Uitsluitingen van de werkloosheid: van de 140 zwaarst getroffen gemeenten… liggen er 139 in Wallonië en Brussel!

25/06/2025
Sinds enkele maanden verzet het ABVV zich tegen de hervorming die voorziet in een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Deze maatregel, die door minister van Werk David Clarinval wordt voorgesteld als een budgettaire besparingsmaatregel om mensen aan te zetten om terug aan het werk te gaan, heeft in werkelijkheid enorme gevolgen en zal het tegenovergestelde bereiken van het vooropgestelde doel, zeker voor de meest kwetsbare gemeenten. ABVV-Brussel en ABVV-Wallonië hebben een huiveringwekkende analyse gemaakt van de cijfers. Florence Lepoivre en Jean-François Tamellini geven ons hun interpretatie van de cijfers… en roepen op tot mobilisatie.
Jullie beschikken over een aantal spraakmakende cijfers over de uitsluitingen per gemeente. Wat blijkt daaruit?
Jean-François Tamellini : Ze tonen een echt sociaal en institutioneel schandaal aan. Van de 100 gemeenten die het zwaarst getroffen worden door de hervorming, liggen er 100 in Wallonië of Brussel. Luik, Charleroi, Seraing, Verviers, La Louvière, Farciennes, Herstal… al deze steden staan in de top 50. En dat is geen toeval: het zijn industriële bastions die jarenlang zijn verpletterd door de verwoestingen van de kapitalistische logica. Nu krijgen ze te horen dat hun inwoners de gemeenschap te veel kosten. Dat is zowel oneerlijk als onfatsoenlijk.
Laten we duidelijk zijn: het gaat er uiteraard niet om de impact van deze maatregelen in Vlaanderen te onderschatten of een regionale hiërarchie te creëren. Achter de cijfers waarmee de federale meerderheid zichzelf feliciteert, gaan evenveel mensen als moeilijke situaties schuil. Elke uitsluiting is een sociaal drama voor de getroffene, de familie, de kinderen en de naasten. Of je nu in het noorden, het centrum of het zuiden van het land woont, een uitsluiting is overal even zwaar om te dragen.
Het ABVV blijft enorm veel belang hechten aan interpersoonlijke en interregionale solidariteit en aan het federale karakter van de sociale zekerheid, zoals woensdag 25 juni opnieuw zal aantonen met de nationale betoging in gemeenschappelijk front. Verdeeldheid, verborgen institutionele hervormingen en toenemende ongelijkheid is niet waar wij voor staan. Het is de strategie van de N-VA en haar bondgenoten MR en Les Engagés van de Arizona-regering. “De meest communautaire hervorming die je kan doorvoeren is het beperken van de werkloosheid in de tijd.” Deze zin komt niet van het ABVV, maar van Bart De Wever!
Terwijl Vlaanderen de nationale luchthaven koopt, moeten Wallonië en Brussel het OCMW redden. Allemaal goed en wel om een Belgisch vlaggetje op je kostuum te dragen, maar wie voor dit akkoord stemt ruilt het beter in voor een speldje met de Vlaamse leeuw.
Florence Lepoivre : Wat we ontdekken is de brute waarheid: de uitsluitingen hebben een enorme impact op gemeenten die al erg kwetsbaar zijn. Sint-Joost, Molenbeek, Sint-Gillis, Brussel-Stad, Schaarbeek… al deze gemeenten hebben meer dan 3,5 tot 4% uitsluitingen. Het zijn gemeenten die al kampen met armoede, langdurige werkloosheid, een jonge en diverse bevolking en structurele discriminatie. In 2023 zat 28% van de Brusselse bevolking onder de armoederisicodrempel, tegenover 8% in Vlaanderen en 15% in Wallonië. Sociale ongelijkheid is bijzonder uitgesproken in de hoofdstad en wordt nog versterkt door de hoge woonkosten, die onder meer de dakloosheid explosief hebben doen toenemen.
Als we in de andere richting kijken, zien we dat de eerste Vlaamse gemeente in de rangschikking – Antwerpen – slechts op de 140e plaats staat, met 1,8% van haar bevolking die getroffen wordt. Met andere woorden: deze hervorming concentreert uitsluiting in gebieden die al het meest kwetsbaar zijn.
Deze gegevens werden ook vergeleken met de personenbelasting. Wat blijkt hieruit?
Florence Lepoivre : Deze vergelijking levert een fundamenteel inzicht op. Hoe armer een gemeente, hoe groter de impact van de hervorming. In Brussel hebben sommige gemeenten een gemiddeld inkomen per inwoner dat 30 tot 40% onder het nationale gemiddelde ligt. En dat zijn dezelfde gemeenten waarvan de OCMW’s in de toekomst duizenden mensen die van de werkloosheid zijn uitgesloten moeten opvangen, naast alle mensen die ze nu al ondersteunen. Dit is een dubbele straf: er wordt geknipt in de uitkeringen van mensen die zich al in een precaire situatie bevinden en we schuiven de last door naar de gemeenten… die noch de middelen, noch de competenties en de fiscale armslag hebben voor deze taak.
Jean-François Tamellini : Dit is geen responsabilisering; dit is simpelweg een transfer van het financiële beheer van armoede tussen politieke entiteiten. Het is een manier voor de federale regering om zich te ontdoen van haar sociale verantwoordelijkheden, om de solidariteit tussen de werknemers in dit land af te breken. Sociale zekerheid is een systeem dat gebaseerd is op nationale solidariteit. Met deze hervorming gaan we van een systeem van rechten naar een systeem van sociale bijstand en overleven op lokaal niveau. Degenen die nog geholpen kunnen worden, zullen moeten aankloppen bij een OCMW… als ze daar nog budget voor hebben. De belangrijkste slachtoffers van deze hervorming zijn de bewoners van volkswijken en voormalige industriegebieden, diegenen die door de arbeidsmarkt aan de kant zijn gezet. Dit is opzettelijk sociaal geweld. Meer in het algemeen wordt de hele bevolking van deze gemeenten getroffen: door de explosie van de OCMW-budgetten hebben de gemeenten geen andere keuze dan de belastingen te verhogen, hun dienstverlening aan de bevolking te beperken of hun lasten te verhogen.

Kunnen we spreken van een hervorming die de territoriale ongelijkheden vergroot?
Jean-François Tamellini : Zeker en vast. Van de 250 meest getroffen gemeenten liggen er 19 op 19 in Brussel, 225 op 261 in Wallonië… en slechts 6 in Vlaanderen! Dit is een structureel onevenwichtige hervorming die de gewesten die nu al het meest kwetsbaar zijn, nog verder zal verarmen. Het is een hervorming van de Vlaamse rechterzijde die wordt opgelegd aan de Waalse en Brusselse realiteit, zonder rekening te houden met de lokale realiteit. Een verkapte institutionele hervorming zonder voorgaande, in allerijl doorgevoerd, zonder diepgaand overleg of tweederde meerderheid.
Florence Lepoivre : Dit is een schending van het federale pact. De Arizona-regering is bezig de solidariteit tussen de gewesten, tussen de Belgen, af te breken. De N-VA maakt er geen geheim van: ze wil de sociale zekerheid afbreken. Nog schokkender is dat de MR en Les Engagés deze strategie steunen en faciliteren. En wie gaat de rekening betalen? De Brusselaars en de Walen, door een explosie van armoede, lasten op het OCMW en sociale woede.
Zien jullie deze hervorming als het ondermijnen van de essentie van sociale zekerheid?
Florence Lepoivre : Ja, volledig. We vervangen sociale zekerheid door liefdadigheid. We verplaatsen de verantwoordelijkheid naar het lokale niveau, zonder middelen, zonder coördinatie, zonder visie. Het is het tegenovergestelde van de verzorgingsstaat waar we elke dag voor vechten. En het voedt een klimaat van wrok, stigmatisering en sociale haat dat extreemrechts voedt. Het ergste is dat de MR openlijk inspeelt op deze spanningen. Door de “Vlaamse werknemers die betalen” af te zetten tegen de “Waalse of Brusselse werklozen die profiteren” en door karikaturen van mensen met een uitkering te maken, voedt de MR een discours van verdeeldheid en afwijzing. Een cynische en gevaarlijke strategie: in plaats van sociale cohesie op te bouwen, wakkert het haat aan… omwille van een paar extra stemmen voor extreemrechts.
Jean-François Tamellini : Wat de MR vandaag doet, is pure vertrumping: zondebokken aanwijzen, inspelen op angsten, complexe realiteiten oversimplificeren om verdeeldheid te zaaien en zelfs liegen zonder scrupules. Dit is een ernstige ontsporing voor een zogenaamde “democratische” partij. Door de sociale zekerheid aan te vallen en werklozen te stigmatiseren, ondermijnen ze de fundamenten van ons sociaal model. En ze nemen de historische verantwoordelijkheid op zich om de sociale cohesie in dit land te verzwakken. In dit opzicht is de stilte van Les Engagés oorverdovend…
Wat is jullie boodschap aan de leden van het Waalse en Brusselse parlement?
Florence Lepoivre : Ze kunnen niet zwijgen of de andere kant opkijken. Deze hervorming is een frontale aanval op hun kiezers, op hun gemeenten, op al diegenen die ze geacht worden te verdedigen. Het vertrapt de fundamenten van solidariteit, vergroot de ongelijkheid en verdeelt het land. Dit is geen technische hervorming. Het is een maatschappijkeuze. En zij hebben de macht – en de plicht – om nee te zeggen. Want het zijn hun steden, hun OCMW’s en hun medeburgers die de prijs zullen betalen.
Jean-François Tamellini : We zeggen hen duidelijk: deze stemming is jullie verantwoordelijkheid. Het gaat over de toekomst van honderdduizenden gezinnen. Het beïnvloedt het evenwicht van de gemeentefinanciering. Het beïnvloedt de sociale cohesie van een heel land. Stemmen voor deze hervorming is het bekrachtigen van een logica van structurele verarming, het bekrachtigen van het einde van een federaal systeem van sociale zekerheid dat gebaseerd is op solidariteit en het in de steek laten van de meest kwetsbaren in naam van een ideologie. We verwachten van hen geen toespraken vol medelijden, maar duidelijke daden van verzet: we kunnen niet met de ene hand cheques tekenen op de set van Viva for life en met de andere hand stemmen voor de uitsluiting van 180.000 mensen. Er is nog tijd om deze onrechtvaardige, asociale en totaal contraproductieve hervorming tegen te houden.
Wat jullie een contraproductieve hervorming noemen, is volgens minister Clarinval een duwtje in de rug van werkzoekenden om werk te zoeken. Waarom geloven jullie hem niet?
Jean-François Tamellini : Als het echt de bedoeling was om mensen terug aan het werk te krijgen, zouden we investeren in opleiding, in begeleiding, in gepersonaliseerde trajecten naar werk. In plaats daarvan wordt er gezwaaid met sancties, uitsluiting en dreigementen, alsof de Walen zich wentelen in de werkloosheid, alsof het een bewuste keuze is of een carrièreplanning… Maar in de Waalse industriezones, net als in Brussel, zijn de mensen die uitgesloten worden van de werkloosheid geen profiteurs. Het zijn mensen die soms ver van de arbeidsmarkt verwijderd zijn, die tijd, steun en erkenning nodig hebben. Hun rechten afnemen is niet hetzelfde als ze activeren. Het duwt ze alleen maar verder de dieperik in. En er is ook een hele groep werknemers met onzekere contracten, die tijdelijke banen, korte contracten en periodes van werkloosheid aan elkaar rijgen. Ook die mensen worden uitgesloten!
Florence Lepoivre : Deze hervorming staat haaks op wat we in de praktijk zien. In Brussel is een van de grootste obstakels voor werkgelegenheid – naast discriminatie bij aanwerving – de wanverhouding tussen de kwalificaties die werkgevers eisen en het profiel van werkzoekenden. Het gaat niet om een gebrek aan wil. Wel om een gebrek aan erkenning, opleiding en bruggen. Ondanks de obstakels beginnen duizenden Brusselaars aan een opleiding. Dit zijn mensen in een zeer precaire situatie: 43% heeft een statuut van verhoogde tegemoetkoming, 63% heeft lage diploma’s, 36% heeft een niet-erkend diploma. Bijna de helft kan een onverwachte uitgave niet betalen. Desondanks houden ze vol. Maar wat doet de hervorming? Het doorbreekt dit momentum. Door te dreigen met uitsluiting tijdens de opleiding, ontmoedigt ze mensen om zich in te schrijven voor een opleiding. Dit is wat het belangenconflict van de GGC, waar wij volledig achter staan, aan de kaak stelde. En het is wat de Brusselse organisaties nu al ervaren, met mensen die hun plannen laten varen uit angst om alles te verliezen.

Wat zegt deze hervorming over het sociale project van de huidige meerderheid?
Florence Lepoivre : Deze hervorming maakt deel uit van een bredere strategie. Naast uitsluitingen voorziet het Arizona-programma in de jaarlijkse verrekening van de arbeidstijd, de uitbreiding van flexi-jobs, het einde van de minimum 1/3e arbeidsduur, de uitbreiding van nacht- en studentenwerk, de invoering van tijdelijk werk van onbepaalde duur en een nieuwe definitie van wat “passend” werk is waardoor het mogelijk wordt om een job op te leggen die tot 20% minder betaalt dan de werkloosheidsuitkering. Het is een ideologische shift. We gaan van een verzorgingsstaat naar een strafstaat. Van recht op waardig werk naar de plicht om elke baan aan te nemen, tegen elke prijs. Arizona vernietigt methodisch de collectieve vangnetten.
Jean-François Tamellini : Dit is geen activeringsbeleid. Het is een plan voor wijdverspreide jobonzekerheid, een verzwakking van de collectieve bescherming en een permanente druk op mensen die werken of werkloos zijn. En achter dit alles zit een heel duidelijk plan: de lonen en arbeidsomstandigheden naar beneden halen. Wanneer we werklozen met sancties bedreigen, verzwakken we het vermogen van werknemers om over hun arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. Als we de precaire statuten uitbreiden, verzwakken we de hele arbeidsmarkt. We hebben het al eerder gezegd en we zeggen het nog een keer: het echte doel van deze hervorming is niet om mensen weer aan het werk te krijgen – en al helemaal niet in fatsoenlijke banen. Het echte doel is om druk uit te oefenen op de hele arbeidswereld, in naam van concurrentievermogen en winst, om de rijkdom te verdelen naar de portemonnee van bedrijven en aandeelhouders.
Het precairder maken van de werkloosheidsverzekering en het flexibiliseren van de arbeidsmarkt zijn twee zijden van dezelfde medaille, eisen van werkgevers die vooral inspelen op de situatie in Vlaanderen. Vlaanderen zit bijna op volledige tewerkstelling: ondanks de activeringsmaatregelen heeft het een drempel bereikt van werkloze mannen en vrouwen die Vlaamse bedrijven niet willen aanwerven, omdat ze hen niet productief genoeg, te oud, niet gekwalificeerd genoeg of zelfs te Waals vinden, zoals een studie van de Universiteit Gent onlangs aantoonde. En Vlaanderen is (op zijn zachtst gezegd) niet klaar om een beroep te doen op buitenlandse arbeidskrachten. Het doel is om de productiviteit van Vlaamse bedrijven te verhogen. Alleen zal de toepassing van dezelfde recepten in Wallonië en Brussel de werkonzekerheid verhogen, maar niet de duurzame tewerkstellingsgraad. In Wallonië zullen de werknemers in PWA-statuut, van wie de meerderheid in scholen werkt, worden uitgesloten en vervangen door gepensioneerden met flexi-jobs. Tegelijkertijd wil de Waalse minister van Werk de begeleiding van FOREM repressiever maken. Aan de andere kant wachten we er nog steeds op dat hij zijn rol als minister van Economie opneemt: waar zijn de duurzame banen? Het enige wat we zien zijn bedrijfssluitingen, en over de energiebevoorrading hebben we nog steeds geen zekerheid.
Zijn aanvallen op de non-profitsector en de openbare diensten zijn er ook op gericht om marktaandeel over te hevelen naar de private sector, in sectoren die immuun zouden moeten zijn voor winstmotieven. Met deze logica van sacraliseren van productiviteitswinsten, is het niet verwonderlijk dat sommigen het belang van cultuur in twijfel durven trekken…
Waarom zeggen jullie dat het doel van de hervorming is om druk uit te oefenen op de hele arbeidswereld? Heeft deze hervorming effect op meer dan alleen de werkzoekenden?
Florence Lepoivre : Omdat dit soort hervormingen nooit stopt bij enkel de werklozen. Door de rechten van de werklozen te verzwakken, verzwak je de rechten van alle werknemers. Het is een impliciete druk: accepteer alle voorwaarden, want als je dat niet doet, is de val meedogenloos. De nieuwe “passende” baan, zoals gedefinieerd door Arizona, kan zelfs een inkomen hebben dat 20% lager ligt dan de werkloosheidsuitkering. Wat betekent waardigheid nog onder deze omstandigheden?
Wat de regering organiseert is een race naar de bodem in termen van rechten, bescherming en loon. De precaire situatie van sommigen wordt een hefboom om druk uit te oefenen op alle anderen. En dit geldt in gelijke mate voor werknemers in de publieke en private sector, voor jongeren en ouderen, voor arbeiders en bedienden. Het is een neerwaartse spiraal voor iedereen.
Jean-François Tamellini : Het is een zeer gevaarlijke verschuiving. Deze hervorming maakt van werkloosheid een instrument voor algemene chantage. En het maakt deel uit van een puur utilitaire visie op werk, waar alles flexibel, aanpasbaar en wegwerpbaar moet zijn. Een werknemer die bang is om in armoede te vervallen, zal sneller slechtere voorwaarden accepteren. Dit is een kortetermijnbenadering van concurrentievermogen, gedicteerd door werkgeverslobby’s. En dat is niet alleen een economische fout: het is een regressief project voor de samenleving, dat emancipatie, sociale rechtvaardigheid en gelijke kansen de rug toekeert. En op de lange termijn dreigt het de sociale spanningen te doen exploderen.
De overheid legt veel nadruk op de verantwoordelijkheid van de werkzoekenden. Maar hoe zit het met die van de werkgevers?
Florence Lepoivre : Dit is een van de grote blinde vlekken in het werkgelegenheidsbeleid van deze regering. Werkzoekenden worden steeds strengere verplichtingen opgelegd – op straffe van sancties, uitsluiting en uitschrijving – maar aan werkgevers worden geen serieuze eisen gesteld. En toch zijn zij het die massaal profiteren van overheidsgeld. In België ontvangen bedrijven elk jaar meer dan 52 miljard euro aan overheidssteun, in verschillende vormen: verminderingen van werkgeversbijdragen, aanwervingssubsidies, opleidingssteun, belastingvrijstellingen, enz. Dat is kolossaal, zeker als je het vergelijkt met de kosten van de RVA, die ongeveer 4 miljard euro bedragen, of minder dan 3% van het socialezekerheidsbudget. Met andere woorden, er wordt zeven keer meer overheidsgeld uitgegeven aan bedrijfssteun dan aan bescherming van werknemers zonder baan. En toch zijn het altijd de werklozen die met de vinger worden gewezen, die worden beschuldigd van “passiviteit”, die onder druk worden gezet om eender welke baan aan te nemen, onder welke voorwaarden dan ook.

Maar wie durft te vragen naar de tegenprestaties van de werkgevers? Waar zijn de verplichtingen op het vlak van duurzame werkgelegenheid, interne opleidingen, respect voor gelijke kansen bij aanwerving? In Brussel worden duizenden gekwalificeerde, gemotiveerde afgestudeerden uitgesloten van de arbeidsmarkt op grond van hun afkomst, geslacht, leeftijd of postcode. Discriminatie blijft wijdverspreid, gedocumenteerd maar onbestraft. En dat is niet alleen onze vaststelling: ook Unia wees hierop in een analyse die op 17 juni werd gepubliceerd. Unia wijst erop dat zonder een beleid om discriminatie bij aanwerving tegen te gaan, deze hervorming een dubbele straf oplevert: het uitsluiten van werkloosheid van mensen die al gediscrimineerd worden door de arbeidsmarkt. Hun conclusie is glashelder: “We kunnen niet werkzoekenden willen activeren en tegelijkertijd de ogen sluiten voor de structurele discriminatie die verhindert dat ze worden aangenomen”. Unia roept op om de controles te verscherpen, om werkgevers verplichtingen op te leggen en om gelijkheidsbeleid bindend te maken. Dit zijn de eisen die wij ook stellen. De verantwoordelijkheid moet collectief zijn. We kunnen geen solidaire samenleving opbouwen door de meest kwetsbaren voortdurend de schuld te geven en de machtigen systematisch vrij te pleiten van hun sociale verantwoordelijkheden.
Jean-François Tamellini : De hele logica van Arizona is pervers. De regering heeft ervoor gekozen om werklozen te stigmatiseren in plaats van vraagtekens te zetten bij de economische en patronale keuzes die werk zo massaal precair maken. En toch zijn het de grote bedrijven die de grootste bedragen aan overheidssteun ontvangen, vaak zonder enige voorwaarden of controle. Veel van hen blijven ondanks subsidies mensen ontslaan, werk uitbesteden, automatiseren en onzekere arbeidscontracten gebruiken. Het is tijd om een einde te maken aan deze aanpak van de blanco cheque… Maar waar zijn de verplichtingen voor bedrijven die overheidsgeld ontvangen en toch doorgaan met uitbesteden, automatiseren en het creëren van onzekere banen? Wat we vragen is een register van overheidssteun aan bedrijven, volledige transparantie en strikte voorwaarden: geen steun zonder opleiding, zonder lokale aanwerving, zonder gelijke behandeling. Bovenal moeten we de logica van het wantrouwen omkeren. Want daar zit de echte onevenwichtigheid: degenen met de meeste middelen ontlopen alle verantwoordelijkheid, terwijl degenen met de minste middelen voortdurend worden gecontroleerd, gestraft en gestigmatiseerd. Dit model is niet alleen oneerlijk, het is ook inefficiënt en zeer giftig voor de sociale cohesie.
En de logica van de Waalse regering is dezelfde: in plaats van een positief opleidingsbeleid te ontwikkelen om de vaardigheden van werkzoekenden beter af te stemmen op de arbeidsmarkt, gaat ze het repressieve aspect van de FOREM versterken. En tegelijkertijd krijgen we te horen dat meer dan 250 Waalse bedrijven (en zelfs nog meer) overheidssteun voor opleiding hebben verduisterd. Minister Jeholet wil werklozen uitsluiten in plaats van hen op te leiden, terwijl bedrijven overheidsgeld verduisteren dat bedoeld is voor… opleiding: zoek de fout!
Hoe kunnen we weerwerk bieden tegen deze hervorming?
Jean-François Tamellini : Enkel ‘nee’ zeggen volstaat niet. We moeten een ander ‘ja’ opbouwen. Ja voor een sterk socialezekerheidsstelsel dat gebaseerd is op solidariteit. Ja voor openbare diensten die iedereen kunnen ondersteunen. Ja voor een eerlijk belastingsysteem dat de lasten van de crisis niet afschuift op de meest kwetsbaren. De strijd tegen deze hervorming is de strijd voor een andere koers. Het is nu aan parlementsleden, politici en burgers om partij te kiezen. Want achter deze hervorming zit een centrale vraag: willen we een land waar uitsluiting georganiseerd is, waar er twee keer zoveel mensen op het OCMW zitten als werklozen met een uitkering, of willen we een samenleving die niemand aan de kant laat?
Het beste antwoord op deze hervorming is mobilisatie. De sociale geschiedenis leert dat we dingen kunnen veranderen als mensen zich organiseren, zich verenigen en collectief weigeren om het onaanvaardbare te accepteren. We mogen ons niet laten vangen door onmacht of berusting. We kunnen niet toestaan dat een hervorming die de meest kwetsbaren aanvalt, die het land verdeelt, die ellende organiseert, in stilte doorgaat. Het is nu tijd om terug te vechten. Het weerwerk moet massaal, vastberaden en verenigd zijn. Deze hervorming kunnen we enkel samen ten val brengen.
Florence Lepoivre : Weerwerk is meer dan ooit nodig. We roepen parlementsleden op om hun verantwoordelijkheid te nemen, maar ook burgers, verenigingen, vakbonden, OCMW’s, gemeenten… Deze strijd gaat veel verder dan het vakbondskader: het is een sociale kwestie. Het gaat over het verdedigen van een solidariteitsmodel tegen een brutale en individualistische visie. Als deze hervormingen doorgaan, is dat een catastrofaal keerpunt voor ons socialezekerheidsstelsel. Maar we weigeren fatalistisch te zijn. Deze hervorming is niet onvermijdelijk; het is een politieke keuze. En tegenover een politieke keuze kunnen we een ander project stellen. Een welvaartsstaat van de 21e eeuw die iedereen het recht op een fatsoenlijk inkomen, op opleiding en op een kwaliteitsbaan garandeert. Een model dat gebaseerd is op echte solidariteit en sociale rechtvaardigheid, niet op stigmatisering en achterdocht. Dit project kan enkel bestaan als we het met velen verdedigen, op het terrein, in onze lokale gemeenschappen, in mobilisaties. Daarom roept ABVV-Brussel alle progressieve krachten op om één front te vormen, op straat en in de parlementen. De dwangmars die de regering-De Wever ons oplegt, kan nog tegengehouden worden. Maar daar is moed voor nodig. En vastberadenheid.
