zekerheid”, aldus De Wever via nieuwssite Newsmonkey (2017).
Het dwingen van toekomstige regeringen om te besparen op de sociale zekerheid was dus het ultieme doel.
De paars-groene Vivaldi-regering trapte niet in de val. Wat zij, terecht, besteedde aan de verhoging van het minimumpensioen (ongeveer 3 miljard euro) was echter een habbekrats in vergelijking met de 12 miljard euro die voordien aan de bedrijven cadeau was gedaan.
Het was bovendien goed besteed, want voor het eerst sinds de metingen daalde het armoedecijfer fors, tot 10,9 procent.
Wat weinigen weten, is dat De Wever bovendien in het voorakkoord van Vollezele met Paul Magnette (PS) akkoord was gegaan met dezelfde sociale verbeteringen, in ruil voor verdere regionalisering. Een voorakkoord dat afgeblokt werd door liberalen en groenen, maar waarvan de sociale correcties onder Vivaldi hernomen werden.
Bravoure
Diezelfde De Wever die onder de regering-Michel bewust de overheidsfinanciën om zeep hielp, en daarna akkoord ging met de verhoging van de sociale minima, slaagde er tijdens de verkiezingsstrijd in 2024 in om de “verrotting” van de overheidsfinanciën helemaal in de schoenen van de Vivaldi-regering te schuiven. Je moet het maar durven. En er nog in slagen ook.
Uiteindelijk zal zijn Arizona-regering doen wat tien jaar geleden al het doel was: zwaar besparen in de sociale zekerheid. Waarbij De Wever er dan nog in slaagt zich te profileren als ‘redder des vaderlands’. Een uitstekend staaltje van de starve the beast-strategie[1], die trouwens nog altijd doorgaat.
Want terwijl dramatisch gedaan wordt over de 10 miljard aan besparingen die nu moeten worden gevonden, is door deze regering nog 2,3 miljard euro cadeau gegeven aan de bedrijven, en daar zijn de goedkope flexi-jobs en overuren nog niet in meegerekend. Bovendien worden miljarden extra vrijgemaakt voor defensie en voor niet-gedekte belastingverlagingen.
Het was nochtans al eens voorgedaan. Nadat de regeringen-Martens en -Dehaene een begrotingstekort van liefst 17 procent hadden weggewerkt, was er op het eind van de jaren 90 een structureel begrotingsoverschot dat voldoende was om de toekomstige meerkosten van de vergrijzing op te vangen. Dehaene deed dat trouwens met zowel besparingen als nieuwe inkomsten. Ik heb nog mee de stakingen tegen het Globaal Plan van Dehaene in 1993 georganiseerd, maar ik moet toegeven: vergeleken met het parcours van Arizona vandaag, was dat een toonbeeld van evenwichtigheid.
De paars-groene regering-Verhofstadt verkwistte echter dat begrotingsoverschot. In het boek Een open boek – 8 jaar Verhofstadt wordt gepocht dat de federale belastingen met 10,4 miljard euro werden verlaagd, waarvan een flink deel voor de bedrijven. In zijn begrotingstabellen rekende Verhofstadts kabinetschef Luc Coene met enorme “terugverdieneffecten”. Later zal Coene als gouverneur van de Nationale Bank een van de grootste pleitbezorgers worden voor langer werken en besparingen in de sociale zekerheid. Op het einde van de regering verkocht minister van Begroting Vande Lanotte (Vooruit) overheidsgebouwen, om ze daarna terug te leasen bij privé-investeerders.
Uiteindelijk slaagden de neoliberalen ook deze keer in hun strategie van starve the beast: de inkomsten van de overheid dusdanig verminderen dat volgende regeringen, wat hun samenstelling ook is, verplicht zullen zijn om te besparen.
Ook de hoofdredacteur van Trends moest in zijn laatste boek toegeven dat de centrumlinkse regeringen-Dehaene en -Di Rupo meer bespaarden dan de door neoliberalen gedomineerde rechtse regeringen. Laat die stukken politieke geschiedenis spiegels zijn voor het huidige begrotingsdebat, waarin opnieuw weinig zal zijn wat het lijkt.
[1]‘Het beest uithongeren’, een politieke strategie die erop gericht is de overheidsinkomsten bewust te verminderen om zo budgettaire druk te creëren, die vervolgens wordt aangegrepen om besparingen op de overheidsuitgaven te rechtvaardigen.
ABVV waarschuwt regering met stevig actieplan
Het ABVV waarschuwt de regering duidelijk: werknemers zullen niet opnieuw de rekening betalen. Op 9 oktober staat in Brussel een manifestatie gepland. Als de regering tijdens het begrotingsconclaaf van oktober één of meerdere rode lijnen overschrijdt, kan er in de week van 23 november een algemene staking volgen. Want andere politieke keuzes zijn mogelijk. Het is tijd om die keuzes te maken.
Al 19 maanden hakt de Arizona-regering in op de pijlers van ons sociaal model: pensioenen, lonen, arbeidsvoorwaarden en arbeidstijd, bescherming bij ziekte, de werkloosheidsverzekering, sociale zekerheid en openbare diensten. Het sociaal overleg werd daarbij meermaals voor voldongen feiten geplaatst, uitgehold of gewoon genegeerd.
De gevolgen zijn ondertussen duidelijk. Veel werknemers, gepensioneerden, zieken en mensen die afhankelijk zijn van onze sociale bescherming hebben al stevig ingeleverd. Tegelijk blijft de regering worstelen met haar begroting en zoekt ze miljarden om het tekort terug te dringen.
Dat nu opnieuw pistes op tafel komen die dezelfde mensen treffen, is voor het ABVV onaanvaardbaar. Een hogere btw raakt rechtstreeks de koopkracht. Verder unilateraal morrelen aan de index door de regering treft werknemers en ambtenaren. Nieuwe besparingen in de gezondheidszorg, hoger remgeld, meer eenzijdige flexibiliteit en een verdere uitholling van de openbare dienstverlening leggen de factuur alweer bij wie de voorbije maanden al bijzonder veel heeft gedragen.
Het ABVV eist daarom dat de sterkste schouders eindelijk een eerlijk deel van de inspanning dragen. Werknemers kunnen niet keer op keer worden opgeroepen om de gaten in de begroting te dichten.
Andere keuzes zijn mogelijk. Daarvoor is politieke moed nodig.
De vakbonden hebben alternatieven naar voren geschoven die samen goed zijn voor ongeveer 21 miljard euro. Die gaan van besparingen op inefficiënte uitgaven tot nieuwe en rechtvaardigere inkomsten. Daarbij moet onder meer gekeken worden naar fiscale constructies, managementvennootschappen, een eerlijkere bijdrage van grote vermogens en kapitaalinkomsten, subsidies waarvan het maatschappelijk rendement onvoldoende bewezen is en een versterking van de fiscale administratie en de sociale inspectiediensten. Er bestaat dus een alternatief voor een beleid dat telkens opnieuw dezelfde portemonnees opent.
De burgerpetitie voor een rechtvaardige fiscaliteit verzamelde intussen meer dan 76.000 handtekeningen. De vakbonden verwachten dan ook binnenkort in een parlementaire hoorzitting hun voorstellen te kunnen formuleren.
Acties in het najaar
Na een brede raadpleging kondigt het ABVV nieuwe acties aan. Wanneer de regering opnieuw de rekening doorstuurt naar de werknemers zal ze op breed sociaal verzet botsen.
Het ABVV blijft daarom de komende weken breed informeren en mobiliseren: in de media, op straat en vooral op de werkvloer. Naast de Europese actie op 24 september en de klimaatmars op 11 oktober schuift het ABVV twee belangrijke actiemomenten naar voren.
Op 9 oktober volgt een manifestatie in Brussel. Deze manifestatie is een eerste duidelijke waarschuwing aan de regering. Het ABVV verwacht dat de regering daarna haar koers bijstuurt. Een verdere eenzijdige aantasting van de index, een btw-verhoging, of annualisering van de arbeidstijd zullen een krachtig syndicaal antwoord krijgen.
Wanneer die waarschuwing genegeerd wordt en één van deze rode lijnen wordt overschreden in het begrotingsconclaaf van oktober, heeft het ABVV een mandaat om in de week van 23 november een algemene staking uit te roepen.
Renovatiepremies: als mobilisatie de bakens verzet!
In maart kondigde de Brusselse regering aan dat de premies voor energetische renovatie zouden verdwijnen en plaats zouden maken voor leningen, zelfs voor de meest kwetsbare gezinnen. Samen met Embuild.brussels verzette ABVV-Brussel zich tegen die keuze en toonde zo dat een andere weg mogelijk was. Enkele maanden later heeft de regering haar plannen bijgestuurd: de premies voor kwetsbare gezinnen blijven uiteindelijk behouden, worden vooraf gefinancierd en versterkt. Een belangrijke stap vooruit die ons aan iets essentieels herinnert: als we ons mobiliseren en geloofwaardige alternatieven op tafel leggen, kunnen we de bakens verzetten!
In maart leken de premies ten dode opgeschreven
Afgelopen voorjaar kondigde de Brusselse regering aan dat ze een einde wilde maken aan het systeem van Renolution-premies en die voornamelijk wilde vervangen door EcoReno-leningen tegen een voordelige rentevoet of aan 0%.
Voor ABVV-Brussel moest het bestaande systeem inderdaad worden herzien: de premies kwamen verhoudingsgewijs vaker terecht bij meer welgestelde gezinnen, terwijl gezinnen met de laagste inkomens meer moeite hadden om renovatiewerken aan te vatten en vooral om de kosten ervan voor te schieten.
Maar de premies afschaffen was niet de oplossing. Want een renteloze lening blijft een lening. Voor heel wat Brusselse gezinnen die met energiearmoede kampen en nauwelijks financiële ruimte hebben, is schulden aangaan om hun woning te renoveren eenvoudigweg geen optie.
Ons voorstel was om de premies beter te richten op de gezinnen die ze echt nodig hebben, ze vooraf te financieren zodat die gezinnen niet eerst zelf duizenden euro’s moeten voorschieten, en rechtstreekse steun te behouden voor wie niet de mogelijkheid heeft om te lenen.
Samen mobiliseren om aan te tonen dat er een alternatief was
Tegenover de plannen van de regering besloten ABVV-Brussel en Embuild.brussels gezamenlijk hun standpunt publiek te verdedigen. Eind maart pleitten Aurélie Notebaert (vakbondssecretaris van de bouwsector bij de Algemene Centrale van het ABVV) en Laurent Schiltz (Embuild.brussels) samen in Le Soir voor het behoud van renovatiepremies voor de meest kwetsbare gezinnen[1].
Aurélie Notebaert en Laurent Schiltz
Ze deelden dezelfde vaststelling: de steun vervangen door leningen dreigde niet alleen de meest kwetsbare gezinnen uit te sluiten van energetische renovatie, maar kon er ook toe leiden dat heel wat renovatieprojecten werden afgeblazen, met rechtstreekse gevolgen voor de activiteit en de werkgelegenheid in de bouwsector.
Maar deze mobilisatie bleef niet beperkt tot een tussenkomst in de media.
Op initiatief van ABVV-Brussel bracht Brupartners (de Brusselse Economische en Sociale Raad, waarin de vakbonden en de vertegenwoordigers van de werkgevers zetelen) op 23 april eveneens een advies uit over de premies voor de energetische renovatie van gebouwen, dat in dezelfde richting ging[2].
We hebben dus gedaan wat een vakbond moet doen: een beslissing aanvechten die we onrechtvaardig vonden, maar tegelijk ook aantonen dat een ander beleid mogelijk was.
Enkele maanden later stuurt de regering haar plannen bij
En die mobilisatie heeft resultaat opgeleverd: het Sociaal Klimaatplan dat uiteindelijk door de Brusselse regering werd goedgekeurd, is aanzienlijk socialer dan het oorspronkelijke ontwerp:
Voor gezinnen in een kwetsbare situatie voorziet het voortaan in een vooraf gefinancierde sociale renovatiepremie, als aanvulling op een renteloze sociale renovatielening. Bovendien werd het aantal gezinnen dat voor deze premie in aanmerking kan komen verhoogd van 3.600 naar 3.900.
In totaal wordt 71 miljoen euro uitgetrokken voor deze premies, bovenop 21,7 miljoen euro voor renteloze leningen.
Ook de sociale huisvesting, die volledig ontbrak in het oorspronkelijke ontwerp, krijgt 58 miljoen euro voor energetische renovatiewerken.
Nog een belangrijke vooruitgang: verhuurders die van deze steun gebruikmaken, moeten hun woning gedurende minstens negen jaar ter beschikking stellen van een sociaal verhuurkantoor. Zo wordt de inzet van overheidsgeld voor renovatie gekoppeld aan een sociale garantie voor de huurders.
De regering heeft de in maart aangekondigde koers dus bijgestuurd: de premies zullen niet verdwijnen om uitsluitend plaats te maken voor leningen. Het principe dat wij verdedigden – rechtstreekse, gerichte en vooraf gefinancierde steun voor wie zijn renovatie niet zelf kan financieren – staat vandaag centraal in het systeem.
Het bewijs dat strijd loont!
Deze vooruitgang biedt uiteraard geen antwoord op alle uitdagingen rond energetische renovatie in Brussel. We zullen de concrete uitvoering van het Sociaal Klimaatplan en de daadwerkelijke toegankelijkheid ervan voor de betrokken gezinnen nauwlettend blijven opvolgen.
Maar we moeten ook onze overwinningen kunnen vieren.
In maart werd de afschaffing van de premies voorgesteld als de keuze van de regering.
Wij hebben die koers aangevochten, samen met andere actoren op het terrein een alternatief uitgewerkt en het debat gevoerd in de pers en binnen het sociaal overleg. En uiteindelijk heeft de regering haar plannen bijgestuurd.
Dat is precies waar vakbondsactie voor dient: niet alleen neen zeggen, maar aantonen dat andere keuzes mogelijk zijn, krachtsverhoudingen opbouwen en concrete veranderingen afdwingen! In een periode waarin men ons maar al te vaak wil doen geloven dat budgettaire beperkingen slechts één beleid mogelijk maken, bewijst dit dossier het tegendeel. Er bestaan alternatieven. En als we ons mobiliseren om ze te verdedigen, kunnen we resultaten boeken.
[2] Brupartners, 23 april 2026: Initiatiefadvies – Premies voor de energetische renovatie van gebouwen.
Bert Engelaar reageert op Roland Duchâtelet: “Een autobiografie is geen sociaal model”
In een interview dat op 14 augustus in De Morgen verscheen onder de titel ‘Droom erop los, maar niet met mijn geld’, pleit ondernemer Roland Duchâtelet voor een radicale hervorming van ons samenlevingsmodel: het einde van de leerplicht in het secundair onderwijs, het stopzetten van de publieke financiering van het universitair onderwijs, het ter discussie stellen van ons socialezekerheidsstelsel en zelfs van de werking van onze democratie. Hij stelt ook voor om kinderarbeid vanaf 12 jaar opnieuw toe te laten.
Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, reageert: een samenleving bestuur je niet als een onderneming en een individueel parcours, hoe uitzonderlijk ook, kan niet als model voor iedereen dienen.
Een samenleving is geen holding, burgers zijn geen aandeelhouders
Een opiniestuk van Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV.
Roland Duchâtelet heeft een probleem met de samenleving. Ze kost hem te veel. In het interview (DM 15/8) vertelt de ondernemer dat hij niets had toen hij trouwde, tijdens zijn studies werkte en een succesvolle ondernemer werd. Prima. Maar een autobiografie is geen sociaal model.
‘Ik kon het, dus iedereen kan het’ klinkt aantrekkelijk wanneer je zelf boven bent geraakt. Succes wordt individuele verdienste, mislukking een persoonlijk tekort. Afkomst, geluk, gezondheid, onderwijs, een netwerk, ouders met geld of zonder geld verdwijnen uit beeld. Zo wordt ongelijkheid uiteindelijk de schuld van wie ze ondergaat.
Zelf kon hij studeren aan een gesubsidieerde universiteit. Vandaag moeten anderen maar lenen, “zoals in Amerika”. Wat voor jezelf vanzelfsprekend was, wordt voor de generatie na jou plots een luxe die ze zelf moet financieren.
Het verbod op kinderarbeid mag vanaf 12 jaar verdwijnen. In zijn streek moeten werkgevers Roemenen aantrekken, terwijl kinderen “evengoed appelen en peren” kunnen plukken. Natuurlijk kan een 12-jarige dat. De vraag is niet of kinderen kunnen werken. De vraag is waarom wij beslist hebben dat ze dat niet hóéven te doen. Recht op onderwijs, vrije tijd, ontwikkeling en bescherming, weet u wel. Een tekort aan arbeidskrachten oplossen met 12-jarigen is geen revolutionair toekomstidee. Het is een bijzonder oud idee waarvan we terecht afscheid hebben genomen.
Productiviteitswinst
Dan is er AI. Miljoenen banen zouden verdwijnen. Dat debat moeten we voeren. Maar het is absurd om te voorspellen dat er straks minder werk is voor volwassenen en tegelijk voorstellen om 12-jarigen aan het werk te zetten. Belangrijker is wie de enorme productiviteitswinsten van AI krijgt. Wanneer machines meer werk overnemen, kunnen we die rijkdom gebruiken voor meer tijd, beter onderwijs, zorg en bestaanszekerheid. Of de winsten concentreren bij een kleine groep eigenaars en de rest een bedrag geven om te blijven consumeren.
Ook de redenering over school vertrekt sterk vanuit de eigen leefwereld. Zijn kinderen en kleinzoon zijn hoogbegaafd en verveelden zich. Mijn eigen zonen ook. Ik weet dus dat ons onderwijs daar soms tekortschiet. Maar daaruit besluiten dat middelbaar onderwijs facultatief moet worden, is iets helemaal anders.
Voor sommige kinderen is school saai. Voor andere is het de plek waar hun afkomst even niet beslist hoe ver ze mogen dromen. Het ene kind heeft hoogopgeleide ouders, een computer en een netwerk dat deuren opent. Een ander maakt huiswerk aan de keukentafel terwijl moeder de avondshift doet. Geef beiden dezelfde zogenaamde vrijheid en ze krijgen nog altijd totaal verschillende kansen.
Hetzelfde geldt voor de 8 euro remgeld bij de dokter, die volgens Duchâtelet niet veel voorstellen. Voor veel mensen is 8 euro wel geld, boven op huur, energie, voeding en medicatie. Wie nooit hoeft te tellen tot het einde van de maand, moet voorzichtig zijn met bepalen wat voor een ander weinig is.
Handleiding
Daar wringt het interview. Een uitzonderlijk succesvolle man maakt van zijn uitzonderlijke levensloop een handleiding voor iedereen. Een samenleving kan niet georganiseerd worden op maat van uitzonderingen. Niet iedereen wordt ondernemer, kan lenen of heeft een financieel vangnet wanneer iets mislukt. Precies daarom hebben generaties voor ons sociale zekerheid, openbaar onderwijs, arbeidsrecht en toegankelijke gezondheidszorg opgebouwd.
Ook de ideeën over democratie zijn hallucinant. Parlementen zijn te traag, Singapore is een voorbeeld en zelfs China is een democratie. Telkens hetzelfde idee: laat de juiste mensen beslissen en alles wordt efficiënter. Een samenleving is geen holding. Burgers zijn geen aandeelhouders. Kinderen zijn geen goedkope arbeidsreserve.
Duchâtelet kreeg kansen in een samenleving die investeerde in onderwijs, onderzoek en infrastructuur en heeft die benut. Respect. Maar dit succes geeft je niet het recht te besluiten dat anderen die kansen niet meer nodig hebben.
Een kind van 12 hoort niet in een boomgaard omdat een werkgever geen fruitplukkers vindt. Een jongere hoort niet met een berg schulden aan zijn studies te beginnen omdat zijn ouders geen universiteit kunnen betalen. Een zieke hoort een doktersbezoek niet uit te stellen omdat 8 euro voor iemand anders weinig lijkt.
Vooruitgang betekent dat wie na ons komt meer kansen krijgt. Niet de factuur voor de kansen die wij zelf gekregen hebben.