Armoede – Een lege rekening is geen beleid
03/02/2026
Een opiniestuk van BertEngelaar, voorzitter van het ABVV.
Aan de loketten van de dienstverlenings-kantoren, aan de telefoon, in infosessies … hoorden onze medewerkers de voorbije weken talloze getuigenissen. Geen grote theorieën, wel korte zinnen die blijven hangen.
Mensen die niet afhaken, maar vastlopen. Leden die solliciteren, opleidingen zoeken, afspraken maken, kinderen opvoeden, mantelzorg opnemen, hier en daar een schamel minicontractje binnenhalen en toch wakker worden met één vraag die alles overneemt: staat het geld er al op?
Die vraag kwam het voorbije weekend voor velen aan als een klap in het gezicht. Bankapp open. Refresh. Niets. Geen vertraging die je rustig kunt uitzitten, maar een onmiddellijke kettingreactie: huur, energie, voeding, schoolkosten, kinderopvang. Wie niet kan betalen, verliest keuzevrijheid. Wie keuzevrijheid verliest, verliest ook waardigheid. Dat is geen pech. Dat is beleid dat de grens tussen administratie en overleven dun maakt.
Motivatietechniek
Aan de loketten horen we hoe die dunne grens mensen naar binnen duwt. Eerst komt de schaamte: “Het zal wel mijn fout zijn.” Dan de angst voor de post: brieven die blijven liggen omdat woorden als “geschorst”, “uitgesloten” of “terugvordering” te zwaar wegen.
Daarna volgt de tocht langs loketten en telefoonnummers: opnieuw uitleggen, bewijzen, wachten. Een dossier wordt zwaarder dan een mens. De stress kruipt in de slaapkamer, in de maag, in het hoofd. Wie in overlevingsmodus zit, denkt niet in jaren maar in dagen: hoe komt er morgen eten op tafel?
Toch wordt in het publieke debat vaak beweerd dat lagere uitkeringen mensen vanzelf naar werk duwen. Armoede als bedreigende motivatietechniek: het klinkt stoer, het werkt niet. Onzekerheid is geen begeleiding. Wie constant brandjes blust, kan moeilijk investeren in een toekomst. Dat is niet alleen moreel problematisch, het is ook economisch kortzichtig.
Nieuw onderzoek van KU Leuven, UC Louvain en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, op basis van langetermijndata bij tienduizenden mensen, wijst net in de andere richting: hogere uitkeringen boven de armoedegrens helpen mensen sneller terug naar werk, omdat ze opnieuw kunnen investeren in zichzelf. Bijscholen, vervoer betalen, een auto delen, een abonnement nemen, een laptop herstellen, kinderopvang regelen, eindelijk medische of psychologische zorg opnemen die al maanden wordt uitgesteld. Stabiliteit is geen hangmat. Stabiliteit is een springplank.
De verhalen aan de loketten maken die conclusie tastbaar. Leden vertellen hoe een te laag inkomen kleine problemen groot maakt. Wie geen geld heeft voor een treinabonnement, raakt niet op gesprek. Wie de tandarts uitstelt, sleept pijn mee naar elke sollicitatie. Wie geen rustige plek heeft om te slapen, faalt op de dag dat er wél een kans komt. Sommigen doen vrijwilligerswerk, zorgen voor buren, bouwen een netwerk uit, maar worden in het beleid gereduceerd tot “inactief”.
Dat label helpt niemand vooruit.
Daarbovenop dreigt een nieuwe schok: tienduizenden mensen riskeren de komende jaren hun uitkering te verliezen omdat ze langer dan twee jaar werkloos zijn.
Op papier heet dat “activering”. In de praktijk duwt het mensen richting bijstand en dieper richting armoede, precies wanneer ze ondersteuning nodig hebben om opnieuw aan te knopen met werk.
Wie de bodem wegneemt, krijgt geen sprong, maar een val.
De regering wil langdurige werkloosheid aanpakken. Prima. Alleen werkt snijden in uitkeringen niet als route naar werk. Het creëert vooral armoede, stress en gezondheidsproblemen en verschuift mensen van de ene regeling naar de andere. Bovendien wordt een groep die al kwetsbaar is nog kwetsbaarder gemaakt, precies op het moment dat er initiatief nodig is: solliciteren, zich verplaatsen, leren, netwerken. Dat lukt niet met een lege rekening.
Minimumuitkeringen
Wat wél werkt, ligt al jaren op tafel: trek minimumuitkeringen op tot minstens de Europese armoededrempel (rond 1.500 euro voor een alleenstaande, zoals de onderzoekers bepleiten). Combineer dat met echte begeleiding: een snelle intake, intensieve opvolging, haalbare trajecten, opleidingen die leiden naar jobs, betaalbaar vervoer en mentale zorg zonder drempels. Geef mensen tijd en ruimte om opnieuw greep te krijgen op hun leven, zodat werk weer haalbaar wordt.
Ik herhaal mijn oproep om alle ministers die zich bezighouden met tewerkstellingsbeleid rond de tafel te zetten, samen met de sociale partners. Samen kunnen we van de “passende dienstbetrekking” geen slogan maken, maar een echte realiteit. Tijd voor beleid dat mensen boven water houdt in plaats van naar beneden duwt, kopje-onder.