29 mei 2018

De arbeidsrechtbank geeft ABVV Horval gelijk tegenover regering Michel

Op dinsdag 15 mei 2018 heeft de Franstalige arbeidsrechtbank van Brussel ABVV Horval in het gelijk gesteld. Het eindpunt van een verzoekschrift dat werd neergelegd op 3 mei 2017. Dit verzoekschrift beoogde de beslissing van de RVA om geen werkloosheidsuitkeringen uit te keren aan een werknemer die op economische werkloosheid werd gezet door zijn werkgever. Een beslissing ten gevolge van de toepassing van het koninklijk besluit van 11 september 2016 dat een wijziging inhoudt van de toegangsvoorwaarden tot de werkloosheidsuitkeringen voor de tijdelijk werkloze werknemers op basis van een gebrek aan werk wegens economische redenen. Een mooie vakbondsoverwinning voor het respect voor de werknemers en tegen het
buitensporige en repressieve beleid van de regering van Charles Michel.

Op 11 september 2016 keurde het federale Parlement een koninklijk besluit goed dat de toegang tot de economische werkloosheid beperkte. De voorgestelde doelstellingen: een budgettaire besparing (41 M €) en strijden tegen het risico van oneigenlijk gebruik van de economische werkloosheid, meer bepaald in geval van tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

De Franstalige arbeidsrechtbank van Brussel heeft met zijn vonnis van 15 mei 2018 openlijk de wijzigingen die dit besluit doorvoert in vraag gesteld. Het besluit schendt de principes van gelijkheid, non-discriminatie en stand-still, beschermd door de Belgische Grondwet.

Het gaat om het een mooie vakbondsoverwinning voor meer sociale cohesie, voor het respect voor de werknemers en tegen de misbruiken van de werkgevers en het buitensporige en repressieve beleid van de regering van Charles Michel” verklaart Estelle CEULEMANS, Algemeen Secretaris van ABVVBrussel.

Ter info, elke onderneming die geconfronteerd wordt met een tijdelijke vermindering van activiteiten kan economische werkloosheid inroepen voor een deel of zelfs het geheel van zijn werknemers. Tot in 2016
moest de werknemer zijn toelaatbaarheid om van werkloosheidsuitkeringen in geval van tijdelijke werkloosheid op basis van een gebrek aan werk om economische redenen niet bewijzen. De werkgever moest deze situatie aantonen. In 2016 werd dit gewijzigd. Het is aan de werknemer om zijn
toelaatbaarheid voor werkloosheidsuitkeringen te bewijzen in geval van economische werkloosheid door de werkgever.

Een dergelijk systeem leidt tot situaties waar jonge werknemers door hun werkgever op economische werkloosheid worden gezet en geen enkele vergoeding ontvangen. De werkgevers kunnen eveneens “rechthebbende” werknemers op economische werkloosheid zetten. En economisch werkloos zijn, voor de werknemers, betekent veel geld verliezen… tot zelfs alles, want bepaalde werknemers kunnen er niet van genieten om de foute redenen. Om die reden is het vonnis van de arbeidsrechtbank dat de weigering annuleert en de betrokken werknemer toelaat tot de werkloosheidsuitkering een vonnis zonder voorgaande. Dit vonnis zet ontegenzeggelijk de maatregel die in 2016 door de regering Michel werd getroffen op losse schroeven, “ besluit Christian BOUCHAT, Algemeen Secretaris van HORVAL.