FR
NL


Gedeeltelijke indexsprong: de Arizona-regering organiseert een levenslang verlies aan koopkracht

30/05/2026

De Arizona-regering heeft opnieuw een rode lijn overschreden door een gedeeltelijke indexsprong goed te keuren, ondanks het unanieme verzet van de vakbonden, de sociale partners en tal van experts. Deze beslissing vormt een rechtstreekse aanval op de koopkracht van werknemers en uitkeringsgerechtigden en ondermijnt een van de pijlers van ons sociaal model: de automatische indexering van lonen en sociale uitkeringen.

Concreet zal het door de regering ingevoerde systeem de indexering plafonneren vanaf een bruto maandloon van 4.000 euro. In tegenstelling tot wat sommigen proberen te doen geloven, gaat het hier niet om een kleine groep hoge inkomens. Dit bedrag komt overeen met het mediaanloon in België. Voor deeltijdse werknemers wordt deze grens zelfs veel sneller bereikt.

De gevolgen zullen zwaar en langdurig zijn. In tegenstelling tot een eenmalig verlies zal deze indexsprong gedurende de hele loopbaan doorwerken. Elke toekomstige indexering zal worden berekend op een verlaagde basis. Het resultaat: duizenden euro’s aan verloren inkomen over de jaren heen. Iemand die vandaag 4.500 euro bruto verdient en nog veertig jaar moet werken, kan in totaal meer dan 17.000 euro verliezen.

Er bestond een alternatief

Wat deze beslissing nog onbegrijpelijker maakt, is dat er wel degelijk een geloofwaardig en evenwichtig alternatief bestond.

Vakbonden en werkgeversorganisaties waren tot een akkoord gekomen over een hervorming van de manier waarop energieprijzen in de index worden opgenomen. Deze oplossing zou de werkelijke uitgaven van gezinnen beter weerspiegelen en tegelijk de koopkracht van werknemers beschermen.

De gezondheidsindex bepaalt ook de indexering van de lonen in de openbare sector en van de sociale uitkeringen. Dit alternatief zou tegen 2030 zelfs licht voordeliger zijn. In zijn voorstel vroeg de Groep van Tien de regering dan ook om de gedeeltelijke indexsprong voor ambtenaren en sociale uitkeringsgerechtigden te schrappen. Het akkoord tussen de sociale partners biedt immers een antwoord op de indexering in de privésector, maar het is aan de regering om deze logica uit te breiden naar alle betrokken inkomens, zodat een gelijkwaardige bescherming van de koopkracht wordt gegarandeerd.

Volgens de ramingen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zou dit alternatief de overheidsfinanciën zelfs meer hebben opgebracht dankzij bijkomende fiscale inkomsten en sociale bijdragen. Met andere woorden: het was mogelijk om de koopkracht te beschermen én tegelijk de inkomsten van de overheid te verhogen.

Toch heeft de regering ervoor gekozen dit alternatief naast zich neer te leggen.

Een aanval op het sociaal overleg

Naast de economische impact getuigt deze maatregel ook van een ongeziene minachting voor het sociaal overleg.

De indexering van lonen is niet wettelijk vastgelegd, maar vloeit voort uit collectieve arbeidsovereenkomsten die tussen de sociale partners worden onderhandeld. Door rechtstreeks in te grijpen in de indexeringsmechanismen mengt de regering zich in de collectieve onderhandelingen en ondergraaft zij de autonomie ervan.

Deze beslissing zal sectoren en ondernemingen verplichten hun loonbarema’s opnieuw te onderhandelen, wat leidt tot een periode van onzekerheid en complexiteit waarvan werknemers de gevolgen zullen dragen.

Belangrijke juridische vragen

Het ABVV onderzoekt momenteel mogelijke juridische stappen.

Tal van vragen blijven onbeantwoord. Waarom werd de grens op 4.000 euro vastgelegd? Waarom worden deeltijdse werknemers sneller getroffen? Wat zullen de gevolgen zijn voor anciënniteitsgebonden loonbarema’s? Hoe kan worden verantwoord dat twee werknemers binnen dezelfde onderneming verschillend worden behandeld op het vlak van indexering?

Ook moet zorgvuldig worden onderzocht of deze maatregel verenigbaar is met de vrijheid van collectief onderhandelen, die onder meer wordt gewaarborgd door het Europees Sociaal Handvest en de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Opnieuw betalen werknemers de rekening

Opnieuw laat de Arizona-regering werknemers opdraaien voor haar politieke keuzes.

Terwijl er een rechtvaardiger, efficiënter en budgettair gunstiger alternatief bestond, heeft zij ervoor gekozen de koopkracht van honderdduizenden werknemers aan te vallen.

Voor ABVV-Brussel is deze beslissing een ernstige sociale, economische en democratische vergissing. Wij zullen ons blijven mobiliseren om de automatische indexering, de lonen en de koopkracht van iedereen te verdedigen.

Wilt u weten hoeveel deze indexsprong u kan kosten? Ontdek de rekentool die het ABVV ter beschikking stelt.