Bert Engelaar reageert op Roland Duchâtelet: “Een autobiografie is geen sociaal model”
In een interview dat op 14 augustus in De Morgen verscheen onder de titel ‘Droom erop los, maar niet met mijn geld’, pleit ondernemer Roland Duchâtelet voor een radicale hervorming van ons samenlevingsmodel: het einde van de leerplicht in het secundair onderwijs, het stopzetten van de publieke financiering van het universitair onderwijs, het ter discussie stellen van ons socialezekerheidsstelsel en zelfs van de werking van onze democratie. Hij stelt ook voor om kinderarbeid vanaf 12 jaar opnieuw toe te laten.
Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, reageert: een samenleving bestuur je niet als een onderneming en een individueel parcours, hoe uitzonderlijk ook, kan niet als model voor iedereen dienen.
Een samenleving is geen holding, burgers zijn geen aandeelhouders
Een opiniestuk van Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV.
Roland Duchâtelet heeft een probleem met de samenleving. Ze kost hem te veel. In het interview (DM 15/8) vertelt de ondernemer dat hij niets had toen hij trouwde, tijdens zijn studies werkte en een succesvolle ondernemer werd. Prima. Maar een autobiografie is geen sociaal model.
‘Ik kon het, dus iedereen kan het’ klinkt aantrekkelijk wanneer je zelf boven bent geraakt. Succes wordt individuele verdienste, mislukking een persoonlijk tekort. Afkomst, geluk, gezondheid, onderwijs, een netwerk, ouders met geld of zonder geld verdwijnen uit beeld. Zo wordt ongelijkheid uiteindelijk de schuld van wie ze ondergaat.
Zelf kon hij studeren aan een gesubsidieerde universiteit. Vandaag moeten anderen maar lenen, “zoals in Amerika”. Wat voor jezelf vanzelfsprekend was, wordt voor de generatie na jou plots een luxe die ze zelf moet financieren.
Het verbod op kinderarbeid mag vanaf 12 jaar verdwijnen. In zijn streek moeten werkgevers Roemenen aantrekken, terwijl kinderen “evengoed appelen en peren” kunnen plukken. Natuurlijk kan een 12-jarige dat. De vraag is niet of kinderen kunnen werken. De vraag is waarom wij beslist hebben dat ze dat niet hóéven te doen. Recht op onderwijs, vrije tijd, ontwikkeling en bescherming, weet u wel. Een tekort aan arbeidskrachten oplossen met 12-jarigen is geen revolutionair toekomstidee. Het is een bijzonder oud idee waarvan we terecht afscheid hebben genomen.
Productiviteitswinst
Dan is er AI. Miljoenen banen zouden verdwijnen. Dat debat moeten we voeren. Maar het is absurd om te voorspellen dat er straks minder werk is voor volwassenen en tegelijk voorstellen om 12-jarigen aan het werk te zetten. Belangrijker is wie de enorme productiviteitswinsten van AI krijgt. Wanneer machines meer werk overnemen, kunnen we die rijkdom gebruiken voor meer tijd, beter onderwijs, zorg en bestaanszekerheid. Of de winsten concentreren bij een kleine groep eigenaars en de rest een bedrag geven om te blijven consumeren.
Ook de redenering over school vertrekt sterk vanuit de eigen leefwereld. Zijn kinderen en kleinzoon zijn hoogbegaafd en verveelden zich. Mijn eigen zonen ook. Ik weet dus dat ons onderwijs daar soms tekortschiet. Maar daaruit besluiten dat middelbaar onderwijs facultatief moet worden, is iets helemaal anders.
Voor sommige kinderen is school saai. Voor andere is het de plek waar hun afkomst even niet beslist hoe ver ze mogen dromen. Het ene kind heeft hoogopgeleide ouders, een computer en een netwerk dat deuren opent. Een ander maakt huiswerk aan de keukentafel terwijl moeder de avondshift doet. Geef beiden dezelfde zogenaamde vrijheid en ze krijgen nog altijd totaal verschillende kansen.
Hetzelfde geldt voor de 8 euro remgeld bij de dokter, die volgens Duchâtelet niet veel voorstellen. Voor veel mensen is 8 euro wel geld, boven op huur, energie, voeding en medicatie. Wie nooit hoeft te tellen tot het einde van de maand, moet voorzichtig zijn met bepalen wat voor een ander weinig is.
Handleiding
Daar wringt het interview. Een uitzonderlijk succesvolle man maakt van zijn uitzonderlijke levensloop een handleiding voor iedereen. Een samenleving kan niet georganiseerd worden op maat van uitzonderingen. Niet iedereen wordt ondernemer, kan lenen of heeft een financieel vangnet wanneer iets mislukt. Precies daarom hebben generaties voor ons sociale zekerheid, openbaar onderwijs, arbeidsrecht en toegankelijke gezondheidszorg opgebouwd.
Ook de ideeën over democratie zijn hallucinant. Parlementen zijn te traag, Singapore is een voorbeeld en zelfs China is een democratie. Telkens hetzelfde idee: laat de juiste mensen beslissen en alles wordt efficiënter. Een samenleving is geen holding. Burgers zijn geen aandeelhouders. Kinderen zijn geen goedkope arbeidsreserve.
Duchâtelet kreeg kansen in een samenleving die investeerde in onderwijs, onderzoek en infrastructuur en heeft die benut. Respect. Maar dit succes geeft je niet het recht te besluiten dat anderen die kansen niet meer nodig hebben.
Een kind van 12 hoort niet in een boomgaard omdat een werkgever geen fruitplukkers vindt. Een jongere hoort niet met een berg schulden aan zijn studies te beginnen omdat zijn ouders geen universiteit kunnen betalen. Een zieke hoort een doktersbezoek niet uit te stellen omdat 8 euro voor iemand anders weinig lijkt.
Vooruitgang betekent dat wie na ons komt meer kansen krijgt. Niet de factuur voor de kansen die wij zelf gekregen hebben.
Meer dan de helft van de mensen die dit jaar hun werkloosheidsuitkering verloren, klopte aan bij het OCMW, terwijl slechts een klein deel opnieuw werk vond. Voor Bert Engelaar toont deze eerste balans vooral aan dat de regering-De Wever de factuur doorschuift en de betrokkenen armer maakt, zonder de problemen op de arbeidsmarkt of die van de overheidsfinanciën op te lossen.
In een opiniestuk op DeWereldMorgen, een onafhankelijk Vlaams medium, roept hij op om het over een andere boeg te gooien: in plaats van geld te zoeken in de zakken van wie het minst heeft, is het tijd om de grootste vermogens eerlijk te laten bijdragen.
Een opinistuk van Bert Engelaar, Voorzitter van het ABVV
Meer dan de helft van de werklozen die dit jaar hun uitkering verloren, heeft intussen een leefloon aangevraagd bij het OCMW. De regering-De Wever ging ervan uit dat ongeveer één op de drie uitgesloten werklozen die stap zou zetten. Het werden er 53 procent. Van de ruim 99.000 mensen die hun werkloosheidsuitkering zagen verdwijnen, vroegen er meer dan 52.000 een leefloon aan en kregen ruim 43.000 dat leefloon ook daadwerkelijk toegekend. De grote arbeidsmarkthervorming waarop deze regering zo trots was, blijkt voorlopig vooral een dure verhuisfirma: mensen worden uit de werkloosheidsverzekering gezet, waarna ze enkele loketten verder bij het OCMW terechtkomen.
De uitkering verdwijnt uit de boeken van de RVA, maar de mens verdwijnt uiteraard niet. Ook de huur, de energiefactuur en de prijs van de winkelkar verdwijnen niet. De federale regering kan pronken met een lagere uitgave in één stelsel, terwijl de gemeenten extra dossiers, extra begeleiding en extra uitgaven krijgen. De rekening wordt niet opgelost, ze wordt doorgeschoven. Het inkomen van de betrokkene wordt onderweg doorgaans wel een stuk lager. Dat is dan blijkbaar de hervorming.
Toch klinkt het allemaal goed in het hoofd van een behoorlijk deel van Vlaanderen. Werklozen hun uitkering afnemen, dat voelt tenminste kordaat. Eindelijk wordt er opgetreden tegen mensen die al jaren op kosten van de samenleving leven. Eindelijk worden de profiteurs wakker geschud. Eindelijk moet iedereen zijn deel doen.
Wie die profiteurs precies zijn, blijft meestal onduidelijk. Het zijn in elk geval zelden de mensen die we persoonlijk kennen. Abdel uit de straat is geen profiteur, want die heeft twintig jaar in de bouw gewerkt en vindt na zijn rugoperatie nauwelijks nog een werkgever die hem wil aannemen. Sarah, de buurvrouw die alleen voor haar kinderen zorgt nadat haar winkel sloot, is ook geen profiteur. Zij probeert het echt. Abdullah, de sterspeler van de voetbalploeg van je zoon, komt evenmin uit zo’n gezin, want zijn ouders zijn vriendelijke mensen die altijd helpen bij de club.
De profiteurs zijn altijd de anderen. Ze wonen ergens buiten onze straat, staan niet naast ons aan de schoolpoort en verkopen geen wafels voor de voetbalploeg. Zodra mensen een naam, een gezicht en een verhaal krijgen, blijken ze opvallend vaak ontslagen, ziek, gescheiden, laaggeschoold, te oud volgens de werkgever of gevangen in een regio waar de jobs nu eenmaal niet voor het rapen liggen. Toch wordt in het publieke debat een handige anonieme massa gecreëerd, een leger van luie mensen dat thuis in de zetel ligt terwijl de hardwerkende Vlaming de rekening betaalt.
Dat beeld is politiek bijzonder winstgevend. Rechts heeft immers een verhaal dat iedereen onmiddellijk begrijpt: er is te weinig geld, omdat te veel mensen profiteren. Neem hun uitkering af, zet hen onder druk en de begroting komt opnieuw in evenwicht. De oplossing past op een bierkaartje en vraagt geen moeilijke uitleg. Het is alleen jammer dat de cijfers telkens opnieuw weigeren mee te werken.
Van de eerste groepen die hun uitkering verloren, vond voorlopig ongeveer tien procent werk. Een vergelijkbaar deel kwam in de ziekteverzekering terecht. Meer dan de helft stapte naar het OCMW. De regering nam mensen dus geen uitkering af omdat er een baan op hen wachtte, maar omdat een politieke kalender had beslist dat hun tijd verstreken was. Wie na twee jaar geen werk heeft, wordt armer gemaakt, ook wanneer er geen werkgever klaarstaat, de gezondheid het laat afweten, kinderopvang onbetaalbaar is of het openbaar vervoer de bedrijventerreinen simpelweg niet bereikt.
Armoede wordt zo als arbeidsmarktinstrument gebruikt. De redenering luidt dat iemand harder zal zoeken zodra zijn inkomen daalt. Alsof werkgevers plots minder selectief worden wanneer een werkloze minder geld heeft. Alsof een rugprobleem verdwijnt omdat de RVA een brief stuurt. Alsof leeftijdsdiscriminatie ophoudt zodra het leefloon begint. Alsof een alleenstaande moeder meer uren in een dag krijgt wanneer haar uitkering wordt stopgezet.
De regering kan zich intussen wel beroepen op daadkracht. Zij heeft beslist, gesanctioneerd en geschrapt. De resultaten zijn minder indrukwekkend. De begroting is niet gered, de arbeidsmarkt is niet plots hervormd en tienduizenden mensen zijn niet aan het werk geholpen. Wel kregen de OCMW’s er een enorme opdracht bij en moeten gezinnen met nog minder inkomen verder. De statistiek van de werkloosheidsverzekering ziet er beter uit, wat in de Wetstraat wellicht als een succes geldt. Wie van de ene tabel naar de andere verhuist, telt blijkbaar als geactiveerd.
Vervolgens komt onvermijdelijk de volgende groep in beeld. Nu de opbrengst bij de werklozen tegenvalt, wordt naar de langdurig zieken gekeken. Daar zouden nog veel meer mensen zitten die met voldoende druk opnieuw aan het werk kunnen. Ook daar is de boodschap eenvoudig: strenger controleren, sneller sanctioneren en minder lang betalen. Dezelfde methode wordt herhaald, hoewel de eerste toepassing nauwelijks het beloofde resultaat oplevert.
Het merkwaardige is dat financiële prikkels in onze politiek slechts één richting uitgaan. De werkloze moet een financiële prikkel krijgen om werk te zoeken. De zieke moet een financiële prikkel krijgen om sneller te herstellen. De alleenstaande moeder moet een financiële prikkel krijgen om elke job aan te nemen. Zodra het over de allerrijksten gaat, verandert de woordenschat. Dan moeten we opletten dat we niemand afschrikken, dat vermogen niet vlucht en dat investeerders zich welkom blijven voelen. De arme krijgt een stok, de rijke krijgt begrip.
Daar zit de kern van het probleem. Deze regering zoekt geld bij mensen die nauwelijks geld hebben. Het is politiek eenvoudig, want zij beschikken niet over fiscalisten, lobbyisten of rechtstreekse toegang tot kabinetten. Hun vermogen kan niet in een holding verdwijnen en hun inkomen kan niet naar een fiscaal gunstiger constructie worden verschoven. Wie van een uitkering leeft, heeft een bankrekening die gecontroleerd kan worden en een huisadres waar een brief naartoe kan. Dat maakt hem een bijzonder gemakkelijk doelwit.
Wie echt veel bezit, staat er heel anders voor. Vermogen groeit vaak sneller dan lonen. Huizen, aandelen en beleggingen leveren nieuwe inkomsten op, terwijl wie enkel van arbeid leeft vooral belastingen betaalt op elke verdiende euro. Grote fortuinen worden doorgegeven, rendementen stapelen zich op en geld begint vanaf een bepaald niveau vooral nieuw geld voort te brengen. De samenleving wordt ondertussen wijsgemaakt dat het grote begrotingsprobleem zich bevindt bij iemand die van 1.300 euro per maand leeft.
Dat is economisch onzin, maar politiek werkt het. Rechts wijst naar beneden en zegt dat daar het geld zit. Vakbonden en progressieven antwoorden vervolgens met een plan van twintig maatregelen, meerdere uitzonderingen, berekeningen over fiscale ontvangsten en een uitvoerige toelichting over alle mogelijke vormen van vermogensbelasting. Tegen de tijd dat onze derde tabel is uitgelegd, heeft rechts de discussie al gewonnen met vijf woorden: pak de profiteurs hun geld af.
Daar moeten we het geweer dringend van schouder veranderen. Ons antwoord hoeft niet ingewikkeld te zijn. Zoek het geld waar het zit. Laat de grootste vermogens eindelijk een eerlijke bijdrage betalen. Voer een rijkentaks in.
Daarmee wordt niet de kleine spaarder bedoeld, evenmin de zelfstandige die zijn hele leven werkte om een zaak op te bouwen of het gezin dat eindelijk een woning heeft afbetaald. Het gaat over de allergrootste fortuinen, over mensen die miljoenen bezitten en wier vermogen jaar na jaar groeit zonder dat zij daarvoor nog een uur extra moeten werken. Wie zoveel heeft dat zijn levensstandaard niet verandert door een ernstige bijdrage, kan die bijdrage ook leveren.
Een rijkentaks is geen straf voor succes. Het is de eenvoudige erkenning dat een samenleving niet kan blijven draaien wanneer arbeid zwaar wordt belast en enorme vermogens grotendeels worden ontzien. Verpleegkundigen, leerkrachten, de zelfstandige kruidenier, bouwvakkers en winkelbedienden betalen elke maand belastingen vóór hun loon op de rekening staat. Het is moeilijk uit te leggen waarom iemand met een gigantisch vermogen eindeloos mogelijkheden krijgt om zijn bijdrage te beperken, terwijl een werkloze iedere euro spaargeld moet verantwoorden aan het OCMW.
De regering-De Wever wilde aantonen dat zij taboes durfde te doorbreken. In werkelijkheid brak zij vooral de bescherming af van mensen die weinig politieke macht hebben. Tienduizenden werklozen verloren hun uitkering, meer dan de helft kwam bij het OCMW terecht en slechts een beperkte groep vond voorlopig werk. De verwachte begrotingswinst bleek grotendeels een illusie, terwijl de maatschappelijke kost zeer reëel is.
Wat hebben we dan gewonnen? Geen 99.000 nieuwe werknemers, geen sluitende begroting en geen arbeidsmarkt die plots beter functioneert. Wel armere gezinnen, zwaarder belaste gemeenten, meer onzekerheid en een regering die een administratieve verschuiving verkoopt als een historische hervorming.
De werkloze heeft dit land niet leeggeroofd. Abdel, Sarah en al die andere mensen die proberen overeind te blijven, hebben geen miljarden verborgen. De begroting zal niet gered worden door hen nog wat dieper in de armoede te duwen. Wie ernstig werk wil maken van gezonde overheidsfinanciën, moet ophouden met zoeken in lege zakken.
Het geld zit bovenaan.
Haal het daar.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront in het offensief na het zomerreces
Het akkoord dat de federale regering vlak voor de zomervakantie in de Ministerraad heeft bereikt, bevestigt dat zij vasthoudt aan haar beleid van sociale afbraak, zonder een antwoord te bieden op de bezorgdheden van werknemers en uitkeringsgerechtigden. Bovendien moeten nog belangrijke begrotingsbeslissingen worden genomen. De vakbonden bereiden zich daarom voor op nieuwe acties.
Na het zomerreces worden de begrotingsonderhandelingen hervat. Het akkoord dat de federale regering vlak voor de zomervakantie in de Ministerraad heeft bereikt, bevestigt dat zij vasthoudt aan haar beleid van sociale afbraak, zonder een antwoord te bieden op de bezorgdheden van werknemers en uitkeringsgerechtigden. Bovendien moeten nog belangrijke begrotingsbeslissingen worden genomen.
De vakbonden bereiden zich daarom voor op nieuwe acties. Na de zomer zullen we onze inspanningen opvoeren om de bevolking, zowel op straat als op de werkvloer, breed te informeren en te sensibiliseren. We roepen op tot een brede maatschappelijke mobilisatie om een krachtig signaal te geven aan de politieke beleidsmakers. Er zijn wel degelijk alternatieven.
De begrotingskwestie is allerminst van de baan. De regering blijft op zoek naar miljarden om het begrotingstekort terug te dringen. Premier Bart De Wever lijkt daarbij opnieuw terug te grijpen naar zijn “klavertjevier”: extra druk op de koopkracht via de index en de btw, besparingen in de gezondheidszorg en een steeds strengere controle op langdurig zieken. Voor het gemeenschappelijk vakbondsfront is deze besparingslogica geen natuurwet. Andere keuzes zijn mogelijk, op voorwaarde dat de politieke wil aanwezig is om ze ook daadwerkelijk uit te voeren.
Blijf af van de pensioenen van kunstwerkers!
ABVV-Brussel mobiliseert zich, samen met de representatieve organisaties van kunstwerkers, om hun recht op een waardig pensioen te verdedigen. Daarom werd een petitie gelanceerd om het wetsontwerp over de pensioenhervorming nog vóór de definitieve goedkeuring te laten aanpassen.
De pensioenhervorming van de Arizona-regering dreigt duizenden kunstwerkers onterecht te benadelen.
Hoewel de regering had aangekondigd rekening te houden met de specifieke kenmerken van artistieke loopbanen, sluit het huidige wetsontwerp periodes van artistieke werkloosheid van vóór 2014 uit van de uitzonderingen die in de hervorming zijn voorzien.
Die beperking is onaanvaardbaar. De eigenheid van artistieke beroepen – de afwisseling van kortlopende contracten, verschillende werkgevers, opdrachten van beperkte duur en onmisbare periodes van creatie, voorbereiding en repetitie – wordt al tientallen jaren wettelijk erkend. Die periodes uitsluiten bij de pensioenberekening betekent verworven rechten afbouwen en mensen met vaak al precaire loopbanen extra benadelen.
Deze ongelijke behandeling is des te onbegrijpelijker omdat het wetsontwerp wél uitzonderingen voorziet voor andere beroepsgroepen met atypische loopbanen. Er is geen enkele objectieve reden om kunstwerkers anders te behandelen.
ABVV-Brussel vraagt, samen met de andere vakbonden en de representatieve federaties van de sector, dat het wetsontwerp vóór de definitieve goedkeuring wordt aangepast. Alleen zo kunnen de verworven rechten worden gevrijwaard en kan worden gegarandeerd dat kunstwerkers na hun loopbaan recht hebben op een waardig pensioen.
Kunstwerkers vragen geen voorrecht. Ze vragen simpelweg dat de eigenheid van hun beroep wordt erkend en dat hun rechten worden gerespecteerd!
Steun deze mobilisatie door de petitie te ondertekenen en ze massaal te delen!
Zomerwerkloosheid van leerkrachten: wat moet je doen?
Wanneer ontvang je je werkloosheidsuitkeringen?
Als je voldoet aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden voor werkloosheid, kun je werkloosheidsuitkeringen krijgen na je uitgestelde bezoldigingsperiode.
Welke stappen moet je ondernemen?
Maak een afspraak met je FGTB-werkloosheidsdienst (afhankelijk van je woonplaats) na je uitgestelde bezoldigingsperiode (berekend door je vakcentrale – SETCa of ACOD), en breng je laatste correct ingevulde, gedateerde en ondertekende C4-Onderwijs mee.
Stempelkaart in juli en augustus
Gebruik bij voorkeur de elektronische stempelkaart voor de maanden juli en augustus 2026. Let op: je moet je inschrijven bij ACTIRIS/VDAB/Forem tussen 01/09 en 08/09 als je in september geen werk hervat.
Hervat je het onderwijs niet en heb je nog geen andere job gevonden?
Als je voldoet aan de voorwaarden, kun je recht hebben op werkloosheidsuitkeringen na je uitgestelde bezoldigingsperiode. Hiervoor moet je je laatste ingevulde en ondertekende C4-Onderwijs indienen bij je FGTB-permanentie (op papier of gescand).
Ben je aangesloten bij het BBTK?
Een bewerkbare tabel voor de berekening van de verworven vakantiedagen (met handleiding) is hier beschikbaar en de handleiding is hier te downloaden. Na het invullen vragen wij u om de tabel met uw tewerkstellingsgegevens tussen 6 en 17 juli 2026 te bezorgen via e-mail aan dbosquet@setca-fgtb.be, onder de volgende bestandsnaam: “Bewerkbare tabel berekening VP 2026 NAAM VOORNAAM.pdf”.
Ben je aangesloten bij de ACOD?
Alle betrokken leerkrachten worden uitgenodigd om hun ondertekende C4 in pdf-formaat per e-mail te bezorgen aan het adres vpbru@cgspacod.be, en dit vanaf maandag 6 juli 2026. De ACOD zal hen vervolgens informeren over de periode die door hun uitgestelde bezoldiging wordt gedekt en over de datum vanaf wanneer zij zich kunnen aanmelden bij hun ABVV-Brussel-permanentie om hun dossier in te dienen.
Fijne vakantie!
BRAL & IEB: Maak van subsidies geen politiek drukkingsmiddel
Persbericht ABVV-Brussel – ACV Brussel
De Brusselse regering stemde er vorige week uiteindelijk mee in om een deel van de subsidies aan BRAL en IEB (Inter-Environnement Bruxelles) uit te betalen. Toch blijft het onzeker of andere financieringen, die essentieel zijn om hun taken verder uit te voeren, verlengd zullen worden. Dat heeft gevolgen: jobs worden bedreigd en sommige activiteiten van deze verenigingen komen wellicht in het gedrang.
De recente verklaringen van de Brusselse minister van Begroting, Dirk De Smedt, laten weinig twijfel bestaan over de redenen achter de recente blokkering. Hij verwijt deze verenigingen dat ze juridische stappen ondernemen tegen het Gewest en vindt dat ze niet loyaal genoeg zijn aan de overheid.
ACV Brussel en ABVV Brussel uiten hun diepe bezorgdheid over deze situatie.
Ruimer bekeken dan dit specifieke geval van IEB en BRAL dringt zich nu de vraag op: mag een vereniging financieel worden gestraft omdat ze haar rol als tegenmacht uitoefent?
Decennialang dragen deze twee organisaties bij aan het publieke debat in Brussel dankzij hun erkende expertise op het gebied van stadsplanning, mobiliteit, milieu en levenskwaliteit.
Zij helpen stedelijke projecten te verbeteren, waarschuwen voor hun mogelijke impact, stellen alternatieven voor en verdedigen de belangen van bewoners bij beslissingen die soms kortetermijnwinst of een snelle economische ontwikkeling helemaal vooropstellen.
Hun actie beperkt zich niet tot juridische stappen, integendeel: ze geven iedere dag informatie en begeleiding, maken analyses, stellen alternatieven voor en bouwen mee aan een duurzamer, evenwichtiger en democratischer gewest.
Of je nu hun standpunten deelt of niet, hun sociaal nut en hun bijdrage aan het democratisch debat kan je niet ontkennen.
In een democratie zijn verenigingen, vakbonden, ziekenfondsen en burgerbewegingen er niet om systematisch regeringsbeslissingen goed te keuren. Hun rol is ook om te interpelleren, kritiek te uiten, te waarschuwen en, indien nodig, gebruik te maken van de mogelijkheden tot beroep bepaald door de wet. De kosten die voortvloeien uit de juridische stappen ondernomen door IEB en BRAL worden overigens niet gefinancierd door de overheid, die dat trouwens goed weet want ze controleert hoe de subsidies worden ingezet.
Volgens ACV Brussel en ABVV Brussel is het verlangen om overheidsfinanciering afhankelijk te maken van de volgzaamheid van gesubsidieerde organisaties een uiterst zorgwekkend precedent.
Vandaag zijn milieu- en burgerverenigingen het doelwit. Morgen misschien andere middenveldorganisaties, andere tegenmachten of andere kritische stemmen.
Nu vele regeringen het steeds vaker gemunt hebben op middenveldorganisaties, vakbonden en verenigingen is het belangrijker dan ooit om in herinnering te brengen dat een sterke democratie niet bang is voor kritiek. Kritiek beschermt haar net!
De twee vakbonden roepen de Brusselse regering dan ook op om een duidelijke garantie te bieden van de onafhankelijkheid van de gesubsidieerde verenigingen, de volledige subsidies voor IEB en BRAL onmiddellijk vrij te geven en duidelijk te bevestigen dat geen enkele vereniging kan worden gestraft voor het uitoefenen van haar recht om kritiek te uiten, het beleid te interpelleren of gebruik te maken van de mogelijkheden tot beroep bepaald door de wet.
In een democratie worden argumenten beantwoord met tegenargumenten, niet door de geldkraan van wie ze aanvoert, dicht te draaien.
Jouw werkloosheidsdienst P500 is verhuist!
Om je nog beter van dienst te zijn, is de P500-werkloosheidsdienst van ABVV-Brussel verhuisd uit de Sint-Jansstraat.
Je kan voortaan terecht in je gloednieuwe P500-kantoor in de Hoogstraat 48, tegenover het Kapellekerkplein.
Je P500-werkloosheidsdienst is gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer:
Dichtstbijzijnde bushaltes: Kapellekerk (bussen 48 en 50) en Grote Zavel (bussen 33, 48 en 95)
Tramhalte: Kleine Zavel (trams 92 en 93)
Metrostation: Centraal Station
Treinstation: Brussel-Kapellekerk
Wij kijken ernaar uit je binnenkort in ons nieuwe kantoor te verwelkomen.
Solidaire groeten,
Het P500-team
Machtsvertoon en minachting als reactie op het sociaal protest
Open brief Florence Lepoivre en Jean-François Tamellini
Op 4 juni sloten velen onder ons zich aan bij de duizenden mensen die protesteerden aan het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel, tegen het besparingsbeleid dat het onderwijs, de cultuur, de kinderopvang, het onderzoek en de openbare media keihard treft.
We kwamen er leerkrachten, universiteitsdocenten, schoolpersoneel, opvoeders, cultuurwerkers en ouders tegen. Maar vooral heel veel jongeren.
Jongeren die hun toekomst kwamen verdedigen.
Jongeren die heel goed weten dat de bewering van de federale regering en van de Federatie Wallonië-Brussel dat de maatregelen in hun belang zijn “om de volgende generaties te behoeden” een leugen is.
Deze betoging was vreedzaam. Het geweld dat in de marge van de betoging plaatsvond, is onaanvaardbaar en moet ondubbelzinnig worden veroordeeld.
Maar het geweld mag niet doen vergeten wat echt telt: wat we die dag zagen, was de bezorgdheid van een generatie over de geleidelijke uitholling van de openbare diensten en van de middelen die hun volwassenwording ondersteunen.
Wat ons op 4 juni het meest is bijgebleven, is niet het geweld van enkele individuen die een vreedzame demonstratie kwamen verstoren.
Het is het schrijnende contrast tussen de eisen van duizenden jongeren en het onthaal dat hen te beurt viel.
We hebben waterkanonnen gezien. Politieagenten in oproeruitrusting.
We zijn getuige geweest van de politie die chargeert, met hun wapenstokken slaat, traangas spuit.
Interventies waarvan velen zich terecht afvragen of ze wel proportioneel waren.
Want daar gaat het inderdaad om.
Hoe zit het met de proportionaliteit wanneer leerkrachten, scholieren en hun ouders verstrikt geraken in zulke gewelddadige interventies?
We zagen ook militairen voor het station van Brussel-Centraal, gewapend met aanvalswapens, die naast de politie stonden, tegenover de jongeren, alsof er een opstand of een burgeroorlog gaande was.
In een rechtsstaat is het leger niet bedoeld om de openbare orde te handhaven, op enkele uitzonderingen na, zoals terroristische dreigingen of andere ernstige bedreigingen voor het voortbestaan van de staat.
Militairen zijn noch opgeleid, noch uitgerust om betogingen in goede banen te leiden. Enkel in autoritaire landen, waar de rechtsstaat niet meer bestaat, wordt het leger ingezet voor dergelijke taken.
Welke boodschap geven we mee aan jongeren die zich zorgen maken over hun toekomst, wanneer ze getuige zijn van dergelijke machtsvertoon, terwijl ze alleen maar willen gehoord worden?
Welke boodschap geven we aan hen die opkomen voor hun school, hun universiteit, hun toegang tot cultuur of onderzoek, wanneer ze het gevoel hebben dat ze in de eerste plaats worden gezien als een bedreiging voor de openbare orde?
En welke boodschap geven we als sommige politici al die jongeren die zich inzetten voor hun toekomst en voor de kwaliteit van het onderwijs dat ze krijgen, blijkbaar wegzetten als potentiële delinquenten die moeten worden heropgevoed en op bootcamp gestuurd?
Achter de gebeurtenissen van 4 juni tekent zich een zorgwekkende trend af: die van de macht die steeds minder gehoor geeft aan de signalen vanuit de samenleving.
Al maandenlang volgen de protestacties elkaar op.
In het hele land komen werknemers, jongeren, gepensioneerden, verenigingen en burgers de straat op voor hun pensioenen, hun koopkracht, de openbare diensten en de sociale zekerheid.
En om de rechtsstaat te verdedigen.
Maar meer nog dan de betogingen, roept het gebrek aan aandacht voor de signalen die van alle kanten komen dringende vragen op.
Organisaties op het terrein luiden de alarmklok. Hele sectoren komen in actie. De Raad van State, het Rekenhof en officiële adviesorganen brengen vaak uiterst kritische adviezen uit.
Desondanks wordt de dwingelandij almaar opgevoerd.
Alsof het sociaal overleg, de expertise en de signalen van het terrein van geen tel zijn tegenover de vastberadenheid om een blind besparingsprogramma tot elke prijs op te leggen.
Tegelijkertijd worden vakbonden, ziekenfondsen en openbare media in diskrediet gebracht en aangevallen. Het maatschappelijk middenveld wordt simpelweg genegeerd.
Kortom, de tegenmachten worden niet langer als gesprekspartners gezien, maar als obstakels in de stroomversnelling richting bezuinigingen en afbraak van rechten.
Als 5.000, 10.000, 100.000 of 150.000 mensen betogen zonder gehoord te worden, als de adviezen van de actoren op het terrein en de officiële instanties in de wind worden geslagen en overlegkanalen worden omzeild, wat blijft er dan nog over van de democratische dialoog?
Op 4 juni vroegen de aanwezige jongeren niet om privileges.
Ze vroegen om investeringen in hun toekomst, in plaats van bezuinigingen.
Ze vroegen om middelen om te leren, zich te ontwikkelen en aan hun toekomst te bouwen.
Maar eigenlijk was hun eis dezelfde als die duizenden werknemers, burgers, verenigingen en actoren van het terrein al maandenlang formuleren: gehoord worden.
Gehoord worden voordat er beslissingen worden genomen.
Gehoord worden voordat hervormingen worden opgelegd.
Als de reactie van de politiek enkel bestaat uit minachting, machtsvertoon en karikaturale reacties… dan kun je je terecht afvragen of sommige beleidsverantwoordelijken de boodschap willen begrijpen.
Regeren betekent niet bezorgdheid negeren of onderdrukken.
Het betekent dat je ernaar luistert. En ze beantwoordt.
Er waren donderdag vernielingen in Brussel. Bushokjes sneuvelden. Projectielen vlogen door de lucht. Hulpdiensten werden belaagd. Natuurlijk moet dat benoemd worden. Natuurlijk moet daartegen opgetreden worden.
Niemand, geen enkele vakbond, leerkracht of ouder verdedigt geweld of vernieling. Het is onaanvaardbaar.
Wat vooral bleef hangen, waren de grote woorden van verschillende politici. “Crapuul.” “Bootcamps.” “Opvoeding.” “Manieren leren.”
Kunnen we ook even kijken naar wat deze jongeren al maanden duidelijk proberen te maken? Hun toekomst wordt duurder gemaakt, hun inschrijvingsgeld stijgt tot boven de duizend euro. Hun scholen kreunen onder personeelstekorten, hun lessen vallen uit, hun leerkrachten moeten meer werken voor hetzelfde loon.
Hun toekomst wordt stilaan een factuur.
Toch ging het amper nog over die inhoud.
Het debat werd opnieuw herleid tot orde, discipline en straf. Elke sociale woede wordt vandaag meteen behandeld als een veiligheidsprobleem. Elke vorm van protest lijkt verdacht zodra jongeren hun stem verheffen.
Bootcamps dus. Interessant woord. Wie bepaalt eigenlijk wie daarnaartoe moet? Geldt dat alleen voor jongeren die stenen gooien? Of ook voor politici die hele groepen mensen wegzetten met woorden die vooral olie op het vuur gooien?
Bestaan er ook bootcamps voor publieke vernedering? Voor politieke hysterie?
Daar wringt het. Een samenleving die permanent spreekt over “orde herstellen”, “hard optreden”, “respect afdwingen” en “streng zijn”, raakt langzaam verslaafd aan spierballentaal. Elke nuance verdwijnt. Elke context verdwijnt. Elke sociale oorzaak verdwijnt.
Plots lijken vijftienjarigen de grote vijand van deze samenleving. Kinderen dus. Kinderen die volgens sommigen te weinig respect hebben voor gezag. Kinderen die al jaren horen dat hun toekomst goedkoper moet worden bestuurd. Kinderen die zagen hoe hun onderwijs werd uitgehold, terwijl ze te horen krijgen dat ze vooral dankbaar moeten blijven.
Wat we donderdag zagen, was trouwens méér dan vernielingen alleen. We zagen ook beelden van jongeren die weinig of niets verkeerd deden, van jongeren die vooral kwaad waren, omdat niemand nog lijkt te luisteren. Van jongeren die panikeerden onder waterkanonnen en traangas.
De grootste cynici proberen ondertussen leerkrachten verantwoordelijk te maken voor de woede van hun leerlingen. Leerkrachten zouden jongeren “opruien”.
Mensen die elke dag proberen kinderen kansen te geven, worden plots weggezet als onruststokers, omdat ze weigeren zwijgend toe te kijken hoe hun beroep wordt afgebroken.
Misschien nog het meest hallucinante van alles. Jongeren die op straat komen voor hun toekomst worden gereduceerd tot “crapuul”. Sociale woede wordt behandeld als iets dat discipline kan genezen.
Nogmaals: niemand mag geweld en vernieling goedpraten. Maar kunnen politici die vooral stoer proberen te klinken, zich ook afvragen waarom zo veel jongeren zo kwaad zijn geworden? Misschien omdat ze voelen wat velen al langer voelen.
Deze regeringen besparen op alles wat mensen vooruithelpt. Onderwijs. Zorg. Openbaar vervoer. Sociale bescherming. Alles moet goedkoper. Alles moet efficiënter. Alles moet harder.
Tot ook jongeren beginnen te begrijpen dat men hun toekomst aan het afbreken is, terwijl ze les krijgen over normen en waarden.
Vakbonden en middenveld trekken op 16 juni de straat op in Namen
De vakbonden ABVV en ACV, samen met tal van middenveldorganisaties, roepen op tot een gezamenlijke actie op dinsdag 16 juni in Namen om het beleid van de Waalse Regering aan te klagen: een beleid waarbij de budgettaire besparingen worden afgewenteld op de schouders van werknemers, werkneemsters en sociale uitkeringsgerechtigden.
Sinds het begin van de legislatuur treffen besparingen en beperkingen rechtstreeks degenen die onze samenleving dagelijks draaiende houden: werknemers in de openbare en private sector, leerkrachten, APE-medewerkers, huishoudhulpen via dienstencheques, gezinshelpers, werknemers in de kinderopvang, de gezondheids- en welzijnssector en vele anderen uit het verenigingsleven die zich inzetten voor het algemeen belang. Het harde regeringsbeleid ontwricht de sector van de socio-professionele inschakeling en verzwakt verenigingen die gezinnen in moeilijkheden, jongeren met problemen en vrouwen die slachtoffer zijn van geweld ondersteunen, met nog meer bestaansonzekerheid tot gevolg.
Deze zogenaamde “inspanningen” worden opgelegd zonder echte overlegcultuur en met miskenning van de sociale dialoog.
Verenigd, vastberaden en verontwaardigd zullen zij op straat komen in Namen om een duidelijke boodschap te geven: de rekening mag niet betaald worden door degenen die werken en die het cement van onze samenleving vormen.