DE RICHTLIJN-BOLKESTEIN : NEEN !

Een ultraliberale ontwerprichtlijn inzake liberalisering van de diensten

Op 13 januari 2004 heeft de ultraliberale Europese commissaris Frits Bolkestein een voorstel van richtlijn inzake de diensten in de interne markt voorgelegd. Alleen al de titel van dit voorstel wijst op een doorgedreven liberalisering en deregulering van alle dienstenactiviteiten in Europa.


Welke diensten ?

De ontwerprichtlijn is van toepassing op alle diensten aan bedrijven en consumenten, gaande van publiciteit, werving, met inbegrip van de uitzendbureaus, tot de handel, de schoonmaakdiensten en de bouw, maar met uitzondering van bepaalde transportsectoren (+ 3,5 ton), telecommunicatie, financiële diensten én de rechtstreekse en gratis door de overheid verleende diensten.

Behalve de politie, de justitie (de advocaten niet, natuurlijk) of het leger, is geen enkele openbare dienst gratis: we betalen allemaal zelf onze postzegels, onze ziekenhuisfactuur of ook nog het inschrijvingsgeld aan een hogeschool.

Een zeer breed toepassingsveld dus !

Bijgevolg is de richtlijn ook van toepassing op de openbare diensten. Zo zullen ook gezondheid, onderwijs, cultuur, audiovisuele media, de diensten van de plaatselijke overheden,… als pure koopwaar beschouwd worden die volledig afhankelijk zijn van de marktwetten, zonder dat rekening gehouden wordt met hun specifieke karakter en hun sociale doelstelling. Het is onaanvaardbaar dat zulke uiteenlopende diensten als architectenbureaus en een ziekenhuizen op dezelfde manier behandeld worden.

Het Europees sociaal model : een aangekondigde dood ?

Commissaris Bolkestein wil alle hinderpalen die de ontwikkeling van dienstenactiviteiten en de voltooiing van de interne markt in de weg staan, uit de weg ruimen.

Deze ‘hinderpalen’ zijn echter vaak regels die de overheid uitvaardigde met de bedoeling iedereen een betere dienstverlening te waarborgen, de werknemers te beschermen, een gezond beheer van de overheidsmiddelen te verzekeren, tariefnormen op te leggen, iedereen toegang tot de diensten te garanderen, de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen.
Dankzij deze regels kan worden verhinderd dat vrije dienstverlening verwordt tot een soort jungle, waar de enige regel die van de onmiddellijke winst is !

Op termijn dreigen de gevolgen van deze richtlijn voor ieder van ons catastrofaal te zijn :

- dumpingpraktijken op sociaal, fiscaal en milieuvlak dreigen aangemoedigd te worden;
- de sociale verworvenheden komen onder druk te staan: lagere lonen, langere arbeidsduur, toenemende flexibiliteit;
- gezondheid, onderwijs, cultuur en audiovisuele middelen zullen gewone koopwaar worden, onderworpen dus aan de marktwetten;
- sectoren van de overheidsdiensten lopen het risico automatisch en onherroepelijk te worden geprivatiseerd en/of geliberaliseerd.

Dit voorstel van richtlijn vormt dan ook een regelrechte bedreiging voor het Europees sociaal model zonder rekening te houden met de democratische spelregels. Immers, het recht van de overheid om een welbepaald maatschappijmodel te verdedigen en uit te bouwen wordt afhankelijk gemaakt van het marktbelang en de concurrentie.

De richtlijn : basisprincipes

Ter voltooiing van de interne markt van de diensten stelt de richtlijn onder meer twee principes voorop: de afschaffing van de overbodig bevonden vergunningen en vereisten en het principe van het oorsprongsland.

- De richtlijn wil vooreerst alle soorten hinderpalen waarvoor geen dwingende reden van algemeen belang bestaat en die een rem vormen op de vestiging van een onderneming op het grondgebied van een lidstaat, verbieden.

De impact zal vooral in de gezondheidszorg voelbaar zijn. Hier dreigen immers heel wat eisen in vraag gesteld te worden: kwantitatieve en territoriale beperkingen voor de apothekers, subsidies verbonden aan een bijzonder statuut, tariefnormen,…

Op die manier wordt de overheid op alle niveaus (plaatselijk, regionaal, …) elk actiemiddel ontnomen om een gezondheidsbeleid te voeren dat kwaliteitsvol is en ook voor iedereen toegankelijk blijft.

Ook de hele sector van de sociale economie wordt bedreigd, in het bijzonder de wederinschakeling van kansarme groepen op de arbeidsmarkt. De activiteiten in het kader van de sociale economie gaan namelijk gepaard met erkenningen die ten doel hebben ervoor te zorgen dat de maatregelen wel degelijk de kansarmen bereiken. Er is echter geen enkele garantie dat deze regeling zal blijven bestaan als de richtlijn inzake de diensten werkelijkheid wordt. En als dit zo zou zijn, dan zal de regering een belangrijke hefboom van het werkgelegenheidsbeleid inzake de sociale inschakeling van die mensen kwijtspelen.

Daarnaast kan men zich ook vragen stellen over de gevolgen voor de begeleiding en de opleiding van werknemers (opleidingscheques, begeleiding per decreet georganiseerd in de Gewesten, outplacement, …).

- Het tweede beginsel is dat van het "oorsprongsland". Dit houdt in dat dienstverrichters enkel en alleen aan de nationale bepalingen van het land van oorsprong onderworpen zijn en niet aan de wetten van het land waar de diensten geleverd worden.

Dit komt neer op een wettelijke aansporing om te verhuizen naar landen met de minst strenge wetgeving op sociaal, fiscaal en milieuvlak en er brievenbusondernemingen op te richten die, tegen spotprijzen, vanuit hun maatschappelijke zetel over het hele grondgebied van de Unie zullen kunnen uitzwermen.

Het gevolg zal een enorme druk zijn op de landen met sociale, fiscale en milieunormen die het algemeen belang beter beschermen.


Detachering : een sprekend voorbeeld.

Detachering biedt dienstenondernemingen de mogelijkheid werknemers naar een land van de Unie te detacheren om er tijdelijk te gaan werken.

Bijvoorbeeld een Poolse bouwonderneming die de ruwbouw van een flatgebouw in Brussel komt zetten met Poolse werknemers.

Een richtlijn reglementeert die praktijk reeds en vereist, in ons geval, dat de Poolse bouwonderneming een aangifte doet bij de Belgische inspectiediensten, een vertegenwoordiger in België aanstelt en dat de Poolse arbeiders onderworpen worden aan de arbeidsvoorwaarden die in ons land van kracht zijn : uurlonen, arbeidsduur, sociale documenten, …

Op het eerste gezicht lijkt het voorstel van richtlijn-Bolkestein geruststellend, want die regeling blijft behouden, het gaat alleen om een uitzondering op het beginsel van het ‘oorsprongsland’.

Maar aangezien men met het voorstel de administratieve rompslomp die het vrij verkeer van diensten hindert, wil wegwerken, worden de controlemogelijkheden in de gastlanden danig bemoeilijkt, om niet te zeggen onmogelijk gemaakt. Meteen wordt de richtlijn inzake de detachering van werknemers volkomen uitgehold. M.a.w., als de richtlijn-Bolkestein er komt, dan wordt het niet langer mogelijk om op de vloer de in België vigerende arbeidsvoorwaarden op bijv. de Poolse werknemers toe te passen.

Hetzelfde probleem rijst voor de uitzendarbeid.

Momenteel moeten uitzendkantoren een erkenning hebben om in België te mogen werken.

Dankzij die erkenning kunnen alleen kwaliteitsvolle uitzendbedrijven in ons land aan de slag. De richtlijn dreigt een einde te maken aan die erkenningsprocedure. Wat meteen de deur wagenwijd zou openzetten voor malafide ondernemingen die met oneerlijke praktijken de werking van de sector dreigen te destabiliseren.
Uitzendbedrijven zullen er dus alle belang bij hebben om zich te vestigen in landen waar ze het minste belastingen betalen en waar ook de sociale bijdragen het laagst zijn. Op die manier kunnen ze dus overal in Europa uitzendkrachten uitsturen en aan het werk zetten voor een dumpingloon, terwijl de Belgische uitzendbedrijven hiermee niet zullen kunnen wedijveren. Deze Belgische bedrijven zullen dan gewoon geen andere keuze meer hebben dan te gaan delocaliseren om te kunnen overleven of druk uit te oefenen op de sociale gesprekspartners en op de politici om de loonkosten te verlagen. Dit zijn dus de extreme toestanden waartoe een combinatie van het beginsel van het oorsprongsland en het blind wegwerken van de hinderpalen die de vestiging van diensterleners in de weg staan, kan leiden.

Tenslotte zullen de inspectiediensten ook hier machteloos staan: een in Litouwen gevestigde uitzendonderneming kan in het kader van een detachering voor de duur van één maand een honderdtal werkvrouwen naar België sturen. De inspectiediensten zijn niet in staat om telkens weer na te gaan of de lonen gerespecteerd worden en of de gepresteerde overuren effectief betaald worden. En als de loonvoorwaarden al geëerbiedigd worden, dan garandeert niets dat de arbeiders hun volledige loon gekregen hebben. Het komt namelijk vaak voor dat de huisvestingskosten ervan afgetrokken worden !


Geen afdoende controle : de deur wagenwijd open voor malafide praktijken ?

Een manier om een totale ontwrichting van de arbeidsmarkt in Europa te voorkomen, is verplichte samenwerkingsregels tussen de nationale inspectiediensten vast te leggen. Dus op Europees vlak een echt netwerk van inspectiediensten, een soort sociale "Europol" op te richten !

In de huidige stand van zaken is een coördinatie van de inspectiediensten van de 25 lidstaten van de Unie moeilijk denkbaar : ze moeten al bestaan en als ze bestaan moeten ze nog efficiënt zijn ook ! Het is dus eerder een vrome wens.

Maar in afwachting staat de deur wagenwijd open voor maffiagroepen die al in diverse sectoren aan het werk zijn en van het gebrek aan controles en politieke coördinatie zullen profiteren om werknemers uit te buiten.

Een harmonisering van de arbeidsvoorwaarden in alle EU-landen is dus dringend vereist, waarmee natuurlijk een harmonisering naar boven toe bedoeld wordt, dus een harmonisering met de wetgeving van dat land dat zijn werknemers de hoogste bescherming biedt.

Privatisering van de sociale zekerheid ?

Op termijn dreigt het voorstel van richtlijn ook desastreuze gevolgen te hebben voor de gezondheidszorg.

De richtlijn stelt namelijk voor een groot aantal vergunningsprocedures te schrappen, hoewel ze eigenlijk de pijlers vormen van de meeste nationale gezondheidssystemen en dus de kwaliteit, de toegankelijkheid en het financieel evenwicht ervan garanderen.

Als de richtlijn-Bolkestein er zou komen, dan wordt het voortaan onmogelijk om aan verstrekkers van gezondheidsdiensten

- verplichte minimum- en/of maximumtarieven op te leggen voor geneesmiddelen en honoraria;
- minimumnormen op te leggen voor het personeelskader in ziekenhuizen en rusthuizen;
- subsidiëringsnormen op te leggen rekening houdend met de specifieke financieringswijze van de gezondheidszorg;
- kwaliteitsnormen op te leggen inzake verzorging.

Ook zouden de lidstaten bij het vastleggen van hun fundamentele keuzes m.b.t. de organisatie van de gezondheidszorg een groot deel van hun autonomie verliezen. M.a.w. : dit zou het einde betekenen van elk openbaar gezondheidsbeleid dat die naam waardig is.


De richtlijn doorkruist ook andere Europese processen en zelfs het Verdrag

Naast de bedreiging die het voorstel van richtlijn betekent voor de hiervoor vernoemde domeinen, doorkruist het ook andere lopende of aangekondigde initiatieven en is het op bepaalde punten onverenigbaar met het Verdrag.

- In de afwijkingen waarin het voorstel van richtlijn voorziet voor het beginsel van het oorsprongsland wordt verwezen naar een toekomstige richtlijn van het Parlement en de Raad over de erkenning van de beroepskwalificaties.
- Krachtens artikel 152 van het Verdrag is gezondheid een exclusieve bevoegdheid van de Lidstaten. Bovendien bevat het voorstel van richtlijn coördinatieregels die in strijd zijn met verordening 1408/71 inzake de sociale zekerheid van de mobiele werknemers. Op hoog niveau is een studie aan de gang over de mobiliteit van de patiënten en de evolutie van de gezondheidszorg in de Europese Unie. Die werkzaamheden zouden in 2004 moeten uitmonden in een mededeling van de Europese Commissie waarin een algemene strategie wordt bepaald met voorstellen die beantwoorden aan de aanbevelingen uit de studie.
- Wat de diensten van algemeen belang betreft, loopt het voorstel van richtlijn vooruit op het Witboek van de Commissie terzake. Tot op vandaag is de Commissie niet in staat gebleken zich uit te spreken over een kaderrichtlijn over de diensten van algemeen belang waarin precies omschreven wordt wat men daaronder moet verstaan. Het voorstel van richtlijn heeft geen betrekking op de diensten van niet-economisch algemeen belang, maar op de diensten van economisch belang. Toch wordt verwezen naar de definitie van het concept "diensten" die zeer ruim en evolutief is !

- Een voorstel van richtlijn inzake uitzendarbeid bevindt zich momenteel in een impasse, maar het dreigt alle relevantie te verliezen als de richtlijn-Bolkestein er komt.
De vraag dient dan ook gesteld naar de feitelijke krachtsverhouding tussen het voorstel van richtlijn-Bolkestein en de andere voorstellen die het doorkruist en afbouwt.
Aangezien de richtlijn-Bolkestein als een pletwals werkt, dreigen al die initiatieven hun politieke relevantie te verliezen en niet tot een goed einde gebracht te worden, hoewel ze grendels aanbrengen en een stuk ambitieuzer zijn.


GATS

Dit voorstel van richtlijn lijkt verdacht veel op het GATS-akkoord waarbinnen op internationaal niveau de liberalisering van alle diensten in alle sectoren onderhandeld wordt op basis van vraag en aanbod.

Tot op vandaag verzette de EU zich tegen de openstelling van sectoren zoals gezondheid, onderwijs, detachering van werknemers, cultuur en audiovisuele middelen. Nu ook die sectoren door de richtlijn-Bolkestein bedreigd worden, komt ook het door de EU verdedigde standpunt in de verdrukking.

Gevreesd mag dan ook worden dat de filosofie die aan de richtlijn-Bolkestein ten grondslag ligt, wel eens een koerswijziging zou kunnen inluiden voor het standpunt dat de EU in de Wereldhandelsorganisatie inneemt. Als dit het geval zou zijn, dan zal de EU meewerken aan de spiraal van een steeds verder doorgedreven liberalisering, zonder aandacht te hebben voor het sociale aspect dat binnen de Wereldhandelsorganisatie compleet verwaarloosd wordt.


Liberalisering van de havendiensten : een nieuwe verkapte poging

De tekst van het voorstel van richtlijn neemt, weliswaar in andere bewoordingen, de inhoud over van het voorstel van richtlijn met betrekking tot de liberalisering van de havendiensten dat in november 2003 uiteindelijk onder druk van de Europese vakbonden is weggestemd in het Europees Parlement. De goedkeuring van dit voorstel van richtlijn had het einde van de wet Major betekend.

Er kan geen sprake van zijn dat men terugkomt op een beslissing die het resultaat is van een democratische stemming in het Europees Parlement, waarbij de liberalisering van de havendiensten in alle duidelijkheid verworpen werd.

In de tekst van het voorstel-Bolkestein is het allesbehalve duidelijk of de havendiensten onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen. Die onduidelijkheid is ook één van de problemen met de richtlijn. Het is wel zo goed als zeker dat de loodsdiensten eronder vallen en als de havendiensten geviseerd worden, dan dreigt de wet Major opnieuw op de helling gezet te worden !


Dit voorstel van richtlijn is voor het ABVV en het ACV ronduit onaanvaardbaar omdat het bijzonder gevaarlijk is:

- ontwrichting van de arbeidsmarkt in Europa;
- afbraak van de werknemersrechten;
- economische, sociale en milieudumping;
- bedreiging voor het voortbestaan van kwaliteitsvolle overheidsdiensten;
- onderwerping van de sociale zekerheid aan de marktwetten.

Doorheen de afschaffing van de vergunningsregelingen wil de richtlijn democratische en sociale verworvenheden die door parlementen en regeringen werden goedgekeurd, terugschroeven. Wij vinden dat de blinde vereenvoudiging die in de richtlijn vooropgesteld wordt, die verworvenheden van wettig verkozen instellingen in het gedrang brengt. Daarom ondersteunen wij het EVV dat in de campagne "Ons Europa – Europa, dat zijn wij" zijn steun betuigt aan de stelling dat de nationale regeringen het recht hebben om het waarborgen van de fundamentele burgerrechten te laten primeren op de wetten van de markt en van de vrije concurrentie.

Een ultraliberaal Europa dat volledig onderworpen is aan de marktwetten, waar de werknemers als koopwaar beschouwd worden en waar herstructureringen, ontslagen en delocalisatie schering en inslag zijn, kan niet voor ons!

Wij pleiten dan ook voor een sterk sociaal Europa met zinvol werk voor iedereen, en voor een harmonisatie naar boven toe van de arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie.

Wij eisen eveneens kwaliteitsvolle, voor iedereen toegankelijke openbare diensten, en bijgevolg een kaderrichtlijn voor de diensten van algemeen belang.

Wij willen dat het uitgebreide Europa ook "ons Europa" wordt en dat de werknemers, van welk land ook, kunnen streven naar een verbetering van hun werk- en levensvoorwaarden zonder dat ze tegen mekaar uitgespeeld worden.

Om dat doel te bereiken is er meer dan ooit een sterk EVV nodig, en een echte syndicale tegenmacht op Europees vlak.


Ook : http://www.fgtb.be/code/nl/fram018.htm