| << vorige pagina | Volgende pagina>> | ||
| In juridische termen is een ‘onrechtmatige
schuld’ een schuld die door een despotisch regime aangegaan wordt
en die gebruikt wordt tegen de belangen van de bevolking. De schuld aangegaan
in Zuid-Afrika onder het apartheidsregime komt op alle punten overeen met
de criteria voor ‘onrechtmatige’ schuld. De schuldeisers zijn
staten, internationale financiële instellingen (IMF, Wereldbank) en
multinationals. Op 11 november 2002 hebben 85 personen van de 32.000 leden tellende organisatie KHULUMANI, een groep ter ondersteuning van de slachtoffers van de apartheid, in het oostelijke district van New York een klacht ingediend tegen 21 banken en buitenlandse ondernemingen. Ze eisen een vergoeding voor de schade en de onrechtvaardigheden die direct voortvloeien uit de medeplichtigheid van deze banken en ondernemingen aan het apartheidsregime dat zijn stempel drukte op de geschiedenis van Zuid-Afrika. De klacht steunt op een wettig mechanisme van de Verenigde Staten dat niet-Amerikaanse burgers toelaat in de Verenigde Staten een klacht in te dienen tegen om het even wie die het internationaal publiek recht zou geschonden hebben voor zover die ‘om het even wie’ zich bevindt op het territorium van de Verenigde Staten. Neville Gabriel, woordvoerder van Jubilee Zuid-Afrika (een netwerk van
4.000 ngo’s dat in het bijzonder vecht voor de afschaffing van de
schuld aangegaan tijdens het apartheidsregime) heeft de schadeloosstelling
gevraagd voor de slachtoffers van de apartheid en verklaarde dat “de
veroorzaakte schade verschillende miljarden dollar bedraagt”. MEDEPLICHTIGEN AAN MISDADEN TEGEN DE MENSHEID Volgens Jubilee Zuid-Afrika, hebben de leningen en investeringen van
de banken en ondernemingen het de apartheid mogelijk gemaakt te overleven
ondanks de sancties van de VN (er was destijds een internationaal embargo
tegen Zuid-Afrika). Het is zeer belangrijk hier te noteren dat het niet alleen multinationals
zijn die men kan beschuldigen van medeplichtigheid aan misdaden tegen
de mensheid: regeringen (dus staten), internationale financiële instellingen
(IMF en Wereldbank) hebben eveneens de boycot overtreden om verder zaken
te doen met Zuid-Afrika. DE SOCIALE BEWEGINGEN MOETEN HET WAPEN VAN HET INTERNATIONAAL RECHT GEBRUIKEN Maar in dit geval wil de juridische actie de verdachte banken en ondernemingen
juridisch verantwoordelijk stellen door aan te tonen dat hun steun aan
het apartheidsregime moet veroordeeld worden, zowel moreel als juridisch.
De aanklagers eisen derhalve rechtvaardige en billijke vergoedingen. WELKE MULTINATIONALS WORDEN GEVISEERD? De klacht toont dat banken en multinationals (er zijn zes landen bij betrokken: Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten) het apartheidsregime geholpen hebben en medeplichtig waren door het verstrekken van bankleningen, militaire technologie, transporten voor militair gebruik, petroleum en benzine voor het leger en de politie, evenals wapens, waardoor het apartheidsregime kon overleven en het internationale recht tegen het Zuid-Afrikaanse volk kon schenden: buitengerechtelijke terechtstellingen, foltering, willekeurige vuurgevechten, seksuele misbruiken, willekeurige opsluitingen, enz… De petroleummultinationals. “Zonder petroleum hadden de politie en het leger niet kunnen functioneren en de Zuid- Afrikaanse economie was tot stilstand gekomen.” Men beschuldigt ExxonMobil Corp (425 miljoen dollar investeringen), Shell Oil Co (7,5 miljoen ton petroleum of 20% van de importbehoefte van Zuid-Afrika), Caltex (Chevron Texaco Corporation, Chevron Texaco Global Energy Inc.): twee jaar na het embargo opent Caltex een petroleumraffinaderij in Kaapstad. De bewapeningsmultinationals. Rheinmetall (een Duitse groep) heeft een volledige wapenfabriek uitgevoerd met een valse uitvoeraangifte. De fabriek was zogezegd bestemd voor Paraguay, maar toen ze aankwam in Brazilië werd ze verscheept naar Durban.Op haar schietterrein in Duitsland trainde de Duitse onderneming leden van het Zuid Afrikaanse leger in het gebruik van artilleriesystemen. De banken. De toenmalige Zuid-Afrikaanse eerste minister verklaarde nadrukkelijk: “Iedere banklening, elke nieuwe investering is een baksteen in de muur van ons voortbestaan.” De verdachte banken zijn: Barclays National Bank Ltd (478 miljoen dollar leningen), Citigroup Inc. (tussen 1972 en 1978, 1,6 miljard dollar kredieten en effecten), Commerzbank (tussen 1972 en 1978, 870 miljoen dollar), Credit Suisse Group (tussen 1982 en 1984, is dit de meest actieve groep), Deutsche bank AG, Dresdner Bank AG (tussen 1950 en 1980, 1, 7 miljard dollar), J.P. Morgan Chase (Chase Manhattan), UBS AG. De transportmultinationals. Ford Motor Co (een lid van het hogere kader van Ford verklaart: “We zouden daar niet zijn als er geen kans was winst te maken.”… ), DaimlerChrysler AG (vanaf 1978, leverde het bedrijf ongeveer 6.000 Mercedes Benz Unimogs ondanks het embargo), General Motors Corp (eind 1977 bereikten de totale investeringen van GM in Zuid-Afrika 119 miljoen dollar). De technologiemultinationals. Fujitsu Ltd (International Computers Ltd- ICL) levert 588 computers en een informaticasysteem dat het mogelijk maakt de ‘zwarten’ te klasseren en te controleren (opslaan van digitale vingerafdrukken, opvolging van de doorgangsbewijzen waardoor ‘controle van de stroom’mogelijk is).Het intensifiëren van dit systeem leidde tot de arrestatie van miljoenen Afrikanen. De computers van IBM hebben 7 miljoen personen die geviseerd werden door het regime gecodeerd. IBM heeft toegegeven dat men de apparatuur kon gebruiken voor repressieve doeleinden, maar merkte ook op dat “het niet echt ons beleid is aan de klanten te zeggen hoe ze zich moeten gedragen”. AEG Daimer-Benz Industrie (controle van de identiteit en de bewegingen van de zwarte bevolking) wordt ook genoemd in de aanklacht. De mijnbouwmultinationals. Rio Tinto Group (investering van 80 miljoen rand in een kopermijn: “Het was zo winstgevend dat in 1970 de winst 42% bedroeg tegenover slechts 8% geïnvesteerd kapitaal.”) Kort samengevat mag Owen Horwood, minister van financiën van Zuid-Afrika in 1983 terecht verklaren: “De steun van de privé ondernemingen is voor het grootste deel verantwoordelijk voor het succes van de apartheidspolitiek van de regering.” EEN VERENIGD FRONT TEGEN DE STRAFFELOOSHEID De banken en de multinationals zijn dus de economische actoren waarop de sociale bewegingen, de betrokken vakbonden in het bijzonder, hun vizier moeten richten. Deze laatsten moeten niet alleen waken over hun eigen belangen en hun verworvenheden uitbreiden. Ze moeten ook met een ethische bril waken over het gedrag van de werkgevers. Als de werkgevers het internationale recht schenden, is het rechtvaardig dat de werknemers zich aan de zijde plaatsen van de bevolking die benadeeld, gemarteld of vermoord wordt met medeweten van deze werkgevers. Heel wat gevallen zijn vergelijkbaar met het voorbeeld van de acties die gericht zijn tegen Total-Fina Elf dat, door haar investeringen,de dictatuur in Birma steunt. Binnen de opmars van de andersglobaliseringsbeweging begint zich een verenigd front te vormen voor sociale rechtvaardigheid en tegen de straffeloosheid. De vakbondsleden die betrokken zijn bij de hierboven genoemde banken en ondernemingen zouden het initiatief van Jubilee Zuid-Afrika1 moeten ter harte nemen en steunen. HET IMF EN DE WERELDBANK IN HET VIZIER VAN DE SOCIALE BEWEGINGEN Maar we moeten ook andere actoren beoordelen.We moeten ons ook buigen over de juridische verantwoordelijkheid van internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Ten gevolge van het uitbreken van de schuldencrisis in 1982, leggen deze instellingen structurele aanpassingsprogramma’s op waarvan het enige doel is: het nastreven van de terugbetaling van de schuld waarborgen. Sinds meer dan twintig jaar ondergaat de bevolking van Zuid-Afrika, zoals de bevolking van andere derdewereldlanden, dus uitermate harde sociale aanvallen met dit ene doel. Honderden miljoenen mensen kenden - en kennen nu nog - honger, analfabetisme, ziekte, ellende, dood, ontzegging van fundamentele rechten alleen omdat de regeringen de middelen van het land (vooral afkomstig van de werknemers en de kleine producenten) laten afvloeien naar de banken in het Noorden. Kan men zich nog voorstellen dat het IMF en de Wereldbank niet weten wat het resultaat is van hun beleid? Kunnen ze nog verklaren, zoals vijftien jaar geleden, dat het gaat om ‘neven’effecten die mettertijd zullen verminderen? Neen! En nochtans blijven ze dezelfde politiek opleggen waarvoor ze nieuwe namen bedenken om die gemakkelijker ingang te doen vinden. Het internationale recht bepaalt duidelijk dat de regeringen de plicht hebben de fundamentele rechten van hun bevolking (gezondheid, onderwijs, huisvesting, werk, enz.) te laten primeren op de rechten van de schuldeisers. Maar het IMF en de Wereldbank verplichten de regeringen deze vergelijking om te keren. Ze passen bewust een politiek toe van bescherming van de rijken ten koste van de armsten in de lijn van het meest zuivere neoliberalisme. Zoals Joseph Stiglitz zegt in zijn boek Perverse globalisering: “Als men het IMF onderzoekt met het idee dat zijn doel is: de belangen van de financiële gemeenschap dienen, dan kan men hun daden begrijpen, die zónder dit idee tegenstrijdig zouden lijken en intellectueel onsamenhangend.” Als men zich baseert op de principes van het internationaal recht, moet
men deze instellingen ook beschouwen als schuldig aan misdaden tegen de
mensheid.Volgens de veroordelingen van Nürnberg zou men ze moeten
beschouwen als misdaadorganisaties.
1 informatie op de website www.cmht.com |
|||