>> Straffeloosheid van de multinationals
<< vorige pagina   Volgende pagina>>
   
COLOMBIA

Het probleem van de multinationals en de mensenrechten kan men samenvatten in iets heel concreets: een document van acht pagina’s, waarin sprake is over 148 vermoorde vakbondsmilitanten in Colombia tussen 1 januari en 1 november van 2002. En deze inventaris wordt elke maand langer.Het is onze verantwoordelijkheid te reageren tegen de multinationals in een land dat in burgeroorlog is.Misschien kunnen we iets doen.Concreet hebben we reeds op 22 mei 2002 een manifestatie georganiseerd vóór de ambassade van Colombia, met het ABVV, de LBC/ACV van Brussel en met de ‘Coördinatie voor Colombia’, waarin de ngo’s een rol spelen.We hebben geschreven naar de president van het land. Vergezeld van enkele Colombiaanse vakbondsmilitanten uit de petroleum- en energiesector hebben we aan de ambassadeur een brief overhandigd.We wilden de volksstrijd die plaats heeft in Colombia situeren in het kader van de repressie en de schending van alle internationale rechten. Maar dit alles is alleen mogelijk als de volksbewegingen en de vakbonden in Colombia zelf zich organiseren en weerstand bieden.
Laten we het voorbeeld nemen van de petroleum: en zijn zeer grote petroleumrijkdommen in Colombia. Zoals overal in de wereld is de regering bezig met het privatiseren van de petroleummaatschappijen. Er zijn multinationals zoals BP Amoco of TotalFinaElf die zich aan het vestigen zijn in Colombia. De Colombiaanse vakbondsmilitanten organiseren zich om te vechten tegen deze privatisering en om hun rechten te handhaven. Aangezien ze hinderlijk zijn, vermoordt men hen. Als onze vakbondsafgevaardigden van het chemisch bedrijf in Feluy of van de raffinaderij in Antwerpen in de ondernemingsraad protesteren: “Weet u, we kennen uw gezicht, het gezicht van de multinationals, we kennen het echt.We zien wat gebeurt in Colombia, en we willen dat u de moorden op de Colombiaanse vakbondsmilitanten stopzet,” antwoordt de overdonderde directeur: “Ik neem akte van uw vraag en ik zal u binnen een maand antwoord geven, op de volgende ondernemingsraad.” Hij telefoneert naar de algemene directie en bij de volgende ondernemingsraad krijgen de afgevaardigden een video van een halfuur over de activiteiten van BP/Amoco of van TotalFinaElf in Colombia. Deze video legt de redenen uit van de vestiging in Colombia en de petroleumbelangen. En, tegelijkertijd, legt hij de sociale plannen van de multinational uit voor het bouwen van scholen, ziekenhuizen. Indien de multinational niet aanwezig was in Colombia, zou de armoede nog veel groter zijn. Bovendien beschermt ze de werknemers tegen moordaanslagen. Ze betaalt bewakingsfirma’s voor het beschermen van de petroleuminstallaties en de omliggen-de dorpen. Dit alles toont de video, met een brochure en foto’s ter ondersteuning.Op dat moment aarzelt men. De vakbondsmilitanten vragen zich zelfs af of de klachten tegen de multinationals in Colombia wel gegrond zijn. Dit is de realiteit waarvoor wij ons bevinden.We hebben Colombiaanse vakbondsmilitanten uitgenodigd in de raffinaderij in Antwerpen om ons uit te leggen hoe alles eraan toegaat. Eerst verklaren ze dat de militairen soldaten zijn van het Colombiaanse leger die effectief bewakingsopdrachten uitvoeren ‘s avonds, maar dat ook zij degenen zijn die op de sites de naam noteren van de vakbondsmilitanten die men zoekt om ze te vermoorden. En daarna voeren ze dit smerige karwei uit. Onze Colombiaanse vrienden verklaren dat het geld van de multinationals inderdaad gebruikt wordt om de vakbondsmilitanten terplaatse te vermoorden.
Ik geef dit voorbeeld om aan te tonen dat we nog heel wat sensibiliseringswerk moeten doen: een campagne tegen alle propagandamiddelen van de media die de multinationals gebruiken. Tegelijkertijd kunnen we de multinational onder druk zetten door het stellen van allerlei vragen en via de Europese ondernemingsraden. En we hebben ook militanten ter plaatse die bereid zijn zich te engageren in concrete ondersteuningsprojecten voor de Colombiaanse militanten. Vanaf het ogenblik dat we deze campagne opbouwen, zijn de vertegenwoordigers van de ondernemingsraden bereid activiteiten en avonden te organiseren, geld in te zamelen, naar Colombia te gaan om zich ter plaatse te vergewissen van wat daar gebeurt. Ze worden getuigen, gesprekspartners, actieve propagandisten voor de hele strijd tegen de schending van de vakbondsrechten in Colombia.
We moeten er ter plaatse over waken dat er volksbewegingen zijn, vakbondsorganisaties die zich blijven inspannen, zelfs in dramatische omstandigheden. Daarbij mogen we de sensibilisering in België ten opzichte van mensen die er direct bij betrokken zijn niet vergeten. En voor ons zijn dat de werknemers in de ondernemingen die campagnes op poten moeten zetten voor steun en internationale solidariteit, om de druk op een multinational zoals BP of TotalFinaElf te verhogen.

BIRMA EN TOTALFINA

Eind 2002 stonden we op de trappen van het gerechtshof van Brussel. Samen met Oxfam en andere organisaties hebben we een hele campagne gevoerd met behulp van protestkaarten tegen de aanwezigheid van TotalFinaElf in Birma. De onderneming steunt daadwerkelijk een regime dat in zijn wetgeving nog gedwongen arbeid en kinderarbeid vermeldt. Toen de Algemeen Secretaris van het ABVV aan de directie van TotalFinaElf in Brussel vroeg: “Ja, u bent bereid ons uit te nodigen in Birma opdat we ter plaatse al de voorspoed zouden kunnen zien die u verschaft aan de bevolking, maar kunt u ons de naam van een vakbondsafgevaardigde geven, zodat we hem kunnen contacteren?” Ze kon dit niet doen want er zijn er geen.
We hebben deze campagne gesteund, als ABVV en als ACV. Ik heb de nadruk gelegd op één bepaald punt: we moeten erover waken dat onze leden en afgevaardigden in de onderneming goed op de hoogte zijn van wat gebeurt in Birma. Want ook daar krijgen de werknemers geregeld de brochures van TotalFinaElf.
We steunen de klachten die aanhangig zijn in verband met TotalFinaElf.Maar ik waarschuw tegen mondiale akkoorden in de een of andere vorm, vrijwillig of niet.TotalFina-Elf heeft nog iets achter de hand: namelijk een mondiaal akkoord met de vakbondsorganisaties dat ze bereid zijn dadelijk te ondertekenen. Hierin staat een verklaring die blijk geeft van respect voor de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie. Binnen onze internationale vakbondsorganisatie ICEM1 hebben we een hele discussie gevoerd waarbij we ons de vraag stelden: “Is het voordeliger een akkoord te sluiten met hen, waarin ze verklaren dat ze dat alles willen respecteren, en het te laten respecteren op lokaal niveau, of is het momenteel voordeliger geen akkoord te ondertekenen, verder te gaan met een campagne tegen TotalFinaElf en de klachten tegen de petroleummultinational te steunen?” We hebben de tweede weg gevolgd. Ons standpunt is: we kunnen geen mondiaal akkoord sluiten met een multinational tenzij we tezelfdertijd een mondiaal vakbondsnetwerk hebben dat in verbinding staat met de ngo’s, wat ons garandeert dat we kunnen controleren wat in deze multinational gebeurt. Als we er zeker van zijn dat men ter plaatse ook effectief respecteert wat in het mondiaal akkoord staat.


Paul Lootens,
Federaal Secretaris van de Algemene Centrale (ABVV), tussenkomst op het colloquium van 5 december 2002, georganiseerd door de GRESEA in Brussel.


1 International Federation of Chemical, Energy,Mine and
General Workers’Union