Bootcamps voor jongeren. Wanneer voor politici?
06/06/2026
Een opinistruk van Bert Engelaar, ABVV-Voorzitter
Er waren donderdag vernielingen in Brussel. Bushokjes sneuvelden. Projectielen vlogen door de lucht. Hulpdiensten werden belaagd. Natuurlijk moet dat benoemd worden. Natuurlijk moet daartegen opgetreden worden.
Niemand, geen enkele vakbond, leerkracht of ouder verdedigt geweld of vernieling. Het is onaanvaardbaar.
Wat vooral bleef hangen, waren de grote woorden van verschillende politici. “Crapuul.” “Bootcamps.” “Opvoeding.” “Manieren leren.”
Kunnen we ook even kijken naar wat deze jongeren al maanden duidelijk proberen te maken? Hun toekomst wordt duurder gemaakt, hun inschrijvingsgeld stijgt tot boven de duizend euro. Hun scholen kreunen onder personeelstekorten, hun lessen vallen uit, hun leerkrachten moeten meer werken voor hetzelfde loon.
Hun toekomst wordt stilaan een factuur.
Toch ging het amper nog over die inhoud.
Het debat werd opnieuw herleid tot orde, discipline en straf. Elke sociale woede wordt vandaag meteen behandeld als een veiligheidsprobleem. Elke vorm van protest lijkt verdacht zodra jongeren hun stem verheffen.
Bootcamps dus. Interessant woord. Wie bepaalt eigenlijk wie daarnaartoe moet? Geldt dat alleen voor jongeren die stenen gooien? Of ook voor politici die hele groepen mensen wegzetten met woorden die vooral olie op het vuur gooien?
Bestaan er ook bootcamps voor publieke vernedering? Voor politieke hysterie?
Daar wringt het. Een samenleving die permanent spreekt over “orde herstellen”, “hard optreden”, “respect afdwingen” en “streng zijn”, raakt langzaam verslaafd aan spierballentaal. Elke nuance verdwijnt. Elke context verdwijnt. Elke sociale oorzaak verdwijnt.
Plots lijken vijftienjarigen de grote vijand van deze samenleving. Kinderen dus. Kinderen die volgens sommigen te weinig respect hebben voor gezag. Kinderen die al jaren horen dat hun toekomst goedkoper moet worden bestuurd. Kinderen die zagen hoe hun onderwijs werd uitgehold, terwijl ze te horen krijgen dat ze vooral dankbaar moeten blijven.
Wat we donderdag zagen, was trouwens méér dan vernielingen alleen. We zagen ook beelden van jongeren die weinig of niets verkeerd deden, van jongeren die vooral kwaad waren, omdat niemand nog lijkt te luisteren. Van jongeren die panikeerden onder waterkanonnen en traangas.
De grootste cynici proberen ondertussen leerkrachten verantwoordelijk te maken voor de woede van hun leerlingen. Leerkrachten zouden jongeren “opruien”.
Mensen die elke dag proberen kinderen kansen te geven, worden plots weggezet als onruststokers, omdat ze weigeren zwijgend toe te kijken hoe hun beroep wordt afgebroken.
Misschien nog het meest hallucinante van alles. Jongeren die op straat komen voor hun toekomst worden gereduceerd tot “crapuul”. Sociale woede wordt behandeld als iets dat discipline kan genezen.
Nogmaals: niemand mag geweld en vernieling goedpraten. Maar kunnen politici die vooral stoer proberen te klinken, zich ook afvragen waarom zo veel jongeren zo kwaad zijn geworden? Misschien omdat ze voelen wat velen al langer voelen.
Deze regeringen besparen op alles wat mensen vooruithelpt. Onderwijs. Zorg. Openbaar vervoer. Sociale bescherming. Alles moet goedkoper. Alles moet efficiënter. Alles moet harder.
Tot ook jongeren beginnen te begrijpen dat men hun toekomst aan het afbreken is, terwijl ze les krijgen over normen en waarden.