27 november 2018

Naar een stedelijke en duurzame mobiliteit in Brussel

Mobiliteit in Brussel is een echte uitdaging. Als belangrijkste knooppunt van tewerkstelling in België trekt de hoofdstad een enorme stroom werknemers aan. Ongeveer de helft van de mensen die in Brussel werken, wonen buiten het Gewest, en van deze “inkomende” pendelaars reist de helft (52,7%) met de auto. Bovendien reist 41% van de Brusselaars die in Brussel werken nog steeds met de auto naar hun werkplek. In het licht van deze bevindingen vormen de daling van de vraag naar verplaatsingen en de daling van het individuele autogebruik de speerpunten van het mobiliteitsplan “Good Move” van het Brussels gewest.

Het is duidelijk dat de Brusselse mobiliteit zich op grootstedelijke schaal moet afspelen en dat de drie gewesten hiervoor moeten samenwerken. Anderzijds geeft het belang van het woon-werkverkeer in het autoverkeer vakbonden en werkgevers een rol in de verbetering van de mobiliteit in Brussel.

Vakbonden kunnen de mobiliteit op verschillende manieren beïnvloeden. Hoe? Hier volgen enkele ideeën die een positieve invloed kunnen hebben op de Brusselse mobiliteit.

De vakbonden kunnen actie ondernemen op federaal niveau, met name door het versterken of creëren van nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s). Zo zou het goed zijn om CAO 19 te herzien. Deze CAO legt de verplichtingen vast van de werkgevers voor de tussenkomst in de woon-werkverplaatsingen van de werknemers. Er staat onder meer in dat werkgevers alleen verplicht zijn om tussen te komen in de kosten van het openbaar vervoer wanneer de afstand tussen woning en werk meer dan 5 kilometer bedraagt. Dit is echter al een aanzienlijke afstand in een Gewest als Brussel, als je weet dat 40,7% van de Brusselse werknemers die in Brussel werken minder dan 5 km afleggen om naar het werk te gaan. Deze in de CAO vastgelegde limiet van 5 km moet daarom worden herzien om zo het gebruik van het openbaar vervoer door deze werknemers aan te moedigen.

Op gewestniveau is het voor het ABVV essentieel om op dit vlak te werken aan de bewustmaking, vorming en mobilisatie van de werknemers en hun vertegenwoordigers. In Brussel beschikken we over een zeer interessant instrument: de bedrijfsvervoersplannen. Zij bestaan uit het bestuderen, uitvoeren, evalueren en actualiseren van maatregelen voor duurzame verplaatsingen in verband met de activiteiten van een bedrijf of groep bedrijven. Elk bedrijf met meer dan 100 werknemers op eenzelfde plek in het Brussels Gewest is verplicht om een dergelijk bedrijfsvervoersplan op te stellen en een aantal verplichte maatregelen te nemen.

Bij gebrek aan specifieke gewestmiddelen voor de bewustmaking en het betrekken van de werknemers en hun vertegenwoordigers bij deze maatregel, worden de bedrijfsvervoersplannen momenteel onvoldoende onderhandeld en besproken. Daarom stelt ABVV-Brussel als eis aan de overheid dat de bevoegdheid van de vakbondsafgevaardigden om in te grijpen in mobiliteitskwesties wordt uitgebreid. Bovendien zouden de bedrijfsvervoersplannen ook kunnen worden gebruikt om werkgevers aan te sporen de kosten van het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer van minder dan 5 kilometer te vergoeden, een maatregel die momenteel door de werkgevers op federaal niveau wordt geblokkeerd.

Anderzijds kunnen de vakbonden, als sociale partners in de gewestelijke en federale overlegorganen, ook invloed uitoefenen op verschillende sleutelcompetenties.

Om het goederenvervoer te vergemakkelijken, is het van belang dat in de ruimtelijkeordeningsplannen rekening wordt gehouden met voor logistiek bestemde stedelijke ruimten. Het gebruik van logistieke diensten voor het goederentransport met niet-vervuilende voertuigen die geen hinder veroorzaken, moet worden aangemoedigd, meer bepaald via de oprichting van stadsdistributiecentra en multimodale logistieke centra.