ABVV-Brussel solidair met de werknemers van Syngenta!
Deze vrijdag trok een delegatie van ABVV-Brussel naar Seneffe om haar steun te betuigen aan de werknemers van Syngenta, die sinds 25 september staken.
De sluiting van de vestiging, waar zo’n 180 mensen werken, is aangekondigd voor eind 2027. De werknemers strijden voor een degelijk sociaal plan dat onder meer rekening houdt met hun anciënniteit en hun jarenlange inzet voor het bedrijf.
Meer dan 95% van het personeel heeft de laatste voorstellen van de directie verworpen. Een duidelijke boodschap: na jarenlange inzet verdienen de werknemers beter dan een ontslagvergoeding die ondermaats is!
Tegenover een directie die weigert tegemoet te komen aan hun eisen, blijven de werknemers vastberaden en zetten ze hun strijd voort.
Vakbondssolidariteit stopt niet aan de gewestgrenzen. ABVV-Brussel staat aan hun zijde!
GSK: 1.217 jobs bedreigd in België. Solidariteit met de werknemers!
Opnieuw een zware klap voor de werkgelegenheid in België. Farmaceutisch bedrijf GSK kondigt een herstructurering aan die 1.217 bedienden en kaderleden op zijn Belgische vestigingen zou kunnen treffen.
Deze aankondiging is des te zorgwekkender omdat de coronacrisis duidelijk had gemaakt hoe belangrijk het is dat Europa zijn strategische autonomie behoudt en versterkt, met name in de farmaceutische sector. Vandaag voert het protectionistische beleid van Donald Trump de druk op om de productie naar de Verenigde Staten te verplaatsen. Daardoor staat net ons vermogen om een sterke farmaceutische industrie en kwaliteitsvolle jobs in Europa te behouden op het spel.
Opnieuw dreigen werknemers de prijs te betalen voor economische en strategische keuzes, tegen de achtergrond van internationale handelsspanningen.
ABVV-Brussel betuigt zijn volledige solidariteit met de werknemers van GSK en hun vakbondsvertegenwoordigers.
De werkgelegenheid, de competenties en de industriële knowhow moeten behouden blijven. Werknemers mogen niet de sluitpost zijn van de strategieën van multinationals!
Klimaatmars: het ABVV gemobiliseert voor een rechtvaardige transitie
Op zondag 11 oktober trok het ABVV door de straten van Brussel, samen met tal van middenveldorganisaties die deel uitmaken van de Klimaatcoalitie.
Na alweer een zomer met recordtemperaturen, bosbranden en klimaatrampen blijven we eisen dat er op alle beleidsniveaus een ambitieus en sociaal rechtvaardig klimaatbeleid wordt gevoerd.
‘Klimaatrechtvaardigheid en sociale rechtvaardigheid zijn twee kanten van hetzelfde streven: leven zonder angst voor morgen. De zomer van 2026 was slechts een voorproefje van wat ons te wachten staat. Het IPCC waarschuwt ons al tientallen jaren. Politieke stilstand is geen optie’, benadrukte Selena Carbonero Fernandez, algemeen secretaris van het ABVV.
Voor het ABVV mag de ecologische transitie niet gebeuren op de kap van de werkneemsters en werknemers. Ze moet gepaard gaan met overheidsinvesteringen, betaalbare energie, toegankelijk openbaar vervoer en kwaliteitsvolle jobs.
50.000 betogers op straat in Brussel. Met één duidelijke boodschap: BLIJF UIT ONZE ZAKKEN!
OOp oproep van het ABVV trokken 50.000 betogers door de straten van Brussel om STOP te zeggen tegen het besparingsbeleid van de Arizonaregering en de deelstaatregeringen. Opvallend was de grote aanwezigheid van jongeren, scholieren, studenten en leerkrachten.
Een duidelijke boodschap: de miljarden die jullie nodig hebben om de begroting rond te krijgen, zullen jullie niet uit onze zakken halen!
Handen af van de automatische loonindexering! Geen btw-verhoging! Nee tegen opgelegde flexibiliteit en de annualisering van de arbeidstijd!
Haal het geld waar het zit: bij de grote vermogens, de kapitaalinkomsten en de winsten van grote ondernemingen!
Deze 9 oktober is een eerste waarschuwing. Als de regering raakt aan de automatische loonindexering, de btw verhoogt of de annualisering van de arbeidstijd oplegt, kondigt het ABVV een algemene staking aan in de week van 23 november.
De mobilisatie gaat door!
Een terugblik op de betoging in beelden:
In een open brief leggen ABVV en ACV Brussel drie alternatieven op tafel voor het begrotingsconclaaf
In de aanloop naar het begrotingsconclaaf van dit weekend richten ABVV Brussel en ACV Brussel een open brief aan de leden van de Brusselse regering. Tegenover een besparingstraject waarbij het grootste deel van de inspanning op de uitgaven rust, leggen de twee vakbondsorganisaties drie concrete alternatieven op tafel: een rechtvaardigere en progressievere vastgoedfiscaliteit, een hervorming van de erf- en schenkbelasting en een herziening van de fiscale gunstregelingen. Ze vragen de regering om deze alternatieven te onderzoeken, te becijferen en hun budgettaire potentieel in kaart te brengen.
OPEN BRIEF AAN DE LEDEN VAN DE BRUSSELSE REGERING
Brusselse begroting: wij leggen alternatieven op tafel en vragen u om ze te onderzoeken
Aan de vooravond van een belangrijk begrotingsconclaaf voor Brussel nemen de alarmerende verklaringen toe. De begrotingssituatie zou zo ernstig zijn dat, gezien de stijgende rente en de omvang van de schuld, snel en zeer drastisch moet worden ingegrepen. Volgens sommigen zou er eenvoudigweg geen alternatief zijn: nog verder besparen op de uitgaven zou onvermijdelijk zijn.
Laten we duidelijk zijn: de begrotingssituatie van Brussel is ernstig. Het tekort is aanzienlijk, de schuld neemt toe en daarmee wegen ook de intresten die het Gewest aan banken en financiële markten moet betalen steeds zwaarder op de beschikbare middelen voor andere beleidsmaatregelen in Brussel. Een saneringstraject is noodzakelijk. Maar die realiteit erkennen, betekent niet dat om het even welk antwoord aanvaardbaar is.
Uw regering heeft een keuze gemaakt in haar gewestelijke beleidsverklaring, en sindsdien tijdens de begrotingsbesprekingen tot een dogma is verheven: dat is tegen 2029 opnieuw een begrotingsevenwicht bereiken en 80% van de inspanning doen met besparingen.
Dat betekent elk jaar meer dan 300 miljoen euro aan bijkomende inspanningen. Dat is niet louter een boekhoudkundige beslissing. Het is een politieke keuze, zowel wat het tempo als wat de verdeling van de inspanning betreft. Een keuze die vandaag meer dan ooit ter discussie moet worden gesteld, gezien de evolutie van de internationale economische conjunctuur en de uitdaging om Brusselaars opnieuw aan het werk te krijgen in een context die wordt gekenmerkt door uitsluitingen van de werkloosheid.
Brussel is Griekenland niet
Om dit besparingsbeleid te rechtvaardigen, wordt door sommigen het schrikbeeld van een onbeheersbare financiële crisis opgeroepen. Er wordt zelfs regelmatig verwezen naar Griekenland. Die vergelijking strookt niet met de huidige situatie.
Brussel kan zich nog steeds financieren. Eind augustus beschikte het Gewest over 1,25 miljard euro aan kredietlijnen bij vier verschillende kredietverstrekkers. De studie van het Athena Instituut[1] toont aan dat Brussel vandaag niet te maken heeft met een onbeheersbare schulddynamiek en evenmin met een financieringscrisis.
Wij zeggen niet dat er niets moet gebeuren. Maar we moeten handelen zonder dat we urgentie met overhaast werk verwarren. We kunnen nog altijd kiezen voor het tempo, de verdeling van de inspanning en de middelen waarmee we de Brusselse financiën opnieuw op orde brengen.
Door steeds verder te besparen, dreigen we kapot te maken wat Brussel doet functioneren
Want besparingen hebben ook een kostprijs. Vandaag zijn de gevolgen al zeer concreet. Tussen januari en juli 2026 verloren de gewestelijke administraties 517 voltijdse equivalenten. En dit is nog maar het begin: het traject van uw regering voorziet tegen het einde van de legislatuur in een vermindering met 1.800 VTE.
Tegelijkertijd moet hub.brussels ongeveer 16 miljoen euro besparen en heeft het 14 van zijn 33 kantoren in het buitenland gesloten. visit.brussels moet ongeveer 5,7 miljoen euro besparen en verloor al 37 van zijn 159 VTE.
Ook de socialprofitsector blijft niet gespaard. Daar werd in 2025 al bijna 33 miljoen euro bespaard. En van het werkgelegenheidsbeleid wordt verwacht dat het 55 miljoen euro bijdraagt in 2027, 65 miljoen in 2028 en 75 miljoen in 2029.
Hier bereikt uw louter boekhoudkundige redenering haar grenzen.
Minder overheidsinvesteringen betekent mogelijks minder economische activiteit en minder jobs. Minder jobs en inkomens betekent minder consumptie in de handel, de horeca, de cultuursector en de lokale economie. Besparen op opleiding, begeleiding naar werk, vervoer of huisvesting betekent ook dat de voorwaarden die nodig zijn voor de economische ontwikkeling van Brussel worden aangetast.
Wij herinneren u hier aan wat alle sociale gesprekspartners binnen Brupartners stellen: “De onderinvestering in en de verzwakking van de openbare diensten en de socialprofitsector vormen een belangrijk economisch risico, aangezien ze de ongelijkheid inzake toegang tot werk vergroten, de tekorten op de arbeidsmarkt versterken en wegen op de algemene productiviteit. Brupartners is dan ook van mening dat een geloofwaardig economisch herontwikkelingsplan niet om kwaliteitsvolle en correct gefinancierde openbare diensten en opdrachten van algemeen belang heen kan. Deze moeten worden beschouwd als volwaardige hefbomen voor concurrentiekracht, economische veerkracht en sociale cohesie.”
Men kan niet beweren de aantrekkelijkheid en de economische activiteit van Brussel te willen versterken en tegelijkertijd de instrumenten verzwakken die net daar toe moeten bijdragen.
Tegelijkertijd verlaagt uw regering haar inkomsten
De tegenstrijdigheid is des te moeilijker te begrijpen omdat uw regering, naast de aangekondigde besparingen, nieuwe fiscale uitgaven en inkomstenverminderingen plant.
Een verlaging van de gewestelijke personenbelasting, een verdubbeling van de Be Home-premie en nieuwe fiscale stimuli voor ondernemingen: deze maatregelen worden voorgesteld als instrumenten om de aantrekkelijkheid te versterken.
Maar hun doeltreffendheid is verre van aangetoond. De Inspectie van Financiën is met name van oordeel dat een verlaging van de personenbelasting met 1% te beperkt is om een significant effect te hebben op de koopkracht en het behoud van de middenklasse in Brussel[2]. Vooral uw keuzes hebben een budgettaire kostprijs: de verlaging van de personenbelasting en de bijkomende fiscale uitgave voor Be Home vertegenwoordigen samen meer dan 90 miljoen euro voor de gewestelijke begroting. Dat zijn evenveel miljoenen die vervolgens elders moeten worden gezocht om de doelstelling van een terugkeer naar begrotingsevenwicht te halen.
De inspanning die van de Brusselaars wordt gevraagd, wordt dus kunstmatig verzwaard door ongelukkige politieke keuzes die erin bestaan de inkomsten van het Gewest te verminderen, net op het moment dat uw regering het tekort aanhaalt om nieuwe besparingen te rechtvaardigen.
Men kan niet eisen dat elke euro die aan openbare diensten, de socialprofitsector of werkgelegenheid wordt besteed, wordt verantwoord, en tegelijk bepaalde fiscale uitgaven als onaantastbaar beschouwen enkel omdat ze in het regeerakkoord staan. Voor elke publieke euro moet dezelfde eis inzake doeltreffendheid gelden.
Bovendien geeft een verhaal over de Brusselse financiën dat uitsluitend focust op de stijging van de uitgaven een onvolledig beeld van de situatie.
De Athena-studie schat dat Brussel in 2024 over 751 miljoen euro extra zou hebben beschikt indien de inkomsten gewoon hetzelfde aandeel in de economie hadden behouden als in 2016.
De studie wijst ook op een structurele onderfinanciering van Brussel van naar schatting ongeveer 1,8 miljard euro, onder meer als gevolg van de bijzondere functies die het Gewest vervult als Belgische, Europese en internationale hoofdstad.
Als het probleem zowel bij de uitgaven, de inkomsten als de structurele financiering van Brussel ligt, waarom dan vier vijfde van de saneringsinspanning uitsluitend op de uitgaven laten rusten?
Wij leggen alternatieven op tafel
Kritiek leveren op het traject dat uw regering heeft gekozen, volstaat niet. Wij, ACV Brussel en ABVV Brussel, schuiven ook concrete alternatieven naar voren en vragen u om die in het kader van dit begrotingsconclaaf ernstig te onderzoeken.
1. Een rechtvaardigere en progressievere vastgoedfiscaliteit
Ons eerste voorstel bestaat erin de vastgoedfiscaliteit te hervormen en rechtvaardiger en progressiever te maken. Het gaat er niet om de kleine eigenaar te treffen die één appartement verhuurt als aanvulling op zijn inkomen of pensioen. In Brussel wordt de helft van de huurwoningen verhuurd door verhuurders die slechts één of twee woningen bezitten.
Maar het verhuurde vastgoed is ook sterk geconcentreerd: 30% van de huurwoningen in Brussel is in handen van eigenaars die meer dan vijf woningen verhuren. Sommigen bezitten er tien, twintig, dertig of meer[3].
Die concentratie zien we ook terug bij de inkomens: 48% van de huurwoningen behoort toe aan verhuurders uit de 30% hoogste inkomens. Een derde behoort toe aan de 20% hoogste inkomens[4].
Het is dus mogelijk om eigenaars-bewoners en kleine verhuurders te beschermen en tegelijkertijd grote vastgoedvermogens meer te laten bijdragen. Dat kan onder meer via een fiscaliteit die beter rekening houdt met de waarde van de goederen en het aantal eigendommen dat iemand bezit, in plaats van te blijven steunen op een grotendeels achterhaald kadastraal inkomen.
Deze hervorming moet uiteraard gepaard gaan met huurprijsregulering, om te vermijden dat een hogere belasting eenvoudigweg wordt doorgerekend aan de huurders.
2. Grote vermogensoverdrachten meer laten bijdragen
Ons tweede voorstel bestaat erin de fiscaliteit op erfenissen en schenkingen te herzien, zodat grote vermogensoverdrachten meer bijdragen. Vandaag beschikken mensen met de grootste vermogens ook over meer mogelijkheden om de overdracht ervan onder fiscaal voordelige voorwaarden te organiseren.
3.Fiscale niches waarvan de doeltreffendheid niet is aangetoond, herbekijken
Tot slot vragen wij de regering om alle gewestelijke fiscale niches tegen het licht te houden en die waarvan de doeltreffendheid niet is aangetoond, af te schaffen of te heroriënteren. Als elke euro die aan openbare diensten, de socialprofitsector of het werkgelegenheidsbeleid wordt besteed, moet worden verantwoord, is er geen enkele reden waarom fiscale uitgaven aan diezelfde eis zouden ontsnappen.
Deze drie voorstellen vertrekken vanuit dezelfde logica: grote vermogens meer laten bijdragen in plaats van het grootste deel van de begrotingsinspanning te laten dragen door de werkneemsters en werknemers, de openbare diensten en de socialprofitsector.
Wij vragen u deze alternatieven te onderzoeken en te becijferen
Wij beweren niet dat deze drie maatregelen op zichzelf de begrotingssituatie van Brussel zullen oplossen. Er bestaat geen wondermiddel.
Maar het traject dat uw regering heeft gekozen, werkt contraproductief: door de werkgelegenheid, de investeringen en de koopkracht te verzwakken, tast het ook de inkomsten aan die Brussel nodig heeft om zijn financiën opnieuw op orde te brengen.
De financiële situatie van Brussel vereist keuzes. Maar ze verplicht ons niet tot de keuzes die uw regering vandaag maakt.
Wij leggen vandaag drie concrete alternatieven op tafel. Wij vragen u om ze te onderzoeken, te becijferen en hun budgettaire potentieel te evalueren, met dezelfde grondigheid als waarmee de besparingen worden beoordeeld die van de openbare diensten, de socialprofitsector en het werkgelegenheidsbeleid worden gevraagd.
Wij vragen u dan ook om deze alternatieven volwaardig op te nemen in het begrotingsdebat.
Wij staan tot uw beschikking om deze voorstellen verder toe te lichten en er met u over van gedachten te wisselen in het kader van de lopende begrotingswerkzaamheden.
[2] Conclusie van het advies van de Inspectie van Financiën van 26 mei 2026 over het voorontwerp van ordonnantie houdende vermindering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting: « Etant donné
– sa part de 12,4 % dans l’effort budgétaire global de 2026-2029,
– son faible effet retour attendu et
– le risque à terme pour la Région de devoir compenser les communes,
l’Inspection des Finances s’interroge sur l’opportunité de la mesure proposée.
Si le coût de la mesure (c. 60.000.000 EUR/an) est compensé par une réduction des dépenses, il y a lieu de s’assurer que ce n’est pas au détriment de mesures dont l’impact économique serait plus positif pour le budget et l’économie régionale (telles des dépenses d’investissement, de soutien à la recherche ou à l’initiative économique). Si le coût de la mesure devait être compensé par une hausse de recettes due à une meilleure perception, le gouvernement pourrait aussi tout simplement renoncer à cette mesure d’un rendement si faible et réduire d’autant l’effort budgétaire global. Aussi, l’Inspection des Finances remet un avis NEGATIF sur la proposition. »
Pensioenen: hoever durft de Arizona-regering nog te gaan?
De Belgische pensioenen behoren nu al tot de laagste van Europa in verhouding tot het arbeidsinkomen. En toch blijft de Arizona-regering ze in het vizier nemen. Lagere pensioenen, pensioenmalus, de laagste pensioenen en vrouwen die zwaarder worden getroffen, zware beroepen die in de kou blijven staan…
In een opiniestuk analyseert Jef Maes de impact van de hervormingen en de besparingen waartoe al werd beslist. En nu er opnieuw sprake is van bijkomende besparingen, is zijn conclusie duidelijk: bij de pensioenen valt er niets meer te rapen.
Besparingen – Bij de pensioenen valt er niets meer te rapen
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV.
Uit het ‘Pension Adequacy Report’ van de Europese commissie blijkt dat een gepensioneerde in België gemiddeld 48 procent van zijn vroeger inkomen behield. In Europa was dat gemiddeld 58 procent, dus 10 procentpunten meer. Daarbij komen nog de recente besparingen door de regering De Wever. De premier denkt nu, bij de begrotingsopmaak, dat er nog meer te rapen valt.
Bij de pensioenen werd volgens de Studiecommissie van de Vergrijzing twee derde van de voorziene kostenstijging tegen 2070 – 1,4 procent van het bbp of zo’n 10 miljard euro – weggesaneerd. Ook de andere sociale uitgaven gaan achteruit. Behalve dan die van de gezondheidszorg, waar de uitgavenstijging nog 2,1 procent van het bbp (circa 15 miljard euro) zal bedragen.
Hoewel we langer werken, zullen de pensioenen door de hervorming van Jambon (N-VA) uiteindelijk met 13 procent achteruitgaan ten opzichte van de gemiddelde arbeidsinkomens. “Vanuit het oogpunt van de sociale houdbaarheid wijst dit op een geleidelijk risico dat de levensstandaard van de gepensioneerden achterblijft op die van de beroepsbevolking”, aldus de Vergrijzingscommissie.
Volgens het Planbureau gaan de ambtenaren er tegenover hun vroegere inkomen op lange termijn met 15,2 procent op achteruit, de werknemers met 7,3 procent en de zelfstandigen met 3,2 procent. Indien de welvaartsaanpassingen na deze regering niet worden heringevoerd, zouden de werknemerspensioenen zelfs met een kwart dalen.
Vrouwen getroffen
Opmerkelijk bij deze hervorming is dat het vooral de laagste pensioenen zijn die inleveren. Tegen 2070 dalen de laagste pensioenen met 12,1 procent en dat is meer dan dubbel zoveel als de hoogste pensioenen, die met 5,7 procent dalen. In het verleden werden de laagste pensioenen meestal ontzien.
Het gemiddeld pensioen van de vrouwen daalt met 6,6 procent, tegenover 5,8 procent bij de mannen. Vooral de pensioenmalus treft meer vrouwen: 37 procent, tegenover 14 procent bij de mannen. Dat komt omdat vrouwen meer zorgtaken opnemen, en dus moeilijker aan 45 jaar halftijds werk geraken om de malus te vermijden.
Een aantal maatregelen die bijna uitsluitend vrouwen raken, zitten nog in de pijplijn en zijn daarom nog niet meegeteld. Dan hebben we het over het afbouwen van het echtscheidings- en het overlevingspensioen, en het gezinspensioen aan 75 procent.
Het waren de beroepsgroepen die zich het sterkst profileerden op de eerste manifestatie in januari 2025, de leerkrachten, de brandweerlui en de politie, die nog één jaartje vroeger op pensioen zullen mogen gaan. Dat was een puur electorale beslissing. Minister Francken (N-VA) speelde met zijn verhoogde defensiebudget sinterklaas: hij gaf de militairen loonsopslag én liet hen nog twee jaar vroeger op pensioen gaan.
Voor arbeiders met een zwaar beroep, mensen die in ploegen werken, nachtarbeiders, bouwvakkers, rijdend treinpersoneel met moeilijke uurroosters en mensen met een lange voltijdse loopbaan van 40 jaar blijft niets meer over.
Zij kregen vroeger altijd nog uitzonderingen toegekend, en mochten tot voor kort nog vanaf 60 op brugpensioen. Nu konden zij zich onvoldoende profileren en is voor hen geen enkele uitzondering meer voorzien. Zelfs niet voor arbeiders die continu in ploegendienst werken.
Hierover is deze keer geen sociaal overleg geweest. Een flater van de regering, en een van de redenen waarom het vakbondsprotest zal aanhouden.
16 september: studentenmobilisatie tegen de steeds stijgende studiekosten
Op woensdag 16 september trokken honderden studenten door de straten van Brussel om te protesteren tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld en de steeds stijgende studiekosten.
Nu het inschrijvingsgeld voor meer dan de helft van de studenten oploopt tot bijna 1.200 euro, wordt de toegang tot het hoger onderwijs voor heel wat jongeren steeds moeilijker.
Ook de ABVV-Jongeren Brussel waren op straat om deze mobilisatie te steunen en het recht op onderwijs voor iedereen te verdedigen.
Studeren moet een recht blijven, geen privilege voor wie het zich kan veroorloven!
Een terugblik op deze mobilisatie in beelden:
Gedeeltelijke vernietiging van bepaalde bepalingen van de werkloosheidshervorming
De werkloosheidshervorming van de Arizona-regering heeft duizenden werkloze werknemers hard getroffen.
De vakbonden hebben tegen deze asociale hervorming beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof. En dat beroep heeft een eerste overwinning opgeleverd.
In zijn arrest van 10 september 2026 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de mensen die door de eerste uitsluitingsgolven werden getroffen, onvoldoende tijd hadden gekregen voordat ze hun werkloosheidsuitkering verloren.
Is dit arrest van toepassing op jouw situatie?
Indien je je werkloosheidsuitkering verloor op 1 januari 2026, 1 maart 2026 of 1 april 2026, dan kan deze beslissing op jou van toepassing zijn.
Wat gebeurt er nu?
Momenteel wachten we op de concrete uitvoeringsmodaliteiten om te kunnen bepalen wie precies betrokken is en om hun situatie te regulariseren. Het ABVV stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat deze regularisaties zo snel mogelijk gebeuren en zal je informeren zodra de precieze modaliteiten bekend zijn.
Wat moet je doen?
Je hoeft voorlopig niets te doen. We informeren je zodra de precieze modaliteiten bekend zijn en we kunnen bepalen of jij betrokken bent.
Jouw vakbond staat aan je zijde om je rechten te verdedigen
Onze strijd stopt hier niet: het ABVV blijft zich verzetten tegen deze onrechtvaardige hervorming en blijft opkomen voor een werkloosheidsverzekering die de werknemers daadwerkelijk beschermt.
24 september: vakbonden mobiliseren tegen ‘EU Inc.’
Donderdag stonden we op het Schumanplein, samen met vakbonden uit heel Europa, om de rechten van werkneemsters en werknemers te verdedigen.
Achter de beloofde ‘vereenvoudiging’ van EU Inc. schuilt een reëel risico: sociale dumping in de hand werken en de rechten en sociale bescherming van werknemers in Europa tegen elkaar uitspelen.
Onze boodschap blijft duidelijk: concurrentiekracht mag niet ten koste gaan van onze rechten.
Een terugblik in beelden op de mobilisatie van 24 september:
Van de regering-Michel tot Arizona: de ‘starve the beast’-strategie gaat door
De inkomsten van de overheid en de sociale zekerheid verminderen, de tekorten laten oplopen en die tekorten vervolgens aangrijpen om nieuwe besparingen te rechtvaardigen: in een opiniestuk dat verscheen in De Morgen analyseert Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV, een politieke strategie die volgens hem al sinds de regering-Michel wordt toegepast en vandaag onder de Arizona-regering wordt voortgezet.
Begrotingstekort – Een uitstekend staaltje van de ‘starve the beast’-strategie
Een opiniestuk van Jef Maes, voormalig federaal secretaris van het ABVV, gepubliceerd in De Morgen.
Een tv-fragment blijft in mijn geheugen gegrift. In een onbewaakt moment gaf Bart De Wever daarin toe dat het huidige begrotingstekort bewust georganiseerd is.
Dat gebeurde onder de door N-VA en liberalen gedomineerde regering-Michel, die een fiscaal en parafiscaal cadeau van liefst 12 miljard euro gaf aan de bedrijven, zonder compenserende inkomsten te voorzien.
Daarvoor werden de belastingen op de winsten van bedrijven verminderd van 33 naar 25 procent. Ook de patronale bijdragen werden verminderd van 32 naar 25 procent. Dat werd een ’taxshift’ genoemd.
“Het klopt dat de taxshift niet voldoende gefinancierd is. Men heeft doelbewust gekozen om niet alles mee te rekenen. Dat dringt op termijn een infernale besparingslogica op en dus komt men terecht bij de overheidsuitgaven waar ze nog zitten: de sociale zekerheid”, aldus De Wever via nieuwssite Newsmonkey (2017).
Het dwingen van toekomstige regeringen om te besparen op de sociale zekerheid was dus het ultieme doel.
De paars-groene Vivaldi-regering trapte niet in de val. Wat zij, terecht, besteedde aan de verhoging van het minimumpensioen (ongeveer 3 miljard euro) was echter een habbekrats in vergelijking met de 12 miljard euro die voordien aan de bedrijven cadeau was gedaan.
Het was bovendien goed besteed, want voor het eerst sinds de metingen daalde het armoedecijfer fors, tot 10,9 procent.
Wat weinigen weten, is dat De Wever bovendien in het voorakkoord van Vollezele met Paul Magnette (PS) akkoord was gegaan met dezelfde sociale verbeteringen, in ruil voor verdere regionalisering. Een voorakkoord dat afgeblokt werd door liberalen en groenen, maar waarvan de sociale correcties onder Vivaldi hernomen werden.
Bravoure
Diezelfde De Wever die onder de regering-Michel bewust de overheidsfinanciën om zeep hielp, en daarna akkoord ging met de verhoging van de sociale minima, slaagde er tijdens de verkiezingsstrijd in 2024 in om de “verrotting” van de overheidsfinanciën helemaal in de schoenen van de Vivaldi-regering te schuiven. Je moet het maar durven. En er nog in slagen ook.
Uiteindelijk zal zijn Arizona-regering doen wat tien jaar geleden al het doel was: zwaar besparen in de sociale zekerheid. Waarbij De Wever er dan nog in slaagt zich te profileren als ‘redder des vaderlands’. Een uitstekend staaltje van de starve the beast-strategie[1], die trouwens nog altijd doorgaat.
Want terwijl dramatisch gedaan wordt over de 10 miljard aan besparingen die nu moeten worden gevonden, is door deze regering nog 2,3 miljard euro cadeau gegeven aan de bedrijven, en daar zijn de goedkope flexi-jobs en overuren nog niet in meegerekend. Bovendien worden miljarden extra vrijgemaakt voor defensie en voor niet-gedekte belastingverlagingen.
Het was nochtans al eens voorgedaan. Nadat de regeringen-Martens en -Dehaene een begrotingstekort van liefst 17 procent hadden weggewerkt, was er op het eind van de jaren 90 een structureel begrotingsoverschot dat voldoende was om de toekomstige meerkosten van de vergrijzing op te vangen. Dehaene deed dat trouwens met zowel besparingen als nieuwe inkomsten. Ik heb nog mee de stakingen tegen het Globaal Plan van Dehaene in 1993 georganiseerd, maar ik moet toegeven: vergeleken met het parcours van Arizona vandaag, was dat een toonbeeld van evenwichtigheid.
De paars-groene regering-Verhofstadt verkwistte echter dat begrotingsoverschot. In het boek Een open boek – 8 jaar Verhofstadt wordt gepocht dat de federale belastingen met 10,4 miljard euro werden verlaagd, waarvan een flink deel voor de bedrijven. In zijn begrotingstabellen rekende Verhofstadts kabinetschef Luc Coene met enorme “terugverdieneffecten”. Later zal Coene als gouverneur van de Nationale Bank een van de grootste pleitbezorgers worden voor langer werken en besparingen in de sociale zekerheid. Op het einde van de regering verkocht minister van Begroting Vande Lanotte (Vooruit) overheidsgebouwen, om ze daarna terug te leasen bij privé-investeerders.
Uiteindelijk slaagden de neoliberalen ook deze keer in hun strategie van starve the beast: de inkomsten van de overheid dusdanig verminderen dat volgende regeringen, wat hun samenstelling ook is, verplicht zullen zijn om te besparen.
Ook de hoofdredacteur van Trends moest in zijn laatste boek toegeven dat de centrumlinkse regeringen-Dehaene en -Di Rupo meer bespaarden dan de door neoliberalen gedomineerde rechtse regeringen. Laat die stukken politieke geschiedenis spiegels zijn voor het huidige begrotingsdebat, waarin opnieuw weinig zal zijn wat het lijkt.
[1]‘Het beest uithongeren’, een politieke strategie die erop gericht is de overheidsinkomsten bewust te verminderen om zo budgettaire druk te creëren, die vervolgens wordt aangegrepen om besparingen op de overheidsuitgaven te rechtvaardigen.