FR
NL


Machtsvertoon en minachting  als reactie op het sociaal protest

12/06/2026

Open brief Florence Lepoivre en Jean-François Tamellini

Op 4 juni sloten velen onder ons zich aan bij de duizenden mensen die protesteerden aan het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel, tegen het besparingsbeleid dat het onderwijs, de cultuur, de kinderopvang, het onderzoek en de openbare media keihard treft.

We kwamen er leerkrachten, universiteitsdocenten, schoolpersoneel, opvoeders, cultuurwerkers en ouders tegen. Maar vooral heel veel jongeren.

Jongeren die hun toekomst kwamen verdedigen.

Jongeren die heel goed weten dat de bewering van de federale regering en van de Federatie Wallonië-Brussel dat de maatregelen in hun belang zijn “om de volgende generaties te behoeden” een leugen is.

Deze betoging was vreedzaam. Het geweld dat in de marge van de betoging plaatsvond, is onaanvaardbaar en moet ondubbelzinnig worden veroordeeld.

Maar het geweld mag niet doen vergeten wat echt telt: wat we die dag zagen, was de bezorgdheid van een generatie over de geleidelijke uitholling van de openbare diensten en van de middelen die hun volwassenwording ondersteunen.

Wat ons op 4 juni het meest is bijgebleven, is niet het geweld van enkele individuen die een vreedzame demonstratie kwamen verstoren.

Het is het schrijnende contrast tussen de eisen van duizenden jongeren en het onthaal dat hen te beurt viel.

We hebben waterkanonnen gezien. Politieagenten in oproeruitrusting.

We zijn getuige geweest van de politie die chargeert, met hun wapenstokken slaat, traangas spuit.

Interventies waarvan velen zich terecht afvragen of ze wel proportioneel waren.

Want daar gaat het inderdaad om.

Hoe zit het met de proportionaliteit wanneer leerkrachten, scholieren en hun ouders verstrikt geraken in zulke gewelddadige interventies?

We zagen ook militairen voor het station van Brussel-Centraal, gewapend met aanvalswapens, die naast de politie stonden, tegenover de jongeren, alsof er een opstand of een burgeroorlog gaande was.

In een rechtsstaat is het leger niet bedoeld om de openbare orde te handhaven, op enkele uitzonderingen na, zoals terroristische dreigingen of andere ernstige bedreigingen voor het voortbestaan van de staat.

Militairen zijn noch opgeleid, noch uitgerust om betogingen in goede banen te leiden. Enkel in autoritaire landen, waar de rechtsstaat niet meer bestaat, wordt het leger ingezet voor dergelijke taken.

Welke boodschap geven we mee aan jongeren die zich zorgen maken over hun toekomst, wanneer ze getuige zijn van dergelijke machtsvertoon, terwijl ze alleen maar willen gehoord worden?

Welke boodschap geven we aan hen die opkomen voor hun school, hun universiteit, hun toegang tot cultuur of onderzoek, wanneer ze het gevoel hebben dat ze in de eerste plaats worden gezien als een bedreiging voor de openbare orde?

En welke boodschap geven we als sommige politici al die jongeren die zich inzetten voor hun toekomst en voor de kwaliteit van het onderwijs dat ze krijgen, blijkbaar wegzetten als potentiële delinquenten die moeten worden heropgevoed en op bootcamp gestuurd?

Achter de gebeurtenissen van 4 juni tekent zich een zorgwekkende trend af: die van de macht die steeds minder gehoor geeft aan de signalen vanuit de samenleving.

Al maandenlang volgen de protestacties elkaar op.

In het hele land komen werknemers, jongeren, gepensioneerden, verenigingen en burgers de straat op voor hun pensioenen, hun koopkracht, de openbare diensten en de sociale zekerheid.

En om de rechtsstaat te verdedigen.

Maar meer nog dan de betogingen, roept het gebrek aan aandacht voor de signalen die van alle kanten komen dringende vragen op.

Organisaties op het terrein luiden de alarmklok. Hele sectoren komen in actie. De Raad van State, het Rekenhof en officiële adviesorganen brengen vaak uiterst kritische adviezen uit.

Desondanks wordt de dwingelandij almaar opgevoerd.

Alsof het sociaal overleg, de expertise en de signalen van het terrein van geen tel zijn tegenover de vastberadenheid om een blind besparingsprogramma tot elke prijs op te leggen.

Tegelijkertijd worden vakbonden, ziekenfondsen en openbare media in diskrediet gebracht en aangevallen. Het maatschappelijk middenveld wordt simpelweg genegeerd.

Kortom, de tegenmachten worden niet langer als gesprekspartners gezien, maar als obstakels in de stroomversnelling richting bezuinigingen en afbraak van rechten.

Als 5.000, 10.000, 100.000 of 150.000 mensen betogen zonder gehoord te worden, als de adviezen van de actoren op het terrein en de officiële instanties in de wind worden geslagen en overlegkanalen worden omzeild, wat blijft er dan nog over van de democratische dialoog?

Op 4 juni vroegen de aanwezige jongeren niet om privileges.

Ze vroegen om investeringen in hun toekomst, in plaats van bezuinigingen.

Ze vroegen om middelen om te leren, zich te ontwikkelen en aan hun toekomst te bouwen.

Maar eigenlijk was hun eis dezelfde als die duizenden werknemers, burgers, verenigingen en actoren van het terrein al maandenlang formuleren: gehoord worden.

Gehoord worden voordat er beslissingen worden genomen.

Gehoord worden voordat hervormingen worden opgelegd.

Als de reactie van de politiek enkel bestaat uit minachting, machtsvertoon en karikaturale reacties… dan kun je je terecht afvragen of sommige beleidsverantwoordelijken de boodschap willen begrijpen.

Regeren betekent niet bezorgdheid negeren of onderdrukken.

Het betekent dat je ernaar luistert. En ze beantwoordt.

Florence Lepoivre                                                                Jean François Tamellini

Algemeen Secretaris ABVV Brussel                               Algemeen Secretaris ABVV Wallonië